Heldenteam & Coronacrisis

Wat doen onze mensen eigenlijk nu we door de crisis ‘n beetje stil lijken te vallen? Een rondje door ons heldenteam leert dat zij best wel wat te doen hebben.

Een aantal van onze vrijwilligers aan het woord:

Rop Willems, grafisch ontwerper voor het HeldenMagazine en Hoofd Multimedia van de NLDA: ‘Wij zijn op het werk bezig met een versnelde doorontwikkeling van onlineonderwijs, iets dat kansen biedt voor nu en de toekomst. We steken daar heel veel tijd in. Zo veel, dat ik thuis niet altijd aan het grafische ontwerp en vormgeving van het Magazine toekom. Maar er komt binnenkort weer wat vrije tijd aan … Waar ik echt naar uitkijk is om weer lekker gitaar te kunnen gaan spelen met mijn flamencogroep Vamos. Straks heerlijk buiten, hoop ik!’ (Rop staat op de foto uiterst rechts.)

Joyce van Zijl-Lak, schrijfster van de rubriek Held van de Maand voor de Bredase Bode/BredaVandaag: ‘Gelukkig komt het gewone leven weer op gang. Mijn man en ik kunnen net als andere jaren twee weken met de camper op pad. Voor de maand juni ben ik al begonnen met onderzoek doen en schrijven, zodat er gewoon een Held van de Maand in de Bredase Bode staat als ik weer terug ben. Ik verklap natuurlijk niet wie dat wordt …’ 

Mo Omar, Held van de Maand december en organisator van het Vredestoernooi (dat dit jaar niet doorging): ‘Kleine en Grote broer in de Haagse Beemden zijn weer open. Gelukkig maar. Ik miste de omgang met mensen wel. We geven voetbalclinics en houden ons aan de RIVM-richtlijnen. Als we de straat op gaan en jongeren aanspreken, dan hebben we het daar niet over. Daar zijn BOA’s of politie voor, wij hebben het over wat hen bezighoudt. Als alle coronagedoe voorbij is, gaan we een buurtfeest organiseren. We hebben allemáál onze buren gemist!’ (Mo staat links.)

Didie Schackman, schijfster en marketeer voor boek en magazine en zzp-er: ‘Veel van mijn tijd zit in het oprichten van een (gratis) mindful community, waar je allerlei inzichten kunt opdoen en tips kunt vinden om tijdens deze Coronacrisis de rust in jezelf te vinden. De afgelopen week vond je er boeddhistische recepten uit een Frans Mindfulness klooster, waar ik samen met mijn man paar weken onbaatzuchtig in de keuken heb gewerkt ((Didie.nl ). Bovendien heb ik free lance opdrachten en gaat het lesgeven aan mijn samengestelde gezin deels door. Nou, ik verveel me voor geen meter!’ (Didie staat op de foto boven dit artikel.)

Aanmeldingen Bredase Vredesprijs welkom

Mensen die zich buiten de schijnwerpers inzetten voor een betere samenleving, dat zijn mensen die – soms op een heel klein gebied – vrede brengen. De Bredsase Vredesprijs zoekt ze ook in 2020.

Ze maken de wereld verdraagzamer en vrediger. Soms zorgen ze dat ruzies verdwijnen, armoede of eenzaamheid. Soms zorgen ze dat een buurt meer samenhang krijgt. Vrede lijkt een groot, abstract woord, maar als je goed kijkt, is het heel dichtbij.

Willem Brandt, al meer dan vijftien jaar lid van het comité van de Bredase Vredesprijs: ‘Misschien moeten we de uitreiking in september aanpassen, maar we willen in elk geval een winnaar kiezen en bekend stellen. De Coronacrisis mag er niet voor zorgen dat de uitreiking dit jaar niet doorgaat. Daarom roep ik iedereen op voor 30 juni een voordracht te doen van mensen, die zich onbaatzuchtig hebben ingezet voor een betere samenleving. Ze verdienen het juist in deze zware tijd om in het zonnetje te worden gezet!’

Voor criteria en aanmelden zie www.bredase-vredesprijs.nl 

BredaVandaag als weekkrant

BredaVandaag heeft goed nieuws! Vanaf volgende week starten ze met het uitgeven van de weekkrant BredaVandaag. Het wordt zo te zien een mooie, eigentijdse krant, die het bereik verder vergroot.

De rubriek Held van de Maand blijft gewoon bestaan. Ons selectieteam selecteert de Helden en Joyce van Zijl-Lak blijft de artikelen schrijven. Voor HvB komt het er dus op neer dat de Helden een nóg beter platform krijgen.
Vanaf 3 juni ligt de krant wekelijks bij iedere Bredanaar in de bus. Er zijn ook honderd pakmeepunten verspreid over de stad en omliggende dorpen. Wil je BredaVandaag en onze Heldenverhalen niet missen? Abonneer je dan gratis en ontvang hem wekelijks als eerste in je mailbox! 

De redactie feliciteert Hanneke Marcelis met het mooie resultaat en wij heffen individueel, thuis, achter onze eigen laptop, het glas op deze prachtige ontwikkeling! Cheers!

Mei: De Luisterlijn is er voor iedereen

Deze keer is een complete organisatie Held van de Maand. De Luisterlijn is voor heel veel mensen een levenslijn, een plek waar ze hun verhaal kwijt kunnen, waar ze niet veroordeeld worden maar waar geluisterd wordt.

De vrijwilligers van de Luisterlijn zijn goed getraind voor ze starten. Want echt luisteren is niet makkelijk. In veel gesprekken die we voeren kom je toch snel met een advies, een suggestie. Daarom krijgt iedereen die zich als vrijwilliger meldt een gedegen training. Ook de begeleiding van de vrijwilligers goed geregeld.

Albert, Heleen en Jacqueline zijn daar alle drie heel lovend over. ‘Na de trainingen wordt besproken of het echt iets voor je is, dat gevoel moet er van twee kanten natuurlijk wel zijn.  Je begint ook voorzichtig, door mee te luisteren of te kijken met een gesprek of chat. Tijdens de training word je gekoppeld aan een mentor. Maar ook als je al langer bij de Luisterlijn werkt word je niet aan je lot overgelaten. Er zijn intervisiegesprekken, minimaal een keer per maand. Dan ontmoet je ook andere vrijwilligers en zo blijven we ook van elkaar leren.’

Wie naar de Luisterlijn belt, wordt door een computer doorgeschakeld naar een vrijwilliger ergens in Nederland. Je krijgt dus niet altijd iemand uit je eigen regio aan de lijn. De beller is anoniem, de vrijwilliger ook. Vrijwilligers draaien in normale omstandigheden vier diensten van vier uur per maand, waaronder een nachtdienst en een weekenddienst. Omdat er vanwege de corona-crisis zoveel meer gebeld wordt, werkt een groot aantal vrijwilligers nu extra uren.

Albert is een van hen, hij doet dit al dertien jaar. ‘Toen ik begon heette het nog SOS Hulpdienst, we hebben ook heel lang Sensoor geheten. Het werk zelf is niet veranderd, al is de organisatie wel veel groter geworden. Ik ging destijds met pensioen en had een boek gelezen over iemand die dit soort vrijwilligerswerk deed. Dat sprak me aan dus toen ik een oproep zag voor nieuwe vrijwilligers, heb ik me aangemeld.
Het is in de loop van de jaren ook een soort verslaving geworden en het is een belangrijk deel van mijn leven. Je doet zinvol werk, het is echt mooi om te doen. In de begintijd duurde een nachtdienst nog acht uur. Dat was echt heel zwaar, vooral fysiek. Al werd er toen nog wel minder gebeld. Maar er werd in die tijd ook doorgeschakeld van het noodnummer 1-1-3, dat kon je zien op je scherm. We hoefden die telefoontjes niet aan te nemen maar ik deed dat altijd wel. Dat waren vaak hele heftige gesprekken, een aantal telefoontjs zijn me voor altijd bijgebleven.
Gelukkig kan ik van nature wel snel omschakelen, ik blijf er meestal niet te lang mee bezig. En anders is er mijn mentor of de intervisiegroep waar ik mijn verhaal kwijt kan. Voor wat betreft mijn persoonlijke leven heb ik er ook veel aan gehad. Ik ben niet zo’n heel makkelijke prater. Maar door de vele trainingen en door ervaring heb ik geleerd om zaken te benoemen, dat begrip kwam heel vaak voorbij! Als ik bijvoorbeeld na een half uur praten merk dat mijn concentratie vermindert zal ik dat nu ook zelf aangeven, dat is ook wel zo eerlijk naar de beller. Want die verdient de volle aandacht.’

Heleen is een heel andere persoon. Zij praat heel makkelijk en toont ook snel haar emoties. ‘Ik kan niet vooraf inschatten wat een verhaal emotioneel met me doet, daarom heb ik heel bewust gekozen voor de chatdienst. Er is dan toch iets meer afstand, wat meer tijd om te reageren en zowel de beller als ik horen geen intonatie natuurlijk. Tegelijkertijd gaan de chats wel vaak veel dieper, dat zijn nooit “koffiegesprekjes”. Het overgrote deel van de chatters is jong en zit met grote levensvragen. Eenzaamheid, zelfverwonding – dat zijn echt pittige onderwerpen. Dankzij de trainingen leer ik ook dat ik het nooit fout doe als ik me maar betrokken toon. Dat is het allerbelangrijkst. Je moet aanvoelen wat de chatter nodig heeft, tussen de regels door lezen. De chatlijn heeft geen nachtdienst, wij zijn van 10.00 uur tot 22.00 uur bereikbaar. Maar meestal begin ik iets eerder en ik ga ook echt wel door als dat nodig is.
Het geeft enorm veel voldoening als je voelt dat je wat hebt kunnen betekenen voor iemand, ook al kun je dat niet altijd helemaal inschatten. De laatste tijd komen er veel chats over corona, bijvoorbeeld van iemand die een dierbare verloren had, dat blijft wel even hangen. Dan is het erg fijn dat je je intervisiegroep hebt, van ongeveer twaalf tot veertien medevrijwilligers. Je kunt altijd bij iemand terecht om na te praten, de collegialiteit is geweldig.’

Jacqueline kreeg anderhalfjaar geleden meer vrije tijd en is bewust gaan zoeken naar vrijwilligerswerk dat bij haar interesses aansluit. ‘Ik ben erg geïnteresseerd in “Geweldloze Communicatie”  en ik wilde daarmee aan de slag. Dus heb ik me gemeld bij de Buurtbemiddeling en bij de Luisterlijn. Ik zie de gesprekken als een wandeling, ik volg de ander. Het is belangrijk dat je ook goed in de gaten houdt wat een gesprek met je doet, want als je gedachten met je op de loop gaan kun je er niet meer zijn voor de beller.  Elk gesprek vraagt ook iets anders, je leert tussen de regels door te luisteren. Je bent geen coach of therapeut, maar soms voel je ook dat iemand echt behoefte heeft aan een klein advies. Daar moet je ook je gevoel in durven volgen. De hoofdzaak blijft altijd het luisteren zonder te oordelen, er gewoon voor de ander te zijn. Naast het bellen ben ik inmiddels ook mentor geworden. Het is heel bijzonder om in een organisatie als de Luisterlijn te werken, er wordt bijzonder goed gezorgd voor de vrijwilligers en ik vind het fijn om daar ook deel van uit te maken.’

Onder andere bij Omroep MAX is extra aandacht besteed aan de Luisterlijn. Het gevolg daarvan was dat er meer mensen gingen bellen. Heel fijn, want dat is de bedoeling. Mensen hoeven niet perse met een heel groot probleem te zitten om te bellen, ook als je gewoon een keer een stem wil horen en even je verhaal kwijt wil kun je bij de Luisterlijn terecht. Naast bellen kun je dus ook chatten en zelfs emailen, dus op wat voor manier men zijn of haar verhaal ook kwijt wil: het kan allemaal. Vrijwilligers kunnen bellen, chatten of emailen vanuit hun eigen huis of op het kantoor van de Luisterlijn in Breda, waar ook bijgaande foto gemaakt is. Daar werkt Stefanie Worm-Kok, die als administratief medewerkster (een betaalde baan) steun en toeverlaat is van de vrijwilligers van de afdeling Breda.

De
publiciteit heeft ook voor een flink aantal nieuwe vrijwilligers gezorgd. Er
wordt nu gekeken naar een vorm van training die ook in deze tijd aangeboden kan
worden, zodat deze vrijwilligers snel ingezet kunnen worden.

April-held Jetty Mouw vecht voor doven en slechthorenden

Foto en tekst: Joyce van Zijl-Lak

Jetty Mouw kreeg in 1997 de ziekte van Ménière. Dat is een chronische binnenooraandoening. Mensen met deze ziekte kunnen last hebben van gehoorverlies, oorsuizen (tinnitus), aanvallen van draaiduizeligheid en evenwichtsstoornissen (vertigo).

‘Mijn leven veranderde volledig, door de ziekte van Ménière ben ik altijd duizelig en misselijk. De tinnitus in mijn hoofd klinkt als een loeiende stofzuiger en langzaam maar zeker werd ik aan een kant volledig doof. Maar ik ben er niet het type naar om bij de pakken neer te gaan zitten. Ik kom uit het onderwijs, had een leerling die vanwege slechthorendheid een SOLO-apparaat gebruikte. Dus dat kende ik wel. Maar ik wilde meer en informatie bleek erg lastig te vinden.

Toen ik in 2009 aan een kant volledig doof was geworden ben ik een cursus Spraakafzien gaan doen. Daar moesten we onder andere vertellen wat we in onze vrije tijd deden. Ik schrok ervan hoeveel mensen de deur niet meer uit kwamen en nog nauwelijks bezoek ontvingen. Dat gaf een enorm gevoel van eenzaamheid bij hen. Door deze cursus kwam ik in contact met stichting Hoormij. Dat sloot helemaal aan bij wat ik wilde: mensen informeren, enthousiasmeren, zorgen dat ze mee blijven doen. De afdeling Breda en omstreken zocht een nieuwe voorzitter, dat ben ik in 2011 gaan doen. Met een goed bestuur en weinig subsidie zijn we heel hard gaan werken en hebben we veel bereikt.

Wij komen op voor de belangen van doven en slechthorenden en geven voorlichting over de verschillende vormen en oorzaken van doofheid/slechthorendheid. Slechthorendheid is onzichtbaar maar komt ontzettend veel voor. 1,3 miljoen mensen is matig tot ernstig slechthorend, 1,3 miljoen heeft milde klachten. Vaak gaat het geleidelijk, mensen merken soms niet eens wat ze missen en daarnaast rust er toch wel een taboe op. Veel mensen willen niet toegeven dat hun gehoor slechter wordt. En daarmee doen ze zichzelf echt tekort in mijn ogen.

Hoe slechter je hoort, hoe meer geïsoleerd je raakt. Mensen doen niet meer mee aan gesprekken, doen alsof ze mondelinge informatie begrijpen en trekken zich vaak terug uit het sociale leven. Dat kan dan weer leiden tot neerslachtigheid. Ik zou het zo fijn vinden als mensen gewoon durven zeggen dat ze slechthorend zijn en dat ze gebruik gaan maken van de vele hulpmiddelen die er zijn. De meeste daarvan vallen gewoon onder de basisverzekering. Gebarentolken, schrijftolken, allerlei technische middelen, het is er allemaal. Dankzij die schrijftolk bijvoorbeeld kan ik gewoon vergaderen. Gebruik het alsjeblieft om je leven zo goed mogelijk te blijven leven!

De maatschappij is ook niet altijd begripvol. Als je bijvoorbeeld in een winkel of het openbaar vervoer vraagt of de informatie nog een keer herhaald kan worden, reageren anderen soms geïrriteerd. Nog een factor waardoor doven en slechthorenden in een isolement dreigen te raken, met alle gevolgen van dien. Wij geven daarom ook veel voorlichting. Niet alleen aan onze doelgroep, maar bijvoorbeeld ook aan zorgverleners. We adviseren om eerst bewust oogcontact te maken, rustig te praten, eventueel te herhalen en zeker ook te checken of iemand het echt verstaan heeft. En ga als het even mogelijk is op een rustige plek praten, zonder storende achtergrondgeluiden. Ook een laptop, tablet of notitieblok kan heel handig zijn.

Slechthorendheid wordt in de nabije toekomst een steeds groter probleem. Vooral omdat jongeren steeds meer gehoorproblemen krijgen. Daarom vind ik het zo leuk om voorlichting te geven op scholen, van basisonderwijs tot en met hbo. We gebruiken een filmpje om te laten zien wat geluid doet. Toen we hier zo’n acht jaar geleden mee begonnen hadden veel jongeren iets van: het zal wel meevallen. Die houding is gelukkig wel veranderd, ze zijn er nu wel van overtuigd dat die enorme aantallen decibels bij concerten, op festivals en in het uitgaansleven schadelijk zijn. Goede oordoppen geven bescherming, die moet je dan wel bij een audicien aan laten meten. Prijzig, maar een keer minder naar een festival en je hebt het er uit! Niet zo veel lijkt me om je gehoor te beschermen.

Ik denk graag in mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden. En dan blijkt er nog heel veel te kunnen. Spiegels op mijn fiets, waardoor ik die weer veilig kan gebruiken. In Oosterhout hebben we tijdens de Biënnale vorig jaar een middag voor slechthorenden georganiseerd, met zowel een schrijf- als een gebarentolk. Zo kon iedereen genieten van de uitleg. Er is geen enkele reden om vanwege je hoorprobleem niet meer aan de maatschappij mee te doen. We zitten aan tafel bij Breda Gelijk, waar belangenbehartigers met diverse varianten van beperkingen met elkaar naar oplossingen zoeken. Momenteel ligt alles natuurlijk even stil, de coronacrisis is zeker ook voor slechthorenden erg moeilijk. Want waar een ander nog kan (beeld)bellen is het voor veel slechthorenden nog stiller dan anders …’

Meer informatie is te vinden op www.stichtinghoormij.nl , wie vragen heeft mag Jetty ook mailen: breda.voorzitter@stichtinghoormij.nl