Transgenders Eva en Emma redden mensenlevens door luisteren en advies

Het echtpaar Eva en Emma Laurijssens van Engelenhoven hebben een forum voor transgenders opgericht en organiseren het transgendercafé in SAMSAM. Eva is ook Coördinator Suïcidepreventie bij het COC Tilburg Breda. Hun eigen coming out speelt daarbij een grote rol.

Wie: Eva (74) en Emma Laurijssens (50) van Engelenhoven
Beroep: beide in IT-sector; Eva is met pensioen
Vrijwilligerswerk: forum T-Nederland, besloten en openbaar transgendercafé (in SAMSAM te Breda); Coördinator Suïcidepreventie COC Breda Tilburg
Sinds: ongeveer 2012
Uren per week: ongeveer 15 uur

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
Emma: ‘Dagelijks lezen we alle vragen die op ons forum worden gesteld, een of twee dozijn. Onze ervaringenzijn handig bij het beantwoorden van vragen. Zoeken leden informatie, dan weten we dat vaak omdat we dit al zo lang doen.’
Eva: ‘We kwamen als bezoekers in een COC-transgendercafé in het oosten van het land. Liesbeth, mijn eerste vrouw, was biseksueel en was erg betrokken bij mijn zoektocht. Ze vond dat we zo’n bijeenkomst zelf konden organiseren, maar dan zónder de inmenging van andere belangengroepen. Dus hielden we eerst T-Amersfoort en na onze verhuizing naar Etten Leur T- Breda in een gewoon café. Dagelijkse gasten zijn daar gewoon welkom. Het coördinatorschap van suïcidepreventie sloot perfect aan op alle vragen en de bijeenkomsten.’

Hoe ben je erin gerold?
Emma: ‘Van jongs af aan voelde ik me anders. Maar ik had geen broertjes en geen neefjes. Dus ik had geen vergelijking en ik werd sowieso anders behandeld als oudste en enige jongen. Je loopt met een gevoel van ‘het past niet’ maar je weet niet waarom. Er was nog geen internet, er waren geen tv-programma’s over transgenders en boeken waren er nauwelijks. Toch had ik wel ideeën over wat er aan de hand was. Toen ik de moed had dat tegen mezelf te zeggen, was ik 26. Dat deelde ik in een kleine groep. Met iemand uit die groep ben ik twee jaar later getrouwd. Zij wilde er niet aan dat ik er iets mee deed, dus stopte ik dat weg.

Beiden hadden we behoefte aan een gezin. Omdat dat niet lukte, werd de seks een verplichting. Ik vond seks niet leuk, maar dat was logisch als er zoveel druk op ligt. In 2005 kregen we een tweeling, Charlotte en Benjamin. Het was opnieuw een stressvolle periode. Het was gemakkelijk om verdere gedachten over mezelf weg te stoppen. Uiteindelijk ging het tussen ons niet meer; in 2012 gingen we uit elkaar.’

Eva: ‘Ik ontmoette een vriendin die van zichzelf dacht dat ze eerder lesbisch was dan heteroseksueel. Maar mij wilde ze wel. Ook wij wilden kinderen, maar het lukte ons niet. De dokter schreef haar DES voor. Misschien wel daardoor heeft ze in 2002 baarmoederhalskanker gekregen. Het duurde gelukkig tot 2014 voor ze stierf. Wij waren bijna 45 jaar getrouwd.
Kort na ons trouwen stonden we een keer voor haar kledingkast. Ze gaf me wat van haar kleding. Ik trok dat in een opwelling aan. Het gaf me zó’n raar gevoel! Ik schrok er enorm van, en heb dat vervolgens jarenlang weggestopt.

Misschien wel dertig jaar later vertelde ik haar op een dag dat ik heel raar had gedroomd: ik kocht pumps voor mezelf. Dat hebben we daarna gedaan; zij rekende ze af. Ze vond het leuk staan als ik in huis, gewoon onder mijn broek, op die pumps liep. Liesbeth aanvaardde me zoals ik ben en stiekem was ze er trots op dat ze was getrouwd met een vrouw.
Samen bezochten we bijeenkomsten van het COC, waar ze ook voor transgenders een avond hadden. Dat associeerden veel mensen toch met gay. “Waarom zetten we zelf niets op”, vroeg Liesbeth mij in 2012. Dat gedaan in Amersfoort, waar we destijds woonden. Toen ik later naar Breda verhuisde, deed ik hier hetzelfde. Inmiddels had ik Emma ontmoet op het forum, dat ik ondertussen ook had opgericht.

Emma is op het forum T-Nederland terecht gekomen met vragen. Hoewel het platform geen datingsite is, kregen wij toch een relatie. We hebben beiden een geslachtaanpassende operatie gedaan, ik in Nederland, Emma in Thailand. Na die operatie heb ik twee dagen continu met een big smile in bed gelegen. Het was wel een van de hoogtepunten.’

Emma: ‘De meeste impact heeft het op je sociale leven. Zelf heb ik dat heel geleidelijk gedaan, dat hoort misschien wel bij die zoektocht. Ik experimenteerde met make up, droeg blanco nagellak. Tijdens een bedrijfsuitje waren we een heel weekend weg. “Waarom draag jij eigenlijk geen gekleurde nagellak?” vroeg een collega me. De volgende dag droeg ik bijpassende nagellak bij mijn blauwe polo. Op die manier wende mijn omgeving eraan.

Charlotte en Benjamin, mijn kinderen, kregen ook van alles mee. Ik vertelde hen dat ik een verwijzing had voor het ziekenhuis. Charlotte reageerde heel laconiek: “Mag ik even je Ipad?” Daar zocht ze op YouTube een filmpje op: van een jongen naar een meisje. “Zo, nu weet ik wat dat is.” 

Benjamin woont inmiddels bij ons. Hij vindt het de gewoonste zaak van de wereld. Sterker nog, hij accepteert veel meer dan zijn leeftijdgenoten, weet ook meer. Bij de moeilijke telefoongesprekken die we voeren, zit hij er soms gewoon bij.

Voor ons beiden zijn al onze ervaringen en de informatie dingen waarmee we anderen kunnen ondersteunen en adviseren. Dat drijft ons wel om door te gaan met dit vrijwilligerswerk. Al is het vrijwillig, het is niet vrijblijvend. We zeggen wel eens dat er ook een café is als wij er niet zijn. Maar in de praktijk werkt het niet zo. Als ze ons niet zien, gaan mensen gewoon weer weg.

Waarin verschilt dit van je ‘gewone’ werk?
Emma: ‘Het scheelt veel minder dan dat je zou denken. In de IT, waar ik werk, lijkt het te gaan om iets technisch. Maar ik ben generalist. Ik knoop specialisten aan de vraag die er ligt. Het komt erop neer dat ik goed moet luisteren en naar het juiste antwoord moet zoeken.”

Eva: ‘Ik bezocht vroeger klanten in de IT. Ook daar had ik heel veel gesprekken. Dat kon ook over bijvoorbeeld rouw gaan. Maar als transgender ben je ook veel bezig met rouw en afscheid nemen. Ik ben zelf altijd een prater geweest. Dus ook bij mij is er niet zoveel verschil en gebruik ik de karaktereigenschappen die ik toch al had.’

Wat kost het je?
Eva: ‘Het kost niet alleen tijd. Voor het deel van suïcidepreventie heb je ook opleidingen nodig. Een deel daarvan vergoedt het COC. Maar als ik naar een duur congres ga, betaalt Emma de vierhonderd euro die dat kost. Zij is degene van ons twee die nu nog geld verdient’, lacht Eva.
Emma: ‘Het kost natuurlijk ook tijd. We lezen iedere dag de vragen op het forum door en geven antwoord. Daarnaast zijn we drie van de vier vrijdagen van vijf uur ’s middags tot een uur ’s nachts aanwezig in een transgendercafé. Dat kost soms eens energie. Enige nazorg is ook wel eens nodig, maar we moeten ervoor waken dat we ze intensief begeleiden – we hebben nog een eigen leven!’

Wat brengt het je?
Eva: ‘Ik heb periodes dat ik redelijk depri ben. Praat ik dan met iemand die suïcidaal is, dan lucht mij dat ook op. Ik relativeer ook meer. En het is wel heel mooi dat het door het forum en zo mogelijk is anderen te helpen.’
‘Het mooiste is dat dit ons bij elkaar heeft gebracht’, zegt Emma met een grote lach op haar gezicht.

Welke tips heb je voor anderen?
Emma gaat door: ‘Wees niet bang om jezelf te zijn. Eerlijk zijn is niet alleen goed voor jezelf, maar ook, voor de mensen om je heen.’
‘Misschien raak je mensen kwijt’, voegt Eva toe, ‘maar als je niet jezelf kunt zijn, wegen zij daar dan tegen op?’

Voor meer info zie www.t-nederland.nl  

Tulpen van het heldenteam

Hoewel het heldenteam zich geen seconde verveelt, doet het toch wel eens wat anders dan Helden spotten en magazines maken. Een enkel keer helpen ze een Held een handje.

Heldin Natasja Donkers, die buurtcentrum De Sleutel heeft opgericht en in de buurt zorgt voor verbinding, wil graag in de omgeving van De Sleutel meer kleur. ‘Hoe leuk is het’, zegt Natasja, ‘als moeders die hun kinderen in de gaten houden in het voorjaar tegen een zee van bloemen aankijken? Dan ga je hier toch voor je plezier op een bankje zitten!’ En zo begon een actie om geld in te zamelen voor tulpenbollen. 

Het heldenteam met al zijn relaties en ervaring in verzoekjes, bemoeide zich er mee. Al snel vonden ze een donateur die maar liefst 1400 tulpenbollen schonk.  

Natasja zou met een team de bollen nog voor de jaarwisseling in de grond zetten. Of dat is gelukt, is maar de vraag. Dat wil zeggen, de bloembollen zitten onder de aarde. Maar heeft Natasja een team bij elkaar gekregen, of heeft ze -als een echte heldin – alles alleen gedaan? Hoe dan ook: rondom De Sleutel ziet alles er in het voorjaar kleurrijk uit!

Lous Geelkerken al 65 jaar vrijwilligster

Held van December Lous is niet alleen heilsoldaat van het Leger des Heils, maar ze is ook op vele andere plekken vrijwiligster. En dat al meer dan 65 jaar!

‘Ik ben geboren in Amsterdam en ik ben de oudste van zes kinderen. Omdat mijn ouders allebei geen sterke gezondheid hadden was ik al snel degene die op de andere kinderen lette en voor ze zorgde. Ik nam ze mee naar de speeltuin en verzon allerlei spelletjes. Daar deden ook andere kinderen aan mee. Zo rolde ik vanzelf in het vrijwilligerswerk.
Toen ik elf, twaalf jaar was, werd ik gevraagd om in de speeltuin in Amsterdam-Zuid te helpen. Ik genoot er van, was dol op kinderen en besloot dan ook kleuterjuf te worden. Tijdens de zomervakanties organiseerde ik de vakantieschool in Amsterdam, voor kinderen uit de volkswijken, en later de zomerkampen. Een geweldige tijd!

In ons gezin was geloof heel belangrijk. Wij waren lid van de Remonstrantse kerk. Maar zo rond mijn twintigste vond ik daar niet meer wat ik zocht. Een vriendin met wie ik in een koor zong vroeg of ik mee wilde naar de Middernachtzending van Majoor Bosshardt. Dat deed ik; ik vond het geweldig. De majoor liep voorop, samen met een accordeonist, en wij liepen er in optocht achteraan en zongen liederen.
Na een aantal weken vroeg mijn vriendin: “Waarom kom jij niet bij het Leger, je vindt dit toch mooi? Waar wacht je op?” Een nog belangrijker vraag was: “Hoe kan je nee zeggen tegen God en geen ja?”
Die vraag zette me echt aan het denken, ik wilde vooral weten waarom ik “ja” zou zeggen. Ik vond de Remonstrantse kerk vrij elitair, ik groeide bevoorrecht op. Maar met de majoor kwam ik op de Wallen, in de volksbuurten, dat  trok mij aan, daar kon ik echt iets betekenen. Ik werd ook leidster bij de kabouters en de padvinders van het Leger des Heils. Met de majoor ging ik op huisbezoeken, we verkochten de Strijdkreet en ik zag hoe zij echt met iedereen kon praten en naar iedereen luisterde. Dat wilde ik ook. Dit inspireerde me ook om maatschappelijk werk te gaan studeren. Na een paar jaar meelopen met de majoor werd ik in 1964 officieel Heilsoldaat.

Gaandeweg ging een deel van ons gezin mee naar het Leger en werd het hele gezin, op mijn vader en een broer na, ook heilsoldaat. Na het overlijden van mijn vader verhuisde mijn moeder en de rest van het gezin naar het oosten van het land, ik volgde hen. In Hoogeveen ben ik de koffiebar begonnen vanuit het Leger en gaf ik les aan corpscadetten ter voorbereiding op het heilsoldaatschap. Ik deed maatschappelijk werk en dat hield niet op na werktijd; ik probeerde voor iedereen die problemen had klaar te staan.

Het waren tropenjaren. Toen ik voelde dat het teveel werd voor me, besloot ik even wat rust te nemen en werd ik hoofd op een kinderdagverblijf, bij de kleuters. Ik voelde gewoon dat ik er anders aan onderdoor zou gaan. Maar na dat jaar trok het maatschappelijk werk me toch weer. Na wat omzwervingen in het oosten van het land ben ik uiteindelijk in Breda terechtgekomen, als maatschappelijk werker in het revalidatiecentrum. Natuurlijk was ik ook hier actief voor het Leger, vooral bij het Open Huis. Maar ook in de verschillende buurten waar ik heb gewoond deed ik van alles. Ik maakte bijvoorbeeld kerststukjes met de buurtkinderen en bakte oliebollen voor 70-plussers. Het Open Huis is erg belangrijk voor me geweest, ik heb nog altijd contacten met medevrijwilligers en bezoekers uit die tijd en ik ben er ook nog niet zo lang weg. Ik knutselde daar met moeders en kinderen, gaf leiding aan de jeugdafdeling en deed ook nog steeds openluchtwerk. Veel mensen kennen daar het Leger des Heils van, omdat we rond Kerst met onze geldpotten op drukke plaatsen stonden. Dit jaar kan dat helaas niet.

Na achttien jaar werd mijn functie bij het revalidatiecentrum wegbezuinigd en kwam ik opnieuw voor de kleuterklas, dit keer bij de Vrije School. Ik heb daar weer met heel veel plezier gewerkt en had het erg druk met al het vrijwilligerswerk daarnaast. Na mijn pensioen heb ik me gemeld als vrijwilliger bij StiB bij de palliatieve zorg en bij de stichting Mentorschap. Daar begeleidde ik mensen die dementerend zijn, ik was  contactpersoon tussen hen en de zorg, ik heb denk ik zes personen langdurig begeleid. Ik zette me ook in voor het Alzheimercafé, waar we een van de eerste telefooncirkels hebben georganiseerd. Omdat ik een nachtmens ben, vond ik het niet erg als ik ’s nachts werd gebeld! Maar gaandeweg ging er steeds meer via de computer, er kwamen steeds minder bellers en uiteindelijk is de telefooncirkel Breda opgeheven en ben ik overgestapt naar het landelijke netwerk. Ik heb nog wel computercursussen gedaan, maar het digitale contact past niet bij me en dus ben ik daarmee gestopt.

Mijn hele leven heeft in het teken gestaan van het Leger des Heils. Ik heb nooit de behoefte gehad om mensen te bekeren, maar wilde hen wel laten zien wat het voor je kan betekenen als je God naast je hebt in je leven. Ik had nooit de behoefte om te trouwen en zelf kinderen krijgen wilde ik niet. Ik heb altijd gezegd: ik heb er al genoeg!
Ik ben altijd met kinderen bezig geweest, moest van jongs af aan veel zorgen en was blij dat ik ze weer terug aan hun ouders kon geven! De Koninklijke Onderscheiding die ik een aantal jaren geleden kreeg, vond ik een blijk van waardering voor mijn inzet voor anderen. Maar het vrijwilligerswerk heeft ook heel veel voor mij betekend, zeker ook in de moeilijke tijden van mijn leven, want die waren er natuurlijk. Hoe ellendig ik me ook voelde, ik wist dat er mensen waren die op mij rekenden. Ik ging er naartoe en kwam opgeknapt terug. Het geeft zoveel voldoening om iets voor een ander te doen. En ook al heb ik een groot deel van mijn leven alleen gewoond, eenzaam ben ik nooit geweest, want ik heb altijd God naast me gevoeld.’

Ad den Boer, coördinator Thuisadministratie, in de spotlights

Deze maand is Ad, vrijwilliger bij Humanitas, gekozen als Held van de Maand. Zelf ziet hij de deelnemers als Helden.

‘Ik wil meteen heel duidelijk gezegd hebben dat ik mezelf helemaal niet als held zie. De mensen die in administratieve en financiële problemen zijn geraakt en de moed hebben om dat te erkennen en hulp te vragen, dat zijn voor mij de (stille) helden. Daar is zoveel moed voor nodig! Ik vind dat heel dapper. Ieder mens wil in principe goed voor zichzelf en zijn naasten zorgen, als dat om wat voor reden dan ook niet meer lukt is het echt niet makkelijk om dat toe te geven, geldproblemen zijn nog steeds een taboe in onze samenleving.

In het dorp waar ik opgroeide, was mijn vader ambtenaar. Binnen dat dorp was altijd heel duidelijk wie het goed had en wie niet. De gemeenschapszin was er groot. Mijn vader was een voorbeeld voor me, hij was actief als stille kracht, zorgde dat de kruisvereniging in het dorp kwam en een bibliotheek, was actief bij sportverenigingen en in de kerk. Mensen leefden niet zo anoniem als nu en hielpen elkaar waar ze konden. Dat is voor mij wel een bepalend gevoel in mijn leven, dat je elkaar moet helpen.

Ik studeerde in de jaren ’60, de tijd van medezeggenschap. Maar ik voelde me ook verantwoordelijk, ik was me er van bewust dat de samenleving meebetaalde aan mijn studie. Ik heb altijd als zelfstandig organisatie-adviseur gewerkt, met ondernemingsraden als doelgroep. Ook begeleidde ik fusies en reorganisaties.

Toen ik met pensioen ging zocht ik zinvol vrijwilligerswerk en ik kwam terecht bij de Taalmaatjes van bij Humanitas. Humanitas gaat uit van gelijkwaardigheid, dat vind ik heel belangrijk. Daar hoorde ik dat er plannen waren om een afdeling Thuisadministratie op te zetten. Dat was echt iets voor mij.  In 2015 zijn we gewoon begonnen.
Het coördineren daarvan vond ik echt een leuke klus. Inmiddels zijn we met twee coördinatoren en een goed team van vrijwilligers. Op jaarbasis helpen we zo’n zestig mensen – de een heeft langer begeleiding nodig dan de ander. Mensen komen bij ons terecht vanuit maatschappelijke organisaties of gewoon via mond-op-mond reclame.

Als coördinator doe ik de intakegesprekken met de deelnemers. Standaardvraag daarbij is: over wat voor soort vrijwilliger zou u boos worden? Want wat mensen echt willen, weten ze vaak niet maar wat ze niet willen, is heel duidelijk.
Tijdens dat gesprek krijg ik een goed beeld van welke vrijwilliger bij iemand past. Naast het koppelen van deelnemers en vrijwilligers geef je als coördinator ondersteuning aan de vrijwilligers, en regel je de praktische kanten zoals bijeenkomsten, locaties en scholing. Als je als vrijwilliger bij ons start krijg je eerst een onlinetraining. Daarna volgen persoonlijke trainingen.

Ieder mens maakt periodes mee in het leven waarbij er zoveel gebeurt dat je het overzicht wat kwijtraakt. Ziekte, spanningen op het werk, problemen met de kinderen, zorg voor ouders, noem het maar op. Ik denk dat we dit allemaal herkennen. Als zo’n periode van grote stress wat langer duurt raak je het vermogen om je te concentreren kwijt. Dan vergeet je bijvoorbeeld die bon voor te hard rijden te betalen en komt er een aanmaning, die je vervolgens ook weer weg legt. Of de rekeningen die per mail binnen komen zie je over het hoofd.
Zo kan het best snel uit de hand lopen. Het zit in de mens om kansen hoger in te schatten dan risico’s, kijk maar naar de grote aantallen deelnemers aan loterijen. Dus je hoopt dat het wel goed zal komen. Meestal slaat de schrik pas om het lijf als er incassobureaus worden ingeschakeld. Dan realiseer je je dat het uit de hand is gelopen. Gelukkig kan je op diverse plekken terecht voor hulp, niet alleen bij ons.

Het is een grote stap om te zetten, maar wel een die je op termijn weer de regie over je leven teruggeeft. En wij betuttelen niet, wij begeleiden je en ondersteunen je met hele praktische dingen zoals het maken van een budgetplan of een plan om schulden af te lossen. Wij kunnen ook bemiddelen met schuldeisers, daar zijn diverse regelingen voor die bij ons bekend zijn. En is formele schuldhulpverlening nodig, dan kunnen wij ondersteunen bij het aanleveren van alle benodigdheden daarvoor. Het is jammer dat mensen vaak te laat naar ons toe komen, dan zijn de problemen al heel groot. Maar in deze samenleving is succes, zelfredzaamheid en individualiteit de norm, dus de drempel is hoog.
Wij zien een deelnemer niet als hulpvrager, maar als een mens die hobbels ervaart. Ons streven is dat mensen weer zelfredzaam worden. Het is heel mooi om te zien hoe mensen gaandeweg het traject weer meer zelfvertrouwen krijgen en uiteindelijk de controle over dat deel van hun leven terugkrijgen.’

Humanitas Thuisadministratie helpt mensen om hun financiële administratie weer op orde te brengen en te houden. Daar zijn geen voorwaarden aan verbonden qua inkomen, leeftijd, achtergrond of levensovertuiging. Wil je meer informatie? Kijk op www.humanitas.nl/afdeling/regio-breda/activiteiten. Humanitas Thuisadminstratie is telefonisch bereikbaar op 06-53449201, voor algemene informatie kun je bellen naar 06-39358576

Heldensokken voor Amphia

Nog vóór het gratis magazine Goed Volk is verschenen, is een van de acties al begonnen. Helden van Breda werkt samen met Held op Sokken, om zoveel mogelijk ziekenhuispersoneel te voorzien van mooie, gekleurde sokken.

Zorgpersoneel is in coronatijd alleen herkenbaar aan sokken. Dat was de aanleiding voor twee verpleegkundigen om Held op sokken op te richten, die zorgmedewerkers voorziet van mooie, gekke, of kleurrijke sokken. Wat begon als een grap, is inmiddels uitgegroeid tot een beweging die vrolijkheid brengt, en vooral ook waardering.

Pepita en Els van het Spaarne Gasthuis in Haarlem zagen dagelijks de gevolgen van corona. Ze besloten zoveel mogelijk zorgverleners van vrolijke, toffe sokken te voorzien. De aanleiding was een coronapatiënt die een totaal ‘ingepakte’ verpleegster herkende aan haar sokken. Dankzij hun team zorgen opvallende sokken nu al in verschillende ziekenhuizen voor vrolijkheid, herkenning en warme voeten. En natuurlijk voor steun en waardering.

Ook in het Amphia wordt natuurlijk keihard gewerkt om alle ballen in de lucht te houden. Dat verdient meer dan een applaus. Hoe kun jij laten weten dat je de helden in het Amphia echt steunt?
Dat kan op twee manieren. Je kiest via deze link een paar sokken uit en na betaling ontvang je dan zelf ook een paar thuis. Of, nog beter, je doneert een bedrag waarmee er rechtstreeks sokken naar het Amphia gaan. Dan kunnen ze namelijk voordelig worden ingekocht en dat levert meer sokken op.

Meer weten? Kijk op www.heldopsokken.nu

Samenwerking Helden van Breda en Tientjes

Helden van Breda en Stichting Tientjes zijn een samenwerkingsverband aangegaan waarbij Tientjes vanaf nu de verkoop van Goed Volk op zich neemt. Een deel van de opbrengst – dat wat de boekhandel normaalgesproken krijgt – gaat naar Tientjes. Zij realiseren daarmee verschillende activiteiten.

Ontstaan Tientjes

In 2009 werd Tientjes bedacht door drie voedselbank- en bijstandsmoeders, die niet langer thuis op de bank wilden zitten. Eén van die mensen was Erna Smeekens, heldin uit Goed Volk.  De drie vrouwen wilden hun talenten in de wereld zetten ondanks hun lastige (financiële) situatie. Ze wilden allerlei activiteiten mogelijk maken (voor tien euro) voor mensen in een vergelijkbare situatie. Anderen sloten zich aan en iedereen hielp elkaar en maakte gebruik van elkaars talenten.

Activiteiten

Het begon met een kleine hechte groep, die opereerde vanuit een huiskamer. Al snel groeide het uit tot wat Tientjes inmiddels is: een organisatie die meedoet in de stad met als ontmoetingsplek het Rondeel, in het centrum van Breda. Mensen kunnen bij Tientjes terecht voor het doen van vrijwilligerswerk (op maat), waarbij er speciale aandacht is voor personen met een (psychische) kwetsbaarheid. De vrijwilligers organiseren nog altijd allerlei gratis of goedkope activiteiten.
Daarnaast zet Tientjes expliciet in op persoonlijke ontwikkeling door workshops en trainingen, zoals verbindende communicatie. Ook biedt ze maatschappelijke organisaties en particulieren de mogelijkheid om gebruik te maken van de verschillende zalen in het Rondeel voor activiteiten. De boekverkoop draagt eraan bij stichting Tientjes draaiende te houden.

Aanbieding

Het boek Goed Volk is nu afgeprijsd van €22,50 naar €17,50. Voor mensen met een Bredapas ziet Tientjes af van een vergoeding en is de prijs €10.
Het boek is te bestellen bij Tientjes via onze webshop of rechtstreeks via boekverkooptientjes@heldenvanbreda.nl en op te halen op het Rondeel, Kloosterlaan 14 te Breda (datum en tijdstip in overleg).

Meer info tientjesbreda.nl

Rosine Antersijn – vrijwilliger en duizendpoot

Rosine Antersijn is niet in een hokje te vangen. Ze is een vrijwilligersduizendpoot. Haar vrijwilligerswerk doet ze vanuit haar hart.

‘Ik heb dat van mijn moeder meegekregen. Die had dertien kinderen en twaalf pleegkinderen en altijd stond ze voor iedereen klaar. Ze is nu 99 jaar maar nog steeds actief, ze gaat overal heen. Niets houdt haar tegen. Dat heb ik ook. Ook ik zal kinderen altijd voorop stellen.
Als jongeren in mijn buurt het lastig hebben en een praatje willen maken, kunnen ze altijd bij me terecht. Maar ik ben wel eerlijk en direct tegen ze. Ik noem ze vaak lachend mijn ‘kinderen zonder pijn’!
Vanuit mijn liefde voor kinderen ben ik ook bij het Brakkenfestival terecht gekomen. Eerst als vrijwilliger, nu ook als bestuurslid. Ik doe dat al meer dan twintig jaar. Het is een hele klus, de week vooraf bouwen we op en na afloop ruimen we alles weer op. Ik ben er dan elke dag van zeven uur tot ongeveer half elf ’s avonds, want we praten altijd de dag nog door. Door corona kon het dit jaar helaas niet doorgaan. We willen goed voor onze vrijwilligers zorgen, dat heeft de doorslag gegeven. Die zijn goud waard tenslotte! Ik hoop dat het volgend jaar weer door kan gaan …

Ik kwam van Curaçao naar Nederland op mijn 26ste. Een aantal zussen woonde al hier, maar het was toch wel eenzaam op mijn kamertje in Den Haag. Ik heb een opleiding in de ouderenzorg gedaan en werkte met veel plezier. Toen ik wilde gaan starten met de opleiding tot verpleegkundige werd mijn oudste dochter geboren. Ze bleek het syndroom van Down te hebben en daarom ben ik gestopt met werken. Ik wilde zelf voor haar zorgen en haar alle kansen geven. Daarna kreeg ik nog een dochter, die inmiddels ook een zeer zelfstandige vrouw is.
Dat ze zo goed mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen vind ik heel belangrijk. Toen de meiden wat ouder waren, ben ik gaan werken als beheerder van diverse buurthuizen, maar ik heb er altijd vrijwilligerswerk naast gedaan. Ik heb veel geduld, ben altijd vrolijk, ik word er gewoon heel gelukkig van. En ik kijk niet naar tijd, als iemand een praatje nodig heeft dan luister ik zo lang als dat nodig is.

Nadat mijn werk als beheerder gestopt is, ben ik vrijwilligerswerk blijven doen. Ik had inmiddels een heel groot netwerk en mensen wisten me wel te vinden. Zo ben ik gevraagd voor de Denktank. Dat is een groep Bredanaars met zeer diverse achtergronden, die problemen signaleert en adviezen geeft. Ook ben ik gevraagd als jurylid voor de Jeugdhelden van Breda.
Ik vind vrouwenemancipatie heel belangrijk. Het realiseren van vrouwenhuizen blijft nog een droom van me. In één pand kinderopvang, werkplekken, begeleiding, trainingen voor vrouwen die al lang niet meer buitenshuis hebben gewerkt. Dat zou met behoud van uitkering gerund moeten worden door vrijwilligers. Voor ik mijn ogen voorgoed dichtdoe wil ik die droom realiseren!

Vrijwilligerswerk moet je doen vanuit je hart, je moet niks terugverwachten. Dan kan je er zoveel plezier aan hebben! Ik geniet als (vrijwillig) fotograaf van het Guldenbal – het ouderencarnaval, waar ik bij help. Ik heb met veel plezier bij de Buurtbemiddelaars gewerkt als vrijwilliger. Ik help mee met de Nassaudag, ook geweldig om te doen. En in de Hoge Vucht draai ik mee in het Wijkplatform, dat wijkbewoners helpt om dingen te organiseren die bijdragen aan verbinding, aan saamhorigheid. Voor veel kinderen in de buurt ben ik een ‘tante’, de mensen in mijn buurt weten dat ik voor ze klaar sta. Dan krijg je ook liefde terug.
In de Antilliaanse gemeenschap is het niet gewoon om je vuile was buiten te hangen of om hulp te vragen, daar zijn we meestal te trots voor. Maar ik ben blij met de hulp die ik van mensen om mij heen krijg, nu ik die zelf nodig heb. Want ik heb een laag inkomen en ben heel dankbaar dat de Voedselbank mij helpt. Zo kan ik blijven doen waar ik gelukkig van word!’

Win een prijs voor jouw Held

Wie gun jij een prijs? Dat is de kreet van de prijsvraag in ons magazine. Het enige wat je hoeft te doen is jouw Grote Voorbeeld aanmelden, jouw Held, of iemand die jij bewondert of wil bedanken. De prijsvraag loopt het hele jaar door en begint vanaf nu!

Je schrijft in vijftig woorden op wat degene die jij aanmeldt doet (of deed) voor jou, anderen, Breda of de toekomst. Eens per kwartaal kiest het selectieteam iemand uit die een prijs verdient. Welke prijs dat is, lees je onder aanmelden op onze website. En let op: de prijzenkast wordt tussendoor wellicht aangevuld!
Verder wordt er ook maandelijks een boek Goed Volk verloot. Bovendien krijgt de meest ontroerende inzending twee pizza’s van Domino’s Pizza: een voor jezelf en een voor de aangemelde persoon.

Deze stap maakt duidelijk dat we oog hebben voor mensen die van persoonlijk belang zijn geweest, of mensen die vooral gezien hun omstandigheden een prestatie hebben geleverd. We waarderen ze samen met onze sponsors.
En natuurlijk hopen we hierdoor meer ‘pareltjes’ van Breda te ontdekken, die thuishoren in boek, magazine, nieuwsbrief of website. Dus: invullen die aanmelding!!

Wouter Schelvis zet zich in voor toegankelijkheid

Werk, sport en hobby lopen bij Wouter nogal door elkaar. Er is één grote gemene deler: aandacht voor toegankelijkheid. Wouterstond mede aan de wieg van de inmiddels grote afdeling Aangepast sporten bij A.V. Sprint

‘Ik heb het van huis uit meegekregen, mijn moeder was een zeer sociaal voelend mens en heel actief. Zij heeft me ook geleerd om ieder mens als volwaardig te beschouwen. Omdat ik zelf enorm van sport en met name atletiek houd, vindt mijn vrijwilligerswerk vooral plaats in deze wereld. Binnen ons gezin is sport ook erg belangrijk, we geven elkaar ook de ruimte om daarin te doen wat we graag willen. Zelf houd ik erg van trailrunning: grotendeels onverhard en liefst in de bergen, over smalle paadjes. Ik gun iedereen het plezier dat je kunt halen uit sporten. Je leert je grenzen verleggen en wordt daardoor zelfverzekerder. Dat geldt voor iedereen, ook voor mensen met een handicap.

Toen Sprint in 1983 een kunststof atletiekbaan kreeg kwamen er mogelijkheden voor aangepast sporten. Samen met Thea Martens (dat is nou mijn held!) heb ik toen de afdeling Aangepast sporten opgericht. Destijds waren dat vooral rolstoelers, maar inmiddels is de afdeling heel divers en uitgebreid. Ik vind het belangrijk om daarbij de sport aan te passen aan de persoon, niet aan zijn of haar beperking. Je moet altijd naar de mens blijven kijken. Samen met Thea organiseerde ik ook de eerste Mytylscholensportdag van Midden- en West-Brabant. Daarbij betrokken we de jongste atleetjes van Sprint. Later zijn we dat gaan doen met basisschoolleerlingen. Prachtig om te zien hoe deze kinderen samen aan de slag gaan tijdens onze Special Kidsdag. Daar is niet alleen aandacht voor atletiek, maar vooral voor het samen spelen en sporten. BredaGelijk speelt hier inmiddels ook een grote rol in. Het is voor mij een van de hoogtepunten van het jaar. Helaas gaat het door corona dit jaar niet door, hopelijk is het volgend jaar weer mogelijk.

Door evenementen als de Kidsdag komen kinderen met en zonder beperking met elkaar in contact. Omdat er meer aandacht is in de media voor aangepaste sporten en zeker ook voor de toppers daarin, krijgen zij ook een voorbeeldfunctie. De Paralympics en ook de Bredase Paragames laten zien hoe hard er gewerkt wordt door deze atleten. Dit verlaagt allemaal de drempel om te gaan sporten.
Ik vind het altijd weer prachtig om te zien dat iemand die daarmee begint zichzelf ontwikkelt, zich zekerder gaat voelen, dat ontroert me gewoon iedere keer weer. Dat is wat sport kan doen. Bij Sprint is de groep Aangepast sporten, of de Specials zoals wij ze noemen, enorm gegroeid. En ook bij andere sporten zie je dat er steeds meer mogelijkheden komen. Wij hebben nu in samenwerking met Visio en Breda Actief een runningblind afdeling opgericht. Johanny Gelens, een slechtziende atlete uit Zevenbergen, is daarbij een geweldig voorbeeld. We hebben inmiddels buddy’s die mee willen lopen, de baan is geschikt, de structuur binnen de vereniging is klaar. We hopen op blinden of slechtzienden die willen gaan hardlopen.
Johanny gaat tijdens de Singelloop meedoen met de 40 van Breda, ze zal twee keeer een lus van tien kilometer lopen. Zo willen we geld inzamelen voor deze afdeling, die op 7 oktober a.s. weer van start gaat.

Ik ben van de drie H’s: hardlopen, handicap en humor. De eerste twee zijn wel duidelijk, de humor is wat veel mensen op de been houdt. Het helpt relativeren, er wordt ontzettend veel gelachen door de aangepaste sporters. Ik hoor echt grappen die ik niet durf te herhalen, zo hard! Ik houd daar wel van, al moeten problemen niet weggelachen worden. Maar het maakt heel veel wel wat dragelijker en helpt mensen om niet bij de pakken neer te zitten. Omdat ik veel omga met mensen die een beperking hebben, relativeert dat je eigen sores. Ik heb glaucoom en moet omdat ik nieuwe lenzen krijg binnenkort twee weken zonder contactlenzen door het leven. Dan ben ik even visueel beperkt en kan bijvoorbeeld niet autorijden. Maar daar zal ik echt niet over zeuren met zoveel mensen om me heen die hier dagelijks en altijd mee te maken hebben.

De houding die er vroeger was naar mensen met een beperking is gelukkig wel veranderd, al zijn we er nog lang niet. Ik herinner me dat ik flink commentaar kreeg toen ik zelf in een rolstoel de baan op ging, sommige mensen vonden dat dat echt niet kon, dat was spotten met een handicap! Nou nee dus, het is je verplaatsen in de situatie van een ander. Ik probeer dat altijd te doen, als je bijvoorbeeld een bezoek aan de stad brengt met een blinddoek voor merk je pas echt wat de obstakels zijn! Door de langzaam veranderende houding in de maatschappij zijn mensen met een beperking ook mondiger geworden, ze willen terecht voor vol worden aangezien. Geen gepamper, maar zelf het heft in handen nemen en zoveel mogelijk hun eigen leven bepalen.
Ik zet me altijd in voor toegankelijkheid. Het is belangrijk dat iedereen toegang heeft tot wat onze stad biedt, daarom ben ik ook betrokken bij Breda Gelijk. Daarin loopt Breda voorop, al is het heel jammer dat bijvoorbeeld bij de tijdelijke brug in de Belcrumhaven niet is gedacht aan mensen in een rolstoel. Het is heel goed dat mensen als Marcel Brans en Marcel van de Muysenberg luid en duidelijk aandacht vragen hiervoor. Ook zij zetten zich in voor Breda Gelijk. In het algemeen is Breda een lichtend voorbeeld, er wordt samengewerkt door burgers, onderwijsinstellingen en ondernemersorganisaties. Ik zie dat er bij de gemeente ook steeds meer mensen meedenken. In januari dit jaar, vlak voor de coronacrisis uitbrak, was ik op een beurs in Madrid. We lieten daar zien hoe toegankelijk Breda is en hoe we ook de Vuelta toegankelijk zouden maken. Daar kregen we een prijs voor, helaas is het allemaal niet doorgegaan. Jammer, want de Vuelta was een geweldige kans geweest om heel veel aandacht te krijgen voor toegankelijkheid. Wie weet volgend jaar …’

Wil jij ook aangepast sporten in of rond Breda? Kijk op www.unieksporten.nl/brabant En bij Sprint ben je als blinde of slechtziende loper, (ook beginners!) welkom bij de Running Blind afdeling, die op 7 oktober a.s. weer opstart. Mail voor informatie naar secretariaat.aas@avsprint.nl

Kees van Meel geeft creatief talent een podium

Kees van Meel is dichter en heeft enorm veel betekenis voor het culturele leven in Breda.  Door zijn vrijwillige inzet heeft al heel wat talent de kans gekregen zijn of haar werk te laten zien.

Kees heeft een enorme drang om zijn grenzen te onderzoeken, zowel in zijn poëzie als daarbuiten. ‘Ik ben een hartstochtelijk mens, vind altijd dat ik te weinig doe. Ik wil het beste uit mezelf halen, maar ook uit anderen. Daarom probeer ik kunstenaars te stimuleren om hun werk te laten zien, ook al vinden ze dat soms spannend. Want je stelt je dan wel kwetsbaar op! Ik weet uit ervaring hoe het voelt.
Toen ik in de jaren ’90 voor het eerst mijn werk voordroeg in de Grote Kerk, viel dat niet mee – er kwam nauwelijks reactie. En toch voelde het goed, want ik was gaan staan voor wat ik had gemaakt. Daarna werd de respons gelukkig beter en nu treed ik zeer regelmatig op met mijn gedichten. Het is de laatste jaren wel wat doorgeslagen in Nederland, nu wordt wel heel makkelijk geklapt. Daar hou ik niet van, je moet applaus verdienen.
Als theaterrecensent heb ik jaren geleden een recensie geschreven over theatergroep Tiuri. Daarop werd me gevraagd of ik hen wilde helpen om professioneler te worden. Dan kun je niet alles ‘leuk’ vinden, dan mag en moet je ook eisen stellen. Zo help je mensen vooruit. Dat doe ik ook in het blad Part, waarin gehandicapte kunstenaars zich presenteren. Ik neem iedereen serieus in hun werk, dat is een kwestie van respect.

Al tijdens mijn jaren als docent op de MAVO merkte ik dat leerlingen het leuk vinden als je ze de kans geeft te doen wat ze kunnen. Ik herinner me dat ik in 4 MAVO Marieke van Nimwegen voorlas, iemand zei toen: “Dat moeten we opvoeren.” En dat hebben we gedaan, de hele klas deed mee. Ieder deed iets waarin hij of zij zich goed voelde, of dat nu kaartjes verkopen was of de hoofdrol. Het was geweldig, zij voelden dat ik vertrouwen in ze had en ik zag ze groeien.
Het inspireerde mij, niet alleen voor mijn leerlingen, maar ook daarbuiten, voor collega-kunstenaars. Dus ben ik van alles gaan organiseren. Krijg ik een idee, dan zoek ik er twee andere mensen bij die iets anders kunnen dan ik. Drie is voor mij het ideale aantal, je krijgt genoeg  feedback en tegengas waar nodig, maar de lijnen blijven kort en je hoeft niet oeverloos te discussiëren. Zo zijn mooie projecten ontstaan in Salon Zuyd, de Koe, Publieke Werken en Muzipo en ook het Cultuurpodium. Ik heb inmiddels een heel groot netwerk en kan dus echt wat betekenen voor bijvoorbeeld beginnende kunstenaars. 

Voor BredaNu maak ik het radioprogramma Grensgeluiden, dat doe ik nu zo’n twintig jaar. Ik werd gevraagd als ‘gewoon mens’ om eens radio te maken. Mijn aparte, wat hese stemgeluid viel nogal in de smaak en zo groeide dit, in samenwerking met Debby Peeters. Op een gegeven ik moment ben ik alleen verder gegaan.
Ik bereid me heel goed voor, maar bepaal niet van te voren hoe een gesprek zal lopen, dat hangt helemaal af van het moment. Voor televisie maak ik inmiddels het programma Kijk in Kunst waarin kunstenaars in diverse disciplines interview, het liefst in hun werkomgeving. Ook daarin stel ik de vragen waarvan ik denk dat de kijker die wil stellen. Ik hoop hiermee ook mensen te bereiken die niet meteen van huis uit geïnteresseerd zijn in cultuur en ik krijg daar gelukkig ook regelmatig reacties van. Dat geeft veel voldoening. Voor veel mensen is het verschil tussen kunst en hobby niet duidelijk, door deze programma’s probeer ik te laten zien dat kunstenaar een beroep is, met een behoorlijke portie vakmanschap. Een kunstenaar moet in mijn ogen een visie hebben, moet kunnen uitleggen wat de essentie is van het kunstwerk. Dan maakt het niet uit welke vorm daarvoor gekozen wordt, dat kan een tekst zijn, een theaterstuk, muziek, dans of beeldende kunst.
Als ik geloof in iemand zal ik mijn uiterste best doen om hem of haar te helpen. Bijvoorbeeld tijdens het Cultuurpodium dat ik mede organiseer. Het komt regelmatig voor dat mensen onzeker zijn, bang zijn dat hun werk niet goed genoeg is. Ik probeer ze dat zetje te geven, want ik heb zelf ervaren hoeveel voldoening optreden kan geven. Er gaan heel wat uren zitten in deze activiteiten, maar in mijn ogen is het belangrijk om dit te laten zien. Nederland geeft geen moer meer om kunst, de financiële waardering is echt heel slecht. We mogen daarin best weer een beetje opgevoed worden.’

Kees is zelf inmiddels een goed gelezen dichter en wordt regelmatig uitgenodigd om uit eigen werk voor te dragen. Hij kan door van alles en nog wat geïnspireerd raken, zijn werk is gevoelsmatig maar volgens hem ook exact. Het is vertaald in het Engels, Frans, Kroatisch en Roemeens.
In Breda is hij zeker ook bekend als voormalig Stadsdichter. Om de dichtkunst te stimuleren is hij ook betrokken bij de Gedichtendag Breda en de Open Podium Poezie Prijs Breda. ‘Die naam is ontstaan uit een soort serieuze baldadigheid om drempels voor beginnende dichters te slechten. De ingezonden gedichten zijn niet zozeer beoordeeld op de kwaliteit van de poëzie  want we willen een pril begin niet frustreren. We hopen dit in de toekomst ruimer op te zetten, helaas heeft corona hier ook roet in het eten gegooid. Maar wie weet blijkt deze periode straks een grote inspiratiebron te zijn geweest. Voor mijzelf was het dat in elk geval wel, ik heb achttien coronagedichten gemaakt.‘

Meer weten over Kees van Meel? Kijk op www.keesvanmeel.nl of op www.bredanu.nl voor meer informatie over Grensgeluiden en Kijk in Kunst