Celia

Henk van Houten en Ton Hermans hebben een droom: een woonwijk die helemaal zelfvoorzienend is

Ze werken aan een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Een groep particulieren heeft dan volledige zeggenschap om een aantal woningen te realiseren.
Om dat voor elkaar te krijgen, moet er nog heel wat water door de Rijn stromen. Henk: “Het is een missie. Een klus die veel tijd kost. En waarvoor je heel geduldig moet zijn. Maar, ook iets wat al veel geestelijke rijkdom heeft gebracht!”

Tekst en foto: Albert Bienefelt

Wie: Henk van Houten (66 jaar) en Ton Hermans (56 jaar). Ze kennen elkaar zo’n vier jaar. Met nog twee anderen vormen ze het bestuur van de CPO CFH-Breda. CFH staat voor Charge Free Home, een elektriciteit leverende woning. Een aantal van deze woningen bij elkaar vormt een wijk die meer dan zelfvoorzienend is. Ton is voorzitter, Henk doet de technische zaken. Het bestuur vergadert iedere maand. Soms online, anders bij Henk thuis.
Beroep: Henk is huisman en 28 jaar geleden met pensioen gegaan. Ton coacht jonge mensen bij Avans Hogeschool.
Vrijwilligerswerk: Het bijhouden van allerlei ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bouwen. En uitzoeken wat de effecten daarvan zijn op het milieu en de portemonnee. Maar ook het vinden van gelijkgestemden. Om zo op een betere manier met de aarde om te gaan.
Uren per week: Henk ongeveer zestig uur per week, Ton vier à zes uur per week.

Wat houdt jullie vrijwilligersbaan precies in?
Henk vertelt: “Zie het als een burgerinitiatief. We proberen op een innovatieve manier een groep mensen enthousiast te krijgen om een zelfvoorzienende wijk te bouwen. Of eigenlijk nog een stapje verder. Met woningen die dus evenveel of meer energie opleveren dan dat ze verbruiken. Door ze te voorzien van zonnecollectoren, driedubbel glas, hoge isolatie, een warmte-terug-win-installatie et cetera. Een wijk waar de bewoners naast de ladder en de kruiwagen ook de energievoorziening en de mobiliteit delen. De energie die overblijft, kan worden opgeslagen. Bijvoorbeeld om te gebruiken voor deelauto’s. Als er dan nog steeds energie over is, dan kunnen bewoners uit een naburige wijk daarvan profiteren. Mogelijk zou zelfs een heel dorp vrij van energievraag kunnen zijn. Een mooi voorbeeld is het Traais Energie Collectief in Terheijden. Op allerlei manieren wordt daar duurzame energie opgewekt. De opbrengsten blijven in het dorp. De bewoners zijn eigenaar. ”

Ton vult aan: “Om de plannen te kunnen realiseren, hebben we voldoende deelnemers nodig. Er is genoeg animo. Met vijftig woningen kan het. Maar om echt het verschil te maken zouden meer woningen nodig zijn. Dan hebben we natuurlijk wel bouwgrond nodig, bijvoorbeeld in Teteringen. Het lukt ons maar niet om de juiste mensen van de gemeente Breda te spreken. Op mails komt geen reactie. Het voelt alsof we worden belemmerd. We lichten onze plannen graag toe. Geef ons die kans!”

Hoe ben je erin gerold?
Ton: “Een jaar of vier geleden las ik een verhaal van Henk. Dat maakte me nieuwsgierig. Toen heb ik hem een mail gestuurd. Zo is het contact ontstaan.”
Henk: “Mijn vrijwilligerswerk heeft een lange geschiedenis. In 1994 ben ik gestopt met werken. Ik werd huisvader. Eind dertig was ik. Natuurlijk in goed overleg met mijn vrouw. Zij zorgt nog steeds voor ons inkomen. Dat was in die tijd best bijzonder, een man bij de schoolpoort. Ik ben er eigenlijk ingegroeid als wereldverbeteraar. Dat is best mooi en bevredigend.
De opwarming van de aarde is echt een groter probleem dan veel mensen denken. Al lang geleden las ik berichten over de aardgaswinning in Groningen. Ik zag het misgaan. We moeten door een andere bril naar onze aarde kijken. Ik ben me steeds meer gaan verdiepen in allerlei technieken. Er is zo veel mogelijk! En ik ben een ervaringsdeskundige. Onze energiewoning wekt negenduizend kWh per jaar op. Dat gebruiken we in huis. En dan blijft er nog genoeg over. Daarmee kunnen we achttienduizend kilometer met onze elektrische auto rijden. Mijn kennis en ervaring zet ik graag in!”

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
Ton: “Eigenlijk zie ik veel raakvlakken. Net als in mijn werk vind ik het belangrijk om vooral jongeren bewust te maken. Zij zijn de toekomst. Ik ben ook lid van een lectoraat. Dat is een groep die onderzoekt hoe het huidige economische systeem vervangen kan worden door een betekeniseconomie. Met als resultaat dat het gevoel van geluk en tevredenheid toeneemt. We doen onderzoek naar de transitie op het gebied van onder andere landbouw, productie en ook wonen. Er is nog veel te doen.”
Henk: “Ik werk al een hele tijd niet meer. Als ambassadeur wil ik mensen vooral in de war brengen. Door een spiegel voor te houden. Kijk bewuster naar onderwerpen als circulariteit en duurzaamheid. Met cijfers en uitspraken probeer ik te prikkelen. Focus je op kosten, dan gaat de kwaliteit omlaag, Focus je op kwaliteit, dan gaan de kosten omlaag!”

Wat kost het je?
Ton: “Vasthoudendheid, blijven geloven in een verandering. En tijd. Tijd om te lezen en te vergaderen. En om vergelijkbare initiatieven te bezoeken. Omdat ik nog fulltime werk, lukt het niet om er meer mee bezig te zijn. Bij Henk is dat wel anders. Hij staat ermee op en gaat ermee naar bed.”
Henk vult aan: “Gelukkig krijg ik alle ruimte van mijn vrouw. Ik doe het huishouden, zij werkt nog volledig. Als ik mijn vrijwilligersuren zou klokken, kwam ik wel aan de zestig!”. Ik lees enorm veel, probeer alle ontwikkelingen bij te houden. Alle nieuwe technieken probeer ik te begrijpen en te delen. Als bestuur doen we ons uiterste best om een CPO in Breda voor elkaar te krijgen. Het is frustrerend dat dit nog steeds niet lukt.”

Wat brengt het je?
Ton: “Het geeft veel inzichten. Super om met gelijkgestemden na te denken over de toekomst van de aarde. En te kijken wat ik daar zelf in kan betekenen. Dat we een doorstroom naar een aantal bewust energieleverende gebouwen op gang kunnen brengen. Iedere nieuwe woning is er weer eentje. Met onze CPO willen we ook specifiek gaan bouwen voor jonge mensen. Het is prachtig als we jongeren op lokaal niveau een handje kunnen helpen. Zo groei ik ook als mens.”
Henk: “Voor mij is het een manier van leven geworden. Met ons eigen huis wil ik anderen overtuigen. Het kan! Mijn taak zit er nog lang niet op. Want uiteindelijk moet iedere woning zelfvoorzienend zijn. Duurzaamheid is mijn grootste hobby. Als ik nog tijd over heb, speel ik een partijtje golf.”

Welke tips heb je voor anderen?
Ton en Henk zijn eensgezind: “Gewoon beginnen, ook als het iets kleins is. Je kunt impact maken door over je inspanning te vertellen. Zo inspireer je anderen. En zij doen dat op hun beurt ook weer. Dat heeft echt effect. En uiteindelijk is saamhorigheid dé sleutel om te komen van energiearmoede naar energierijkdom!”

Meer weten? Kijk dan op bredacirculair.nl/portfolio-items/chargefreehome/

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de
schijnwerpers die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over de Held van de Maand
in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Ken jij ook held?
Meld deze aan via onderstaande knop

Anne en Anton Hezemans: “Iedere glimlach is een cadeautje”

Anne en Anton Hezemans doen vrijwilligerswerk in woonzorgcentrum Elisabeth in Breda. Iedere woensdag bezoeken zij bewoners en helpen ze bij activiteiten. Bij bewonersuitstapjes gaan ze ook geregeld mee. Twee keer per maand is er een kerkdienst. Daar verlenen Anne en Anton allerlei hand- en spandiensten. “Vrijwilligerswerk is voor ons feest. Iedere glimlach is een cadeautje.”

Door: Albert Bienefelt

Wie: Anne Hezemans (70) en Anton Hezemans (63). Anne en Anton hebben elkaar op latere leeftijd ontmoet. Ze zijn getrouwd en wonen in Rucphen.
Beroep: Anne was tot haar pensioen verzorgende bij Elisabeth. Anton werkte halve dagen bij de gemeente Rucphen. Hij is vervroegd met pensioen gegaan om vrijwilligerswerk te gaan doen.
Vrijwilligerswerk: Anne en Anton bezoeken sinds 2016 bewoners in Elisabeth, helpen bij activiteiten en uitstapjes en met de kerkdienst twee keer per maand. Anne assisteert de pastoor en is lector; Anton is koster en misdienaar en zorgt verder voor de muziek.
Uren per week: allebei gemiddeld zo’n tien uur per week.

Wat houdt jullie vrijwilligersbaan precies in?
“Op woensdagochtend rijden we vanuit onze woonplaats Rucphen naar Elisabeth in Breda. We starten beiden op dezelfde afdeling en maken een praatje met bewoners. Of we knutselen of puzzelen met ze.”

Anne vertelt: “Om tien uur ga ik naar een andere afdeling. Ik bezoek dan een mevrouw die al 26 jaar op bed ligt. We zijn vriendinnen geworden en hebben het heel erg leuk samen. Haar wereld is wat er op de gang loopt. En wat er op televisie komt of ze op Facebook leest. Daar hebben we het over. Geen moeilijke gesprekken, gewoon gezellig.

Op een gegeven moment werd gevraagd of wij konden helpen bij de kerkdiensten. Die zijn twee keer per maand op vrijdagmiddag. In de loop der jaren hebben we zo’n beetje alles overgenomen. We halen en brengen de mensen die in een rolstoel zitten. En tegen de verwachting in zien we dat het steeds drukker wordt.

Ik ben de lector. En de pastoorsmeid, want de pastoor belt en mailt me over allerlei vragen. De voorbereiding, waaronder de lezing en de voorbeden, kost veel tijd. Ik zoek de liederen uit en zorg dat alles klaar staat voor de dienst. Er zijn ook protestante bewoners. Dus werken we samen met de dominee. Intussen zijn we heel oecumenisch ingesteld. Alles wat met religie te maken heeft, boeit ons.”

Anton vult aan: “Ik ben de koster en misdienaar en zorg voor de geluidsapparatuur. En ik zoek muziek uit die tijdens de communie wordt afgespeeld. Zoals laatst een nummer van de monniken van Solesmes. Prachtig om dan te zien dat een mevrouw dat herkent en meezingt! Sommige mensen praten nauwelijks meer, maar herkennen nog wel de rituelen. Er is ook een collecte. De bewoners van de gesloten afdeling hebben eigenlijk nooit geld bij zich. Dan krijgen ze een muntje uit onze portemonnee. Maar dat geven we niet te vroeg, anders zijn ze het alweer kwijt.”

Anne: “We gaan ook mee met uitstapjes. Het begon met het Ballonfiësta. Burgemeester Peter van der Velden kwam alle bewoners een hand geven. Ze voelden zich herkend en erkend, heel mooi. We hebben veel gelachen tijdens de uitstapjes. Maar het museumbezoek in Amstelveen en Amsterdam was minder leuk. We waren met veertig gasten. Een aantal mensen in een rolstoel, maar ook bewoners die zelfstandig lopen. Die vlogen alle kanten op. Probeer dat maar eens bij elkaar te houden! Gelukkig is alles goed gegaan die dag. Maar we vonden het nogal een zware verantwoording en kwamen redelijk overstuur thuis. De volgende uitstapjes waren er gelukkig meer vrijwilligers. Dan is er ook veel meer contact met de bewoners. Al die blije gezichten, schitterend!”

Anton: “We helpen bij Elisabeth de laatste jaren mee met het versieren tijdens de kerst. Dat wordt georganiseerd door Ad Pirard, ook een vrijwilliger (Ad Pirard was genomineerd voor de Bredase Vredesprijs 2022, red.). Anne en ik zijn dan twee volle dagen bezig met het optuigen van twintig kerstbomen. Het ziet er heel professioneel uit. Bewoners zijn erg dankbaar, die vinden het geweldig. Je voelt de waardering als je die ogen ziet glinsteren.”

Hoe ben je erin gerold?
Anne: “Ik werkte 46 jaar in de zorg, ook bij Elisabeth. Op een gegeven moment, in 2016, werd gevraagd of ik vrijwilligerswerk wilde doen. In het begin was dat wel lastig, want een aantal zorgtaken hoefde ik niet meer te doen. Dat moest ik leren loslaten.

Anton is ook in 2016 begonnen als vrijwilliger. Hij vond dat wel spannend, het was onbekend terrein voor hem. Ik bleef daarom in zijn buurt zodat hij op mij kon terugvallen.
Tussen de middag lunchen we altijd samen. Dan bespreken we kort hoe het is gegaan. En we lachen om de dingen die we meemaken. Zo is er een mevrouw die een beetje verliefd is op Anton. Ze vertelde een keer dat ze hem een kusje had gegeven. Lachen toch!

Toen ik nog werkte, was ik best een kattekop. Ik sprak bijvoorbeeld kinderen van bewoners aan als ze de was kwamen halen. En stiekem wilden wegsneaken. Dan zei ik iets als ‘Kom, ga toch eens even langs je moeder. Al is het maar voor twee minuten’. Want eigenlijk vind ik dat kinderen zich best wat meer met hun ouders in een verzorgings- of verpleeghuis mogen bemoeien.”

Anton: “Soms hebben we het gevoel dat vader of moeder wordt gedumpt. Kinderen hebben het vaak heel druk met werk en ontspanning. Maar wat wij soms zien, echt triest! Onze oproep is: Vergeet je vader of moeder niet!”

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
Anne: “Ik kan nu andere dingen doen dan toen ik werkte. Aan sommige zaken kwam ik in mijn betaalde baan niet toe. Daar moest het snel, snel, snel. Ik kan nu echt aandacht geven. Het vrijwilligerswerk voelt veel meer als ontspanning. Dat vind ik prettig.”

Anton: “Het vrijwilligerswerk geeft me veel voldoening. Het is jammer dat ik dit soort werk niet eerder ontdekt heb. Anders was ik de zorg ingegaan. De vriendelijkheid, het familiegevoel, dat heb ik eigenlijk nooit gekend in mijn werk. En ook dat je zo prettig wordt opgenomen door het personeel. Heel fijn! Je moet wel geduldig en positief zijn, anders werkt het niet.”

Wat kost het je?
Anton heeft zijn parttimebaan opgezegd om onbetaald werk te gaan doen. Hij is vervroegd met pensioen gegaan en heeft salaris ingeleverd. Anne is zeven jaar ouder en Anton deed al vrijwilligerswerk bij Surplus. Daarom was de overstap om te stoppen met werken makkelijk. Op woensdagen gaat de wekker vroeger dan in de tijd dat hij nog werkte. Anton: “We hebben veel tijd en energie. En om nu iedere dag te gaan wandelen of fietsen … Woensdag is daarom onze vrijwilligersdag. Of eigenlijk onze zingevingsdag.”

Wat brengt het je?
Anne: “Toen ik stopte met werken had ik een soort sollicitatiegesprek. Het vrijwilligerswerk op die plek leek me eigenlijk niets. Maar ik ging koffiedrinken in de Westerwiek.
Tegen de mevrouw naast me zei ik: ‘Wat heeft u mooi haar.’ ‘Ja’, zei ze. ‘Mijn broer is met het vliegtuig hierheen gekomen om mijn haar te doen.’ Van dit soort grappige uitspraken word ik blij. Het vrijwilligerswerk brengt me veel.”

Anton: “Ik denk nog vaak terug aan mijn tweede dag als vrijwilliger. Ik mocht de buschauffeur helpen en kreeg het gevoel dat ik echt nodig en nuttig was. Dat was voor mij een heel mooie ervaring.”

Welke tips heb je voor anderen?
Anne: “Als je ook vrijwilliger wil worden, meld je dan aan bij Surplus. Op www.surplus.nl/vrijwilligers vind je meer informatie. De vrijwilligerscoördinatoren voelen vaak goed aan wat bij iemand past. Het aantal uur dat je ter beschikking hebt is niet het belangrijkste. Want een paar uur per jaar kan ook al heel welkom zijn.”

Anton: “Breng je positiviteit over. Even zwaaien, hallo roepen, kennen en gekend worden. Ik noem dat feest. Het zijn stuk voor stuk innerlijke cadeautjes. Iemand die glimlacht, daar wordt iedereen toch blij van!”

 

‘Nooit Opgeven Altijd Doorzetten!’

Ad van den Bemt zet zich al jaren in bij NAC Breda. Hij is onder andere voorzitter van de supportersvereniging en gids bij het NAC Museum. ‘Geel-Zwart is de rode draad in mijn leven. En NOAD, het motto van de club, is mij op het lijf geschreven. Nooit Opgeven Altijd Doorzetten!’

Door: Albert Bienefelt

Wie: Ad van den Bemt (71 jaar), getrouwd met Ria, vader van Dennis en Wendy en ‘Opa NAC’ van drie kleinkinderen
Beroep: Timmerman bij Dura Vermeer. De laatste tien jaar voor zijn pensioen in 2014 was Ad bouwplaatsmedewerker en actief voor de OR en Centrale Ondernemingsraad
Vrijwilligerswerk: Bestuurslid van de supportersvereniging van NAC Breda (vanaf 1994 en sinds 2004 als voorzitter), bestuurslid, beheerder en gids van het NAC Museum (vanaf 2002) en sinds drie jaar voorzitter van de sponsorcommissie bij voetbalvereniging Unitas ’30 in Etten-Leur
Uren per week: Minimaal dertig uur per week

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Heb je even? NAC is voor heel veel mensen in Breda en omgeving en ook voor mij enorm belangrijk. Dat zie je bijvoorbeeld aan de euforie na een doelpunt en de uitbundige sfeer op de volle tribunes tijdens een avondje NAC. Je merkt het ook aan het gevoel van saamhorigheid, de band die veel supporters met elkaar hebben. Sinds mijn geboorte in de Oosterstraat, onder de rook van het oude stadion in de Beatrixstraat, is het NAC wat de klok slaat. Mijn opa en vader namen me als jong ventje al mee en vanaf 1958 heb ik een seizoenkaart. Als supporter heb ik ontelbaar veel mooie herinneringen. De bekerwinst in 1973 springt eruit. In een volle Kuip tegen NEC, waar na een half uur al het bier op was. En niet te vergeten de uitwedstrijden tegen Newcastle United en Villareal. Onvergetelijk en onbeschrijfelijk! We verloren, maar het was goud!

Mijn vrouw Ria was toen ik ze leerde kennen ook al een fervent supporter en samen hebben we heel wat wedstrijden bezocht. Ria heeft me gelukkig altijd de ruimte gegeven om me in te zetten voor de club. Daar ben ik haar ook dankbaar voor. Veel familie en vrienden zijn NAC-fan en die weten ook dat ze geen feestje moeten geven als er gevoetbald wordt. Want dan kom ik dus niet.

Vrijwilligerswerk doe je eigenlijk nooit alleen, je bent onderdeel van een ploeg, het is teamwork. Ik vind het prettig dat ik daar ook een steentje aan kan bijdragen. In mijn geval varieert dat van het vergaderen met de clubraad en overleg met de redactie van ons glossy supportersmagazine Geel-Zwart tot het organiseren van activiteiten en het uitvoeren van allerlei klusjes. En ik ben beheerder en gids van het NAC Museum. We verzorgen rondleidingen en voor leerlingen van basisscholen zetten we speurtochten met opdrachten uit. Soms neem ik jongeren die stagelopen of een taakstraf hebben onder mijn hoede. Of help ik met technische klusjes in het stadion zodat ze niet voor ieder wissewasje een dure aannemer hoeven in te schakelen. 

Na iedere thuiswedstrijd zit het supporterscafé afgeladen vol. Ik help mee met de boodschappen, zorg dat er een paar selectiespelers langs komen tijdens de verloting en help mee om alles in goede banen te leiden. Dat lukt aardig, want eigenlijk zijn er nooit ongeregeldheden.

Tijdens de coronaperiode werd een deel van de wedstrijden zonder publiek gevoetbald. Met de supportersvereniging hebben we toen de actie ‘Smoel op een stoel’ bedacht. Supporters konden een donatie doen en kregen dan hun foto op een stoeltje in het stadion. Dit was onder andere bedoeld als stille steun voor de spelers en het leverde daarnaast een mooi bedrag op voor Swim to Fight Cancer Breda.

Toen bij Ria zeven jaar geleden kanker werd geconstateerd, volgde er een periode van chemo en bestralingen. Dat was een heftige en zware tijd binnen ons gezin. We hebben geprobeerd om altijd positief te blijven en gelukkig gaat het nu weer redelijk goed met haar. De ziekte is nu stabiel. Ik merkte wel bij mezelf dat ik me steeds meer begon te storen aan de verruwing op en om het veld. Het vandalisme, de rellen, de spreekkoren. En het viel me op dat steeds vaker het ‘K-woord’ werd gebruikt. De uitwedstrijd tegen ADO Den Haag in mei was voor mij de druppel. Een paar dagen daarvoor was bij Ralf Seuntjens, de populaire goaltjesdief die enkele maanden eerder bij NAC was vertrokken om in Japan te gaan spelen, een tumor ontdekt. In het stadion was een groot spandoek opgehangen om Ralf een hart onder de riem te steken. Maar er was ook een groepje die zich misdroeg omdat ze “Kanker Den Haag” riepen. Die supporters hadden ook een deel van het stadion met deze tekst beklad. Heel confronterend, want ik denk dat iedereen wel iemand kent die kanker heeft of daaraan is overleden. Ik schaamde me kapot en besloot in actie te komen. Samen met andere supporters, waaronder Thijs Kroezen die negen keer kanker kreeg, zijn we nu druk in de weer om geld in te zamelen voor onderzoek naar kanker. Intussen zijn er al meer dan 250 NAC-supporters die op 11 september voor dit goede doel de Bredase singels induiken tijdens de tweede Swim to Fight Cancer.’

Hoe ben je erin gerold?
‘Jaren terug was ik voorzitter van een modelbouwvereniging. Dat heb ik een jaar of vijf gedaan. In die periode, rond 1994, vroeg iemand of ik bij het bestuur van de supportersvereniging wilde aansluiten. Want bij NAC is altijd wel wat te doen en daar konden ze mij wel bij gebruiken. Zo heb ik ruim twintig jaar geleden met een groep vrijwilligers het NAC Museum opgebouwd. Want de rijke geschiedenis van NAC mag natuurlijk nooit verloren gaan. Na tien jaar werd ik voorzitter. Inmiddels alweer achttien jaar dus.’

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
‘Voor mijn werk bij Dura Vermeer heb ik ruim 25 jaar vanuit Etten-Leur naar de Randstad gependeld. Van maandag tot vrijdag, altijd met een vast groepje. Als timmerman moest ik vooral met mijn handen werken. Op een gegeven moment kwam ik in de OR en later ook in de Centrale Ondernemingsraad en daar lag de nadruk meer op vergaderen.

Bij NAC werk en praat ik met de meest uiteenlopende mensen. Bouwvakkers, directeuren, verpleegsters, commissarissen, de burgemeester, klusjesmannen et cetera. Een ding hebben ze gemeen: de onvoorwaardelijke liefde voor NAC. Ik hou van organiseren en meedenken. Intussen heb ik een breed netwerk. Het is belangrijk om geduldig, tactisch en diplomatiek te zijn, ook omdat je met heel verschillende karakters te maken hebt. Maar het allerbelangrijkste is NOAD. Nooit Opgeven Altijd Doorzetten.’

Wat kost het je?
‘Er gaat behoorlijk wat tijd zitten in het vrijwilligerswerk bij NAC en Unitas ‘30, waar ik sinds een jaar of drie voorzitter van de sponsorcommissie ben. Mijn telefoon staat vaak roodgloeiend en het is soms behoorlijk aanpoten om alles geregeld te krijgen. Maar ik heb tijd, zeker nu ik gepensioneerd ben. En daarnaast, in een week zitten 168 uren, dus blijft er nog genoeg tijd voor andere zaken over.’

Wat brengt het je?
‘Mijn vrijwilligerswerk geeft me veel voldoening en ik beleef er ook een hoop plezier aan. NAC laat ook merken dat ze hun vrijwilligers waarderen. Als supporter én als vrijwilliger heb ik mooie momenten gekend. Het is leuk om bij een BVO (Betaald Voetbalorganisatie) achter de schermen bezig te zijn en op die manier verschillende mensen te leren kennen. Vorig jaar heb ik voor mijn vrijwilligerswerk een koninklijke onderscheiding ontvangen. Het was leuk om even in het zonnetje te worden gezet en ik voelde me toen best wel vereerd! Misschien is dat ook wel de mooiste ervaring…de optelsom van alle mooie momenten dankzij mijn vrijwilligerswerk.’

Welke tips heb je voor anderen?
‘Zoek vrijwilligerswerk waar je lol in hebt. Vrijwilligerswerk kost tijd, maar je kunt er veel voor terug krijgen. Probeer altijd door te zetten, ook als het eventjes tegen zit. Er zijn allerlei plekken waar ze nog handjes kunnen gebruiken. Ook bij NAC. Interesse? Kijk dan eens op nac.nl.’ 

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Ad van den Bemt in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Ken jij ook held?
Meld deze aan via onderstaande knop

Margriet geeft kinderen geluksmomenten

Margriet Oostrom-Huibers (43) bezorgt met haar stichting Happy Hippo kinderen van de voedselbank een fijne verjaardag, een goede start op school en zorgt ze voor een warm welkom in de crisisopvang. 

Wie: Margriet Oostrom-Huibers
Beroep: Pensioenadviseur (voorheen)
Vrijwilligerswerk: Voorzitter Stichting Happy Hippo
Sinds: 2012
Uren per week: Gemiddeld vijftien uur

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Ik zorg ervoor dat er verjaardagspakketten worden gemaakt voor kinderen van de Voedselbank Breda, zodat zij een leuke verjaardag kunnen vieren. Dat doe ik samen met Saskia Hardeman, Inge Stoof, Natasja van Gogh, Yotta Bourdakis en Annemieke Vissers. Ik ben reuzetrots op ons vrijwilligersteam.
We zorgen ervoor dat er dozen zijn die door basisschoolleerlingen worden beschilderd. Vaak doe ze dat in combinatie met bijvoorbeeld een sponsorloop. De spullen die erin zitten regelen we via sponsoren; de een zorgt voor pannenkoekenmeel, de ander voor stroop. En we kopen zelf dingen van sponsorgelden. De vlaggetjesslingers worden gemaakt door vrijwilligers.
Iedere twee maanden krijgen we een lijst van de voedselbank, zonder namen, met leeftijden en geslacht. Daar houden we rekening mee bij het samenstellen van de dozen. We zijn nu ook begonnen met verjaardagsdozen voor iets oudere kinderen, tot zestien jaar. Die krijgen dan ook bijvoorbeeld douchegel en een drinkfles om mee naar school te nemen.

Er gaat veel tijd zitten in het leggen en onderhouden van contacten. Natuurlijk met de voedselbank, maar ook met de scholen, sponsoren en vrijwilligers. Alles moet iedere keer wel compleet en op tijd zijn.
Ik geef ook presentaties op scholen. Daar word ik voor gevraagd. Ik doe dat in alle klassen en dat is erg leuk. In de lagere klassen willen de kinderen weten wat er in zo’n box zit, de oudere kinderen vragen hoeveel zoiets kost en hoe we dat regelen. Ik maak bij een presentatie wel eens mee dat een kind zegt dat ie ook wel eens een verjaardagspakket heeft ontvangen. Dat raakt me en doet ook wel wat met de awareness in die klas.

Naast de verjaardagspakketten zorgen we, ook via de voedselbank, voor een startpakket voor brugklassers. Een kind dat naar de brugklas gaat krijgt van school een hele lijst van spullen die moeten worden aangeschaft, van tas en schriften tot een etui met pennen en zo. Bij elkaar gaat dat snel om honderd euro en dat is niet voor iedereen op te brengen. Daarom verzorgen wij dat, ongeveer twintig pakketten per jaar.
Verder verzorgen we ook een pakket voor kinderen die in de crisisopvang voor huiselijk geweld terechtkomen. Dat gebeurt vaak opeens, ze komen op een vreemde plek, ze hebben dan niks van zichzelf en zijn ook bang. Wij zorgen dan voor een mooi nachtlampje, wat spelletjes en wat knutselspullen. En er zit een ‘zorgenvriendje’ bij, een poppetje met een rits erin waarin je je zorgen even weg kunt stoppen. De poppetjes worden gehaakt door vrijwilligers. Ook maken zij ‘troostdekentjes’; een mooi gekleurd dekentje waarvan de kinderen er zelf een mogen uitzoeken.
Naast het werk voor Happy Hippo ben ik vrijwilliger bij het Gasthuis in Etten-Leur waar ik bijvoorbeeld help bij het gezamenlijk ontbijt voor de dementerende ouderen die er wonen.

Hoe ben je erin gerold?
Toen we in 2011 terugkwamen uit Parijs, waar we een tijd hadden gewoond voor het werk van mijn man, zocht ik iets zinvols om mijn dag aan te besteden. Ik las toen een artikel over een vrouw in Zeeland, die via de voedselbank voor verjaardagspakketten zorgde. Ik heb toen contact opgenomen met de voedselbank in Breda en daar waren ze direct enthousiast. Zo ben ik met Happy Hippo begonnen. Happy Hippo is in ons gezin een uitdrukking dat het aan het einde van de dag nog best mee kan vallen. Het pakket voor de brugklassers heet Busy Bee en het welkomstpakketje voor in de crisisopvang heet Dreamy Dolphin.

Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Je moet zelfstandig kunnen werken en het is handig als je enigszins empathisch bent. Verder is netwerken heel belangrijk omdat je steeds met allerlei partijen contacten moet leggen en onderhouden. En je moet wel een beetje kunnen doorzetten. Na de zomervakantie, als alles weer begint, denk ik ook wel eens ‘Daar gaan we weer’, maar dan pak je jezelf op. En ook als er een keer iets is met je eigen kinderen komt Happy Hippo niet altijd goed uit, en ga je tóch door.
Soms is dat heel erg druk.
Toen mijn moeder in 2013 opeens erg ziek werd en kort daarop overleed, moest ik de begrafenis regelen. Tegelijkertijd moesten de pakketten ook worden geregeld, want je wilt die kinderen natuurlijk niet teleurstellen. Gelukkig is Saskia Hardeman toen bijgesprongen.

Wat kost het je?
Het kost tijd. Maar ik vind het belangrijk om iets te doen waarvan ik denk dat het zin heeft. Het kan toch niet zo zijn dat kinderen niet naar school gaan op hun verjaardag omdat ze niet kunnen trakteren en zich schamen? En het is toch belangrijk om kinderen in de crisisopvang een beetje op weg te kunnen helpen?

Wat brengt het je?
Het geeft me heel veel energie. Het is fijn om je in te zetten en het geeft mij ook structuur. En ik vind het leuk om te netwerken.
Direct contact met de kinderen die van ons iets ontvangen heb ik nooit. Dat is wel jammer, want het liefst zou ik natuurlijk zien hoe ze reageren als ze zo’n doos uitpakken. Gelukkig hoor ik van de voedselbank wel dat het zeer wordt gewaardeerd en dat de kinderen echt blij verrast zijn. Een moeder had gezegd: ‘Je had het gezicht moeten zien, zo blij!’. Dat vind ik heel mooi.
Bij een presentatie op een school vertelde ik over Dreamy Dolphin, het pakketje bij de crisisopvang. Een kindje begon te huilen en een ander kindje vertelde toen dat het bij hem thuis ook soms heel vervelend was. Allebei bleken ze met huiselijk geweld te maken te hebben. Dat is heel triest, maar ik vind het mooi dat er zo een podium was om dat te vertellen.

Welke tips heb je voor anderen?
Er is echt te weinig besef van stille armoede in Nederland. Kleine dingen die voor veel mensen vanzelfsprekend zijn, zijn voor andere mensen echt een struggle. Iedereen zou moeten proberen om een ander mens blij te maken, een fijn moment te bezorgen. Dat hoeft niet veel werk te zijn want een kleine bijdrage is ook al snel waardevol. De krant voorlezen voor mensen die dat zelf niet meer kunnen bijvoorbeeld.’

Elisah Pals laat met Zero Waste festival zien hoe leuk leven zonder afval is

Van 2 tot en met 8 juli vindt in Breda het eerste Zero Waste Week festival plaats. Hét festival dat laat zien hoe leuk leven met minder afval is. Er zijn gedurende zeven dagen meer dan dertig activiteiten te doen, waaronder workshops, excursies, lezingen, bijzondere filmvertoningen en culinaire activiteiten. Je kunt onder andere zelf shampoo maken, koning van de kringloop worden en je kunt mee op een afvalvrije picknick in het Valkenberg.
Het festival vindt plaats op zeven verschillende aansprekende locaties in de stad. En door de vele partners is het echt een gedragen festival, voor en door de stad.

Het volledige programma vindt je hier

Op zaterdag 2 juli kwam de kersverse wethouder Peter Bakker – die ook afval in zijn portefeuille heeft – de week openen, samen met Elisah Pals in haar rol als Klimaatburgemeester van Breda.

Hoogtepunten voor de rest van de week zijn:

  • de spectaculaire Dragons Den op maandag 4 juli,
  • de Spullendag op dinsdag 5 juli (inclusief bijzondere filmvertoning van de Bredase Loes Janssen) en
  • de verspillingsvrije culinaire hap&stap route op donderdag 7 juli.

Meer informatie vind je op: zerowasteweek.nl

Leerlingen Mencia maken beelden bij trieste verhaal Held Mo

Mo Omar is in 2009 gevlucht uit Somalië. Van alle nare dingen die hij daar en later heeft meegemaakt zijn geen foto’s gemaakt, zoals dat meestal zo gaat. Leerlingen van het Mencia maken nu als tekenopdracht verschillende illustraties bij zijn levensverhaal.

Tekendocent Joep Jansen heeft het voortouw genomen. Hij schreef een opdracht en begeleidt de leerlingen uit de vierde klas van het vwo. ‘Het duurde wel even voor alle leerlingen het zestig pagina’s tellende boekje hadden doorgelezen. Maar daarna gingen ze enthousiast aan de slag met de instructies. Het ligt in de bedoeling dat Mo zelf in de klas komt en verdere aanvulling geeft op zijn verhaal, een soort Sterren op het doek.’

In 2018 werd Mo uitgeroepen tot winnaar van de Bredase Vredesprijs en in 2019 werd hij ook Held van Breda. De reden dat hij deze eretitels kreeg was dat Mo ‘straatschoffies’ aanzet tot goed gedrag als mensen helpen, de wijk schoonhouden en gewoon huiswerk maken. Daarvoor zette hij met behulp van Ray Mathijssen het project Kleine Broer op. Voor Mo was dat des te bijzonderder omdat hij niet alleen als kindsoldaat aan het werk was gezet in Somalië, maar in Nederland ook nog eens te maken had gehad met huiselijk geweld. Daarbij zijn z’n papieren vervalst en werd hij formeel vier jaar ouder gemaakt. Op zijn veertiende werd hij daardoor losgelaten door Jeugdzorg, hoewel die begreep dat hij fysiek geen achttien jaar kon zijn. Mo moest toen ook financieel voor zichzelf zorgen en dat leidde bovendien tot een schuld.

Anita van der Helm zette zijn verhaal op papier. Het boekje telt ongeveer zestig pagina’s. Omdat Mo van zijn jeugd geen fotoalbum heeft, besloten ze samen zo veel mogelijk foto’s of beelden te verzamelen via vrienden en verre familie. In de praktijk bleken de vrolijke kiekjes van voetbal of een vriendenclubje niet te passen bij het beklemmende verhaal dat Mo in zijn jeugd geleefd heeft. Anita benaderde Joep Jansen, een voormalig collega van haar. Samen maakten zij van 2003 tot 2008 de schoolkrant op het Mencia, waarmee ze de schoolkrantprijs wonnen. Joep was onder de indruk van Mo en wilde graag bijdragen aan het boekje. Eerst nam hij de vormgeving voor zijn rekening, daarna bedacht hij dat getekende beelden veel beter pasten bij het droevige relaas. Op die manier betrok hij zijn leerlingen erbij. Die zijn ruim zes weken aan het illustreren gegaan en krijgen binnenkort hun eindcijfer voor deze opdracht.

Ilse Baremans is een van de leerlingen uit 4vwo die meewerkt.

Van der Helm: ‘Het ligt in de bedoeling dat we dit boekje te zijner tijd gaan uitgeven. Maar we doen dat wel op bestelling, omdat we niet de capaciteit hebben om het in de markt te zetten. Wie interesse heeft kan zich via de website opgeven. De prijs wordt bepaald aan de hand van het aantal bestellingen, maar het zijn uitsluitend kosten die worden betaald. Niemand verdient hier iets aan.’

Team Helden van Breda kan niet wachten tot het boekje klaar is. Mo: ‘Anders ik wel! We zijn nu bijna twee jaar bezig. Het kan niet anders dan dat dit iets prachtigs wordt. Ik ben iedereen die hieraan heeft meegewerkt zeer dankbaar!’

Samenwerking Maczek Memorial begint met opening fototentoonstelling

Tien helden van Breda, tien Bredase Vredesprijswinnaars en tien bevrijders van destijds hangen vanaf 19 mei samen in een fototentoonstelling in het Maczek Memorial. De samenwerking tussen de drie organisaties is daarmee een feit.

Het Maczek Memorial Breda is sinds 2020 gevestigd aan de Ettensebaan in Breda. Hun stichting wil de herinnering aan de Poolse bevrijders levend houden, maar nog weinig mensen kennen het memorial of komen er langs. De Bredase Vredesprijs was op zoek naar een geschikte locatie voor de uitreiking van de jaarlijkse prijs, als vervanging van de KMA. Die heeft de prioriteit liggen op opleiding en schrapt zo veel mogelijk nevenactiviteiten. En omdat de Bredase Vredesprijs al is verbonden met Helden van Breda, kwamen de drie partijen al snel bij elkaar.

Met de slogan ‘Helden zijn van alle tijden‘ worden er de komende maanden allerlei activiteiten georganiseerd, te beginnen met de fototentoonstelling. Die wordt op 19 mei geopend met een borrel. Daarna is de expositie tot aan de uitreiking van de Bredase Vredesprijs (eind september) open voor publiek. De reguliere toegang tot het memorial, inclusief een rondleiding, is vijf euro. We doen ons best om voor onze vrijwilligers gratis toegang te krijgen. Houd de website in de gaten voor de actuele programmering: www.heldenzijnvanalletijden.nl

Vrede, vrijheid en democratie zijn de belangrijkste waarden die de Poolse bevrijders uitdragen. De Bredase Vredesprijs wordt éen keer per jaar toegekend aan iemand die zich inzet voor het bevorderen van de vrede. Helden van Breda beschrijft dat het hele jaar door in verhalen: mensen die in armoede, eenzaamheid, in een vervuilde omgeving leven, die achterstand op de arbeidsmarkt hebben of worden gediscrimineerd, leven niet in vrede. Iedereen die zich daartegen verzet, werkt daarom aan vrede. Helden overwinnen daarbij van alles en brengen offers. Tussen de mensen die zijn uitgekozen voor de fototentoonstelling is daardoor een grote overeenkomst.
Recent blijkt opnieuw dat vrede en veiligheid nooit vanzelfsprekend zijn; het verdient blijvende aandacht. Generaal Stanislaw Maczek werd in 1892 geboren in een dorp bij Lviv, Oekraïne. Destijds hoorde dat bij het Oostenrijks-Hongaarse rijk, na de eerste wereldoorlog bij Polen en na de tweede wereldoorlog bij de voormalige Sovjet Unie. De republiek vecht nu tegen Rusland.
In 1944 waren het Maczek en zijn mannen die ons bevrijdden. Of de rollen ooit omgedraaid worden is de vraag. Maar juist in deze tijd is het essentieel om het belang van vrijheid, democratie, de rechtstaat en vrede uit te dragen. De fototentoonstelling staat daarmee midden in de actualiteit en krijgt een diepere betekenis.

Zie ook www.maczekmemorialbreda.nl

Meiden redden uit handen van mensenhandelaren

Bonnie Geus kwam als twaalfjarig meisje in aanraking met mensenhandel en misbruik. Toen Bonnie 21 was, belandde ze in een psychische crisis. Ze kreeg onder andere te maken met seksuele en criminele uitbuiting. Met veel vallen en opstaan is ze de Bonnie geworden die ze graag wil zijn. Ze gebruikt haar ervaringen nu om meisjes uit handen van loverboys te houden en sekswerkers te helpen.

Wie: Bonnie Geus (42 jaar), getrouwd met John. Samen hebben ze vier katten en een hond. In haar vrije tijd speelt Bonnie saxofoon in een blaaskapel of is ze op een golfbaan te vinden.
Beroep: als zzp’er geeft ze met haar bedrijf ‘Het Belevenishuis’ trainingen, coaching en begeleiding op cliënt-, organisatie en beleidsniveau (zie ook www.hetbelevenishuis.nl).
Vrijwilligerswerk: vrijwilliger bij Rups (een onderdeel van het IMW Breda), bestuurslid en penningmeester bij Vereniging van Ervaringsdeskundigen, trainer bij GGZ Vriendelijke Gemeente en lid klankbordgroep Seksworks. Ook zet Bonnie zich in voor inclusie en het VN-verdrag Handicap.
Uren per week: totaal gemiddeld ongeveer tien uur per week. Voor Rups in Breda is dat sinds 2021 en zo’n drie uur per week.

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘In mijn betaalde werk en mijn vrijwilligerswerk zit veel overlap. Door te putten uit allerlei persoonlijke ervaringen, hoop ik als professional én als vrijwilliger mensen te ondersteunen die in hetzelfde schuitje zijn beland als waar ik in heb gezeten.
Eén van mijn vrijwilligersbanen is bij Rups in Breda. Rups biedt gratis hulp aan sekswerkers en slachtoffers van mensenhandel. Ik ondersteun sekswerkers; meestal gebeurt dat via WhatsApp. Ik stel me voor met naam en foto en vraag hele simpele dingen, bijvoorbeeld of ze in geldnood zitten. Ze reageren omdat ik ervaringsdeskundige ben en op een laagdrempelige manier contact kan maken. Voor een hulpverlener is het vaak veel moeilijker om in contact te komen.

Als het kan helpen we bij allerlei praktische en financiële zaken. Maar we hebben het bijvoorbeeld ook over veilig werken of vragen over uit het vak stappen. Sekswerk is vaak een eenzaam beroep.
Omdat sekswerkers in de coronaperiode geen financiële steun van de overheid kregen, zijn veel sekswerkers toen behoorlijk uitgebuit. Ze moesten noodgedwongen doorwerken, maar onder druk werden nogal eens lagere bedragen door de klanten betaald.
Ook bezoek ik scholen en organiseer ik bijeenkomsten. Allerlei berichten op social media houden we in de gaten, ook om te voorkomen dat jongens of meiden in de handen van loverboys terecht komen.

Hoe ben je erin gerold?
Dat is een heel lang verhaal. Toen ik twaalf was en op de mavo zat, zei ik een keer ‘nee’ op een lift. Daarna werden deze jongens boos. Zij lieten mij onder dwang allerlei seksuele handelingen uitvoeren, maar ze pakten het slim aan. Brachten me bijvoorbeeld altijd op tijd terug, zodat het niet opviel. Ik durfde thuis niets te zeggen. Misschien mocht ik anders helemaal niks meer, niet weggaan ofzo, en ik dacht ook wel eens dat dit misschien normaal was. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat ik er iets over aan mijn ouders durfde te vertellen.

Om geld te kunnen verdienen, besloot ik om na mijn mavodiploma schilder te worden. Vier dagen per week werken, een dag naar school. Dat was een periode vol tegenslagen. Voor mijn gevoel paste ik niet meer bij leeftijdgenoten. Ik was nog aan het puberen, had ook een adoptietrauma, want ik ben geadopteerd. Met een fout vriendje, een loverboy, ging ik bovendien samenwonen toen ik achttien was. Toen ik een jaar of 24 was, kreeg ik een relatie met iemand die uit was op criminele en seksuele uitbuiting. Hij dwong me om seks met andere mannen te hebben, wat ook een vorm van mensenhandel is. Ik raakte steeds meer in de schulden omdat hij mij allerlei contracten liet ondertekenen. Op mijn eenentwintigste kreeg ik kortsluiting in mijn hoofd en kwam ik in een psychose terecht. Na een crisistraject van zeven jaar met veel medicatie bij de GGZ, kon ik dankzij hulp van mijn broers zelfstandig gaan wonen; in de schuldsanering, onder curatele, bij de Voedselbank en met veertig euro per week leefgeld.

Om wraak te nemen op alles en iedereen die mij had uitgebuit, ben ik rond de tijd dat ik klaar was bij de GGZ het sekswerk ingegaan. Maar wel met de regels van Bonnie, want nu zou ik de baas zijn. Dat was een heftige tijd, ook omdat ik schijnbaar een zware crimineel op bezoek had gekregen. Als je slachtoffer bent van seksuele uitbuiting, moet je iedere keer een knopje omzetten. Rond mijn 34e ben ik gestopt en heb ik John ontmoet.

In de periode bij de GGZ werd ik afgekeurd en kreeg ik een uitkering. Als ‘tegenprestatie’ deed ik heel veel vrijwilligerswerk, soms wel dertig uur per week. Zo gaf ik allerlei trainingen en ondersteunde ik andere vrijwilligers. Daarom vond ik dat ik eigenlijk net zo goed betaald werk kon gaan doen. Ik vroeg een reïntegratiekeuring aan bij het UWV. ‘Jij kan niet meer werken’, was na vijf minuten hun uitspraak, gebaseerd op informatie die vijftien jaar oud was. Zodoende ben ik voor mezelf begonnen. Want het liefst wil ik onafhankelijk zijn. Daarbij wil ik echt iets met mijn ervaring doen.
Via via heb ik Sanja van Rups ontmoet en heb ik besloten om me te gaan inzetten op het gebied van mensenhandel.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk/Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Omdat het in mijn werk vooral gaat om het delen van mijn ervaring, zie ik niet echt verschillen. Ik bied ondersteuning aan mensen. Soms door een spiegel voor te houden, maar vooral door een luisterend oor te hebben en begrip te tonen. Het gaat er om dat je er bent als het nodig is.

We willen laten weten dat, hoe diep iemand ook zit, er altijd wel een lichtpuntje is om naar uit te kijken en je ook op andere manieren een mooi en zinvol leven kan hebben. Dan is het fijn dat ik mijn verhaal met al die persoonlijke ellende maar wel met een happy end, aan anderen kan vertellen. En dat mijn ervaringen bijdragen om anderen hoop en ondersteuning te geven.

Ik hoop ook dat de meerwaarde van ervaringsdeskundigen steeds meer wordt gezien, want ik vind eigenlijk dat de hulp aan sekswerkers in Breda nog veel laagdrempeliger met ervaringsdeskundigen georganiseerd zou moeten worden.

Waarom onbetaald werk?
Het vrijwilligerswerk doe ik naast mijn betaalde werk. Zolang die combinatie mogelijk is en ik ook nog tijd voor John en mijn hobby’s over hou, blijf ik dat wel doen. We hebben katten en een hond, ik speel saxofoon in een blaaskapel en ik golf in een landelijke competitie.
Mijn ervaringen, hoe vervelend die ook zijn, zouden niet onbenut op de plank moeten blijven liggen. Als ik talenten en kracht bij anderen kan oprakelen en zie dat er stapjes in de goede richting worden gezet, geeft me dat veel voldoening. Zien dat iemand weer verder kan bouwen aan zijn leven, daar word ik gelukkig van.

Wat levert het op?
Het meeste vind ik leuk en het geeft me het gevoel op dat ik verschil kan maken. Helaas kom ik soms dingen tegen die me erg raken.
Zo heb ik op dit moment contact met twee jonge meiden die worden uitgebuit. Vreselijk vind ik dat, ook omdat de verhalen die zij vertellen zo herkenbaar voor me zijn. Wat erg vervelend is, is dat zij zo angstig zijn voor de politie. En de consequenties vanuit de daders zo groot is, dat zij de politie niet durven te vertrouwen. Dit is een lang en moeizaam proces voor de meiden. Daar baal ik zo van! Door uit ervaring te praten, te vertellen dat niet per se aangifte gedaan hoeft te worden en dat er nog een heel leven voor hen ligt, hou je het contact en kun je hoop geven.

Welke tips heb je voor anderen?
Ik vraag me vaak af waarom mensen zo op alles mopperen. Als iedereen zich nu eens een paar uurtjes per week zou inzetten voor een ander, dan zouden een hoop dingen veel beter gaan. Meld je aan en zet je ervaring in! Bijvoorbeeld bij het IMW Breda (www.imwbreda.nl/vrijwilligers), maar ik weet dat dit ook bij heel veel andere organisaties kan.’

Edwin Plinck als levend boek in de bieb

Eigenlijk zou Edwin op 15 mei als ‘levend boek’ zijn verhaal komen vertellen in de bibliotheek, maar door zijn eigen drukke agenda is dat een aantal maanden verschoven.

Fotograaf: MEA fotografie

Een van de mensen van de bibliotheek kreeg het in februari uitgereikte boekje over Edwin, slachtoffer toeslagenschandaal, onder ogen. Ze wilde Edwin direct boeken voor de eerste editie van de Living Library (voorheen Human Library). Je leest daar geen boeken, maar luistert naar mensen met interessante (levens-)verhalen, die je zo een twee drie zelf niet spreekt.

Edwin was gelijk enthousiast. ‘Het geeft de mogelijkheid om te vertellen over de toeslagenaffaire. Ik kreeg alleen op die korte termijn mijn eigen planning niet rond. Vandaar dat het nog even duurt.’ Dat Edwin eerder over zijn tegenslagen praat dan over zijn heldendaden, past bij echte helden. Maar waar hij ook over spreekt, zijn positieve en hulpvaardige inslag klinkt overal in door.

We houden jullie op de hoogte wanneer de Living Library met Edwin Plinck plaatsvindt. Je kunt in een zo’n sessie ook zelf vragen stellen.

Klik hier voor meer info over de levende bieb

Download hier het verhaal van Edwin Plinck, die anderen steunt ondanks zijn eigen toeslagenellende.

Renske Leijten ontvangt heldenverhaal Edwin Plinck

Op zaterdag 19 februari is in De Drie Linden in Prinsenbeek de papieren versie van het heldenverhaal over Edwin Plinck – slachtoffer toeslagenschandaal – uitgereikt aan Renske Leijten. Naast hen waren er twee andere sprekers.

In december verscheen Edwin in BredaVandaag als Held van de Maand. Vanaf dat moment is de uitgebreide versie op deze website te downloaden. De papieren variant bestaat naast het magazine uit 2020 en het boek ‘Goed Volk’ uit 2018.

Fotograaf: Maartje Verheijen

Edwin is aangemeld door Renske Leijten en Inge Verdaasdonk, die allebei veel informatie hebben over dit schandaal. Daardoor kennen ze veel slachtoffers. Nadat het verhaal digitaal was verschenen, heeft de SP de papieren versie gesponsord.

Dat de uitreiking geen politiek karakter had, bleek wel uit het feit dat burgemeester Paul Depla als eerste spreker aanwezig was. Hij vond het belangrijk dat overheid en ambtenaren niet alleen naar de regels kijken, maar zeker ook naar het doel erachter.

Anita van der Helm vertelde dat wat Edwin overkomen was, bij écht iedereen kan gebeuren. Edwin kiest er vervolgens voor om toch voor anderen klaar te staan. Daardoor maakt hij de wereld rechtvaardiger. En dat is wat mensen als je ze diep in hun hart kijkt allemaal willen. In het miniboekje staat hoe je dat kunt doen.

Edwin zelf was de derde spreker. Hij bedankte vooral zijn ouders, schoonouders en vriendin. Paul Depla kreeg van hem een doos vol delicatessen als symbolisch gebaar, omdat de gemeente Breda veel voor de slachtoffers toeslagenaffaire doet. Ook Renske en Anita kregen zo’n pakket.

Renske Leijten tenslotte vertelde over de geschiedenis van het toeslagenschandaal. Ze riep verder op om vooral te gaan stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen, op welke partij ook. Want mensen uit achterstandswijken stemmen te weinig en daardoor krijgen de mensen uit betere buurten het voor het zeggen. Iets als een toeslagenschandaal kan zich dan veel sneller herhalen. Ze vroeg Helden Van Breda mee te doen aan deze oproep om te gaan stemmen, juist omdat Helden van Breda ambassadeurs heeft bij alle partijen. Want Helden zijn van iedereen.

Het e-book kunt hier downloaden.