Loveness Anaman helpt vrouwen uit hun isolement

Foto: Henk Ketelaar

Loveness Anaman (62) zet zich al decennialang op vele fronten belangeloos in voor het welzijn van de hier in Breda verblijvende vrouwen uit Afrika en voor een school die zij in haar geboordeland Ghana achterliet.

Door Henk Ketelaar.  Foto: Henk Ketelaar

Wie: Loveness Anaman
Vrijwilligerswerk: Niet westerse vrouwen uit hun isolement helpen
Sinds: 1984
Uren per week: 40 uur en meer

Hoe ben jij hier in Nederland verzeild geraakt?
‘Met mijn ex-echtgenoot ben ik in 1984 vanuit mijn geboorteland Ghana naar Nederland gekomen en ging ik in Rotterdam wonen. Elf jaar later (1990) ben ik verhuisd naar Breda en heb ik hier drie van mijn vier kinderen en twee adoptiekinderen grootgebracht. Een oudste zoon is na onze echtscheiding bij mijn ex-echtgenoot opgegroeid. Hoewel Ghana mij nauw aan het hart ligt, voel ik mij erg gelukkig in Nederland en vind ik het fijn hier te leven en te wonen.

Hoe ben jij in het vrijwilligerswerk gerold?
Eigenlijk ben ik zonder het te beseffen al kort na mijn aankomst in Nederland als vrijwilliger aan het werk gegaan. In Ghana liet ik familie, vrienden en kennissen achter. Ik ben altijd met hen in contact gebleven. Omdat zij daar een tekort hebben aan schoolmiddelen, laptops, kleding, naaimachines, gereedschappen, rollators en andere gebruiksvoorwerpen, zamel ik die spullen voor hen in en stuur ze op. Als opslagplaats heb ik mijn garagebox leeggeruimd. Ik doe veel voor de Happy Home Academy in Accra. De gebruiksvoorwerpen die ik opstuur worden bij voorkeur aan vrouwen gegeven om een daar bedrijfje op te zetten. Zo heb ik intussen al heel wat mensen in Ghana en in andere Afrikaanse landen aan een zelfredzaam bestaan geholpen.    

Tot mijn verbazing maakte ik hier in Nederland kennis met het fenomeen dat veel vrouwen van niet westerse afkomst nauwelijks of niet meedoen aan de Nederlandse samenleving en veelal in armoede leven. Vooral Afrikaanse vrouwen houden zich met veel zelfbeklag schuil en zijn in een sociaal/maatschappelijk isolement geraakt. Om deze vrouwen weer in hun kracht te zetten coach ik ze naar een beter bestaan en daarmee ook tot een positiever zelfbeeld. Pas dan zijn ze in staat om in plaats van klagen en bij de pakken neer te zitten, mee te doen aan het maatschappelijk verkeer.

Een door mij begonnen Vrouwenstudio helpt mij daarbij. Zelfstandigheid en zelfvertrouwen zijn de sleutelwoorden waar ik naar toewerk. Ze moeten het zelf doen; daar stuur ik op. Al doende maakte ik kennis met tweedehands kledingwinkels en de voedselbanken in Rotterdam en Breda. Mede omdat ik snel het Nederlands wilde leren, ging ik als vrijwilliger eerst bij deze voedselbanken aan de slag en later bij het verzorgingscentrum Huize Raffy. Als intermediair help ik vanuit mijn expertise eveneens geheel belangeloos organisaties, instellingen en advocaatkantoren als ze hulp nodig hebben bij verzoeken en aanvragen van mensen die uit Afrika komen. Met het vorderen van de jaren werd mijn vrijwilligerswerk steeds omvangrijker en uiteenlopender van aard. Intussen heb ik al heel wat vrouwen van Afrikaanse afkomst uit hun geïsoleerde positie weten te halen.

Welke eigenschappen moet je hebben om dit vrijwilligerswerk te doen?
Als Ghanese ken ik de cultuur van mensen die in Afrika opgroeien. Vanuit die cultuur zien en beleven zij het als een vanzelfsprekendheid dat zwarte mensen sociaal en maatschappelijk minder privileges en vrijheden hebben dan witte mensen. Iets dat natuurlijk helemaal niet zo is. Zelf ben ik zo ook grootgebracht en weet ik dus hoe moeilijk het is om daarvan los te geraken en voor jezelf op te komen. Vooral als armoede je deel is. Luisteren, invoelen, erin geloven en levenservaring zijn de dingen die mij helpen dit vrijwilligerswerk te doen.

Wat kost het je? En waarom onbetaald werk?
Per week ben ik er toch zeker wel op de één of andere manier meer dan 40 uur mee bezig. Nu mijn kinderen groot zijn kan ik er gelukkig zoveel tijd insteken. Dat ik er niet voor word betaald is voor mij totaal onbelangrijk. Bovendien leven de mensen die ik help op bijstandsniveau en al zouden ze mij willen betalen dan zou ik het niet accepteren.

Wat brengt het je?
Het vrijwilligerswerk kost mij weliswaar veel tijd en energie maar het levert mij op ook veel energie op. De tijd en aandacht die ik ervoor over heb, krijg in ik levensvreugde dubbel en dwars terug. Ik heb al veel vrouwen in hun kracht gezet. Zelfredzaam en zelfbewust staan ze nu in het leven en daar word ik blij en vrolijk van. Ik wil er nog wel jaren en jaren mee doorgaan. Zolang mijn gezondheid dat toelaat blijf ik het dus ook doen.

Welke dromen heb je?
Mijn droom is dat er ooit nog eens een bevrijdingsmonument komt voor zwarte mensen. Een monument dat tot uitdrukking brengt dat wij, mensen van Afrikaanse afkomst, ons bevrijd voelen van de vernedering en verdrukking die wij bijna tweehonderd jaar lang hebben doorstaan en incidenteel nog ondergaan. Het moet wel een monument zijn dat betaald wordt met geld dat de samenleving opbrengt, dus niet met geld van overheden, bedrijven, instellingen of organisaties. Iedereen die achter deze gedachte staat zou er zijn steentje aan moeten bijdragen. Een groter draagvlak kan ik mij niet bedenken. Waar het monument moet komen maakt mij niet zoveel uit, maar in Ghana of een ander Afrikaans land zou wat mij betreft prachtig zijn. Dat is mijn droom die wellicht ooit nog eens uitkomt.

Welke boodschap heb je voor anderen?
Ongeacht van welke afkomst je ook bent, wees trots op jezelf, klaag niet en ben proactief.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Anaman in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Met hart en ziel zet Freek zich in voor de Kapeltuin

Wie: Fred van Ommeren
Beroep: Hovenier
Vrijwilligerswerk: Aanleg, onderhoud en beheer buurttuin De Kapeltuin Breda.
Sinds: 2005
Uren per week: 40 tot 45 uur

Waarom is het tuinieren jouw passie?
‘Op mijn twintigste ontdekte ik dat tuinieren voor mij een ontspannende, boeiende en een erg interessante bezigheid was, eentje waarin ik al mijn creativiteit kwijt kon. Het mooiste van tuinieren is dat je heel bewust de jaargetijden beleeft. Het boeide mij zo erg, dat het mijn beroep werd. Om het goed onder de knie te krijgen volgde ik talloze cursussen en bezocht ik zelfs seminars van de universiteit van Wageningen. Het ecologisch verantwoord tuinieren heb ik mij op deze wijze eigen gemaakt.

Waar ben je tuinman geweest?
In Groningen vond ik mijn eerste werkgever voor wie ik met een aantal vrijwilligers een groot park heb onderhouden. Helaas was het parkonderhoud een sluitpost op de begroting. Daarom hield het onderhoud op een gegeven moment op en eindigde ook mijn aanstelling als hovenier. Gelukkig vond ik soortgelijk werk bij het Historisch Openlucht Museum in Eindhoven waarvan het Prehistorisch Dorp een themapark is. Als ik op die periode terugkijk, heb ik daar de baan van mijn leven gehad.

Sinds wanneer doe je dit vrijwilligerswerk en hoe rolde je erin?
Eigenlijk al vanaf 2005, want toen kwam ik op het idee om het nog braakliggende stuk grond rondom de Kapel van Gageldonk – ter grootte van een half voetbalveld – onder mijn hoede te nemen. Omdat ik met pensioen was en de kapel niet ver van mijn woning staat, kwam ik er nogal eens. Toen al jeukten mijn handen om er een moes- en siertuin te beginnen. Een openbare tuin die ook nog eens ontmoetingsplek voor de buurt zou dienen.

Helaas was dat niet zo eenvoudig als ik dacht. De beheerder van Stichting Hendrik de Keyser, eigenaar van de grond en van de kapel, dacht daar heel anders over. Keer op keer als ik toestemming vroeg om er een buurttuin aan te leggen, ving ik bot. Pas nadat ik enkele keren eigenzinnig het kniehoge gras had gemaaid en de meer dan drie meter hoge heg had gesnoeid kreeg ik toestemming. Daarmee ging mijn lang gekoesterde wens in vervulling en maakte ik een op basis van een kloostertuin.

Na een oproep in de wijkkrant van de Haagse Beemden meldde zich een twaalftal vrijwilligers om mij te helpen bij de aanleg. Kort daarna, in 2012, hebben we de vereniging De Kapeltuin Breda opgericht.

Wat doe jij precies als vrijwilliger en hoeveel tijd steek je erin?
Elke dag van de week ben ik in de tuin te vinden, dus ook op zaterdag en zondag. Door de jaargetijden heen ben ik gemiddeld zo’n veertig tot vijfenveertig uur per week in de tuin bezig. Vakanties neem ik als de tuin daar geen nadeel van ondervindt. Naast het zaaien en planten zoek ik aan het begin van het seizoen naar ontkiemde zaailingen en kies ik welke ik wil gebruiken. Ik bemest, snoei, geleid de planten en bij droogte geef ik ze water. De paden wied ik eerst handmatig en later met de schoffel. Ik zorg ervoor, dat de paden en planten duidelijk afgebakend zijn, zodat de bezoekers niet tussen de planten doorlopen. De hekjes en tuinafscheidingen maak ik bij voorkeur van wilgentakken. Naast deze natuurlijke materialen gebruik ik als bestrijdingsmiddel uitsluitend natuurlijke stoffen, zoals brandnetelgier.  

Zijn er verschillen met het werk uit je werkzame leven en die van nu?
Vakmatig niet, inhoudelijk wel. Het is namelijk een buurttuin waar jaarlijks activiteiten worden gehouden. Ze maken een bezoek aan de tuin extra aantrekkelijk. Met de organisatie daarvan heb ik namelijk ook bemoeienis. Zo hebben we ieder jaar een optreden van een Artist in Residence. Dan treedt een kunstenaar op die zich erg bij de tuin betrokken voelt. Sinds vorig jaar doen we mee met Struinen in de tuinen. Dan wordt er een klein muziekfestijn gehouden op het grasveld achter de kapel. Voor muziekliefhebbers is er jaarlijks een Open Podium. Ook de Kunstroute Haagse Beemden doet onze tuin jaarlijks aan.

Voor kinderen zijn er allerlei praktische activiteiten, zoals het poten van aardappels en later het rooien. Op verzoek geef ik kleine groepen kinderen tekst en uitleg over de tuin in relatie tot de natuur. Dat vind ik wel het leukste van mijn werk. Dus ja, inhoudelijk is dit vrijwilligerswerk voor mij wezenlijk anders dan toen ik er als professional hovenier mee bezig was.               

Heb jij nog een tip?
Bijna dagelijks komen er mensen in de tuin die er rust zoeken, om raad verlegen zitten of hun verhaal kwijt moeten. Dat is gezellig, maar dat vraagt ook het nodige van mij als gastheer. Hoewel, ik heb het er graag voor over. Voor de wijkbewoners heb ik de tip om onze tuin eens te komen bezoeken, het is echt de moeite waard. Je vindt er rust, en als je wilt steek je er ook nog wat van op.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Freek in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Anita verrast eenzame bewoners ondanks eigen tegenslagen

Anita van den Kieboom (42) weet hoe het is om met een zware burn-out thuis te zitten en hoe moeilijk het is om daar weer uit te komen. Dat weerhield haar niet om voor anderen klaar te staan.

Haar creatieve maar vooral hulpvaardige inslag en inlevingsvermogen leidde ertoe dat ze haar leven bijna weer op de rit heeft staan.  Ze woont recht tegenover het woon –, zorg-, en wijkcentrum Heksenwiel in de wijk Haagse Beemden waar de gang van zaken door de coronapandemie ernstig is verstoord. 

Anita wist dat daardoor veel bewoners in een isolement waren geraakt. Met zelfgemaakte presentjes als 3D-kaarten, minikerstboompjes en knuffels stak zij hen een hart onder de riem. Met inachtneming van de coronaregels heeft zij die in een gezellige setting feestelijk aan de bewoners afgestaan. Acties die bij de landelijke en regionale media niet onopgemerkt bleven.

Hoewel Anita mediabelangstelling geheel niet op prijs stelt, ontkwam ze daar niet aan en haalde de pers. Gezien de vele reacties waren de Haagse Beemden bewoners blij met haar onbaatzuchtige inzet. Maar meer nog de bewoners van het zorgcentrum, voor hen was Anita een steuntje in de rug die ze goed konden gebruiken. 

Voordat ze hieraan begon had Anita maandenlang wekelijks zo´n tachtig door haar samengestelde voedselpakketten aan hulpbehoevende gezinnen in de wijk uitgedeeld. Vooral gezinnen die net als zij door hoogoplopende medische kosten in financiële problemen waren gekomen, konden op een voedselpakket rekenen. ‘Door al dit vrijwilligerswerk heb ik mijn zelfvertrouwen herwonnen. Het kostte energie maar het bracht mij wel weer in mijn kracht’, is de eenvoudige verklaring van Anita als zij op haar liefdadige acties terugkijkt.

Als het even te druk werd sprong Anita’s vriendin Hellen Go (52) weleens bij met de werkzaamheden. Daarom wist zij dat Anita voor veel mensen van grote betekenis was. Voor Hellen was en is Anita een held, voor haar een reden om Anita voor te dragen bij Helden van Breda. Een mooie geste, die in de maand maart beloond is met twee Domino’s pizzabonnen, eentje voor haar en eentje voor de genomineerde Anita.  

Echtpaar Touw helpt Indiase kinderen

De helden van januari zijn Jeanne Oomen (65) en Ruud Touw (67). Deze kinderfysiotherapeuten werken drie weken per jaar in een centrum in Karnataka (India), waar ze ook lokale begeleiders trainen. Ruud is daarnaast actief bij Achilles als trainer voor de Racerunners

Wat houdt jullie vrijwilligerswerk precies in?

‘Door armoede en beperkte medische voorzieningen zijn er in India veel meer kinderen met ernstige motorische beperkingen dan hier,’ legt Ruud uit. ‘Kinderfysiotherapie vind je daar nauwelijks, of is voor veel mensen te duur.
Wij werken in een eenvoudig therapiecentrum in een arme streek, in de deelstaat Karnataka in Zuid-India. Daar wordt aan kinderen met verstandelijke en/of motorische beperkingen opvang en onderwijs geboden. Het centrum staat onder de hoede van de Norbertijner orde, die zorgt voor een gedegen structuur.’

Jeanne: ‘We zijn bij ons eerste bezoek begonnen met het stellen van diagnoses, want die waren er niet. Ruud onderzocht de hele dag kinderen en ik schreef zijn bevindingen op in een dossier. Dat waren lange dagen! Na die diagnose stelden we de ontwikkelingsmogelijkheden per kind vast en gaven bij sommigen aan hoe complicaties konden worden voorkomen. Daarmee konden ze ter plaatse aan de slag. De Indiase begeleiders zijn niet specifiek opgeleid en we gaven ze samen basale handvatten voor behandeling. Ruud en ik vullen elkaar ook op vaktechnisch gebied goed aan.

De jaren daarna

Hoewel we tussendoor wel incidenteel contact hadden, was het erg spannend wat we de tweede keer zouden aantreffen. Dat was voor ons allebei een geweldig mooie verrassing; de eenvoudige behandelplannen waren echt opgepakt en het ging met veel kinderen een stuk beter. Om die positieve ontwikkeling te borgen gingen we daarna per kind in op de vragen die de begeleiders waren tegengekomen. Het was mooi om te zien hoe gemotiveerd en serieus zij hun taak namen.
De derde keer dat we er waren hebben we gefocust op het opzetten en bijhouden van dossiers. Verder leerden we het personeel om testen uit te voeren om het motorische vaardigheidsniveau van de kinderen vast te stellen en dat goed te registreren. Na afloop gaven we ze een welverdiend diploma, iets waar ze terecht heel trots op waren.’

Ruud: ’De directeur van het Indiase centrum kwam op bezoek in Nederland en wilde graag ook onze fysiovoorzieningen zien. Ik had hem bij Revant, waar ik toen werkte, natuurlijk onze geweldige hulpmiddelen kunnen laten zien. Maar omdat je daar in India niet zoveel mee opschiet koos ik voor een bezoek aan een zorgboerderij. Daar zijn mensen met beperkingen actief op allerlei gebied, zoals groenvoorziening, eten bereiden en allerlei huishoudelijk werk. De pictogrammen (tekeningen voor eenvoudige handelingen) die hij daar zag, worden nu ook in India gebruikt.

Hoe ben je erin gerold?

Ruud: ’Kees en Hennie de Wit waren al langer actief in Zuid-India met hun stichting Care Karnataka. Ze zorgden er onder andere voor dat er nu een echt schoolgebouw staat. Kees was geïnteresseerd in fysiomaterialen, en hij kwam langs om hulpmiddelen te zien die ze ter plaatse konden maken. Jeanne en ik waren eerder al eens zes weken in Nepal geweest, om daar ook als kinderfysiotherapeut te werken. Kees was enthousiast en vroeg of we ook niet eens meekonden naar India. Dat leek niet zo goed uit te komen omdat we net dat jaar naar Ethiopië zouden gaan om daar les te geven op ons vakgebied. Maar we besloten vervolgens om toch ook naar India te gaan. En toen is het gaan lopen.’

Waarin verschilt het van je gewone werk?

‘Als kinderfysiotherapeut doen we in India eigenlijk hetzelfde werk als we in Nederland deden, maar met veel minder middelen en medische expertise in de omgeving’, legt Jeanne uit. Ruud: ‘Je moet daar echt op zoek naar mogelijkheden. Je ziet een kind dat al heel lang alleen op een cementen vloertje ligt en dat wil je natuurlijk tenminste een zittend bestaan geven. Je maakt dan werktekeningen en bouwt iets met wat daar beschikbaar is. Zo’n kind komt dan terecht in een goed gesteunde zittende houding, waardoor z’n leven echt verandert en het onderwijs kan volgen.’

Jeanne: ’Natuurlijk is het voor dit werk nodig dat je flexibel bent en een beetje creatief. Liefst ook avontuurlijk ingesteld. Maar de belangrijkste basis is voor ons altijd deskundigheid, evenals respect voor de lokale bevolking.’

Wat kost het je?

‘Toen we allebei nog werkten’ gaat Jeanne door, ‘namen we onze vrije dagen op om naar India te gaan en waren we natuurlijk ook bezig met de voorbereiding. De kosten voor de vliegtickets en het verblijf daar betalen we zelf.

Als je, zoals wij, zelf veel kansen hebt gekregen om je talent te ontwikkelen mag je ook wel iets terugdoen. Niet alleen hier, maar ook verder weg. En het is een mooie voortzetting van onze actieve loopbaan.’

Wat is je leukste ervaring?

Ruud: ‘Een van de mooiste dingen die ik daar meemaakte gebeurde toen we een jongen met ernstige beperkingen op de stenen vloer zagen liggen. Ik heb toen een grote kookschaal die daar lag omgedraaid en die jongen geholpen om daar met stokken op te slaan. Hij fleurde helemaal op en het klonk echt mooi. Uiteindelijk is het met hem goed gekomen en is hij met wat aanpassingen zelfs naar school gegaan.’

Jeanne: ‘Ik vond het erg mooi dat we er met een sta-plank voor konden zorgen dat kinderen die nog nooit hadden gestaan, dat zo wel konden. Met echt simpele hulpmiddelen veranderde hun wereld.’

Welke tips heb je voor anderen?

‘Je moet niet huiverig zijn om je deskundigheid in ontwikkelingslanden in te zetten’, zegt Ruud. ‘Het is echt een enorme verrijking. Je leert meer kijken naar mogelijkheden dan beperkingen.’ Jeanne: ‘Als je elkaar vanuit respect benadert kun je samen echt ver komen.’

Verder is Ruud iedere week ook een paar uur actief als trainer bij Achilles voor de racerunners, fietsen zonder trappers voor kinderen en volwassenen met motorische beperkingen. Iemand die binnenskamers maar een paar passen kan lopen kan met dit hulpmiddel ‘rennend’ grote afstanden leren afleggen. Zo wordt de wereld opeens een heel stuk groter.

Magazine Goed Volk op Elisabeth TV

Op 27 november verschijnt het magazine Goed Volk, Meedoen en Doorgaan met verhalen van mensen die allerlei soorten vrijwilligerswerk doen. Coverstory is het verhaal van Addie van der Zande die mantelzorgers in de palliatieve fase ondersteunt. Elisabeth TV sprak met Ursula van Weert van Stib en met Anita van der Helm over het magazine.

Met dank aan Elisabeth TV voor het filmpje!