Ed Fortuin, bijna-vergeten held van de Galderse Meren

Ed Fortuin is een bijna-vergeten Held. Hij zorgde er in de jaren ’70 onder andere voor dat het (naakt)strand aan de Galderse Meren ontstond. Ed is overleden op 7 juli jl. Hij heeft het uitroepen tot Held van Breda nog in volle bewustzijn meegemaakt.

Door Martha IJzerman.  Foto: Ad van Beckhoven

Wie: Eduard Fortuin
Beroep: Eigenaar en instructeur surfschool Little Feet, portier bij de suikerfabriek te Breda, jaren 70/80
Vrijwilligerswerk: Toezichthouder Galderse Meren, Initiatiefnemer Naaktstrand
Wanneer: 1976-1986
Uren per week: Wisselend

Wanneer deed je dit vrijwilligerswerk en hoe rolde je erin?
‘Begin jaren ‘70 ontstonden door de zandwinning voor de snelweg van Breda naar Antwerpen de huidige Galderse Meren. De met helder water gevulde afgravingen trokken al snel de aandacht van nieuwsgierige voorbijgangers. In korte tijd raakte het gebied bekend. Honderden mensen vonden op warme dagen hun weg naar dit aantrekkelijke oord.

‘In 1976 was er een snikhete zomer. Het duurde niet lang voordat mijn vrouw en ik er bleven kamperen en er ons potje kookten. Omdat het zo goed beviel besloten we er enkele maanden te blijven in een zelf gefabriceerd onderkomen. Vaak werd er tot diep in de nacht gefeest. Omstreeks 1977 behaalde ik mijn surfbrevet en in 1979 opende ik mijn eigen surfschool Little Feet, met een knipoog vernoemd naar mijn vrouw, Adriënne, bijgenaamd Zjietje, Voeten. Little verwees naar haar kleine postuur en Feet was de Engelse vertaling van haar achternaam. Tot mijn grote verdriet overleed Zjietje in 1986. Deze droevige gebeurtenis maakte een einde aan mijn inzet voor de Galderse Meren. Ik moest me vanaf die tijd richten op de opvoeding van mijn zoon Quinten.

Waaruit bestond je Vrijwilligerswerk?
Door de nachtelijke feesten en de vele bezoekers overdag dreigde het terrein te vervuilen. De mensen maakten er een puinhoop van. Bovendien werden er autowrakken, schroot en ander afval gedumpt. Ik realiseerde me dat er iets moest gebeuren om het gebied niet verloren te laten gaan als recreatieplek. Er moest duidelijkheid komen over de bestemming van het gebied en om te beginnen moest de rommel worden opgeruimd. We regelden containers voor het afval en lieten deze met toestemming van de ouders beschilderen door kinderen, die dat erg leuk vonden. Zo werd er op een speelse manier aandacht op gevestigd. Verder motiveerde ik de bezoekers om zoveel mogelijk hun troep op te ruimen, zodat dit geen aanleiding voor de plaatselijke overheden zou zijn om ons te verjagen.
In het water lagen een aantal autowrakken die een gevaar vormden voor de zwemmers. Naar aanleiding van een tragisch ongeval, waarbij een jonge jongen tijdens het duiken zijn nek brak en overleed, lieten we de wrakken met spoed verwijderen. Dat deden we via eigen contacten, waaronder een groep commando’s, en met eigen middelen. Wachten op adequaat handelen van de gemeenten duurde te lang. Gesteund door mederecreanten, voerden we met succes actie tegen de levensgevaarlijke rondvarende speedboten. Al met al was het resultaat dat de Galderse Meren in korte tijd een prettig en veilig recreatiegebied werd.

De officiële erkenning van het naaktstrand is een ander verhaal. Aan de noordoostelijke hoek van de oudste grote plas was er min of meer spontaan een strand voor naturisten ontstaan. Dit gedeelte van de plassen was het meest aan het oog onttrokken. Eerst was naturisme hier verboden en werden er boetes uitgedeeld, later werd het gedoogd. Ik wilde dat het naaktstrand officieel erkend zou worden. Met dit idee waren velen het eens en ook toenmalig PvdA raadslid Rein Welschen (later burgemeester van Eindhoven red.) stond achter mij. Na lang procederen en een aantal keren in hoger beroep te zijn gegaan is het vanaf 1979 tot op heden wettelijk toegestaan om op deze plek naakt te recreëren.

Welke eigenschappen had je ervoor nodig?
Om actie te voeren heb je een flinke dosis strijdlust en gezond verstand nodig. Verder was ik zeer gemotiveerd en gedreven om de Galderse Meren niet te laten verpauperen. Het is een unieke plek. Het water heeft een vrij hoge zuurtegraad waardoor er geen algen- of plantengroei mogelijk is en er ook geen vissen kunnen leven. Het water blijft helder en is haast tropisch blauw.

Naturisme lag me ook na aan het hart. Mijn motivatie gaf me de kracht en de energie om me voor de volle 100% in te zetten. Het ligt niet in mijn aard om snel op te geven en. Ik ben nogal een doordouwer als ik ergens in geloof.

Wat kostte het je/Waarom onbetaald werk?
Het heeft vooral veel tijd en inspanning gekost om te vechten tegen de onwil en onbekwaamheid van de betreffende ambtenaren en de bureaucratie van de drie gemeenten, Rijsbergen, Breda en Nieuw Ginneken, die zeggenschap over het gebied hadden. Ze vertoonden weinig bereidheid om mee te denken. Het idee van de gemeente Rijsbergen om er een afvalstort van te maken was gelukkig als eerste van de baan. Al snel kon men niet om de vele bezoekers heen. Dat mijn werk niet werd betaald maakte me niet zoveel uit. De passie, het plezier en de innerlijke motivatie waren groot. Ik verdiende mijn geld met mijn surfschool en de bewaakte opslag van surfplanken. In de winter was ik portier bij de suikerfabriek.

Wat bracht het je en wat was je leukste ervaring?
Ik kijk met veel plezier terug op de nachtelijke feesten en de maanden die ik er met mijn gezin bivakkeerde.

De periode die ik samen met mijn vrouw en mijn zoon bij de Galderse Meren doorbracht en het voor elkaar krijgen van de officiële erkenning van het naaktstrand zijn hoogtepunten van mijn leven.’

Welke tips heb je voor anderen?
Je passie volgen. Je niet tegen laten houden door regels en de overheid. Er is maar één weg en dat is je eigen weg. Als je die weg niet volgt dan doe je het verkeerd.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de
schijnwerpers die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Eduard in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Angela Bison helpt verslaafden in Breda

Angela Bison lijkt op het eerste gezicht misschien geen held, gezien haar vroegere drugsverslaving. Maar ze zet zich nu niet alleen structureel in, ze heeft eerst ook heel wat moeten overwinnen. Vooral herstellen van schade vroeg moed en doorzettingsvermogen. 

Wie: Angela Bison 
Vrijwilligerswerk: 
Coördineert zelfhulpgroepen voor verslaafden in Breda 
Sinds: 2012 
Uren per week: 6 uur 

Wat houdt je vrijwilligerswerk precies in? 
‘Als herstellende verslaafde help ik mee met het organiseren van zelfhulpbijeenkomsten voor verslaafden en zorg ik ervoor dat die blijven draaien. Bij die zelfhulpgroepen ben ik een mede lotgenoot, gewoon één van de groep. Ik probeer een voorbeeld te zijn en te delen vanuit eigen ervaring. Ook ben ik het eerste aanspreekpunt van mensen uit ontwenningsklinieken. Ik regel dat de mensen bij elkaar kunnen komen, zorg dat er geen klachten komen en dat er een penningmeester is. Ook hou ik de website bij. Al die dingen doe ik niet allemaal zelf, ik zet ook veel uit aan andere mensen in de groepen. Nu, met corona, is het een heel gedoe om ervoor te zorgen dat de groepen door kunnen gaan.

Ook zijn de groepen nu noodgedwongen kleiner. Terwijl er eerst vijftig mensen in een groep konden zijn dat er nu nog maar twintig.Voor een aantal groepen ben ik ook contactpersoon en 24/7 bereikbaar. In de praktijk valt het wel mee met het bellen, omdat verslaafden nu eenmaal niet graag om hulp vragen. 

Hoe ben je erin gerold? 
Vanaf mijn 15e tot mijn 31e was ik zelf verslaafd aan drugs en alcohol. Ik groeide op in een dorp bij Rotterdam, in een gewoon gezin. Thuis werd er niet gerookt of gedronken. Toen ik een jaar of tien, elf was ging mijn vader een tijdje apart wonen. Ik kon daar heel moeilijk mee omgaan. Mijn moeder was duidelijk erg verdrietig in die periode, maar emoties werden niet geuit. Ik hing steeds meer op het schoolplein en begon te roken en zo nu en dan alcohol te drinken. Dat verdoofde mijn nare gevoel. Als we naar de soos gingen deelden we samen een fles bessenjenever, en later kwamen daar de Bacardi Breezers en wodka bij. Mijn vriendinnen konden zich op tijd weer op school richten, maar ik kon geen maat houden. Op school ging het daardoor slechter. Van havo/vwo kwam ik op de mavo terecht. Toen ik 15 was had ik een paar keer geblowd. Ik zat in de gabber scene, waar drugs niet alleen gewoon, maar ook stoer waren. Op een gegeven moment probeerde ik ook een lijntje speed van een cd’tje dat rondging en ik nam ook paddo’s en pilletjes. Rond m’n 20e voelde ik me steeds slechter en werkten die middelen niet meer. Ik probeerde cocaïne en ik dat voelde direct als de oplossing. Op de een of andere manier lukte het mij wel om ondertussen via volwassenenonderwijs eerst mijn havo- en daarna mijn vwo-diploma te halen. De eerste studies die ik begon maakte ik niet af omdat mijn verslaving toen al heel krachtig aanwezig was. Eerst kon ik van mijn bijbaantjes de cocaïne betalen, maar op een gegeven moment stal ik daarvoor geld, van mijn ouders en uit de supermarkt waar ik werkte.

Ik kwam bij de NHTV terecht en was ook in contact met de hulpverlening. Gebruiken deed ik nog steeds, maar wel minder. Toch zag ik het belang van een toekomst en wist ik de NHTV-opleiding in drie jaar tijd af te maken. Toen ik een relatie kreeg met een man in het criminele circuit, ging het grondig mis. Ik hoefde niet te betalen voor de cocaïne en ging steeds meer gebruiken. Ik voelde heel goed dat ik mentaal en fysiek snel achteruitging, maar ik snoof dat gevoel weg. Zelf was ik toen ook crimineel actief. Ondertussen kwam ik wel thuis bij mijn moeder op verjaardagen en zo. Ik bleef nooit lang omdat ik daar veel te onrustig voor was. Zij zag wel dat het niet goed ging en weet dat aan de mensen met wie ik omging. Een van mijn zussen had wel door dat het ook met mijzelf echt mis was, maar ik liet haar niet tot mij doordringen. Ik wilde het verslaafde leven niet, maar durfde het alternatief nog veel minder aan. In die periode had ik me er al bij neergelegd dat ik er nooit meer van af zou komen.

Omdat ik toch voelde dat ik weg moest uit het milieu waar ik zat probeerde ik een nieuw begin in Costa Rica. Daar was ik voor een stage van de NHTV geweest en ik vond het daar geweldig. Ik werd verliefd en kreeg een relatie. Maar Midden-Amerika is geen goede plek om van je verslaving af te komen, en de relatie die ik had hielp daar ook niet bij. Na een jaar was ik terug in Nederland, teleurgesteld, midden in de financiële crisis, en nog steeds verslaafd. Met mijn dromen in stukken werd die verslaving steeds erger. Toch had ik steeds banen, bij een busbedrijf, bij een reisbureau en bij het UWV, waar ik besliste over uitkeringen. Direct na mijn werk kocht ik altijd alcohol en drugs, gebruikte en viel dan in een soort van coma. En iedere dag stond ik dan weer vroeg op om naar mijn werk te gaan. Ik kreeg last van ernstige lichamelijke klachten en ik wist dat het erop of eronder was; of rigoureus stoppen, of doodgaan.

Al die jaren was ik in contact gebleven met de reguliere verslavingszorg. Daar kon ik me vrij uiten, maar ik kon nooit de stap zetten om te stoppen. Ze stopten me altijd foldertjes van klinieken toe en bleven heel geduldig. Toen het zo slecht met me ging kon ik dankzij die opstelling de moed opbrengen om me te melden voor opname. Op mijn werk durfde ik dat pas de vrijdag voor mijn vertrek naar de kliniek te vertellen. Gelukkig reageerde mijn baas heel begripvol, en gaf ze me alle ruimte. Mijn collega’s bleken nooit iets van mijn verslaving te hebben gemerkt.

In de kliniek, waar gewerkt werd met de zogenaamde twaalf stappenmethode, zou ik zes weken blijven, maar dat werden drie maanden. Daarna heb ik nooit meer gebruikt. Als een van de twaalf stappen in de therapie moest ik in kaart brengen welke schade ik had aangericht en aan wie, zowel personen als bedrijven. Daar ben ik naartoe gegaan, om mijn excuses aan te bieden en vooral ook om de schade op een of andere manier te herstellen. Ik was daar hartstikke bang voor, maar over het algemeen reageerde men heel positief. Ik was nog niet zo lang clean, en sommige mensen wilden nog niet met me in gesprek. Die wilden eerst zien of ik het volhield en het wel echt meende. Dat is later gelukkig ook goed gekomen. En om de ‘karmische’ rekening te vereffenen, iets voor de maatschappij terug te doen, heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan, bijvoorbeeld bij de dierenbescherming.

In het kader van mijn herstel was het volgen van een zelfhulpgroep belangrijk. Om terugval te voorkomen ben ik in Breda gaan deelnemen aan zo’n groep. Lotgenoten helpen elkaar, je staat er niet alleen voor. Na een jaar kon ik ook dingen voor anderen gaan doen. Dat is ook heel belangrijk voor je gevoel van eigenwaarde, iets dat je als verslaafde vaak niet echt hebt. Het begon klein, met koffie schenken, boekjes verkopen en zo nu en dan optreden als gastspreker. Dat is steeds verder uitgebreid. Zo ben ik er dus ingerold.

Hoewel ik na mijn opname weer bij het UWV zou hebben kunnen re-integreren, heb ik daar niet voor gekozen. Bij pril herstel van een verslaving is het omgaan met agressieve cliënten niet echt handig. En ze zeggen: “Om van verslaving af te komen hoef je maar een ding te veranderen. En dat is alles.” Ik bleef in de ziektewet en daarna in de WW. In 2012 begon ik met de opleiding mbo4 persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, om ergens goed opgeleid als ervaringsdeskundige te kunnen werken. Via die opleiding kwam ik terecht bij RIBW Brabant in Tilburg, het Regionale Instituut voor Beschermd Wonen. Na een sollicitatie kon ik daar aan de slag als ervaringsdeskundig coach. Op basis van mijn ervaringen, en als specialist in allerlei herstelprocessen probeer ik mensen deskundig bij te staan. Ik werk daar met veel plezier.

Het verlangen naar drugs en alcohol is helemaal weg. Het kost me geen enkele moeite meer en ik ben ook gestopt met roken. Ik noem mezelf nog steeds verslaafd omdat het nog steeds in me zit om ergens in door te slaan. Dat kan ook zitten in online shoppen of chocola eten. Ik moet mezelf bewust inkaderen, en dat lukt gelukkig. Ik heb een grenzeloos leven gehad en dat hoef ik niet terug.

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig? 
Wat je absoluut nodig hebt is geduld en toewijding. Verslaafden willen vaak misschien wel, maar kunnen niet. En ze kunnen ook gewoon erg lastig zijn. Verslaving is gewoon een rotziekte, voortschrijdend, progressief en fataal. Je moet er tegen kunnen dat het veel investeren is met weinig opbrengst. Iedere maand komen er hier tientallen nieuwe mensen voor zelfhulpgroepen, die je moet opvangen en wegwijs maken. Uiteindelijk blijven er daar maar vijf of iets meer van over. De rest haakt af of verdwijnt gewoon uit zicht. En er gaan er ook best veel dood. Het is voor mij dus volhouden en positief blijven. Maar voor die vijf die het volhouden doe ik het.

Wat kost het je? En waarom onbetaald werk? 
Het kost natuurlijk tijd en energie. Ik doe dit werk naast m’n betaalde baan omdat ik graag iets wil teruggeven van wat ikzelf heb gekregen. Dit is mijn manier om iets goeds terug te doen. En natuurlijk heb ik schade veroorzaakt en heb ik mensen verdriet gedaan. Ik doe mijn best om daarvan iets te herstellen.

Wat brengt het je? 
Het geeft me het geluksgevoel om betekenisvol te zijn. Dat is voor iemand die verslaafd is geweest niet bepaald vanzelfsprekend. Ik ben er trots op dat ik mensen soms weer op weg kan helpen. En hoewel er natuurlijk richtlijnen en regels zijn, geniet ik van de vrijheid die ik heb om mezelf te zijn in het werk met deze mensen.

Welke dromen heb je? 
Ik zou wel iets in het buitenland willen opzetten waar verslaafden even kunnen resetten, bijvoorbeeld na te zijn afgekickt in een kliniek. Om mensen dan ook in hun diepere laag te kunnen aanspreken ben ik begonnen met een NLP-opleiding.  

Welke boodschap heb je voor anderen? 
12-stappengroepen hebben mijn leven gered, je bent altijd welkom om eens langs te komen om te kijken of het iets voor je is.Ook al lijkt er geen hoop meer, geef nooit op! Er is altijd ergens hulp, er zijn altijd opties.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Angela in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Soufiane Elazizi uitgeroepen tot Held van Breda

Zaterdag 29 mei ontving Soufiane Elazizi als eerste het getuigschrift ‘Held van Breda’ in de Albert Heijn op het Valkeniersplein, waar hij werkt. Deze prijs is ter beschikking gesteld door Kevin van Agtmaal met zijn bedrijf Bermuda Music & Events.

Naast het afschieten van twee professionele confettishooters was er een (professionele) geluidsinstallatie opgesteld. Daaruit klonken de lievelingsliedjes van Soufiane. Ook was er een korte toespraak te horen van bestuurslid Emilie van Empel en voorzitter selectieteam Karin Holthuis van stichting Tientjes.

De spil bij het verrassingsmoment was André Boersma, manager van dit AH-filiaal en voorzitter van de stichting DoesSouf.

Soufiane Elazizi heeft met zijn stichting DoesSouf €30.000 opgehaald voor onderzoek naar SCA type 2, een ziekte waaraan hij ook zelf lijdt. Ook doneert de stichting geld aan vele initiatieven om klein geluk te brengen. Soufiane inspireert bovendien anderen in zijn omgeving om mee te doen met #DoesSouf.

Hieronder ziet u een impressie van de uitreiking van het getuigschrift. De foto’s zijn gemaakt door Anton Verbeek.