Celia

‘Nooit Opgeven Altijd Doorzetten!’

Ad van den Bemt zet zich al jaren in bij NAC Breda. Hij is onder andere voorzitter van de supportersvereniging en gids bij het NAC Museum. ‘Geel-Zwart is de rode draad in mijn leven. En NOAD, het motto van de club, is mij op het lijf geschreven. Nooit Opgeven Altijd Doorzetten!’

Door: Albert Bienefelt

Wie: Ad van den Bemt (71 jaar), getrouwd met Ria, vader van Dennis en Wendy en ‘Opa NAC’ van drie kleinkinderen
Beroep: Timmerman bij Dura Vermeer. De laatste tien jaar voor zijn pensioen in 2014 was Ad bouwplaatsmedewerker en actief voor de OR en Centrale Ondernemingsraad
Vrijwilligerswerk: Bestuurslid van de supportersvereniging van NAC Breda (vanaf 1994 en sinds 2004 als voorzitter), bestuurslid, beheerder en gids van het NAC Museum (vanaf 2002) en sinds drie jaar voorzitter van de sponsorcommissie bij voetbalvereniging Unitas ’30 in Etten-Leur
Uren per week: Minimaal dertig uur per week

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Heb je even? NAC is voor heel veel mensen in Breda en omgeving en ook voor mij enorm belangrijk. Dat zie je bijvoorbeeld aan de euforie na een doelpunt en de uitbundige sfeer op de volle tribunes tijdens een avondje NAC. Je merkt het ook aan het gevoel van saamhorigheid, de band die veel supporters met elkaar hebben. Sinds mijn geboorte in de Oosterstraat, onder de rook van het oude stadion in de Beatrixstraat, is het NAC wat de klok slaat. Mijn opa en vader namen me als jong ventje al mee en vanaf 1958 heb ik een seizoenkaart. Als supporter heb ik ontelbaar veel mooie herinneringen. De bekerwinst in 1973 springt eruit. In een volle Kuip tegen NEC, waar na een half uur al het bier op was. En niet te vergeten de uitwedstrijden tegen Newcastle United en Villareal. Onvergetelijk en onbeschrijfelijk! We verloren, maar het was goud!

Mijn vrouw Ria was toen ik ze leerde kennen ook al een fervent supporter en samen hebben we heel wat wedstrijden bezocht. Ria heeft me gelukkig altijd de ruimte gegeven om me in te zetten voor de club. Daar ben ik haar ook dankbaar voor. Veel familie en vrienden zijn NAC-fan en die weten ook dat ze geen feestje moeten geven als er gevoetbald wordt. Want dan kom ik dus niet.

Vrijwilligerswerk doe je eigenlijk nooit alleen, je bent onderdeel van een ploeg, het is teamwork. Ik vind het prettig dat ik daar ook een steentje aan kan bijdragen. In mijn geval varieert dat van het vergaderen met de clubraad en overleg met de redactie van ons glossy supportersmagazine Geel-Zwart tot het organiseren van activiteiten en het uitvoeren van allerlei klusjes. En ik ben beheerder en gids van het NAC Museum. We verzorgen rondleidingen en voor leerlingen van basisscholen zetten we speurtochten met opdrachten uit. Soms neem ik jongeren die stagelopen of een taakstraf hebben onder mijn hoede. Of help ik met technische klusjes in het stadion zodat ze niet voor ieder wissewasje een dure aannemer hoeven in te schakelen. 

Na iedere thuiswedstrijd zit het supporterscafé afgeladen vol. Ik help mee met de boodschappen, zorg dat er een paar selectiespelers langs komen tijdens de verloting en help mee om alles in goede banen te leiden. Dat lukt aardig, want eigenlijk zijn er nooit ongeregeldheden.

Tijdens de coronaperiode werd een deel van de wedstrijden zonder publiek gevoetbald. Met de supportersvereniging hebben we toen de actie ‘Smoel op een stoel’ bedacht. Supporters konden een donatie doen en kregen dan hun foto op een stoeltje in het stadion. Dit was onder andere bedoeld als stille steun voor de spelers en het leverde daarnaast een mooi bedrag op voor Swim to Fight Cancer Breda.

Toen bij Ria zeven jaar geleden kanker werd geconstateerd, volgde er een periode van chemo en bestralingen. Dat was een heftige en zware tijd binnen ons gezin. We hebben geprobeerd om altijd positief te blijven en gelukkig gaat het nu weer redelijk goed met haar. De ziekte is nu stabiel. Ik merkte wel bij mezelf dat ik me steeds meer begon te storen aan de verruwing op en om het veld. Het vandalisme, de rellen, de spreekkoren. En het viel me op dat steeds vaker het ‘K-woord’ werd gebruikt. De uitwedstrijd tegen ADO Den Haag in mei was voor mij de druppel. Een paar dagen daarvoor was bij Ralf Seuntjens, de populaire goaltjesdief die enkele maanden eerder bij NAC was vertrokken om in Japan te gaan spelen, een tumor ontdekt. In het stadion was een groot spandoek opgehangen om Ralf een hart onder de riem te steken. Maar er was ook een groepje die zich misdroeg omdat ze “Kanker Den Haag” riepen. Die supporters hadden ook een deel van het stadion met deze tekst beklad. Heel confronterend, want ik denk dat iedereen wel iemand kent die kanker heeft of daaraan is overleden. Ik schaamde me kapot en besloot in actie te komen. Samen met andere supporters, waaronder Thijs Kroezen die negen keer kanker kreeg, zijn we nu druk in de weer om geld in te zamelen voor onderzoek naar kanker. Intussen zijn er al meer dan 250 NAC-supporters die op 11 september voor dit goede doel de Bredase singels induiken tijdens de tweede Swim to Fight Cancer.’

Hoe ben je erin gerold?
‘Jaren terug was ik voorzitter van een modelbouwvereniging. Dat heb ik een jaar of vijf gedaan. In die periode, rond 1994, vroeg iemand of ik bij het bestuur van de supportersvereniging wilde aansluiten. Want bij NAC is altijd wel wat te doen en daar konden ze mij wel bij gebruiken. Zo heb ik ruim twintig jaar geleden met een groep vrijwilligers het NAC Museum opgebouwd. Want de rijke geschiedenis van NAC mag natuurlijk nooit verloren gaan. Na tien jaar werd ik voorzitter. Inmiddels alweer achttien jaar dus.’

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
‘Voor mijn werk bij Dura Vermeer heb ik ruim 25 jaar vanuit Etten-Leur naar de Randstad gependeld. Van maandag tot vrijdag, altijd met een vast groepje. Als timmerman moest ik vooral met mijn handen werken. Op een gegeven moment kwam ik in de OR en later ook in de Centrale Ondernemingsraad en daar lag de nadruk meer op vergaderen.

Bij NAC werk en praat ik met de meest uiteenlopende mensen. Bouwvakkers, directeuren, verpleegsters, commissarissen, de burgemeester, klusjesmannen et cetera. Een ding hebben ze gemeen: de onvoorwaardelijke liefde voor NAC. Ik hou van organiseren en meedenken. Intussen heb ik een breed netwerk. Het is belangrijk om geduldig, tactisch en diplomatiek te zijn, ook omdat je met heel verschillende karakters te maken hebt. Maar het allerbelangrijkste is NOAD. Nooit Opgeven Altijd Doorzetten.’

Wat kost het je?
‘Er gaat behoorlijk wat tijd zitten in het vrijwilligerswerk bij NAC en Unitas ‘30, waar ik sinds een jaar of drie voorzitter van de sponsorcommissie ben. Mijn telefoon staat vaak roodgloeiend en het is soms behoorlijk aanpoten om alles geregeld te krijgen. Maar ik heb tijd, zeker nu ik gepensioneerd ben. En daarnaast, in een week zitten 168 uren, dus blijft er nog genoeg tijd voor andere zaken over.’

Wat brengt het je?
‘Mijn vrijwilligerswerk geeft me veel voldoening en ik beleef er ook een hoop plezier aan. NAC laat ook merken dat ze hun vrijwilligers waarderen. Als supporter én als vrijwilliger heb ik mooie momenten gekend. Het is leuk om bij een BVO (Betaald Voetbalorganisatie) achter de schermen bezig te zijn en op die manier verschillende mensen te leren kennen. Vorig jaar heb ik voor mijn vrijwilligerswerk een koninklijke onderscheiding ontvangen. Het was leuk om even in het zonnetje te worden gezet en ik voelde me toen best wel vereerd! Misschien is dat ook wel de mooiste ervaring…de optelsom van alle mooie momenten dankzij mijn vrijwilligerswerk.’

Welke tips heb je voor anderen?
‘Zoek vrijwilligerswerk waar je lol in hebt. Vrijwilligerswerk kost tijd, maar je kunt er veel voor terug krijgen. Probeer altijd door te zetten, ook als het eventjes tegen zit. Er zijn allerlei plekken waar ze nog handjes kunnen gebruiken. Ook bij NAC. Interesse? Kijk dan eens op nac.nl.’ 

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Ad van den Bemt in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Ken jij ook held?
Meld deze aan via onderstaande knop

Margriet geeft kinderen geluksmomenten

Margriet Oostrom-Huibers (43) bezorgt met haar stichting Happy Hippo kinderen van de voedselbank een fijne verjaardag, een goede start op school en zorgt ze voor een warm welkom in de crisisopvang. 

Wie: Margriet Oostrom-Huibers
Beroep: Pensioenadviseur (voorheen)
Vrijwilligerswerk: Voorzitter Stichting Happy Hippo
Sinds: 2012
Uren per week: Gemiddeld vijftien uur

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Ik zorg ervoor dat er verjaardagspakketten worden gemaakt voor kinderen van de Voedselbank Breda, zodat zij een leuke verjaardag kunnen vieren. Dat doe ik samen met Saskia Hardeman, Inge Stoof, Natasja van Gogh, Yotta Bourdakis en Annemieke Vissers. Ik ben reuzetrots op ons vrijwilligersteam.
We zorgen ervoor dat er dozen zijn die door basisschoolleerlingen worden beschilderd. Vaak doe ze dat in combinatie met bijvoorbeeld een sponsorloop. De spullen die erin zitten regelen we via sponsoren; de een zorgt voor pannenkoekenmeel, de ander voor stroop. En we kopen zelf dingen van sponsorgelden. De vlaggetjesslingers worden gemaakt door vrijwilligers.
Iedere twee maanden krijgen we een lijst van de voedselbank, zonder namen, met leeftijden en geslacht. Daar houden we rekening mee bij het samenstellen van de dozen. We zijn nu ook begonnen met verjaardagsdozen voor iets oudere kinderen, tot zestien jaar. Die krijgen dan ook bijvoorbeeld douchegel en een drinkfles om mee naar school te nemen.

Er gaat veel tijd zitten in het leggen en onderhouden van contacten. Natuurlijk met de voedselbank, maar ook met de scholen, sponsoren en vrijwilligers. Alles moet iedere keer wel compleet en op tijd zijn.
Ik geef ook presentaties op scholen. Daar word ik voor gevraagd. Ik doe dat in alle klassen en dat is erg leuk. In de lagere klassen willen de kinderen weten wat er in zo’n box zit, de oudere kinderen vragen hoeveel zoiets kost en hoe we dat regelen. Ik maak bij een presentatie wel eens mee dat een kind zegt dat ie ook wel eens een verjaardagspakket heeft ontvangen. Dat raakt me en doet ook wel wat met de awareness in die klas.

Naast de verjaardagspakketten zorgen we, ook via de voedselbank, voor een startpakket voor brugklassers. Een kind dat naar de brugklas gaat krijgt van school een hele lijst van spullen die moeten worden aangeschaft, van tas en schriften tot een etui met pennen en zo. Bij elkaar gaat dat snel om honderd euro en dat is niet voor iedereen op te brengen. Daarom verzorgen wij dat, ongeveer twintig pakketten per jaar.
Verder verzorgen we ook een pakket voor kinderen die in de crisisopvang voor huiselijk geweld terechtkomen. Dat gebeurt vaak opeens, ze komen op een vreemde plek, ze hebben dan niks van zichzelf en zijn ook bang. Wij zorgen dan voor een mooi nachtlampje, wat spelletjes en wat knutselspullen. En er zit een ‘zorgenvriendje’ bij, een poppetje met een rits erin waarin je je zorgen even weg kunt stoppen. De poppetjes worden gehaakt door vrijwilligers. Ook maken zij ‘troostdekentjes’; een mooi gekleurd dekentje waarvan de kinderen er zelf een mogen uitzoeken.
Naast het werk voor Happy Hippo ben ik vrijwilliger bij het Gasthuis in Etten-Leur waar ik bijvoorbeeld help bij het gezamenlijk ontbijt voor de dementerende ouderen die er wonen.

Hoe ben je erin gerold?
Toen we in 2011 terugkwamen uit Parijs, waar we een tijd hadden gewoond voor het werk van mijn man, zocht ik iets zinvols om mijn dag aan te besteden. Ik las toen een artikel over een vrouw in Zeeland, die via de voedselbank voor verjaardagspakketten zorgde. Ik heb toen contact opgenomen met de voedselbank in Breda en daar waren ze direct enthousiast. Zo ben ik met Happy Hippo begonnen. Happy Hippo is in ons gezin een uitdrukking dat het aan het einde van de dag nog best mee kan vallen. Het pakket voor de brugklassers heet Busy Bee en het welkomstpakketje voor in de crisisopvang heet Dreamy Dolphin.

Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Je moet zelfstandig kunnen werken en het is handig als je enigszins empathisch bent. Verder is netwerken heel belangrijk omdat je steeds met allerlei partijen contacten moet leggen en onderhouden. En je moet wel een beetje kunnen doorzetten. Na de zomervakantie, als alles weer begint, denk ik ook wel eens ‘Daar gaan we weer’, maar dan pak je jezelf op. En ook als er een keer iets is met je eigen kinderen komt Happy Hippo niet altijd goed uit, en ga je tóch door.
Soms is dat heel erg druk.
Toen mijn moeder in 2013 opeens erg ziek werd en kort daarop overleed, moest ik de begrafenis regelen. Tegelijkertijd moesten de pakketten ook worden geregeld, want je wilt die kinderen natuurlijk niet teleurstellen. Gelukkig is Saskia Hardeman toen bijgesprongen.

Wat kost het je?
Het kost tijd. Maar ik vind het belangrijk om iets te doen waarvan ik denk dat het zin heeft. Het kan toch niet zo zijn dat kinderen niet naar school gaan op hun verjaardag omdat ze niet kunnen trakteren en zich schamen? En het is toch belangrijk om kinderen in de crisisopvang een beetje op weg te kunnen helpen?

Wat brengt het je?
Het geeft me heel veel energie. Het is fijn om je in te zetten en het geeft mij ook structuur. En ik vind het leuk om te netwerken.
Direct contact met de kinderen die van ons iets ontvangen heb ik nooit. Dat is wel jammer, want het liefst zou ik natuurlijk zien hoe ze reageren als ze zo’n doos uitpakken. Gelukkig hoor ik van de voedselbank wel dat het zeer wordt gewaardeerd en dat de kinderen echt blij verrast zijn. Een moeder had gezegd: ‘Je had het gezicht moeten zien, zo blij!’. Dat vind ik heel mooi.
Bij een presentatie op een school vertelde ik over Dreamy Dolphin, het pakketje bij de crisisopvang. Een kindje begon te huilen en een ander kindje vertelde toen dat het bij hem thuis ook soms heel vervelend was. Allebei bleken ze met huiselijk geweld te maken te hebben. Dat is heel triest, maar ik vind het mooi dat er zo een podium was om dat te vertellen.

Welke tips heb je voor anderen?
Er is echt te weinig besef van stille armoede in Nederland. Kleine dingen die voor veel mensen vanzelfsprekend zijn, zijn voor andere mensen echt een struggle. Iedereen zou moeten proberen om een ander mens blij te maken, een fijn moment te bezorgen. Dat hoeft niet veel werk te zijn want een kleine bijdrage is ook al snel waardevol. De krant voorlezen voor mensen die dat zelf niet meer kunnen bijvoorbeeld.’

Elisah Pals laat met Zero Waste festival zien hoe leuk leven zonder afval is

Van 2 tot en met 8 juli vindt in Breda het eerste Zero Waste Week festival plaats. Hét festival dat laat zien hoe leuk leven met minder afval is. Er zijn gedurende zeven dagen meer dan dertig activiteiten te doen, waaronder workshops, excursies, lezingen, bijzondere filmvertoningen en culinaire activiteiten. Je kunt onder andere zelf shampoo maken, koning van de kringloop worden en je kunt mee op een afvalvrije picknick in het Valkenberg.
Het festival vindt plaats op zeven verschillende aansprekende locaties in de stad. En door de vele partners is het echt een gedragen festival, voor en door de stad.

Het volledige programma vindt je hier

Op zaterdag 2 juli kwam de kersverse wethouder Peter Bakker – die ook afval in zijn portefeuille heeft – de week openen, samen met Elisah Pals in haar rol als Klimaatburgemeester van Breda.

Hoogtepunten voor de rest van de week zijn:

  • de spectaculaire Dragons Den op maandag 4 juli,
  • de Spullendag op dinsdag 5 juli (inclusief bijzondere filmvertoning van de Bredase Loes Janssen) en
  • de verspillingsvrije culinaire hap&stap route op donderdag 7 juli.

Meer informatie vind je op: zerowasteweek.nl

Leerlingen Mencia maken beelden bij trieste verhaal Held Mo

Mo Omar is in 2009 gevlucht uit Somalië. Van alle nare dingen die hij daar en later heeft meegemaakt zijn geen foto’s gemaakt, zoals dat meestal zo gaat. Leerlingen van het Mencia maken nu als tekenopdracht verschillende illustraties bij zijn levensverhaal.

Tekendocent Joep Jansen heeft het voortouw genomen. Hij schreef een opdracht en begeleidt de leerlingen uit de vierde klas van het vwo. ‘Het duurde wel even voor alle leerlingen het zestig pagina’s tellende boekje hadden doorgelezen. Maar daarna gingen ze enthousiast aan de slag met de instructies. Het ligt in de bedoeling dat Mo zelf in de klas komt en verdere aanvulling geeft op zijn verhaal, een soort Sterren op het doek.’

In 2018 werd Mo uitgeroepen tot winnaar van de Bredase Vredesprijs en in 2019 werd hij ook Held van Breda. De reden dat hij deze eretitels kreeg was dat Mo ‘straatschoffies’ aanzet tot goed gedrag als mensen helpen, de wijk schoonhouden en gewoon huiswerk maken. Daarvoor zette hij met behulp van Ray Mathijssen het project Kleine Broer op. Voor Mo was dat des te bijzonderder omdat hij niet alleen als kindsoldaat aan het werk was gezet in Somalië, maar in Nederland ook nog eens te maken had gehad met huiselijk geweld. Daarbij zijn z’n papieren vervalst en werd hij formeel vier jaar ouder gemaakt. Op zijn veertiende werd hij daardoor losgelaten door Jeugdzorg, hoewel die begreep dat hij fysiek geen achttien jaar kon zijn. Mo moest toen ook financieel voor zichzelf zorgen en dat leidde bovendien tot een schuld.

Anita van der Helm zette zijn verhaal op papier. Het boekje telt ongeveer zestig pagina’s. Omdat Mo van zijn jeugd geen fotoalbum heeft, besloten ze samen zo veel mogelijk foto’s of beelden te verzamelen via vrienden en verre familie. In de praktijk bleken de vrolijke kiekjes van voetbal of een vriendenclubje niet te passen bij het beklemmende verhaal dat Mo in zijn jeugd geleefd heeft. Anita benaderde Joep Jansen, een voormalig collega van haar. Samen maakten zij van 2003 tot 2008 de schoolkrant op het Mencia, waarmee ze de schoolkrantprijs wonnen. Joep was onder de indruk van Mo en wilde graag bijdragen aan het boekje. Eerst nam hij de vormgeving voor zijn rekening, daarna bedacht hij dat getekende beelden veel beter pasten bij het droevige relaas. Op die manier betrok hij zijn leerlingen erbij. Die zijn ruim zes weken aan het illustreren gegaan en krijgen binnenkort hun eindcijfer voor deze opdracht.

Ilse Baremans is een van de leerlingen uit 4vwo die meewerkt.

Van der Helm: ‘Het ligt in de bedoeling dat we dit boekje te zijner tijd gaan uitgeven. Maar we doen dat wel op bestelling, omdat we niet de capaciteit hebben om het in de markt te zetten. Wie interesse heeft kan zich via de website opgeven. De prijs wordt bepaald aan de hand van het aantal bestellingen, maar het zijn uitsluitend kosten die worden betaald. Niemand verdient hier iets aan.’

Team Helden van Breda kan niet wachten tot het boekje klaar is. Mo: ‘Anders ik wel! We zijn nu bijna twee jaar bezig. Het kan niet anders dan dat dit iets prachtigs wordt. Ik ben iedereen die hieraan heeft meegewerkt zeer dankbaar!’

Samenwerking Maczek Memorial begint met opening fototentoonstelling

Tien helden van Breda, tien Bredase Vredesprijswinnaars en tien bevrijders van destijds hangen vanaf 19 mei samen in een fototentoonstelling in het Maczek Memorial. De samenwerking tussen de drie organisaties is daarmee een feit.

Het Maczek Memorial Breda is sinds 2020 gevestigd aan de Ettensebaan in Breda. Hun stichting wil de herinnering aan de Poolse bevrijders levend houden, maar nog weinig mensen kennen het memorial of komen er langs. De Bredase Vredesprijs was op zoek naar een geschikte locatie voor de uitreiking van de jaarlijkse prijs, als vervanging van de KMA. Die heeft de prioriteit liggen op opleiding en schrapt zo veel mogelijk nevenactiviteiten. En omdat de Bredase Vredesprijs al is verbonden met Helden van Breda, kwamen de drie partijen al snel bij elkaar.

Met de slogan ‘Helden zijn van alle tijden‘ worden er de komende maanden allerlei activiteiten georganiseerd, te beginnen met de fototentoonstelling. Die wordt op 19 mei geopend met een borrel. Daarna is de expositie tot aan de uitreiking van de Bredase Vredesprijs (eind september) open voor publiek. De reguliere toegang tot het memorial, inclusief een rondleiding, is vijf euro. We doen ons best om voor onze vrijwilligers gratis toegang te krijgen. Houd de website in de gaten voor de actuele programmering: www.heldenzijnvanalletijden.nl

Vrede, vrijheid en democratie zijn de belangrijkste waarden die de Poolse bevrijders uitdragen. De Bredase Vredesprijs wordt éen keer per jaar toegekend aan iemand die zich inzet voor het bevorderen van de vrede. Helden van Breda beschrijft dat het hele jaar door in verhalen: mensen die in armoede, eenzaamheid, in een vervuilde omgeving leven, die achterstand op de arbeidsmarkt hebben of worden gediscrimineerd, leven niet in vrede. Iedereen die zich daartegen verzet, werkt daarom aan vrede. Helden overwinnen daarbij van alles en brengen offers. Tussen de mensen die zijn uitgekozen voor de fototentoonstelling is daardoor een grote overeenkomst.
Recent blijkt opnieuw dat vrede en veiligheid nooit vanzelfsprekend zijn; het verdient blijvende aandacht. Generaal Stanislaw Maczek werd in 1892 geboren in een dorp bij Lviv, Oekraïne. Destijds hoorde dat bij het Oostenrijks-Hongaarse rijk, na de eerste wereldoorlog bij Polen en na de tweede wereldoorlog bij de voormalige Sovjet Unie. De republiek vecht nu tegen Rusland.
In 1944 waren het Maczek en zijn mannen die ons bevrijdden. Of de rollen ooit omgedraaid worden is de vraag. Maar juist in deze tijd is het essentieel om het belang van vrijheid, democratie, de rechtstaat en vrede uit te dragen. De fototentoonstelling staat daarmee midden in de actualiteit en krijgt een diepere betekenis.

Zie ook www.maczekmemorialbreda.nl

Meiden redden uit handen van mensenhandelaren

Bonnie Geus kwam als twaalfjarig meisje in aanraking met mensenhandel en misbruik. Toen Bonnie 21 was, belandde ze in een psychische crisis. Ze kreeg onder andere te maken met seksuele en criminele uitbuiting. Met veel vallen en opstaan is ze de Bonnie geworden die ze graag wil zijn. Ze gebruikt haar ervaringen nu om meisjes uit handen van loverboys te houden en sekswerkers te helpen.

Wie: Bonnie Geus (42 jaar), getrouwd met John. Samen hebben ze vier katten en een hond. In haar vrije tijd speelt Bonnie saxofoon in een blaaskapel of is ze op een golfbaan te vinden.
Beroep: als zzp’er geeft ze met haar bedrijf ‘Het Belevenishuis’ trainingen, coaching en begeleiding op cliënt-, organisatie en beleidsniveau (zie ook www.hetbelevenishuis.nl).
Vrijwilligerswerk: vrijwilliger bij Rups (een onderdeel van het IMW Breda), bestuurslid en penningmeester bij Vereniging van Ervaringsdeskundigen, trainer bij GGZ Vriendelijke Gemeente en lid klankbordgroep Seksworks. Ook zet Bonnie zich in voor inclusie en het VN-verdrag Handicap.
Uren per week: totaal gemiddeld ongeveer tien uur per week. Voor Rups in Breda is dat sinds 2021 en zo’n drie uur per week.

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘In mijn betaalde werk en mijn vrijwilligerswerk zit veel overlap. Door te putten uit allerlei persoonlijke ervaringen, hoop ik als professional én als vrijwilliger mensen te ondersteunen die in hetzelfde schuitje zijn beland als waar ik in heb gezeten.
Eén van mijn vrijwilligersbanen is bij Rups in Breda. Rups biedt gratis hulp aan sekswerkers en slachtoffers van mensenhandel. Ik ondersteun sekswerkers; meestal gebeurt dat via WhatsApp. Ik stel me voor met naam en foto en vraag hele simpele dingen, bijvoorbeeld of ze in geldnood zitten. Ze reageren omdat ik ervaringsdeskundige ben en op een laagdrempelige manier contact kan maken. Voor een hulpverlener is het vaak veel moeilijker om in contact te komen.

Als het kan helpen we bij allerlei praktische en financiële zaken. Maar we hebben het bijvoorbeeld ook over veilig werken of vragen over uit het vak stappen. Sekswerk is vaak een eenzaam beroep.
Omdat sekswerkers in de coronaperiode geen financiële steun van de overheid kregen, zijn veel sekswerkers toen behoorlijk uitgebuit. Ze moesten noodgedwongen doorwerken, maar onder druk werden nogal eens lagere bedragen door de klanten betaald.
Ook bezoek ik scholen en organiseer ik bijeenkomsten. Allerlei berichten op social media houden we in de gaten, ook om te voorkomen dat jongens of meiden in de handen van loverboys terecht komen.

Hoe ben je erin gerold?
Dat is een heel lang verhaal. Toen ik twaalf was en op de mavo zat, zei ik een keer ‘nee’ op een lift. Daarna werden deze jongens boos. Zij lieten mij onder dwang allerlei seksuele handelingen uitvoeren, maar ze pakten het slim aan. Brachten me bijvoorbeeld altijd op tijd terug, zodat het niet opviel. Ik durfde thuis niets te zeggen. Misschien mocht ik anders helemaal niks meer, niet weggaan ofzo, en ik dacht ook wel eens dat dit misschien normaal was. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat ik er iets over aan mijn ouders durfde te vertellen.

Om geld te kunnen verdienen, besloot ik om na mijn mavodiploma schilder te worden. Vier dagen per week werken, een dag naar school. Dat was een periode vol tegenslagen. Voor mijn gevoel paste ik niet meer bij leeftijdgenoten. Ik was nog aan het puberen, had ook een adoptietrauma, want ik ben geadopteerd. Met een fout vriendje, een loverboy, ging ik bovendien samenwonen toen ik achttien was. Toen ik een jaar of 24 was, kreeg ik een relatie met iemand die uit was op criminele en seksuele uitbuiting. Hij dwong me om seks met andere mannen te hebben, wat ook een vorm van mensenhandel is. Ik raakte steeds meer in de schulden omdat hij mij allerlei contracten liet ondertekenen. Op mijn eenentwintigste kreeg ik kortsluiting in mijn hoofd en kwam ik in een psychose terecht. Na een crisistraject van zeven jaar met veel medicatie bij de GGZ, kon ik dankzij hulp van mijn broers zelfstandig gaan wonen; in de schuldsanering, onder curatele, bij de Voedselbank en met veertig euro per week leefgeld.

Om wraak te nemen op alles en iedereen die mij had uitgebuit, ben ik rond de tijd dat ik klaar was bij de GGZ het sekswerk ingegaan. Maar wel met de regels van Bonnie, want nu zou ik de baas zijn. Dat was een heftige tijd, ook omdat ik schijnbaar een zware crimineel op bezoek had gekregen. Als je slachtoffer bent van seksuele uitbuiting, moet je iedere keer een knopje omzetten. Rond mijn 34e ben ik gestopt en heb ik John ontmoet.

In de periode bij de GGZ werd ik afgekeurd en kreeg ik een uitkering. Als ‘tegenprestatie’ deed ik heel veel vrijwilligerswerk, soms wel dertig uur per week. Zo gaf ik allerlei trainingen en ondersteunde ik andere vrijwilligers. Daarom vond ik dat ik eigenlijk net zo goed betaald werk kon gaan doen. Ik vroeg een reïntegratiekeuring aan bij het UWV. ‘Jij kan niet meer werken’, was na vijf minuten hun uitspraak, gebaseerd op informatie die vijftien jaar oud was. Zodoende ben ik voor mezelf begonnen. Want het liefst wil ik onafhankelijk zijn. Daarbij wil ik echt iets met mijn ervaring doen.
Via via heb ik Sanja van Rups ontmoet en heb ik besloten om me te gaan inzetten op het gebied van mensenhandel.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk/Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Omdat het in mijn werk vooral gaat om het delen van mijn ervaring, zie ik niet echt verschillen. Ik bied ondersteuning aan mensen. Soms door een spiegel voor te houden, maar vooral door een luisterend oor te hebben en begrip te tonen. Het gaat er om dat je er bent als het nodig is.

We willen laten weten dat, hoe diep iemand ook zit, er altijd wel een lichtpuntje is om naar uit te kijken en je ook op andere manieren een mooi en zinvol leven kan hebben. Dan is het fijn dat ik mijn verhaal met al die persoonlijke ellende maar wel met een happy end, aan anderen kan vertellen. En dat mijn ervaringen bijdragen om anderen hoop en ondersteuning te geven.

Ik hoop ook dat de meerwaarde van ervaringsdeskundigen steeds meer wordt gezien, want ik vind eigenlijk dat de hulp aan sekswerkers in Breda nog veel laagdrempeliger met ervaringsdeskundigen georganiseerd zou moeten worden.

Waarom onbetaald werk?
Het vrijwilligerswerk doe ik naast mijn betaalde werk. Zolang die combinatie mogelijk is en ik ook nog tijd voor John en mijn hobby’s over hou, blijf ik dat wel doen. We hebben katten en een hond, ik speel saxofoon in een blaaskapel en ik golf in een landelijke competitie.
Mijn ervaringen, hoe vervelend die ook zijn, zouden niet onbenut op de plank moeten blijven liggen. Als ik talenten en kracht bij anderen kan oprakelen en zie dat er stapjes in de goede richting worden gezet, geeft me dat veel voldoening. Zien dat iemand weer verder kan bouwen aan zijn leven, daar word ik gelukkig van.

Wat levert het op?
Het meeste vind ik leuk en het geeft me het gevoel op dat ik verschil kan maken. Helaas kom ik soms dingen tegen die me erg raken.
Zo heb ik op dit moment contact met twee jonge meiden die worden uitgebuit. Vreselijk vind ik dat, ook omdat de verhalen die zij vertellen zo herkenbaar voor me zijn. Wat erg vervelend is, is dat zij zo angstig zijn voor de politie. En de consequenties vanuit de daders zo groot is, dat zij de politie niet durven te vertrouwen. Dit is een lang en moeizaam proces voor de meiden. Daar baal ik zo van! Door uit ervaring te praten, te vertellen dat niet per se aangifte gedaan hoeft te worden en dat er nog een heel leven voor hen ligt, hou je het contact en kun je hoop geven.

Welke tips heb je voor anderen?
Ik vraag me vaak af waarom mensen zo op alles mopperen. Als iedereen zich nu eens een paar uurtjes per week zou inzetten voor een ander, dan zouden een hoop dingen veel beter gaan. Meld je aan en zet je ervaring in! Bijvoorbeeld bij het IMW Breda (www.imwbreda.nl/vrijwilligers), maar ik weet dat dit ook bij heel veel andere organisaties kan.’

Edwin Plinck als levend boek in de bieb

Eigenlijk zou Edwin op 15 mei als ‘levend boek’ zijn verhaal komen vertellen in de bibliotheek, maar door zijn eigen drukke agenda is dat een aantal maanden verschoven.

Fotograaf: MEA fotografie

Een van de mensen van de bibliotheek kreeg het in februari uitgereikte boekje over Edwin, slachtoffer toeslagenschandaal, onder ogen. Ze wilde Edwin direct boeken voor de eerste editie van de Living Library (voorheen Human Library). Je leest daar geen boeken, maar luistert naar mensen met interessante (levens-)verhalen, die je zo een twee drie zelf niet spreekt.

Edwin was gelijk enthousiast. ‘Het geeft de mogelijkheid om te vertellen over de toeslagenaffaire. Ik kreeg alleen op die korte termijn mijn eigen planning niet rond. Vandaar dat het nog even duurt.’ Dat Edwin eerder over zijn tegenslagen praat dan over zijn heldendaden, past bij echte helden. Maar waar hij ook over spreekt, zijn positieve en hulpvaardige inslag klinkt overal in door.

We houden jullie op de hoogte wanneer de Living Library met Edwin Plinck plaatsvindt. Je kunt in een zo’n sessie ook zelf vragen stellen.

Klik hier voor meer info over de levende bieb

Download hier het verhaal van Edwin Plinck, die anderen steunt ondanks zijn eigen toeslagenellende.

Renske Leijten ontvangt heldenverhaal Edwin Plinck

Op zaterdag 19 februari is in De Drie Linden in Prinsenbeek de papieren versie van het heldenverhaal over Edwin Plinck – slachtoffer toeslagenschandaal – uitgereikt aan Renske Leijten. Naast hen waren er twee andere sprekers.

In december verscheen Edwin in BredaVandaag als Held van de Maand. Vanaf dat moment is de uitgebreide versie op deze website te downloaden. De papieren variant bestaat naast het magazine uit 2020 en het boek ‘Goed Volk’ uit 2018.

Fotograaf: Maartje Verheijen

Edwin is aangemeld door Renske Leijten en Inge Verdaasdonk, die allebei veel informatie hebben over dit schandaal. Daardoor kennen ze veel slachtoffers. Nadat het verhaal digitaal was verschenen, heeft de SP de papieren versie gesponsord.

Dat de uitreiking geen politiek karakter had, bleek wel uit het feit dat burgemeester Paul Depla als eerste spreker aanwezig was. Hij vond het belangrijk dat overheid en ambtenaren niet alleen naar de regels kijken, maar zeker ook naar het doel erachter.

Anita van der Helm vertelde dat wat Edwin overkomen was, bij écht iedereen kan gebeuren. Edwin kiest er vervolgens voor om toch voor anderen klaar te staan. Daardoor maakt hij de wereld rechtvaardiger. En dat is wat mensen als je ze diep in hun hart kijkt allemaal willen. In het miniboekje staat hoe je dat kunt doen.

Edwin zelf was de derde spreker. Hij bedankte vooral zijn ouders, schoonouders en vriendin. Paul Depla kreeg van hem een doos vol delicatessen als symbolisch gebaar, omdat de gemeente Breda veel voor de slachtoffers toeslagenaffaire doet. Ook Renske en Anita kregen zo’n pakket.

Renske Leijten tenslotte vertelde over de geschiedenis van het toeslagenschandaal. Ze riep verder op om vooral te gaan stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen, op welke partij ook. Want mensen uit achterstandswijken stemmen te weinig en daardoor krijgen de mensen uit betere buurten het voor het zeggen. Iets als een toeslagenschandaal kan zich dan veel sneller herhalen. Ze vroeg Helden Van Breda mee te doen aan deze oproep om te gaan stemmen, juist omdat Helden van Breda ambassadeurs heeft bij alle partijen. Want Helden zijn van iedereen.

Het e-book kunt hier downloaden.

Marianne Stroot – vrijwilligster bij Zonnebloem

Marianne Stroot is vrijwilligster bij De Zonneberg, afdeling Zandberg. Aandacht voor haar vrijwilligerswerk laat Marianne het allerliefst aan zich voorbijgaan. ‘Er zijn zo veel andere mensen die mooie dingen doen. Op de voorgrond, da’s echt helemaal niks voor mij.’

Wie: Marianne Stroot (74 jaar), weduwe van Piet Stroot, die in 1990 is overleden
Beroep: Medewerkster Personeel en Organisatie bij Avans Hogeschool tot haar pensioen in 2006 en daarvoor bij Energie- en Waterbedrijf Breda (later PNEM)
Vrijwilligerswerk: Sinds 2007 vrijwilligster en bestuurslid bij De Zonnebloem afdeling Zandberg in Breda en vanaf 2016 Mentor bij Mentorschap West-Brabant
Uren per week: gemiddeld twee à drie dagdelen

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Luisteren, regelen, maar vooral er zijn. Als lid van het vrijwilligersteam heb ik de rol van bezoekster, chauffeur en gastvrouw bij de afdeling Zandberg van De Zonnebloem en bezoek ik een aantal mensen in Breda voor een praatje en een kopje koffie of thee. We hebben een warme club vrijwilligers en onze gasten zijn voornamelijk oudere mensen. De vrijwilligers bezoeken wijkbewoners die door ouderdom of een handicap aan huis gebonden zijn. Ikzelf heb een paar vaste adressen waar ik enkele keren per maand een bezoekje afleg, maar er is ook een gast waarbij ik inmiddels een of twee keer per week kom. Zij is echt mijn maatje geworden. Tijdens haar operaties en verhuizing heb ik veel voor haar kunnen betekenen. Ik moedigde haar aan, vergezelde haar als ze naar specialisten ging voor onderzoeken en uitslagen, verzorgde haar post, was als eerste bij haar na de operaties en lichtte haar familie en kennissen in over de voortgang. Zij kon niet meer terug naar haar woning (driehoog zonder lift). Gelukkig kwam er toen heel snel een flatje met lift vrij, zodat we een schilder en een verhuizer konden regelen en aan de slag konden gaan met de inrichting.

Elke eerste vrijdag van de maand is er een dienst in het gemeenschapshuis en na afloop drinken we een bakje koffie. Tijdens de coronaperiode hebben we regelmatig een verrassinkje verzorgd en bezorgd. Al wandelend ging ik dan met het presentje bij iemand langs. Vaak gaf ik het af aan de voordeur of mocht ik even binnenkomen (met mondkapje natuurlijk). Hun glimlach en dankbaarheid … onbetaalbaar!

Ik verzorg ook de gasten- en vrijwilligerslijsten en af en toe wat uitnodigingen, dus een klein deel van de administratie. Ik heb jarenlang kantoorwerk gedaan en die ervaring komt hier nu goed van pas.

Ieder jaar zijn we ook met een deel van onze Zonnebloemgasten aanwezig bij het ZiekenTriduüm in de Sacramentskerk. Helaas is het vanwege corona tijdelijk niet doorgegaan.
Het is een jaarlijks evenement voor ouderen. Drie dagen kunnen ze genieten van kerkdiensten, zang en voorstellingen, alles georganiseerd en verzorgd door vrijwilligers. Wij halen en brengen onze Zonnebloemgasten en vangen ze tussen de middag op in de gemeenschapsruimte achter de kerk. Daar krijgen ze een lunch aangeboden in een gezellig aangeklede ruimte. Het is erg intensief, maar zó geweldig om te doen!

Verder ben ik actief bij Mentorschap West-Brabant. Als mentor ben je de wettelijk vertegenwoordiger en belangenbehartiger van iemand die niet (volledig) in staat is om beslissingen te nemen. Eens per week bezoek ik mijn cliënt, die 97 jaar is. Hij is alleen en voelt zich eenzaam, maar hij wil per se thuis blijven wonen. Het zorgteam van Thebe en ik zoeken de juiste ondersteuning, verzorging en eventueel verpleging en hulp voor hem. Een bewindvoerder zorgt voor zijn financiële zaken. Hij heeft geen familieleden of naasten waarop hij kan terugvallen. Soms is het een heel geregel, maar met onze inspanning lukt het hem om zo lang mogelijk op zichzelf te blijven wonen. Ik ben blij dat ik daar een steentje aan kan bijdragen.

Hoe ben je erin gerold?
Iets voor een ander kunnen betekenen heb ik altijd erg belangrijk gevonden. Op een gegeven moment ging ik op zoek naar flexibel vrijwilligerswerk. Iets waarbij ik zelf mijn tijd kon indelen, want dat vind ik heel belangrijk. Tijdens die zoektocht kwam ik na een telefoontje met De Zonnebloem in onze regio terecht bij de afdeling Zandberg. Hun werk sprak me aan vijftien jaar geleden en het bevalt me nog steeds prima!

Toen ik mantelzorger voor mijn partner Jos was, kregen we steun van de wijkverpleging, team Buurtzorg. Hij kreeg persoonlijke verzorging en daarnaast werden ook mentale en praktische zaken met hem doorgesproken. Ook is er bijna een jaar lang een vrijwilligster van STIB een dagdeel per week langsgekomen om met Jos een praatje te maken of, als alles was gezegd, samen rustig een boek te lezen. In die tijd kon ik dan boodschappen doen of even tijd voor mezelf nemen.
Na Jos’ overlijden viel ik in een gat. De eerste maanden waren erg eenzaam. Je hoeft niks meer en alles lijkt doelloos, zelfs eten klaarmaken. Toen kwam ik op internet de vraag naar mentoren tegen. Een coördinator van het Mentorschap West-Brabant vroeg me of ik het mentorschap aandurfde. Ik kreeg een cliënt toegewezen en ik volgde de basiscursus met erg interessante onderwerpen. Op deze manier kan ik echt iets voor iemand betekenen.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk/Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Ik kan zelf mijn tijd indelen waardoor deze taak niet als verplichting voelt. Ik heb ook nog genoeg andere dingen te doen zoals mijn dochters, hun aanhang en de kleinkinderen zien. Verder wandel en fiets ik veel en ga ik graag op vakantie. Ik vind het leuk om televisie te kijken, met name naar praatprogramma’s als Beau en Jinek en verschillende series zoals Flikken Maastricht.

Laat anderen maar praten, ik ben meer een luisteraar en voel vaak goed aan wat er in de ander omgaat. Daar ga ik vervolgens mee aan de slag.

Wat kost het je/waarom onbetaald werk?
Iets voor iemand anders doen, voelt voor mij absoluut niet als werk. Sommige weken zijn wat drukker dan andere, maar zolang mijn hoofd niet overloopt blijf ik dit doen. Mijn dochters zijn allang de deur uit en oppassen is ook niet meer nodig. Vrijwilligerswerk kost tijd, maar dat heb ik gelukkig voldoende. Dat ik er niet voor betaald wordt, speelt geen enkele rol. Want daar was het me niet om te doen.

Wat brengt het je/Wat is je leukste ervaring?
Het vrijwilligerswerk bij De Zonnebloem en het Mentorschap West-Brabant levert me veel op. Het geeft me vooral voldoening. Dat er zoveel eenzaamheid is in Nederland vind ik echt verschrikkelijk! De dankbaarheid die ik tijdens mijn bezoekjes merk bij “mijn mensen” is voor mij goud. Absoluut!

Ik maak iedere keer opnieuw mooie dingen mee. Soms zijn ze klein of grappig, een andere keer indrukwekkend en moeilijk te beschrijven. Zo bezocht ik een 102-jarige, die elke week een hostie kreeg toegediend. Er werd dan in de kast een altaartje gemaakt met de benodigde spulletjes. Of bij een andere gast, 92 jaar en vol humor. Ze wilde in haar voortuin een bordje plaatsen: “Vriend gezocht”. Wat heb ik toen gelachen!

Wat heel veel indruk op me heeft gemaakt waren de laatste bezoekjes aan mijn eerste cliënt van het mentorschap. Deze mevrouw had door allerlei oorzaken een hele moeilijke jeugd en een zwaar leven gehad. Toch kon ze met veel humor over allerlei onderwerpen praten. Ik had haar vaak bezocht en ik had intussen ook een band met haar opgebouwd. Op haar sterfbed, ze was helemaal verkrampt, gaf ze aan dat ze toch wel tevreden was met haar leven. We hebben toen nog kunnen regelen dat een oude pastoor van 93, die in hetzelfde verpleeghuis woonde, haar de Ziekenzalving kon geven. Je zag aan haar dat dit haar rust bracht. Kort daarna is ze overleden. Haar werd met veel respect uitgeleide gedaan door een haag van enkele medewerkers van Vredenbergh. Dit was zo mooi en indrukwekkend!

Welke tips heb je voor anderen?
Vrijwilligerswerk is er in allerlei soorten en maten en kan gelukkig voor een heel groot deel ook achter de schermen. Dat vind ik persoonlijk heel belangrijk. Probeer eens te ontdekken hoe leuk vrijwilligerswerk kan zijn, ga op onderzoek uit! Dat kan bijvoorbeeld bij De Zonnebloem of Mentorschap West-Brabant, maar ook op heel veel andere plekken.’

Aad van Diemen, natuurgids bij IVN Mark en Donge

FOTO: Eric Linssen

Aad van Diemen (74) is al vanaf zijn studententijd natuurgids bij het Instituut voor Natuureducatie (IVN). Inmiddels zijn daar zoveel aanverwante functies bijgekomen dat hij daar 30 uur per week mee bezig is. Zijn kinderen en kleinkinderen wonen in Groningen.

Wie: Aad van Diemen (74)
Beroep: sinds 11 jaar met VUT, voorheen beleidsmedewerker sociale zaken bij de gemeente Rotterdam
Vrijwilligerswerk: begon halverwege de jaren ’80 als natuurgids bij IVN Mark en Donge.
Sinds: halverwege de jaren ’80
Uren per week: aanvankelijk een halve dag in de week, momenteel 30 uur per week.

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Ik was altijd al geïnteresseerd in de natuur, was vogelaar en daardoor ook geïnteresseerd in planten, want daar vliegen die beestjes toch naartoe. Maar ik wist er te weinig van en zo kwam ik terecht bij een opleiding als natuurgids. Die duurt twee jaar.

Daarna neem je mensen mee op stap, vaak op zondagmiddag.  We hebben ongeveer vijftig gidsen en vijftig wandelingen uitstaan. Die wandelingen zijn educatief. In de herfst vertel je over herfstverschijnselen, in de lente over wat er dan te zien is. Ik weet niet waarom precies maar ik ben zelf enthousiast. Ik articuleer goed, ben op de juiste momenten stil, observeer mijn publiek. Als ze afhaken, pak ik dat op. Je moet nooit sneller gaan dan de langzaamste. Zijn er kinderen bij, dan gaat het altijd goed. De volwassenen staan er vervolgens ontspannen bij en nemen alles goed in zich op.

Ik ben nog altijd natuurgids en ben bovendien nu bestuurslid bij het IVN. Bestuurswerk doe ik ook bij natuurplein ‘De Baronie’, een samenwerkingsverband van een zevental groene organisaties van de Baronie (bijvoorbeeld de West-Brabantse Vogelwerkgroep en natuur- en landschapsvereniging Gilze Rijen).

Één dag per week werk ik bij het Natuurmuseum Brabant (in Tilburg) als conservator bijen en wespen. Er zijn ongeveer 360 soorten bijen en ook 360 soorten wespen. We zijn bezig alle vondsten vanuit het verleden in te voeren; er liggen nog duizenden vondsten te wachten.
Bijen en wespen worden als ze dood zijn op een speld geprikt. Om ze in een database te stoppen, moet de juiste naam, vindplaats en datum worden vermeld. Daarna kan die database landelijk, en via die stap ook Europees en wereldwijd worden geraadpleegd. Zo kunnen we bijvoorbeeld constateren of soorten toe- of afnemen.

Verder zit ik in een insectenwerkgroep. Op de vliegbasis Gilze Rijen was er nooit onderzoek gedaan, om begrijpelijke redenen. Ik heb er vijftien jaar rondgelopen om te inventariseren. Voor de begraafplaats Zuylen heb ik ook onderzoek gedaan. Er werden bloemen gezaaid tussen de graven. Of er ook bijen op afkwamen, vroeg directeur Roel Stapper zich af. Wij hebben dat onderzocht. Het hielp. Alleen de nabestaanden begonnen te klagen over de bijen, dus stopte dat. Als lid van de insectenwerkgroep doe ik in elk geval onderzoek, iets dat verwant is aan mijn opleiding als (sociaal) wetenschappelijk onderzoeker.

Als lid van de plantenwerkgroep inventariseren we de ‘kilometerhokken’. Heel Nederland is ingedeeld in kilometerhokken, een bestaande indeling door Floron, Floristisch Onderzoek Nederland. Iedere tien jaar worden al deze kilometerhokken nagelopen op welke planten zich erin bevinden. In de steden heb je veel meer planten, wel tot vijfhonderd verschillende soorten per vierkante kilometer.

Tenslotte ben ik nog eindredacteur van www.stadsplanten.nl. Ik schrijf en maak foto’s voor de site. Het is de opvolger van stadsplanten Breda, daar is een boekje over verschenen. Recent kwam daar een landelijke opvolger van: Stoepplanten (in samenwerking met de Hortus Botanicus in Leiden).
Iedere week wordt er op website Stadsplanten.nl een stukje geplaats door een van de twaalf schrijvers. Zij bepalen zelf waar ze over schrijven, iedere week een andere plant. Ik maan ze aan om de deadline te halen en kijk de teksten na.

Hoe ben je erin gerold?
Ik was klaar met mijn natuurgidsenopleiding, dat was vooral gericht op het educatieve aspect. Veldkennis kwam minder aan bod. Bij Wolfslaar was er in de tachtiger jaren een natuurtuin, dat moest nog ontwikkeld worden. Ik wilde wel eens weten wat daar allemaal speelde. Ik kocht veel boekjes om me in te lezen. Met name de insecten waren onderbelicht, terwijl dat 90 % van de biodiversiteit is. Via Loek Vingerhoeds, een biologiedocent die daar ook rondliep, ben ik in de bijen gerold. Hij was bereid om mij op te leiden.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
Het verschilt qua thematiek. Ik had te maken met mensen in sociale verbanden, organisaties enzo. Dit gaat over natuur, over leven dat zijn eigen gang gaat. Het heeft wel te maken met onderzoek, daarvoor was ik natuurlijk opgeleid. Je moet nieuwsgierig zijn, willen weten hoe dingen in elkaar zitten.

Maar het gaat niet alleen om de statistiek; ik wil ook dingen overbrengen, met name de schoonheid van de natuur. Ik wil mensen de waarde van de natuur laten ervaren. Misschien gaan ze dan anders kijken. Ik hoop natuurlijk dat de achteruitgang van ons milieu stopt.

Wat kost het je?
Het helpt dat mijn partner bijna net zo geïnteresseerd is als ik. Ze is ook natuurgids. We inventariseren samen terreinen. Zij de vlinders, ik de bijen. Zo conflicteert het niet en hebben we leuke dagen samen.

Wat me soms wel tegenstaat is het bestuurlijke werk. Natuurplein bestaat uit allerlei beleidsnota’s, de ene nog saaier dan de andere. Je krijgt te maken met bezwaarschriften waarop je moet reageren, alles in onbegrijpelijke, ambtelijke taal. Dat is wel eens zwaar. Je hebt dan van tijd tot tijd een succesje nodig, zoals een geplande varkensfokkerij aan de grens tegenhouden. Want die varkensfokkerijen stoten enorm veel CO2 uit. Als dat bij een kwetsbaar gebied gebeurt, is het een succes als dat kan worden tegengehouden.

Wat brengt het je en wat is je leukste ervaring?
Ik help mee de achteruitgang tegen te houden. Het is maar de vraag of dat lukt. Wat we in elk geval willen is dat er enclaves komen, waarin soorten kunnen overleven. De boel staat onder druk door CO2-uitstoot, herbiciden, pesticiden, maar ook door verkeer en recreanten.

De leukste ervaring was in de plantenwerkgroep. In Nederland hebben we maar een paar duizend wilde plantensoorten. Die staan allemaal in Heukels, de plantenbijbel zeg maar. Het inventariseren lukte me steeds beter. Op enig moment besefte ik dat ik iedere plant in Nederland kon benoemen. Het voelde alsof ik me daarmee alle flora in Nederland kende, alsof ik geslaagd was voor een examen. Maar dat was zelfopgelegd. Het was een diep, euforisch gevoel, dat ik zoiets onder de knie had gekregen. Ik hoorde vanaf dat moment bij de ‘kenners’.

Welke tips heb je voor anderen?
Als natuurbeschermer en -liefhebber is mijn tip: begin met te kijken dichtbij huis. Wat helpt is letten op de kleine dingen. Dus bekijk de dingen eens onder een vergrootglas. Dan zie je bijvoorbeeld dat stampers en meeldraden in bloemen enorm complex in elkaar zitten. Kleine beestjes zijn zeer gedetailleerd vormgegeven. Bij bijen zie je het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes.

Je ziet een ingenieuze wereld, net zo compleet als onze eigen wereld, maar vele malen ouder dan de onze. Insecten zijn negentig of honderd miljoen jaar terug ontstaan. Wij zijn daaruit ontstaan. Ze zullen ons waarschijnlijk overleven.

Als je dat beseft, komt je eigen bestaan in een heel ander perspectief te staan. Het relativeert enerzijds ons belang; anderzijds zijn we er onderdeel van. Wij zijn geen eindproduct, iets dat wij vaak denken, maar staan in een reeks. Waar halen we dat idee eigenlijk vandaan dat we eindpunt zijn? Goed kijken naar de natuur levert ons veel meer op dan alleen kennis. Met zo’n filosofische blik kunnen we samen de achteruitgang van de natuur stoppen.’