Echtpaar Touw helpt Indiase kinderen

Echtpaar Touw helpt Indiase kinderen

De helden van januari zijn Jeanne Oomen (65) en Ruud Touw (67). Deze kinderfysiotherapeuten werken drie weken per jaar in een centrum in Karnataka (India), waar ze ook lokale begeleiders trainen. Ruud is daarnaast actief bij Achilles als trainer voor de Racerunners

Wat houdt jullie vrijwilligerswerk precies in?

‘Door armoede en beperkte medische voorzieningen zijn er in India veel meer kinderen met ernstige motorische beperkingen dan hier,’ legt Ruud uit. ‘Kinderfysiotherapie vind je daar nauwelijks, of is voor veel mensen te duur.
Wij werken in een eenvoudig therapiecentrum in een arme streek, in de deelstaat Karnataka in Zuid-India. Daar wordt aan kinderen met verstandelijke en/of motorische beperkingen opvang en onderwijs geboden. Het centrum staat onder de hoede van de Norbertijner orde, die zorgt voor een gedegen structuur.’

Jeanne: ‘We zijn bij ons eerste bezoek begonnen met het stellen van diagnoses, want die waren er niet. Ruud onderzocht de hele dag kinderen en ik schreef zijn bevindingen op in een dossier. Dat waren lange dagen! Na die diagnose stelden we de ontwikkelingsmogelijkheden per kind vast en gaven bij sommigen aan hoe complicaties konden worden voorkomen. Daarmee konden ze ter plaatse aan de slag. De Indiase begeleiders zijn niet specifiek opgeleid en we gaven ze samen basale handvatten voor behandeling. Ruud en ik vullen elkaar ook op vaktechnisch gebied goed aan.

De jaren daarna

Hoewel we tussendoor wel incidenteel contact hadden, was het erg spannend wat we de tweede keer zouden aantreffen. Dat was voor ons allebei een geweldig mooie verrassing; de eenvoudige behandelplannen waren echt opgepakt en het ging met veel kinderen een stuk beter. Om die positieve ontwikkeling te borgen gingen we daarna per kind in op de vragen die de begeleiders waren tegengekomen. Het was mooi om te zien hoe gemotiveerd en serieus zij hun taak namen.
De derde keer dat we er waren hebben we gefocust op het opzetten en bijhouden van dossiers. Verder leerden we het personeel om testen uit te voeren om het motorische vaardigheidsniveau van de kinderen vast te stellen en dat goed te registreren. Na afloop gaven we ze een welverdiend diploma, iets waar ze terecht heel trots op waren.’

Ruud: ’De directeur van het Indiase centrum kwam op bezoek in Nederland en wilde graag ook onze fysiovoorzieningen zien. Ik had hem bij Revant, waar ik toen werkte, natuurlijk onze geweldige hulpmiddelen kunnen laten zien. Maar omdat je daar in India niet zoveel mee opschiet koos ik voor een bezoek aan een zorgboerderij. Daar zijn mensen met beperkingen actief op allerlei gebied, zoals groenvoorziening, eten bereiden en allerlei huishoudelijk werk. De pictogrammen (tekeningen voor eenvoudige handelingen) die hij daar zag, worden nu ook in India gebruikt.

Hoe ben je erin gerold?

Ruud: ’Kees en Hennie de Wit waren al langer actief in Zuid-India met hun stichting Care Karnataka. Ze zorgden er onder andere voor dat er nu een echt schoolgebouw staat. Kees was geïnteresseerd in fysiomaterialen, en hij kwam langs om hulpmiddelen te zien die ze ter plaatse konden maken. Jeanne en ik waren eerder al eens zes weken in Nepal geweest, om daar ook als kinderfysiotherapeut te werken. Kees was enthousiast en vroeg of we ook niet eens meekonden naar India. Dat leek niet zo goed uit te komen omdat we net dat jaar naar Ethiopië zouden gaan om daar les te geven op ons vakgebied. Maar we besloten vervolgens om toch ook naar India te gaan. En toen is het gaan lopen.’

Waarin verschilt het van je gewone werk?

‘Als kinderfysiotherapeut doen we in India eigenlijk hetzelfde werk als we in Nederland deden, maar met veel minder middelen en medische expertise in de omgeving’, legt Jeanne uit. Ruud: ‘Je moet daar echt op zoek naar mogelijkheden. Je ziet een kind dat al heel lang alleen op een cementen vloertje ligt en dat wil je natuurlijk tenminste een zittend bestaan geven. Je maakt dan werktekeningen en bouwt iets met wat daar beschikbaar is. Zo’n kind komt dan terecht in een goed gesteunde zittende houding, waardoor z’n leven echt verandert en het onderwijs kan volgen.’

Jeanne: ’Natuurlijk is het voor dit werk nodig dat je flexibel bent en een beetje creatief. Liefst ook avontuurlijk ingesteld. Maar de belangrijkste basis is voor ons altijd deskundigheid, evenals respect voor de lokale bevolking.’

Wat kost het je?

‘Toen we allebei nog werkten’ gaat Jeanne door, ‘namen we onze vrije dagen op om naar India te gaan en waren we natuurlijk ook bezig met de voorbereiding. De kosten voor de vliegtickets en het verblijf daar betalen we zelf.

Als je, zoals wij, zelf veel kansen hebt gekregen om je talent te ontwikkelen mag je ook wel iets terugdoen. Niet alleen hier, maar ook verder weg. En het is een mooie voortzetting van onze actieve loopbaan.’

Wat is je leukste ervaring?

Ruud: ‘Een van de mooiste dingen die ik daar meemaakte gebeurde toen we een jongen met ernstige beperkingen op de stenen vloer zagen liggen. Ik heb toen een grote kookschaal die daar lag omgedraaid en die jongen geholpen om daar met stokken op te slaan. Hij fleurde helemaal op en het klonk echt mooi. Uiteindelijk is het met hem goed gekomen en is hij met wat aanpassingen zelfs naar school gegaan.’

Jeanne: ‘Ik vond het erg mooi dat we er met een sta-plank voor konden zorgen dat kinderen die nog nooit hadden gestaan, dat zo wel konden. Met echt simpele hulpmiddelen veranderde hun wereld.’

Welke tips heb je voor anderen?

‘Je moet niet huiverig zijn om je deskundigheid in ontwikkelingslanden in te zetten’, zegt Ruud. ‘Het is echt een enorme verrijking. Je leert meer kijken naar mogelijkheden dan beperkingen.’ Jeanne: ‘Als je elkaar vanuit respect benadert kun je samen echt ver komen.’

Verder is Ruud iedere week ook een paar uur actief als trainer bij Achilles voor de racerunners, fietsen zonder trappers voor kinderen en volwassenen met motorische beperkingen. Iemand die binnenskamers maar een paar passen kan lopen kan met dit hulpmiddel ‘rennend’ grote afstanden leren afleggen. Zo wordt de wereld opeens een heel stuk groter.