Aad van Diemen, natuurgids bij IVN Mark en Donge

FOTO: Eric Linssen

Aad van Diemen (74) is al vanaf zijn studententijd natuurgids bij het Instituut voor Natuureducatie (IVN). Inmiddels zijn daar zoveel aanverwante functies bijgekomen dat hij daar 30 uur per week mee bezig is. Zijn kinderen en kleinkinderen wonen in Groningen.

Wie: Aad van Diemen (74)
Beroep: sinds 11 jaar met VUT, voorheen beleidsmedewerker sociale zaken bij de gemeente Rotterdam
Vrijwilligerswerk: begon halverwege de jaren ’80 als natuurgids bij IVN Mark en Donge.
Sinds: halverwege de jaren ’80
Uren per week: aanvankelijk een halve dag in de week, momenteel 30 uur per week.

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Ik was altijd al geïnteresseerd in de natuur, was vogelaar en daardoor ook geïnteresseerd in planten, want daar vliegen die beestjes toch naartoe. Maar ik wist er te weinig van en zo kwam ik terecht bij een opleiding als natuurgids. Die duurt twee jaar.

Daarna neem je mensen mee op stap, vaak op zondagmiddag.  We hebben ongeveer vijftig gidsen en vijftig wandelingen uitstaan. Die wandelingen zijn educatief. In de herfst vertel je over herfstverschijnselen, in de lente over wat er dan te zien is. Ik weet niet waarom precies maar ik ben zelf enthousiast. Ik articuleer goed, ben op de juiste momenten stil, observeer mijn publiek. Als ze afhaken, pak ik dat op. Je moet nooit sneller gaan dan de langzaamste. Zijn er kinderen bij, dan gaat het altijd goed. De volwassenen staan er vervolgens ontspannen bij en nemen alles goed in zich op.

Ik ben nog altijd natuurgids en ben bovendien nu bestuurslid bij het IVN. Bestuurswerk doe ik ook bij natuurplein ‘De Baronie’, een samenwerkingsverband van een zevental groene organisaties van de Baronie (bijvoorbeeld de West-Brabantse Vogelwerkgroep en natuur- en landschapsvereniging Gilze Rijen).

Één dag per week werk ik bij het Natuurmuseum Brabant (in Tilburg) als conservator bijen en wespen. Er zijn ongeveer 360 soorten bijen en ook 360 soorten wespen. We zijn bezig alle vondsten vanuit het verleden in te voeren; er liggen nog duizenden vondsten te wachten.
Bijen en wespen worden als ze dood zijn op een speld geprikt. Om ze in een database te stoppen, moet de juiste naam, vindplaats en datum worden vermeld. Daarna kan die database landelijk, en via die stap ook Europees en wereldwijd worden geraadpleegd. Zo kunnen we bijvoorbeeld constateren of soorten toe- of afnemen.

Verder zit ik in een insectenwerkgroep. Op de vliegbasis Gilze Rijen was er nooit onderzoek gedaan, om begrijpelijke redenen. Ik heb er vijftien jaar rondgelopen om te inventariseren. Voor de begraafplaats Zuylen heb ik ook onderzoek gedaan. Er werden bloemen gezaaid tussen de graven. Of er ook bijen op afkwamen, vroeg directeur Roel Stapper zich af. Wij hebben dat onderzocht. Het hielp. Alleen de nabestaanden begonnen te klagen over de bijen, dus stopte dat. Als lid van de insectenwerkgroep doe ik in elk geval onderzoek, iets dat verwant is aan mijn opleiding als (sociaal) wetenschappelijk onderzoeker.

Als lid van de plantenwerkgroep inventariseren we de ‘kilometerhokken’. Heel Nederland is ingedeeld in kilometerhokken, een bestaande indeling door Floron, Floristisch Onderzoek Nederland. Iedere tien jaar worden al deze kilometerhokken nagelopen op welke planten zich erin bevinden. In de steden heb je veel meer planten, wel tot vijfhonderd verschillende soorten per vierkante kilometer.

Tenslotte ben ik nog eindredacteur van www.stadsplanten.nl. Ik schrijf en maak foto’s voor de site. Het is de opvolger van stadsplanten Breda, daar is een boekje over verschenen. Recent kwam daar een landelijke opvolger van: Stoepplanten (in samenwerking met de Hortus Botanicus in Leiden).
Iedere week wordt er op website Stadsplanten.nl een stukje geplaats door een van de twaalf schrijvers. Zij bepalen zelf waar ze over schrijven, iedere week een andere plant. Ik maan ze aan om de deadline te halen en kijk de teksten na.

Hoe ben je erin gerold?
Ik was klaar met mijn natuurgidsenopleiding, dat was vooral gericht op het educatieve aspect. Veldkennis kwam minder aan bod. Bij Wolfslaar was er in de tachtiger jaren een natuurtuin, dat moest nog ontwikkeld worden. Ik wilde wel eens weten wat daar allemaal speelde. Ik kocht veel boekjes om me in te lezen. Met name de insecten waren onderbelicht, terwijl dat 90 % van de biodiversiteit is. Via Loek Vingerhoeds, een biologiedocent die daar ook rondliep, ben ik in de bijen gerold. Hij was bereid om mij op te leiden.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
Het verschilt qua thematiek. Ik had te maken met mensen in sociale verbanden, organisaties enzo. Dit gaat over natuur, over leven dat zijn eigen gang gaat. Het heeft wel te maken met onderzoek, daarvoor was ik natuurlijk opgeleid. Je moet nieuwsgierig zijn, willen weten hoe dingen in elkaar zitten.

Maar het gaat niet alleen om de statistiek; ik wil ook dingen overbrengen, met name de schoonheid van de natuur. Ik wil mensen de waarde van de natuur laten ervaren. Misschien gaan ze dan anders kijken. Ik hoop natuurlijk dat de achteruitgang van ons milieu stopt.

Wat kost het je?
Het helpt dat mijn partner bijna net zo geïnteresseerd is als ik. Ze is ook natuurgids. We inventariseren samen terreinen. Zij de vlinders, ik de bijen. Zo conflicteert het niet en hebben we leuke dagen samen.

Wat me soms wel tegenstaat is het bestuurlijke werk. Natuurplein bestaat uit allerlei beleidsnota’s, de ene nog saaier dan de andere. Je krijgt te maken met bezwaarschriften waarop je moet reageren, alles in onbegrijpelijke, ambtelijke taal. Dat is wel eens zwaar. Je hebt dan van tijd tot tijd een succesje nodig, zoals een geplande varkensfokkerij aan de grens tegenhouden. Want die varkensfokkerijen stoten enorm veel CO2 uit. Als dat bij een kwetsbaar gebied gebeurt, is het een succes als dat kan worden tegengehouden.

Wat brengt het je en wat is je leukste ervaring?
Ik help mee de achteruitgang tegen te houden. Het is maar de vraag of dat lukt. Wat we in elk geval willen is dat er enclaves komen, waarin soorten kunnen overleven. De boel staat onder druk door CO2-uitstoot, herbiciden, pesticiden, maar ook door verkeer en recreanten.

De leukste ervaring was in de plantenwerkgroep. In Nederland hebben we maar een paar duizend wilde plantensoorten. Die staan allemaal in Heukels, de plantenbijbel zeg maar. Het inventariseren lukte me steeds beter. Op enig moment besefte ik dat ik iedere plant in Nederland kon benoemen. Het voelde alsof ik me daarmee alle flora in Nederland kende, alsof ik geslaagd was voor een examen. Maar dat was zelfopgelegd. Het was een diep, euforisch gevoel, dat ik zoiets onder de knie had gekregen. Ik hoorde vanaf dat moment bij de ‘kenners’.

Welke tips heb je voor anderen?
Als natuurbeschermer en -liefhebber is mijn tip: begin met te kijken dichtbij huis. Wat helpt is letten op de kleine dingen. Dus bekijk de dingen eens onder een vergrootglas. Dan zie je bijvoorbeeld dat stampers en meeldraden in bloemen enorm complex in elkaar zitten. Kleine beestjes zijn zeer gedetailleerd vormgegeven. Bij bijen zie je het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes.

Je ziet een ingenieuze wereld, net zo compleet als onze eigen wereld, maar vele malen ouder dan de onze. Insecten zijn negentig of honderd miljoen jaar terug ontstaan. Wij zijn daaruit ontstaan. Ze zullen ons waarschijnlijk overleven.

Als je dat beseft, komt je eigen bestaan in een heel ander perspectief te staan. Het relativeert enerzijds ons belang; anderzijds zijn we er onderdeel van. Wij zijn geen eindproduct, iets dat wij vaak denken, maar staan in een reeks. Waar halen we dat idee eigenlijk vandaan dat we eindpunt zijn? Goed kijken naar de natuur levert ons veel meer op dan alleen kennis. Met zo’n filosofische blik kunnen we samen de achteruitgang van de natuur stoppen.’

Elisah Pals te zien in tentoonstelling Sjoerd Jansen

FOTO: Lidia van Hooijdonk
Door: Elisah Pals

Het Zuidelijk Toneel meende mij op dat podium te moeten hijsen. In 6 steden zuidelijke steden gingen ze op zoek naar lokale helden en vroegen ze: “wie is jouw held?”. Hierdoor ontstaat een heldenketting; een expositie van 50 helden, geportretteerd door een lokale kunstenaar.

Afgelopen vrijdag was de feestelijke onthulling daarvan, geopend door onze gerespecteerde burgervader Paul Depla. Onze vereeuwigde versies blijven de komende jaren in het Chassé Theater in Breda hangen. Een bijzondere eer!

Sinds ik begon met me publiekelijk inzetten voor de goede zaak heb ik aardig wat aanmoedigingen en awards mogen winnen. Toch voel ik hier altijd iets ongemakkelijks bij. Het is me niet te doen om de eer en de bekendheid. Ik wil dat er iets verandert. Dáárom ben ik hiermee begonnen.

Langzaam ben ik gaan accepteren dat zichtbaarheid nodig is om verandering te kunnen bewerkstelligen. Al is het alleen al omdat anderen zo kunnen aanhaken, en geïnspireerd kunnen raken, voorbeeldgedrag kunnen volgen, en zo de beweging groter kunnen maken.

Laat dit stukje zichtbaarheid dan maar weer bijdragen aan m’n slagkracht. Wie weet word ik dan eens werkelijk de superheld die écht de bovenmenselijke krachten heeft de mensheid te redden.’

Meer lezen over het project? https://lnkd.in/dz8t9Hbi

Illustraties: Sjoerd Jansen

postersjoerdjansen-elisahpals

Philip Oronsaye winnaar Bredase vredesprijs

FOTO: Anita van der Helm
BREDA – Philip Oronsaye ontving op 21 september de Bredase Vredesprijs uit handen van burgemeester Paul Depla. Het Comité Bredase Vredesprijs hield de uitreiking op het binnenplein van het Kasteel van Breda. De andere genomineerde was Marga Vermeulen. 
Philip Oronsaye was in 2018 al Held van Breda en hij staat in het boek Goed Volk. Bij beide onderscheidingen viel hij op vanwege zijn initietief Stichting JARA.  JARA is een erkend leerwerkbedrijf, dat zich inzet om met name stadsgenoten met een Afrikaanse achtergrond  beter uitzicht te bieden op een zelfredzaam bestaan. In het boek is te lezen hoe Philip dat op zijn eigen, innemende manier aanpakt.
 
De andere genomineerde was Marga Vermeulen. Zij doet onder andere vrijwilligerswerk bij Because We Carry en als taalmaatje. Zowel Philip als Marga staan in het magazine van 2020 geportretteerd vanwege hun nominatie. Omdat de Vredesprijs vorig jaar vanwege corona niet werd uitgereikt, bleef die nominatie tot dit jaar staan.

Jonge held Jochem verdient geld voor reptielenhuis De Aarde

Foto: Iris de Kivit

Op zondag 19 september is Jochem Musters uitgeroepen tot Held van Breda. Tijdens een door IDEKI aangeboden fotoshoot kreeg hij tot zijn verrassing het getuigschrift uitgereikt.
Jochem heeft €1550,- verdiend voor het Reptielenhuis De Aarde door kikkersleutelhangers en andere dingetjes in te kopen en die vervolgens met winst te verkopen. Hij moest daarbij zijn angst om met onbekenden te praten overwinnen. 

Precies dát maakt hem tot een held – en nog wel de jongste in Breda die zo’n diploma heeft. Jochem is daar apetrots op, net als op de prachtige foto’s.

 

Willem Brandt treedt af als voorzitter Bredase Vredesprijs

FOTO: Anita van der Helm
BREDA – Voorzitter van de Bredase Vredesprijs (BVP) Willem Brandt (74) is dit jaar voor het laatst als jurylid actief. Na vijftien jaar kijkt hij terug met een goed gevoel. Hij heeft in die periode veel bijzondere mensen leren kennen, die het heel gewoon vinden om zich voor anderen in te zetten. Het comité Bredase Vredesprijs kiest niet alleen een geschikte kandidaat uit maar organiseert ook de uitreiking zelf. ‘In 2006, toen ik aantrad, deed het COS dat, het Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking’, begint Willem Brandt. ‘De Bredase Vredesprijs was een ongesubsidieerd initiatief. Matty Boidin, fractievoorzitter van het CDA, zat in het bestuur en vroeg mij erbij. Ze stond er hetzelfde in als ik, de kandidaten roepen respect op en dat motiveert. In die tijd stopte het COS. Matty wilde dat het doorging, ook zonder de hulp van het COS. Gelukkig hadden we niet veel kosten. Er zat altijd iemand in de jury namens de KMA, en van meet af aan is de prijs daar ook uitgereikt. Het bestuur moest vanaf dat moment een stapje harder lopen want de jury met gemiddeld vijf leden kreeg er een taak bij. Gelukkig hielpen de diverse media ons vaak aan kandidaten, net als ons netwerk van ambassadeurs. Inmiddels ondersteunt de gemeente BVP trouwens met een kleine subsidie.’ Eigen vrijwilligerswerk Sommige mensen kennen Willem als directeur Vertizontaal, een functie die hij 25 jaar had tot aan zijn pensioen in 2006. Anderen kennen hem van het vele bestuurswerk dat hij, naast zijn baan, op vrijwillige basis deed, gemiddeld vier tot vijf functies. Onder andere bij de Driespan, een onderwijsorganisatie voor leerlingen met onderwijsproblemen. Of bij de jeugdgevangenis, waar Willem lid is van de Commissie van Toezicht. ‘Ik hield van organiseren. Bovendien kun je dan iets bestuurlijk aanpakken. De jeugdinrichting doe ik al heel lang. Als jongeren klachten hebben, komen die bij ons terecht. Wij doen onderzoek en houden beklagzittingen. Dit soort bezigheden verruimt mijn eigen blik. Net als de mensen die worden voorgedragen voor de Bredase Vredesprijs. Zij doen dingen uit eigen beweging, uit hun hart. Ik deed veel dingen toch als een soort verlenging van mijn beroepsmatige leven. Veel van de Vredesprijswinnaars vinden een soort levensvervulling in wat ze doen. Neem het echtpaar dat een school heeft opgericht in Kenia. Ze reizen een paar keer per jaar op eigen kosten naar dat land om te kijken hoe het gaat en om te praten met lokale bestuurders. Dat sluit naadloos aan op hun arbeidzame leven en ze sluiten ook zo mooi op elkaar aan. We werken samen met de Helden van Breda – daar zie je ook van die mooie mensen met van die indrukwekkende verhalen. Vaak selecteren we dezelfde soort kandidaten. Wíj́ reiken een prijs uit en zíj́ schrijven de verhalen op.’ Keerzijde Willem Brandt kan geen nadelen van zijn functie bedenken. Veel tijd kost het hem niet. Maar er zijn wel vragen die hem bezighouden. ‘Soms denk ik: welke mensen uit de samenleving hadden nog meer genomineerd kunnen worden? Het komt voor dat organisaties niemand voordragen omdat ze vinden dat er ongelijkwaardigheid ontstaat. Toch zou ik die stille krachten graag willen waarderen. Ze zijn nooit uit op een podiumplek, maar ze vinden het vrijwel altijd leuk!  Sinds een aantal jaren brengen we in elk geval drie kandidaten naar voren, dan staan er meer mensen in de schijnwerpers. Bekendheid geven is de verdienste van alle leden, met name de secretaris. In september neemt Eric Linssen het van me over. Vanuit zijn functie op de KMA /NLDA heeft hij al eerder in de jury gezeten. Ik wens Eric, en de andere comitéleden, heel veel succes. Hopelijk blijft ook hij vijftien jaar voorzitter!’ Deze tekst verscheen op 15 september in BredaVandaag

Ed Fortuin, bijna-vergeten held van de Galderse Meren

Ed Fortuin is een bijna-vergeten Held. Hij zorgde er in de jaren ’70 onder andere voor dat het (naakt)strand aan de Galderse Meren ontstond. Ed is overleden op 7 juli jl. Hij heeft het uitroepen tot Held van Breda nog in volle bewustzijn meegemaakt.

Door Martha IJzerman.  Foto: Ad van Beckhoven

Wie: Eduard Fortuin
Beroep: Eigenaar en instructeur surfschool Little Feet, portier bij de suikerfabriek te Breda, jaren 70/80
Vrijwilligerswerk: Toezichthouder Galderse Meren, Initiatiefnemer Naaktstrand
Wanneer: 1976-1986
Uren per week: Wisselend

Wanneer deed je dit vrijwilligerswerk en hoe rolde je erin?
‘Begin jaren ‘70 ontstonden door de zandwinning voor de snelweg van Breda naar Antwerpen de huidige Galderse Meren. De met helder water gevulde afgravingen trokken al snel de aandacht van nieuwsgierige voorbijgangers. In korte tijd raakte het gebied bekend. Honderden mensen vonden op warme dagen hun weg naar dit aantrekkelijke oord.

‘In 1976 was er een snikhete zomer. Het duurde niet lang voordat mijn vrouw en ik er bleven kamperen en er ons potje kookten. Omdat het zo goed beviel besloten we er enkele maanden te blijven in een zelf gefabriceerd onderkomen. Vaak werd er tot diep in de nacht gefeest. Omstreeks 1977 behaalde ik mijn surfbrevet en in 1979 opende ik mijn eigen surfschool Little Feet, met een knipoog vernoemd naar mijn vrouw, Adriënne, bijgenaamd Zjietje, Voeten. Little verwees naar haar kleine postuur en Feet was de Engelse vertaling van haar achternaam. Tot mijn grote verdriet overleed Zjietje in 1986. Deze droevige gebeurtenis maakte een einde aan mijn inzet voor de Galderse Meren. Ik moest me vanaf die tijd richten op de opvoeding van mijn zoon Quinten.

Waaruit bestond je Vrijwilligerswerk?
Door de nachtelijke feesten en de vele bezoekers overdag dreigde het terrein te vervuilen. De mensen maakten er een puinhoop van. Bovendien werden er autowrakken, schroot en ander afval gedumpt. Ik realiseerde me dat er iets moest gebeuren om het gebied niet verloren te laten gaan als recreatieplek. Er moest duidelijkheid komen over de bestemming van het gebied en om te beginnen moest de rommel worden opgeruimd. We regelden containers voor het afval en lieten deze met toestemming van de ouders beschilderen door kinderen, die dat erg leuk vonden. Zo werd er op een speelse manier aandacht op gevestigd. Verder motiveerde ik de bezoekers om zoveel mogelijk hun troep op te ruimen, zodat dit geen aanleiding voor de plaatselijke overheden zou zijn om ons te verjagen.
In het water lagen een aantal autowrakken die een gevaar vormden voor de zwemmers. Naar aanleiding van een tragisch ongeval, waarbij een jonge jongen tijdens het duiken zijn nek brak en overleed, lieten we de wrakken met spoed verwijderen. Dat deden we via eigen contacten, waaronder een groep commando’s, en met eigen middelen. Wachten op adequaat handelen van de gemeenten duurde te lang. Gesteund door mederecreanten, voerden we met succes actie tegen de levensgevaarlijke rondvarende speedboten. Al met al was het resultaat dat de Galderse Meren in korte tijd een prettig en veilig recreatiegebied werd.

De officiële erkenning van het naaktstrand is een ander verhaal. Aan de noordoostelijke hoek van de oudste grote plas was er min of meer spontaan een strand voor naturisten ontstaan. Dit gedeelte van de plassen was het meest aan het oog onttrokken. Eerst was naturisme hier verboden en werden er boetes uitgedeeld, later werd het gedoogd. Ik wilde dat het naaktstrand officieel erkend zou worden. Met dit idee waren velen het eens en ook toenmalig PvdA raadslid Rein Welschen (later burgemeester van Eindhoven red.) stond achter mij. Na lang procederen en een aantal keren in hoger beroep te zijn gegaan is het vanaf 1979 tot op heden wettelijk toegestaan om op deze plek naakt te recreëren.

Welke eigenschappen had je ervoor nodig?
Om actie te voeren heb je een flinke dosis strijdlust en gezond verstand nodig. Verder was ik zeer gemotiveerd en gedreven om de Galderse Meren niet te laten verpauperen. Het is een unieke plek. Het water heeft een vrij hoge zuurtegraad waardoor er geen algen- of plantengroei mogelijk is en er ook geen vissen kunnen leven. Het water blijft helder en is haast tropisch blauw.

Naturisme lag me ook na aan het hart. Mijn motivatie gaf me de kracht en de energie om me voor de volle 100% in te zetten. Het ligt niet in mijn aard om snel op te geven en. Ik ben nogal een doordouwer als ik ergens in geloof.

Wat kostte het je/Waarom onbetaald werk?
Het heeft vooral veel tijd en inspanning gekost om te vechten tegen de onwil en onbekwaamheid van de betreffende ambtenaren en de bureaucratie van de drie gemeenten, Rijsbergen, Breda en Nieuw Ginneken, die zeggenschap over het gebied hadden. Ze vertoonden weinig bereidheid om mee te denken. Het idee van de gemeente Rijsbergen om er een afvalstort van te maken was gelukkig als eerste van de baan. Al snel kon men niet om de vele bezoekers heen. Dat mijn werk niet werd betaald maakte me niet zoveel uit. De passie, het plezier en de innerlijke motivatie waren groot. Ik verdiende mijn geld met mijn surfschool en de bewaakte opslag van surfplanken. In de winter was ik portier bij de suikerfabriek.

Wat bracht het je en wat was je leukste ervaring?
Ik kijk met veel plezier terug op de nachtelijke feesten en de maanden die ik er met mijn gezin bivakkeerde.

De periode die ik samen met mijn vrouw en mijn zoon bij de Galderse Meren doorbracht en het voor elkaar krijgen van de officiële erkenning van het naaktstrand zijn hoogtepunten van mijn leven.’

Welke tips heb je voor anderen?
Je passie volgen. Je niet tegen laten houden door regels en de overheid. Er is maar één weg en dat is je eigen weg. Als je die weg niet volgt dan doe je het verkeerd.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de
schijnwerpers die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Eduard in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Angela Bison helpt verslaafden in Breda

Angela Bison lijkt op het eerste gezicht misschien geen held, gezien haar vroegere drugsverslaving. Maar ze zet zich nu niet alleen structureel in, ze heeft eerst ook heel wat moeten overwinnen. Vooral herstellen van schade vroeg moed en doorzettingsvermogen. 

Wie: Angela Bison 
Vrijwilligerswerk: 
Coördineert zelfhulpgroepen voor verslaafden in Breda 
Sinds: 2012 
Uren per week: 6 uur 

Wat houdt je vrijwilligerswerk precies in? 
‘Als herstellende verslaafde help ik mee met het organiseren van zelfhulpbijeenkomsten voor verslaafden en zorg ik ervoor dat die blijven draaien. Bij die zelfhulpgroepen ben ik een mede lotgenoot, gewoon één van de groep. Ik probeer een voorbeeld te zijn en te delen vanuit eigen ervaring. Ook ben ik het eerste aanspreekpunt van mensen uit ontwenningsklinieken. Ik regel dat de mensen bij elkaar kunnen komen, zorg dat er geen klachten komen en dat er een penningmeester is. Ook hou ik de website bij. Al die dingen doe ik niet allemaal zelf, ik zet ook veel uit aan andere mensen in de groepen. Nu, met corona, is het een heel gedoe om ervoor te zorgen dat de groepen door kunnen gaan.

Ook zijn de groepen nu noodgedwongen kleiner. Terwijl er eerst vijftig mensen in een groep konden zijn dat er nu nog maar twintig.Voor een aantal groepen ben ik ook contactpersoon en 24/7 bereikbaar. In de praktijk valt het wel mee met het bellen, omdat verslaafden nu eenmaal niet graag om hulp vragen. 

Hoe ben je erin gerold? 
Vanaf mijn 15e tot mijn 31e was ik zelf verslaafd aan drugs en alcohol. Ik groeide op in een dorp bij Rotterdam, in een gewoon gezin. Thuis werd er niet gerookt of gedronken. Toen ik een jaar of tien, elf was ging mijn vader een tijdje apart wonen. Ik kon daar heel moeilijk mee omgaan. Mijn moeder was duidelijk erg verdrietig in die periode, maar emoties werden niet geuit. Ik hing steeds meer op het schoolplein en begon te roken en zo nu en dan alcohol te drinken. Dat verdoofde mijn nare gevoel. Als we naar de soos gingen deelden we samen een fles bessenjenever, en later kwamen daar de Bacardi Breezers en wodka bij. Mijn vriendinnen konden zich op tijd weer op school richten, maar ik kon geen maat houden. Op school ging het daardoor slechter. Van havo/vwo kwam ik op de mavo terecht. Toen ik 15 was had ik een paar keer geblowd. Ik zat in de gabber scene, waar drugs niet alleen gewoon, maar ook stoer waren. Op een gegeven moment probeerde ik ook een lijntje speed van een cd’tje dat rondging en ik nam ook paddo’s en pilletjes. Rond m’n 20e voelde ik me steeds slechter en werkten die middelen niet meer. Ik probeerde cocaïne en ik dat voelde direct als de oplossing. Op de een of andere manier lukte het mij wel om ondertussen via volwassenenonderwijs eerst mijn havo- en daarna mijn vwo-diploma te halen. De eerste studies die ik begon maakte ik niet af omdat mijn verslaving toen al heel krachtig aanwezig was. Eerst kon ik van mijn bijbaantjes de cocaïne betalen, maar op een gegeven moment stal ik daarvoor geld, van mijn ouders en uit de supermarkt waar ik werkte.

Ik kwam bij de NHTV terecht en was ook in contact met de hulpverlening. Gebruiken deed ik nog steeds, maar wel minder. Toch zag ik het belang van een toekomst en wist ik de NHTV-opleiding in drie jaar tijd af te maken. Toen ik een relatie kreeg met een man in het criminele circuit, ging het grondig mis. Ik hoefde niet te betalen voor de cocaïne en ging steeds meer gebruiken. Ik voelde heel goed dat ik mentaal en fysiek snel achteruitging, maar ik snoof dat gevoel weg. Zelf was ik toen ook crimineel actief. Ondertussen kwam ik wel thuis bij mijn moeder op verjaardagen en zo. Ik bleef nooit lang omdat ik daar veel te onrustig voor was. Zij zag wel dat het niet goed ging en weet dat aan de mensen met wie ik omging. Een van mijn zussen had wel door dat het ook met mijzelf echt mis was, maar ik liet haar niet tot mij doordringen. Ik wilde het verslaafde leven niet, maar durfde het alternatief nog veel minder aan. In die periode had ik me er al bij neergelegd dat ik er nooit meer van af zou komen.

Omdat ik toch voelde dat ik weg moest uit het milieu waar ik zat probeerde ik een nieuw begin in Costa Rica. Daar was ik voor een stage van de NHTV geweest en ik vond het daar geweldig. Ik werd verliefd en kreeg een relatie. Maar Midden-Amerika is geen goede plek om van je verslaving af te komen, en de relatie die ik had hielp daar ook niet bij. Na een jaar was ik terug in Nederland, teleurgesteld, midden in de financiële crisis, en nog steeds verslaafd. Met mijn dromen in stukken werd die verslaving steeds erger. Toch had ik steeds banen, bij een busbedrijf, bij een reisbureau en bij het UWV, waar ik besliste over uitkeringen. Direct na mijn werk kocht ik altijd alcohol en drugs, gebruikte en viel dan in een soort van coma. En iedere dag stond ik dan weer vroeg op om naar mijn werk te gaan. Ik kreeg last van ernstige lichamelijke klachten en ik wist dat het erop of eronder was; of rigoureus stoppen, of doodgaan.

Al die jaren was ik in contact gebleven met de reguliere verslavingszorg. Daar kon ik me vrij uiten, maar ik kon nooit de stap zetten om te stoppen. Ze stopten me altijd foldertjes van klinieken toe en bleven heel geduldig. Toen het zo slecht met me ging kon ik dankzij die opstelling de moed opbrengen om me te melden voor opname. Op mijn werk durfde ik dat pas de vrijdag voor mijn vertrek naar de kliniek te vertellen. Gelukkig reageerde mijn baas heel begripvol, en gaf ze me alle ruimte. Mijn collega’s bleken nooit iets van mijn verslaving te hebben gemerkt.

In de kliniek, waar gewerkt werd met de zogenaamde twaalf stappenmethode, zou ik zes weken blijven, maar dat werden drie maanden. Daarna heb ik nooit meer gebruikt. Als een van de twaalf stappen in de therapie moest ik in kaart brengen welke schade ik had aangericht en aan wie, zowel personen als bedrijven. Daar ben ik naartoe gegaan, om mijn excuses aan te bieden en vooral ook om de schade op een of andere manier te herstellen. Ik was daar hartstikke bang voor, maar over het algemeen reageerde men heel positief. Ik was nog niet zo lang clean, en sommige mensen wilden nog niet met me in gesprek. Die wilden eerst zien of ik het volhield en het wel echt meende. Dat is later gelukkig ook goed gekomen. En om de ‘karmische’ rekening te vereffenen, iets voor de maatschappij terug te doen, heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan, bijvoorbeeld bij de dierenbescherming.

In het kader van mijn herstel was het volgen van een zelfhulpgroep belangrijk. Om terugval te voorkomen ben ik in Breda gaan deelnemen aan zo’n groep. Lotgenoten helpen elkaar, je staat er niet alleen voor. Na een jaar kon ik ook dingen voor anderen gaan doen. Dat is ook heel belangrijk voor je gevoel van eigenwaarde, iets dat je als verslaafde vaak niet echt hebt. Het begon klein, met koffie schenken, boekjes verkopen en zo nu en dan optreden als gastspreker. Dat is steeds verder uitgebreid. Zo ben ik er dus ingerold.

Hoewel ik na mijn opname weer bij het UWV zou hebben kunnen re-integreren, heb ik daar niet voor gekozen. Bij pril herstel van een verslaving is het omgaan met agressieve cliënten niet echt handig. En ze zeggen: “Om van verslaving af te komen hoef je maar een ding te veranderen. En dat is alles.” Ik bleef in de ziektewet en daarna in de WW. In 2012 begon ik met de opleiding mbo4 persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, om ergens goed opgeleid als ervaringsdeskundige te kunnen werken. Via die opleiding kwam ik terecht bij RIBW Brabant in Tilburg, het Regionale Instituut voor Beschermd Wonen. Na een sollicitatie kon ik daar aan de slag als ervaringsdeskundig coach. Op basis van mijn ervaringen, en als specialist in allerlei herstelprocessen probeer ik mensen deskundig bij te staan. Ik werk daar met veel plezier.

Het verlangen naar drugs en alcohol is helemaal weg. Het kost me geen enkele moeite meer en ik ben ook gestopt met roken. Ik noem mezelf nog steeds verslaafd omdat het nog steeds in me zit om ergens in door te slaan. Dat kan ook zitten in online shoppen of chocola eten. Ik moet mezelf bewust inkaderen, en dat lukt gelukkig. Ik heb een grenzeloos leven gehad en dat hoef ik niet terug.

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig? 
Wat je absoluut nodig hebt is geduld en toewijding. Verslaafden willen vaak misschien wel, maar kunnen niet. En ze kunnen ook gewoon erg lastig zijn. Verslaving is gewoon een rotziekte, voortschrijdend, progressief en fataal. Je moet er tegen kunnen dat het veel investeren is met weinig opbrengst. Iedere maand komen er hier tientallen nieuwe mensen voor zelfhulpgroepen, die je moet opvangen en wegwijs maken. Uiteindelijk blijven er daar maar vijf of iets meer van over. De rest haakt af of verdwijnt gewoon uit zicht. En er gaan er ook best veel dood. Het is voor mij dus volhouden en positief blijven. Maar voor die vijf die het volhouden doe ik het.

Wat kost het je? En waarom onbetaald werk? 
Het kost natuurlijk tijd en energie. Ik doe dit werk naast m’n betaalde baan omdat ik graag iets wil teruggeven van wat ikzelf heb gekregen. Dit is mijn manier om iets goeds terug te doen. En natuurlijk heb ik schade veroorzaakt en heb ik mensen verdriet gedaan. Ik doe mijn best om daarvan iets te herstellen.

Wat brengt het je? 
Het geeft me het geluksgevoel om betekenisvol te zijn. Dat is voor iemand die verslaafd is geweest niet bepaald vanzelfsprekend. Ik ben er trots op dat ik mensen soms weer op weg kan helpen. En hoewel er natuurlijk richtlijnen en regels zijn, geniet ik van de vrijheid die ik heb om mezelf te zijn in het werk met deze mensen.

Welke dromen heb je? 
Ik zou wel iets in het buitenland willen opzetten waar verslaafden even kunnen resetten, bijvoorbeeld na te zijn afgekickt in een kliniek. Om mensen dan ook in hun diepere laag te kunnen aanspreken ben ik begonnen met een NLP-opleiding.  

Welke boodschap heb je voor anderen? 
12-stappengroepen hebben mijn leven gered, je bent altijd welkom om eens langs te komen om te kijken of het iets voor je is.Ook al lijkt er geen hoop meer, geef nooit op! Er is altijd ergens hulp, er zijn altijd opties.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Angela in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Soufiane Elazizi uitgeroepen tot Held van Breda

Zaterdag 29 mei ontving Soufiane Elazizi als eerste het getuigschrift ‘Held van Breda’ in de Albert Heijn op het Valkeniersplein, waar hij werkt. Deze prijs is ter beschikking gesteld door Kevin van Agtmaal met zijn bedrijf Bermuda Music & Events.

Naast het afschieten van twee professionele confettishooters was er een (professionele) geluidsinstallatie opgesteld. Daaruit klonken de lievelingsliedjes van Soufiane. Ook was er een korte toespraak te horen van bestuurslid Emilie van Empel en voorzitter selectieteam Karin Holthuis van stichting Tientjes.

De spil bij het verrassingsmoment was André Boersma, manager van dit AH-filiaal en voorzitter van de stichting DoesSouf.

Soufiane Elazizi heeft met zijn stichting DoesSouf €30.000 opgehaald voor onderzoek naar SCA type 2, een ziekte waaraan hij ook zelf lijdt. Ook doneert de stichting geld aan vele initiatieven om klein geluk te brengen. Soufiane inspireert bovendien anderen in zijn omgeving om mee te doen met #DoesSouf.

Hieronder ziet u een impressie van de uitreiking van het getuigschrift. De foto’s zijn gemaakt door Anton Verbeek.

Mirjam helpt anderen met eigen ervaringen

Tekst en foto: Anton Verbeek

Mirjam van de Mortel (47) kwam vier jaar geleden voor het eerst bij Tientjes. ‘Dat was in een moeilijke periode in mijn leven. Ik kwam in een warm bad terecht. Ik had aanspraak, kreeg wat hulp, leerde mensen kennen en ik voelde me gehoord. In twee maanden tijd knapte ik op. Dat was wat ik op dat moment nodig had en het heeft mij voor een deel uit die moeilijke fase geholpen. Ik ben hier ook gebleven. Eerst als hulp achter de bar en als gastvrouw. En later mocht ik ook zelf aan de slag, andere mensen moed in praten vanuit uit mijn eigen ervaringen. Voorheen was ik ademtherapeute en kwam ik ook mensen tegen met allerlei problemen zoals angst en depressie. Als je zelf ziek bent kun je dat niet inzetten, maar toen ik beter was kon ik dat weer wat makkelijker. Ik heb een bipolaire stoornis en kreeg wel hulp van GGZ en anderen. Je kunt heel hoog gaan en ook heel diep vallen, dat heb ik verschillende keren meegemaakt. Maar juist bezig zijn is belangrijk, en doorgaan met wat jij kunt en waar je goed in bent. Je zelfbeeld wordt beter, je doorbreekt de cirkel.   

Mensen met dezelfde diagnose of hetzelfde soort ziektebeeld zitten vaak op de bank met de vervelende gedachte ‘hoe nu verder’. Het proces wat ik heb doorgemaakt wilde ik delen met lotgenoten. Daarom heb ik een bipolaire avond opgezet, één keer per maand met ondersteuning van de GGZ. Er kwamen al meteen zo’n 8-10 mensen en die zijn blijven komen op de bijeenkomst. Ik vind het superleuk om te doen en de animo is er ook. Mensen vinden het fijn om te komen, dat het er is en dat ze er hun verhaal kwijt kunnen en ervaring kunnen delen.

Het zijn mensen die vaak in uitersten leven, dus je herkent veel in gedrag. Met lotgenoten is het iets gemakkelijker om een manier te vinden om om te gaan met je probleem. Je mag en je kunt elkaar aanspreken in een veilige en vertrouwde omgeving.

Met mijzelf gaat het eigenlijk wel goed. Door het hele proces besef ik nu dat ik niet de ziekte ben, ik begrijp nu meer hoe het werkt en kan er zelf ook iets mee. Het wordt me beter en eerder duidelijk wanneer het mis gaat wat ervoor nodig is om contragedrag in te zetten. Ik heb nog steeds ook een behandelaar waarop ik kan terugvallen. Die ziekte is er nu al 12 jaar. Maar ik voel me veel stabieler en als ik dat een cijfer moet geven, dan geef ik een 7!

En dat allemaal mede dankzij Tientjes, anders had ik er niet zo stabiel bijgezeten. Barvrouw, gastvrouw, ik ben doorgegroeid en heb meerdere mogelijkheden gekregen.

Vorig jaar had ik door omstandigheden een terugval met ook een opname, maar toen ik daarvan terugkwam kon ik mijn activiteiten hier weer meteen oppakken. Ik mocht er weer zijn en dat is fijn om te weten. Eigenlijk kan iedereen hier iets doen wat bij je past en wat je zelf kunt en aankunt, binnen jouw mogelijkheden. Daar werk ik aan mee en daar help ik mensen bij.

Ik vind dat hier allemaal Helden zitten. Er zijn hier mensen die verbinden, die praten, die mensen steunen en ook daadkrachtig zijn. Ik mag ook een Held zijn en mensen ervaren mij ook als Held, maar ik vind het gewoon normaal. Ik vind het heel gewoon dat ik dit doe. En ik doe het ook om iets te doen te hebben. Ik ben maatschappelijk gevormd door de dingen die ik zelf heb meegemaakt en weet nu ook ‘wat heb ik nodig’. Ik heb wat te bieden en dat is voor mij heel fijn dat dat kan binnen Tientjes.’

 

Er ging ook een pizza naar Iris Thissen. Zij is een alleenstaande moeder die ondanks grote tegenslagen steeds doorzet en als vrijwilliger anderen helpt waar ze kan.

Shirin Ali, vrijwilligster bij de voedselbank

Na een lange weg komt Shirin als vrijwilligster terecht bij de Voedselbank. Drie dagen per week is ze daar verantwoordelijk voor de afdeling groente en fruit. Dat was enkele jaren geleden onvoorstelbaar: Shirin kookte niet zelf en van groente en fruit wist ze weinig af. Hoe anders is dat nu!

Wie: Shirin Ali (45), getrouwd, drie zonen (10, 11, 14)
Vrijwilligerswerk: Verantwoordelijk voor de groente en fruit bij de voedselbank Breda
Sinds: 2017
Uren per week: 24

Wat houdt je vrijwilligerswerk precies in?

‘Ik zorg er met een team vrijwilligers voor dat alle groente en fruit bij binnenkomst wordt gecontroleerd, gesorteerd en geteld. Daarna slaan we het op, binnen of buiten de koeling, en maken we er pakketten van voor de mensen die naar de voedselbank komen. Het werk is ook behoorlijk fysiek, we sjouwen en tillen hier heel wat af met zware kratten. We zetten bij de voedselbank echt in op goed en gezond eten. Juist voor de deelnemers aan de voedselbank is groente en fruit heel belangrijk, want het is gezond, maar tegelijk ook duur.
Het uitdelen aan de deelnemers, zo noemen we onze klanten, doe ik zelf. Omdat ik verschillende talen spreek, treed ik hier ook zo nu en dan op als tolk.

Hoe ben je erin gerold?

Mijn man kwam 23 jaar gelden als politieke vluchteling naar Nederland. We waren net getrouwd en we misten elkaar verschrikkelijk. Het leven is niet altijd eerlijk. In december 2004 kon ik naar hem toekomen, via Jordanië. Ik heb geluk gehad dat ik bij de Nederlandse ambassade in Amman snel werd geholpen. De reis heb ik zelf betaald. Op Schiphol wachtte hij op mij met een hele grote bos bloemen. Hij was na de jaren dat we elkaar niet hadden gezien alleen maar leuker geworden.
Het was natuurlijk goed om bij mijn man te zijn, maar het was moeilijk om alles, echt alles, achter te laten. Je begint hier met niets. Ik kom uit een groot gezin en vond het heel zwaar om hier bijna helemaal alleen te zijn. Daarbij komt dat ik mijn verhaal niet gemakkelijk met anderen kan delen. Inmiddels zie ik Nederland als mijn tweede vaderland, een mooi land, en de meeste mensen zijn aardig.

Mijn man werkt hier fulltime. In Irak heb ik altijd gestudeerd en gewerkt. Met mijn universitaire studie chemie kon ik in Nederland niet aan de slag. Het taalniveau dat nodig is voor een eventuele vervolgstudie hier is voor mij niet bereikbaar, ondanks de taallessen die ik daarvoor heb gevolgd. Dat is jammer, maar het is niet anders. Ik vond het belangrijk om naast de opvoeding van onze drie zoons en het huishouden een zinvolle invulling van mijn tijd te hebben. En als je alleen thuis zit gaat je Nederlandse taalniveau ook maar achteruit. En, niet in de laatste plaats, Nederand is heel goed voor ons  geweest. En daar wil ik graag iets voor terugdoen.
Daarom ben ik op internet op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk dat een beetje in de buurt van ons huis en de school van de kinderen was. Zo kwam ik de voedselbank tegen, waar ik na een gesprek direct aan de slag kon.

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig?

Voor het werk dat ik nu doe heb je kennis van groente en fruit nodig. Bij aankomst in Nederland wist ik niets van koken; toen ik studeerde en werkte in Irak had ik daar nooit tijd voor en deed mijn moeder dat. In Nederland heb ik dat mezelf geleerd, via televisie en internet. Zo heb ik ook de verschillende producten leren kennen. Inmiddels weet ik er aardig wat van. En nu ben ik verantwoordelijk voor alle groente en fruit bij de voedselbank.

Als er hier iemand groente komt halen die hij of zij niet kent geef ik er een recept bij dat ik heb gemaakt. De keer daarna vertellen ze dan vaak dat ze het lekker vonden.

Verder moet je het natuurlijk ook leuk vinden om dit werk te doen en interesse in mensen hebben. Ik probeer bijvoorbeeld rekening te houden met de gezinssamenstelling en achtergrond van de deelnemers bij het samenstellen van de pakketten.

Wat kost het je?

Het kost me niets. Er is hier buiten mijn gezin geen familie waar ik naartoe kan of hoef, en als ik vakantiedagen wil, dan kan dat ook gewoon. Ik heb er hart voor en zet me niet anders in dan wanneer het betaald werk zou zijn.

Wat brengt het je?

Door mijn werk hier heb ik veel contact met mensen en dat heb ik ook nodig. Verder heb ik de taal beter leren spreken.

Ik vind het fijn om mensen te kunnen helpen en dat kan hier. Het raakt me erg als iemand zich schaamt om bij de voedselbank te moeten aankloppen. Als ik zo iemand zie huilen, moet ik ook huilen.

Soms treed ik op als tolk; ik vind het vreselijk om een slechte boodschap te helpen overbrengen. Bijvoorbeeld als iemand geen recht meer heeft op voedselbankhulp. Dat vind ik verschrikkelijk, ook al begrijp ik de regels. Gelukkig help ik ook wel eens bij goed nieuws: als iemand te laat is en eigenlijk niet meer naar binnen mag en ik mag zeggen dat het toch mag. Dat vind ik leuk.
Als ik me ergens aan verbind, ga ik er ook echt met heel mijn hart voor. Dat geldt niet alleen voor mijn werk, maar bijvoorbeeld ook voor de opvoeding van de kinderen. Ik werk hier hard, en gelukkig is er flexibiliteit. Als ik bijvoorbeeld onverwacht naar de school van mijn kinderen moet dan kan dat. Natuurlijk kan dat in theorie ook bij een betaalde baan. Maar ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik daar dan geen gebruik van zou maken.

Ik vind het heel belangrijk dat onze zoons hun kansen hier benutten en allemaal en goede opleiding volgen. Als ik vandaag klaar ben bij de voedselbank, doe ik nog de krantenwijk van een van mijn zoons. Die heeft tentamens en moet zijn tijd daarvoor gebruiken.

Welke boodschap of adviezen heb je voor anderen?

Verspil je tijd niet, doe iets voor een ander. Waar dan ook. Zo heb ik dat ook van mijn ouders en vanuit mijn geloof geleerd. En wees gelukkig met wat je hebt, wees niet ongelukkig om wat je niet hebt.’

De voedselbank geeft in Breda iedere week 570 gezinnen, met in totaal 1600 mensen, te eten. Op drie plekken in Breda verwerken en distribueren daarvoor ongeveer honderd vrijwilligers een miljoen kilo aan eten per jaar. Tijdens de coronacrisis is het aantal deelnemers met zo’n zeven procent gegroeid. Door investeren in goede relaties met winkels en bedrijven kan de voedselbank de toegenomen vraag aan.