Ed Fortuin, bijna-vergeten held van de Galderse Meren

Ed Fortuin is een bijna-vergeten Held. Hij zorgde er in de jaren ’70 onder andere voor dat het (naakt)strand aan de Galderse Meren ontstond. Ed is overleden op 7 juli jl. Hij heeft het uitroepen tot Held van Breda nog in volle bewustzijn meegemaakt.

Door Martha IJzerman.  Foto: Ad van Beckhoven

Wie: Eduard Fortuin
Beroep: Eigenaar en instructeur surfschool Little Feet, portier bij de suikerfabriek te Breda, jaren 70/80
Vrijwilligerswerk: Toezichthouder Galderse Meren, Initiatiefnemer Naaktstrand
Wanneer: 1976-1986
Uren per week: Wisselend

Wanneer deed je dit vrijwilligerswerk en hoe rolde je erin?
‘Begin jaren ‘70 ontstonden door de zandwinning voor de snelweg van Breda naar Antwerpen de huidige Galderse Meren. De met helder water gevulde afgravingen trokken al snel de aandacht van nieuwsgierige voorbijgangers. In korte tijd raakte het gebied bekend. Honderden mensen vonden op warme dagen hun weg naar dit aantrekkelijke oord.

‘In 1976 was er een snikhete zomer. Het duurde niet lang voordat mijn vrouw en ik er bleven kamperen en er ons potje kookten. Omdat het zo goed beviel besloten we er enkele maanden te blijven in een zelf gefabriceerd onderkomen. Vaak werd er tot diep in de nacht gefeest. Omstreeks 1977 behaalde ik mijn surfbrevet en in 1979 opende ik mijn eigen surfschool Little Feet, met een knipoog vernoemd naar mijn vrouw, Adriënne, bijgenaamd Zjietje, Voeten. Little verwees naar haar kleine postuur en Feet was de Engelse vertaling van haar achternaam. Tot mijn grote verdriet overleed Zjietje in 1986. Deze droevige gebeurtenis maakte een einde aan mijn inzet voor de Galderse Meren. Ik moest me vanaf die tijd richten op de opvoeding van mijn zoon Quinten.

Waaruit bestond je Vrijwilligerswerk?
Door de nachtelijke feesten en de vele bezoekers overdag dreigde het terrein te vervuilen. De mensen maakten er een puinhoop van. Bovendien werden er autowrakken, schroot en ander afval gedumpt. Ik realiseerde me dat er iets moest gebeuren om het gebied niet verloren te laten gaan als recreatieplek. Er moest duidelijkheid komen over de bestemming van het gebied en om te beginnen moest de rommel worden opgeruimd. We regelden containers voor het afval en lieten deze met toestemming van de ouders beschilderen door kinderen, die dat erg leuk vonden. Zo werd er op een speelse manier aandacht op gevestigd. Verder motiveerde ik de bezoekers om zoveel mogelijk hun troep op te ruimen, zodat dit geen aanleiding voor de plaatselijke overheden zou zijn om ons te verjagen.
In het water lagen een aantal autowrakken die een gevaar vormden voor de zwemmers. Naar aanleiding van een tragisch ongeval, waarbij een jonge jongen tijdens het duiken zijn nek brak en overleed, lieten we de wrakken met spoed verwijderen. Dat deden we via eigen contacten, waaronder een groep commando’s, en met eigen middelen. Wachten op adequaat handelen van de gemeenten duurde te lang. Gesteund door mederecreanten, voerden we met succes actie tegen de levensgevaarlijke rondvarende speedboten. Al met al was het resultaat dat de Galderse Meren in korte tijd een prettig en veilig recreatiegebied werd.

De officiële erkenning van het naaktstrand is een ander verhaal. Aan de noordoostelijke hoek van de oudste grote plas was er min of meer spontaan een strand voor naturisten ontstaan. Dit gedeelte van de plassen was het meest aan het oog onttrokken. Eerst was naturisme hier verboden en werden er boetes uitgedeeld, later werd het gedoogd. Ik wilde dat het naaktstrand officieel erkend zou worden. Met dit idee waren velen het eens en ook toenmalig PvdA raadslid Rein Welschen (later burgemeester van Eindhoven red.) stond achter mij. Na lang procederen en een aantal keren in hoger beroep te zijn gegaan is het vanaf 1979 tot op heden wettelijk toegestaan om op deze plek naakt te recreëren.

Welke eigenschappen had je ervoor nodig?
Om actie te voeren heb je een flinke dosis strijdlust en gezond verstand nodig. Verder was ik zeer gemotiveerd en gedreven om de Galderse Meren niet te laten verpauperen. Het is een unieke plek. Het water heeft een vrij hoge zuurtegraad waardoor er geen algen- of plantengroei mogelijk is en er ook geen vissen kunnen leven. Het water blijft helder en is haast tropisch blauw.

Naturisme lag me ook na aan het hart. Mijn motivatie gaf me de kracht en de energie om me voor de volle 100% in te zetten. Het ligt niet in mijn aard om snel op te geven en. Ik ben nogal een doordouwer als ik ergens in geloof.

Wat kostte het je/Waarom onbetaald werk?
Het heeft vooral veel tijd en inspanning gekost om te vechten tegen de onwil en onbekwaamheid van de betreffende ambtenaren en de bureaucratie van de drie gemeenten, Rijsbergen, Breda en Nieuw Ginneken, die zeggenschap over het gebied hadden. Ze vertoonden weinig bereidheid om mee te denken. Het idee van de gemeente Rijsbergen om er een afvalstort van te maken was gelukkig als eerste van de baan. Al snel kon men niet om de vele bezoekers heen. Dat mijn werk niet werd betaald maakte me niet zoveel uit. De passie, het plezier en de innerlijke motivatie waren groot. Ik verdiende mijn geld met mijn surfschool en de bewaakte opslag van surfplanken. In de winter was ik portier bij de suikerfabriek.

Wat bracht het je en wat was je leukste ervaring?
Ik kijk met veel plezier terug op de nachtelijke feesten en de maanden die ik er met mijn gezin bivakkeerde.

De periode die ik samen met mijn vrouw en mijn zoon bij de Galderse Meren doorbracht en het voor elkaar krijgen van de officiële erkenning van het naaktstrand zijn hoogtepunten van mijn leven.’

Welke tips heb je voor anderen?
Je passie volgen. Je niet tegen laten houden door regels en de overheid. Er is maar één weg en dat is je eigen weg. Als je die weg niet volgt dan doe je het verkeerd.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de
schijnwerpers die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Eduard in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Angela Bison helpt verslaafden in Breda

Angela Bison lijkt op het eerste gezicht misschien geen held, gezien haar vroegere drugsverslaving. Maar ze zet zich nu niet alleen structureel in, ze heeft eerst ook heel wat moeten overwinnen. Vooral herstellen van schade vroeg moed en doorzettingsvermogen. 

Wie: Angela Bison 
Vrijwilligerswerk: 
Coördineert zelfhulpgroepen voor verslaafden in Breda 
Sinds: 2012 
Uren per week: 6 uur 

Wat houdt je vrijwilligerswerk precies in? 
‘Als herstellende verslaafde help ik mee met het organiseren van zelfhulpbijeenkomsten voor verslaafden en zorg ik ervoor dat die blijven draaien. Bij die zelfhulpgroepen ben ik een mede lotgenoot, gewoon één van de groep. Ik probeer een voorbeeld te zijn en te delen vanuit eigen ervaring. Ook ben ik het eerste aanspreekpunt van mensen uit ontwenningsklinieken. Ik regel dat de mensen bij elkaar kunnen komen, zorg dat er geen klachten komen en dat er een penningmeester is. Ook hou ik de website bij. Al die dingen doe ik niet allemaal zelf, ik zet ook veel uit aan andere mensen in de groepen. Nu, met corona, is het een heel gedoe om ervoor te zorgen dat de groepen door kunnen gaan.

Ook zijn de groepen nu noodgedwongen kleiner. Terwijl er eerst vijftig mensen in een groep konden zijn dat er nu nog maar twintig.Voor een aantal groepen ben ik ook contactpersoon en 24/7 bereikbaar. In de praktijk valt het wel mee met het bellen, omdat verslaafden nu eenmaal niet graag om hulp vragen. 

Hoe ben je erin gerold? 
Vanaf mijn 15e tot mijn 31e was ik zelf verslaafd aan drugs en alcohol. Ik groeide op in een dorp bij Rotterdam, in een gewoon gezin. Thuis werd er niet gerookt of gedronken. Toen ik een jaar of tien, elf was ging mijn vader een tijdje apart wonen. Ik kon daar heel moeilijk mee omgaan. Mijn moeder was duidelijk erg verdrietig in die periode, maar emoties werden niet geuit. Ik hing steeds meer op het schoolplein en begon te roken en zo nu en dan alcohol te drinken. Dat verdoofde mijn nare gevoel. Als we naar de soos gingen deelden we samen een fles bessenjenever, en later kwamen daar de Bacardi Breezers en wodka bij. Mijn vriendinnen konden zich op tijd weer op school richten, maar ik kon geen maat houden. Op school ging het daardoor slechter. Van havo/vwo kwam ik op de mavo terecht. Toen ik 15 was had ik een paar keer geblowd. Ik zat in de gabber scene, waar drugs niet alleen gewoon, maar ook stoer waren. Op een gegeven moment probeerde ik ook een lijntje speed van een cd’tje dat rondging en ik nam ook paddo’s en pilletjes. Rond m’n 20e voelde ik me steeds slechter en werkten die middelen niet meer. Ik probeerde cocaïne en ik dat voelde direct als de oplossing. Op de een of andere manier lukte het mij wel om ondertussen via volwassenenonderwijs eerst mijn havo- en daarna mijn vwo-diploma te halen. De eerste studies die ik begon maakte ik niet af omdat mijn verslaving toen al heel krachtig aanwezig was. Eerst kon ik van mijn bijbaantjes de cocaïne betalen, maar op een gegeven moment stal ik daarvoor geld, van mijn ouders en uit de supermarkt waar ik werkte.

Ik kwam bij de NHTV terecht en was ook in contact met de hulpverlening. Gebruiken deed ik nog steeds, maar wel minder. Toch zag ik het belang van een toekomst en wist ik de NHTV-opleiding in drie jaar tijd af te maken. Toen ik een relatie kreeg met een man in het criminele circuit, ging het grondig mis. Ik hoefde niet te betalen voor de cocaïne en ging steeds meer gebruiken. Ik voelde heel goed dat ik mentaal en fysiek snel achteruitging, maar ik snoof dat gevoel weg. Zelf was ik toen ook crimineel actief. Ondertussen kwam ik wel thuis bij mijn moeder op verjaardagen en zo. Ik bleef nooit lang omdat ik daar veel te onrustig voor was. Zij zag wel dat het niet goed ging en weet dat aan de mensen met wie ik omging. Een van mijn zussen had wel door dat het ook met mijzelf echt mis was, maar ik liet haar niet tot mij doordringen. Ik wilde het verslaafde leven niet, maar durfde het alternatief nog veel minder aan. In die periode had ik me er al bij neergelegd dat ik er nooit meer van af zou komen.

Omdat ik toch voelde dat ik weg moest uit het milieu waar ik zat probeerde ik een nieuw begin in Costa Rica. Daar was ik voor een stage van de NHTV geweest en ik vond het daar geweldig. Ik werd verliefd en kreeg een relatie. Maar Midden-Amerika is geen goede plek om van je verslaving af te komen, en de relatie die ik had hielp daar ook niet bij. Na een jaar was ik terug in Nederland, teleurgesteld, midden in de financiële crisis, en nog steeds verslaafd. Met mijn dromen in stukken werd die verslaving steeds erger. Toch had ik steeds banen, bij een busbedrijf, bij een reisbureau en bij het UWV, waar ik besliste over uitkeringen. Direct na mijn werk kocht ik altijd alcohol en drugs, gebruikte en viel dan in een soort van coma. En iedere dag stond ik dan weer vroeg op om naar mijn werk te gaan. Ik kreeg last van ernstige lichamelijke klachten en ik wist dat het erop of eronder was; of rigoureus stoppen, of doodgaan.

Al die jaren was ik in contact gebleven met de reguliere verslavingszorg. Daar kon ik me vrij uiten, maar ik kon nooit de stap zetten om te stoppen. Ze stopten me altijd foldertjes van klinieken toe en bleven heel geduldig. Toen het zo slecht met me ging kon ik dankzij die opstelling de moed opbrengen om me te melden voor opname. Op mijn werk durfde ik dat pas de vrijdag voor mijn vertrek naar de kliniek te vertellen. Gelukkig reageerde mijn baas heel begripvol, en gaf ze me alle ruimte. Mijn collega’s bleken nooit iets van mijn verslaving te hebben gemerkt.

In de kliniek, waar gewerkt werd met de zogenaamde twaalf stappenmethode, zou ik zes weken blijven, maar dat werden drie maanden. Daarna heb ik nooit meer gebruikt. Als een van de twaalf stappen in de therapie moest ik in kaart brengen welke schade ik had aangericht en aan wie, zowel personen als bedrijven. Daar ben ik naartoe gegaan, om mijn excuses aan te bieden en vooral ook om de schade op een of andere manier te herstellen. Ik was daar hartstikke bang voor, maar over het algemeen reageerde men heel positief. Ik was nog niet zo lang clean, en sommige mensen wilden nog niet met me in gesprek. Die wilden eerst zien of ik het volhield en het wel echt meende. Dat is later gelukkig ook goed gekomen. En om de ‘karmische’ rekening te vereffenen, iets voor de maatschappij terug te doen, heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan, bijvoorbeeld bij de dierenbescherming.

In het kader van mijn herstel was het volgen van een zelfhulpgroep belangrijk. Om terugval te voorkomen ben ik in Breda gaan deelnemen aan zo’n groep. Lotgenoten helpen elkaar, je staat er niet alleen voor. Na een jaar kon ik ook dingen voor anderen gaan doen. Dat is ook heel belangrijk voor je gevoel van eigenwaarde, iets dat je als verslaafde vaak niet echt hebt. Het begon klein, met koffie schenken, boekjes verkopen en zo nu en dan optreden als gastspreker. Dat is steeds verder uitgebreid. Zo ben ik er dus ingerold.

Hoewel ik na mijn opname weer bij het UWV zou hebben kunnen re-integreren, heb ik daar niet voor gekozen. Bij pril herstel van een verslaving is het omgaan met agressieve cliënten niet echt handig. En ze zeggen: “Om van verslaving af te komen hoef je maar een ding te veranderen. En dat is alles.” Ik bleef in de ziektewet en daarna in de WW. In 2012 begon ik met de opleiding mbo4 persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, om ergens goed opgeleid als ervaringsdeskundige te kunnen werken. Via die opleiding kwam ik terecht bij RIBW Brabant in Tilburg, het Regionale Instituut voor Beschermd Wonen. Na een sollicitatie kon ik daar aan de slag als ervaringsdeskundig coach. Op basis van mijn ervaringen, en als specialist in allerlei herstelprocessen probeer ik mensen deskundig bij te staan. Ik werk daar met veel plezier.

Het verlangen naar drugs en alcohol is helemaal weg. Het kost me geen enkele moeite meer en ik ben ook gestopt met roken. Ik noem mezelf nog steeds verslaafd omdat het nog steeds in me zit om ergens in door te slaan. Dat kan ook zitten in online shoppen of chocola eten. Ik moet mezelf bewust inkaderen, en dat lukt gelukkig. Ik heb een grenzeloos leven gehad en dat hoef ik niet terug.

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig? 
Wat je absoluut nodig hebt is geduld en toewijding. Verslaafden willen vaak misschien wel, maar kunnen niet. En ze kunnen ook gewoon erg lastig zijn. Verslaving is gewoon een rotziekte, voortschrijdend, progressief en fataal. Je moet er tegen kunnen dat het veel investeren is met weinig opbrengst. Iedere maand komen er hier tientallen nieuwe mensen voor zelfhulpgroepen, die je moet opvangen en wegwijs maken. Uiteindelijk blijven er daar maar vijf of iets meer van over. De rest haakt af of verdwijnt gewoon uit zicht. En er gaan er ook best veel dood. Het is voor mij dus volhouden en positief blijven. Maar voor die vijf die het volhouden doe ik het.

Wat kost het je? En waarom onbetaald werk? 
Het kost natuurlijk tijd en energie. Ik doe dit werk naast m’n betaalde baan omdat ik graag iets wil teruggeven van wat ikzelf heb gekregen. Dit is mijn manier om iets goeds terug te doen. En natuurlijk heb ik schade veroorzaakt en heb ik mensen verdriet gedaan. Ik doe mijn best om daarvan iets te herstellen.

Wat brengt het je? 
Het geeft me het geluksgevoel om betekenisvol te zijn. Dat is voor iemand die verslaafd is geweest niet bepaald vanzelfsprekend. Ik ben er trots op dat ik mensen soms weer op weg kan helpen. En hoewel er natuurlijk richtlijnen en regels zijn, geniet ik van de vrijheid die ik heb om mezelf te zijn in het werk met deze mensen.

Welke dromen heb je? 
Ik zou wel iets in het buitenland willen opzetten waar verslaafden even kunnen resetten, bijvoorbeeld na te zijn afgekickt in een kliniek. Om mensen dan ook in hun diepere laag te kunnen aanspreken ben ik begonnen met een NLP-opleiding.  

Welke boodschap heb je voor anderen? 
12-stappengroepen hebben mijn leven gered, je bent altijd welkom om eens langs te komen om te kijken of het iets voor je is.Ook al lijkt er geen hoop meer, geef nooit op! Er is altijd ergens hulp, er zijn altijd opties.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Angela in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Soufiane Elazizi uitgeroepen tot Held van Breda

Zaterdag 29 mei ontving Soufiane Elazizi als eerste het getuigschrift ‘Held van Breda’ in de Albert Heijn op het Valkeniersplein, waar hij werkt. Deze prijs is ter beschikking gesteld door Kevin van Agtmaal met zijn bedrijf Bermuda Music & Events.

Naast het afschieten van twee professionele confettishooters was er een (professionele) geluidsinstallatie opgesteld. Daaruit klonken de lievelingsliedjes van Soufiane. Ook was er een korte toespraak te horen van bestuurslid Emilie van Empel en voorzitter selectieteam Karin Holthuis van stichting Tientjes.

De spil bij het verrassingsmoment was André Boersma, manager van dit AH-filiaal en voorzitter van de stichting DoesSouf.

Soufiane Elazizi heeft met zijn stichting DoesSouf €30.000 opgehaald voor onderzoek naar SCA type 2, een ziekte waaraan hij ook zelf lijdt. Ook doneert de stichting geld aan vele initiatieven om klein geluk te brengen. Soufiane inspireert bovendien anderen in zijn omgeving om mee te doen met #DoesSouf.

Hieronder ziet u een impressie van de uitreiking van het getuigschrift. De foto’s zijn gemaakt door Anton Verbeek.

Mirjam helpt anderen met eigen ervaringen

Tekst en foto: Anton Verbeek

Mirjam van de Mortel (47) kwam vier jaar geleden voor het eerst bij Tientjes. ‘Dat was in een moeilijke periode in mijn leven. Ik kwam in een warm bad terecht. Ik had aanspraak, kreeg wat hulp, leerde mensen kennen en ik voelde me gehoord. In twee maanden tijd knapte ik op. Dat was wat ik op dat moment nodig had en het heeft mij voor een deel uit die moeilijke fase geholpen. Ik ben hier ook gebleven. Eerst als hulp achter de bar en als gastvrouw. En later mocht ik ook zelf aan de slag, andere mensen moed in praten vanuit uit mijn eigen ervaringen. Voorheen was ik ademtherapeute en kwam ik ook mensen tegen met allerlei problemen zoals angst en depressie. Als je zelf ziek bent kun je dat niet inzetten, maar toen ik beter was kon ik dat weer wat makkelijker. Ik heb een bipolaire stoornis en kreeg wel hulp van GGZ en anderen. Je kunt heel hoog gaan en ook heel diep vallen, dat heb ik verschillende keren meegemaakt. Maar juist bezig zijn is belangrijk, en doorgaan met wat jij kunt en waar je goed in bent. Je zelfbeeld wordt beter, je doorbreekt de cirkel.   

Mensen met dezelfde diagnose of hetzelfde soort ziektebeeld zitten vaak op de bank met de vervelende gedachte ‘hoe nu verder’. Het proces wat ik heb doorgemaakt wilde ik delen met lotgenoten. Daarom heb ik een bipolaire avond opgezet, één keer per maand met ondersteuning van de GGZ. Er kwamen al meteen zo’n 8-10 mensen en die zijn blijven komen op de bijeenkomst. Ik vind het superleuk om te doen en de animo is er ook. Mensen vinden het fijn om te komen, dat het er is en dat ze er hun verhaal kwijt kunnen en ervaring kunnen delen.

Het zijn mensen die vaak in uitersten leven, dus je herkent veel in gedrag. Met lotgenoten is het iets gemakkelijker om een manier te vinden om om te gaan met je probleem. Je mag en je kunt elkaar aanspreken in een veilige en vertrouwde omgeving.

Met mijzelf gaat het eigenlijk wel goed. Door het hele proces besef ik nu dat ik niet de ziekte ben, ik begrijp nu meer hoe het werkt en kan er zelf ook iets mee. Het wordt me beter en eerder duidelijk wanneer het mis gaat wat ervoor nodig is om contragedrag in te zetten. Ik heb nog steeds ook een behandelaar waarop ik kan terugvallen. Die ziekte is er nu al 12 jaar. Maar ik voel me veel stabieler en als ik dat een cijfer moet geven, dan geef ik een 7!

En dat allemaal mede dankzij Tientjes, anders had ik er niet zo stabiel bijgezeten. Barvrouw, gastvrouw, ik ben doorgegroeid en heb meerdere mogelijkheden gekregen.

Vorig jaar had ik door omstandigheden een terugval met ook een opname, maar toen ik daarvan terugkwam kon ik mijn activiteiten hier weer meteen oppakken. Ik mocht er weer zijn en dat is fijn om te weten. Eigenlijk kan iedereen hier iets doen wat bij je past en wat je zelf kunt en aankunt, binnen jouw mogelijkheden. Daar werk ik aan mee en daar help ik mensen bij.

Ik vind dat hier allemaal Helden zitten. Er zijn hier mensen die verbinden, die praten, die mensen steunen en ook daadkrachtig zijn. Ik mag ook een Held zijn en mensen ervaren mij ook als Held, maar ik vind het gewoon normaal. Ik vind het heel gewoon dat ik dit doe. En ik doe het ook om iets te doen te hebben. Ik ben maatschappelijk gevormd door de dingen die ik zelf heb meegemaakt en weet nu ook ‘wat heb ik nodig’. Ik heb wat te bieden en dat is voor mij heel fijn dat dat kan binnen Tientjes.’

 

Er ging ook een pizza naar Iris Thissen. Zij is een alleenstaande moeder die ondanks grote tegenslagen steeds doorzet en als vrijwilliger anderen helpt waar ze kan.

Shirin Ali, vrijwilligster bij de voedselbank

Na een lange weg komt Shirin als vrijwilligster terecht bij de Voedselbank. Drie dagen per week is ze daar verantwoordelijk voor de afdeling groente en fruit. Dat was enkele jaren geleden onvoorstelbaar: Shirin kookte niet zelf en van groente en fruit wist ze weinig af. Hoe anders is dat nu!

Wie: Shirin Ali (45), getrouwd, drie zonen (10, 11, 14)
Vrijwilligerswerk: Verantwoordelijk voor de groente en fruit bij de voedselbank Breda
Sinds: 2017
Uren per week: 24

Wat houdt je vrijwilligerswerk precies in?

‘Ik zorg er met een team vrijwilligers voor dat alle groente en fruit bij binnenkomst wordt gecontroleerd, gesorteerd en geteld. Daarna slaan we het op, binnen of buiten de koeling, en maken we er pakketten van voor de mensen die naar de voedselbank komen. Het werk is ook behoorlijk fysiek, we sjouwen en tillen hier heel wat af met zware kratten. We zetten bij de voedselbank echt in op goed en gezond eten. Juist voor de deelnemers aan de voedselbank is groente en fruit heel belangrijk, want het is gezond, maar tegelijk ook duur.
Het uitdelen aan de deelnemers, zo noemen we onze klanten, doe ik zelf. Omdat ik verschillende talen spreek, treed ik hier ook zo nu en dan op als tolk.

Hoe ben je erin gerold?

Mijn man kwam 23 jaar gelden als politieke vluchteling naar Nederland. We waren net getrouwd en we misten elkaar verschrikkelijk. Het leven is niet altijd eerlijk. In december 2004 kon ik naar hem toekomen, via Jordanië. Ik heb geluk gehad dat ik bij de Nederlandse ambassade in Amman snel werd geholpen. De reis heb ik zelf betaald. Op Schiphol wachtte hij op mij met een hele grote bos bloemen. Hij was na de jaren dat we elkaar niet hadden gezien alleen maar leuker geworden.
Het was natuurlijk goed om bij mijn man te zijn, maar het was moeilijk om alles, echt alles, achter te laten. Je begint hier met niets. Ik kom uit een groot gezin en vond het heel zwaar om hier bijna helemaal alleen te zijn. Daarbij komt dat ik mijn verhaal niet gemakkelijk met anderen kan delen. Inmiddels zie ik Nederland als mijn tweede vaderland, een mooi land, en de meeste mensen zijn aardig.

Mijn man werkt hier fulltime. In Irak heb ik altijd gestudeerd en gewerkt. Met mijn universitaire studie chemie kon ik in Nederland niet aan de slag. Het taalniveau dat nodig is voor een eventuele vervolgstudie hier is voor mij niet bereikbaar, ondanks de taallessen die ik daarvoor heb gevolgd. Dat is jammer, maar het is niet anders. Ik vond het belangrijk om naast de opvoeding van onze drie zoons en het huishouden een zinvolle invulling van mijn tijd te hebben. En als je alleen thuis zit gaat je Nederlandse taalniveau ook maar achteruit. En, niet in de laatste plaats, Nederand is heel goed voor ons  geweest. En daar wil ik graag iets voor terugdoen.
Daarom ben ik op internet op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk dat een beetje in de buurt van ons huis en de school van de kinderen was. Zo kwam ik de voedselbank tegen, waar ik na een gesprek direct aan de slag kon.

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig?

Voor het werk dat ik nu doe heb je kennis van groente en fruit nodig. Bij aankomst in Nederland wist ik niets van koken; toen ik studeerde en werkte in Irak had ik daar nooit tijd voor en deed mijn moeder dat. In Nederland heb ik dat mezelf geleerd, via televisie en internet. Zo heb ik ook de verschillende producten leren kennen. Inmiddels weet ik er aardig wat van. En nu ben ik verantwoordelijk voor alle groente en fruit bij de voedselbank.

Als er hier iemand groente komt halen die hij of zij niet kent geef ik er een recept bij dat ik heb gemaakt. De keer daarna vertellen ze dan vaak dat ze het lekker vonden.

Verder moet je het natuurlijk ook leuk vinden om dit werk te doen en interesse in mensen hebben. Ik probeer bijvoorbeeld rekening te houden met de gezinssamenstelling en achtergrond van de deelnemers bij het samenstellen van de pakketten.

Wat kost het je?

Het kost me niets. Er is hier buiten mijn gezin geen familie waar ik naartoe kan of hoef, en als ik vakantiedagen wil, dan kan dat ook gewoon. Ik heb er hart voor en zet me niet anders in dan wanneer het betaald werk zou zijn.

Wat brengt het je?

Door mijn werk hier heb ik veel contact met mensen en dat heb ik ook nodig. Verder heb ik de taal beter leren spreken.

Ik vind het fijn om mensen te kunnen helpen en dat kan hier. Het raakt me erg als iemand zich schaamt om bij de voedselbank te moeten aankloppen. Als ik zo iemand zie huilen, moet ik ook huilen.

Soms treed ik op als tolk; ik vind het vreselijk om een slechte boodschap te helpen overbrengen. Bijvoorbeeld als iemand geen recht meer heeft op voedselbankhulp. Dat vind ik verschrikkelijk, ook al begrijp ik de regels. Gelukkig help ik ook wel eens bij goed nieuws: als iemand te laat is en eigenlijk niet meer naar binnen mag en ik mag zeggen dat het toch mag. Dat vind ik leuk.
Als ik me ergens aan verbind, ga ik er ook echt met heel mijn hart voor. Dat geldt niet alleen voor mijn werk, maar bijvoorbeeld ook voor de opvoeding van de kinderen. Ik werk hier hard, en gelukkig is er flexibiliteit. Als ik bijvoorbeeld onverwacht naar de school van mijn kinderen moet dan kan dat. Natuurlijk kan dat in theorie ook bij een betaalde baan. Maar ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik daar dan geen gebruik van zou maken.

Ik vind het heel belangrijk dat onze zoons hun kansen hier benutten en allemaal en goede opleiding volgen. Als ik vandaag klaar ben bij de voedselbank, doe ik nog de krantenwijk van een van mijn zoons. Die heeft tentamens en moet zijn tijd daarvoor gebruiken.

Welke boodschap of adviezen heb je voor anderen?

Verspil je tijd niet, doe iets voor een ander. Waar dan ook. Zo heb ik dat ook van mijn ouders en vanuit mijn geloof geleerd. En wees gelukkig met wat je hebt, wees niet ongelukkig om wat je niet hebt.’

De voedselbank geeft in Breda iedere week 570 gezinnen, met in totaal 1600 mensen, te eten. Op drie plekken in Breda verwerken en distribueren daarvoor ongeveer honderd vrijwilligers een miljoen kilo aan eten per jaar. Tijdens de coronacrisis is het aantal deelnemers met zo’n zeven procent gegroeid. Door investeren in goede relaties met winkels en bedrijven kan de voedselbank de toegenomen vraag aan.

In Memoriam Gerrit – hoofdartikel Goed Volk magazine

Helaas is Gerrit op 9 februari overleden aan een hersentumor. De redactie condoleert Astrid, zijn vriendin, en alle andere nabestaanden en wenst hen veel sterkte toe.

Gerrit is bijgestaan door Addie van der Zande, die vrijwilligster is bij STiB en mantelzorgers ontlast. Ze kwam meer dan een jaar bij Astrid en Gerrit over de vloer. Samen met een andere vrijwilliger is ze bij het afscheid aanwezig geweest.

Rinus Thijs zet door voor veilige buurt

Rinus Thijs (77) woont al 45 jaar in De Wisselaar, een Bredase wijk die hem nauw aan het hart ligt. In de loop van de tijd zag hij hoe de cohesie van de buurt langzaam maar zeker afkalfde. De snel veranderende populatie van een monoculturele naar een multiculturele buurt is daar volgens hem medeschuldig aan.

Los zand
‘De buurt hangt als los zand aan elkaar’, laat Rinus stellig weten. ‘Voor de mensen die zijn vertrokken kwamen gezinnen uit verschillende culturen terug. Ze spreken hun eigen voertaal en amper Nederlands. Daarom wordt er nauwelijks of niet met elkaar gepraat. Het letten op elkaars spulletjes en lief en leed delen is er bijvoorbeeld niet meer bij. Iedereen volgt zijn eigen pad, er is eigenlijk geen interesse voor elkaar. Dat vind ik erg’, zegt Rinus die er buurtpreventievrijwilliger is.

Overgehaald
Mijn achterbuurman hoefde niet veel te doen om mij over te halen om ook vrijwilliger te worden bij buurtpreventie. Dat is bijna vijf jaar geleden. Mijn laatste vrijwilligerswerk was in de tijd dat mijn kinderen opgroeiden. Twee zoontjes voetbalden toen bij voetbalvereniging B.S.V. Boeimeer. Als vanzelf nam ik daar ook het vrijwilligerswerk op mij en was er onder andere jeugdtrainer. In die tijd heb ik Jean-Paul van Gastel, ex-profvoetballer bij NAC en Feyenoord, nog als pupil onder mijn hoede gehad. Nu ben ik opnieuw vrijwilliger, maar dan eentje van een orde die stukken minder gewaardeerd wordt.

Afgehaakt
Eerst liepen we met z’n tweeën onze preventierondjes door de wijk. Maar al gauw haakte mijn achterbuurman af. Ik sta er nu al meer dan drie jaar alleen voor. Mijn taak is een actieve bijdrage leveren aan het bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid van de buurt. Dat wil zeggen: ik moet mijn buurtgenoten zover krijgen, dat zij zich medeverantwoordelijk gaan voelen voor het algemeen welzijn van de buurt. Dat doe ik gelukkig niet alleen, maar samen met de wijkagent, buren, woningbouwcorporatie en de gemeentelijke handhavers. Met z’n allen zetten wij ons in voor een buurt waar het goed leven, wonen en werken is.

Melding doen
Als dat nodig is vraag ik buurtbewoners om alert te zijn op verdachte situaties. Bijvoorbeeld een kliko die niet op z’n plek staat en juist daarom kan worden gebruikt voor inklimming. Verder let ik ook op overlast, zwerfvuil, verkeersgevaarlijke situaties, kapotte straatverlichting en andere gebreken in de openbare ruimte. Klopt er iets niet, dan maak ik daarvan melding bij de gemeente.

Huis- en zwerfvuil
Elke dag loop ik een uurtje of twee mijn preventieronde en bezoek daarbij regelmatig de speeltuin die nog schoon en veilig voor gebruik moet zijn. Zwerfvuil vind ik erg, erger is nog het huisvuil dat naast de ondergrondse vuilcontainers wordt gezet. Het kan natuurlijk wel eens voorkomen dat de vuilcontainer vol is, maar dan geeft het nog geen pas om het huisvuil daar achter te laten. De bewoners rondom deze vuilcontainers klagen daar terecht over. Het schept niet alleen een verpauperend indruk, het brengt ook nog eens ratten, muizen en stankoverlast met zich mee, vooral in de zomermaanden. Meldingen die ik daarover doe worden vaak opgevolgd door handhavers. Soms weten zij de herkomst van het vuil weten te traceren en volgt er een boete.

Bedreigd en gepest
Fysiek kan ik het allemaal wel aan, maar het kost mij eerlijk gezegd mentaal meer inspanning dan al het vrijwilligerswerk dat ik eerder heb gedaan. Ik ben nogal eens bedreigd en ik word af en toe ook weleens gepest. Een paar keer zijn er al eens appels tegen de voorgevel van mijn huis gegooid, kapot gegooid. Ik hoor en zie veel wat er zich zoal in de buurt afspeelt. Dat wordt door sommige buurtbewoners niet erg gewaardeerd, zeker niet als ik hen erop aanspreek. Eind vorig jaar overkwam mij dat nog met een man die huisvuil bij de grondcontainer wegzette. Dat beviel meneer niet en hij nam mij daarom plotsklaps is een wurggreep en werkte mij vervolgens tegen de grond. Gelukkig namen wat jeugdigen het voor mij op, anders was het vermoedelijk heel anders afgelopen.

Trots
Nu bleef het gelukkig bij wat schrammen en kneuzingen, maar ik ben wel erg geschrokken. Eigenlijk wilde ik ermee stoppen. De vele steunbetuigingen die ik na dat voorval kreeg, brachten mij ertoe om tegen de zin van mijn vrouw en kinderen in, toch door te gaan. Daarbij is het ook zo dat de wijk veel voor mij betekent en ben ik er stiekem best trots op dat ik er woon. Het was vooral het bezoek van wethouder Greetje Bos dat mij er mentaal weer bovenop heeft geholpen. Eind december grepen buurtgenoten mijn gouden bruiloft aan om ook hun waardering voor mij uit te spreken.

Waardering
Marianne en ik kregen bonbons, bloemen, een fruitmand en een lieve brief met de tekst: “We kennen jullie in de buurt als trouwe buren, die goed letten op onze veiligheid en veel doen voor een schone en leefbare buurt.” Een echte opsteker. Dat zijn zo van die complimentjes waarop ik lang kan teren. Of ik een held ben weet ik niet, ik blijf gewoon de buurt trouw want die is voor ons allemaal. Dus: join me.’

Prijswinnaars actie Meld een Held

Debbie van de Kerkhof (links) heeft Marianne van Ham (rechts) aangemeld voor de boodschappenmand van Jumbo Foodmarkt 

Het leven van Marianne van Ham (61) staat in het teken van katten en in het bijzonder opvang van zwerfkatten. Vier katten leven permanent in het ‘café’ onderin het flatgebouw waar ze zelf woont. Zwerfkatten krijgen daar voedsel , warmte en  zo nodig medicatie. Voordat Marianne zich over een kat ontfermt, controleert ze of niemand zijn of haar kat mist. ‘Als ik een nieuwe kat spot, ga ik eerst alle websites en oproepjes langs. En met een chiplezer check ik of de kat gegevens van de eigenaar heeft.’

Marianne betaalt de verzorging uit eigen zak, dus elke donatie is welkom bij Marianne’s zwerfpoezenhoop.

prijswinnaar Ellen Vrieze

Winnaar boek Goed Volk 

Ellen Vrieze-Hermans werd aangemeld door Eugenie Ekelmans. Ellen heeft een facebook pagina waarop ze tweedehands spullen doorgeeft aan anderen.
‘Met een enorme verbazing hoorde ik dat Eugenie Ekelmans mij heeft opgegeven voor Helden van Breda. Ik ontving een prachtig cadeaupakketje met daarin het boek Goed Volk. Ik voel me zeer vereerd – voor mij is het een tweede natuur om klaar te staan voor een ander.’

Winnaars Domino’s pizza’s

Moeder Annieta heeft haar dochters Audrey en Quentie Beun aangemeld als Helden van Breda. Ze kwamen als ontroerendste aanmelding naar voren.
Beide dochters helpen hun moeder al jarenlang met haar taak als mantelzorger van man Ronald, die een chronische ziekte heeft. Ze staan bijna dag en nacht klaar. Daarnaast vinden moeder en dochter Quentie tijd om het blad ‘Typisch Middellaan’ te maken.

Het selectieteam Helden van Breda  feliciteert alle winnaars met hun belangeloze, zorgzame en bevlogen houding!

 

Heeft u ook een held in uw omgeving, die in het zonnetje gezet mag worden? Meld deze persoon nu aan!

 

Joyce van Zijl stopt als tekstschrijver

Joyce van Zijl-Lak is al bijna negentien jaar correspondent voor de Bredase Bode en BredaVandaag. Ze schrijft ook de rubriek Held van de Maand. Maar per 1 januari zet ze daar een punt achter. Joyce blijft wel lid van het selectieteam van Helden van Breda.

‘Ik heb in die jaren heel veel vrijwilligers geïnterviewd, van allerlei pluimage’, vertelt Joyce. ‘Dat is ook het mooie van vrijwilligerswerk. Er is zoveel variatie in dat er eigenlijk voor iedereen wel iets passends te vinden is, ook voor mij’, lacht ze.
De mensen die ze voor het boek Goed Volk, de maandelijkse rubriek in de Bode en het magazine Goed Volk sprak, vindt ze  een buitencategorie vrijwilligers. ‘Wat mij vooral opviel is de bescheidenheid bij velen van hen. Zij vinden het heel gewoon wat ze doen.

Voor mij is het bijzonder inspirerend geweest om zoveel mensen te ontmoeten die ik anders nooit zou zijn tegengekomen. Juist in tijden waarin het nieuws in de ‘grote wereld’ me vaak het idee gaf dat de mensheid er een puinhoop van maakt, hebben ze me laten zien dat er in het klein heel veel moois gebeurt. Dat geeft hoop en vertrouwen.
Dat zij hun verhalen aan mij wilden vertellen en ze zo deelden met onze lezers, vind ik ook heel bijzonder. En de mensen die ondanks enorme persoonlijke verliezen anderen helpen, vergeet ik nooit.’

Joyce doet zelf ook veel vrijwilligerswerk, van zich inzetten voor de wijk Haagse Beemden tot het schrijven voor onze nieuwsbrief en website. Haar persoonlijke ervaringen als vrijwilliger maken haar een waardevolle interviewer en schrijver. Gelukkig blijft ze haar talenten inzetten voor het selectieteam!

Het hele team bedankt Joyce, en wenst haar succes bij haar nieuwe bezigheden!