Rini van der Linden: twintig jaar bestuurslid van de Stichting Princenhaags museum

Wie: Rini van der Linden (73)
Beroep: Communicatieadviseur UWV (voorheen)
Vrijwilligerswerk: Voorzitter Stichting Princenhaags museum
Hoelang: Zo’n twintig jaar, waarvan negen jaar als voorzitter
Uren per week: ca. 20 á 30

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
“Als voorzitter van het bestuur ben ik het uithangbord. En ik geef leiding aan de 40 vrijwilligers die hier werken. Dat doe ik niet alleen, maar samen met de vier andere bestuursleden. We hebben geen betaalde krachten, alle werk is vrijwilligerswerk.
De mensen kennen hun taak goed en zijn prima op elkaar ingespeeld. We doen het samen en zonder die vrijwilligers gebeurt er niets. We waarderen hun inzet enorm.
Specifieke klussen vragen natuurlijk wel om aansturing, bijvoorbeeld als er een nieuwe expositie wordt ingericht of onderhoudszaken.
Er is geld nodig om het museum mogelijk te maken en te houden, contacten met kunstenaars en andere relaties moeten worden onderhouden en nieuwe plannen moeten worden besproken. Bij elkaar kost me dat natuurlijk allemaal tijd. Veel gaat via netwerken. Ik hou van mensen en dat gaat me gelukkig goed af.”

Hoe ben je erin gerold?
“Ik heb altijd wel bestuurswerk gedaan. Toen ik 17 was, werd ik voorzitter van het jongerenkoor. Dan leer je eigenlijk al spelenderwijs besturen. Ook was ik voorzitter van sportvereniging Fier, penningmeester van het kinderdagverblijf en secretaris van zangvereniging Cantabile. Ook ben ik nog voorzitter van Stichting Princenhage Dorp in Breda

Ik ben, net als mijn ouders en grootouders geboren en getogen in Princenhage. Ik ben er graag actief. De geschiedenis van het dorp gaat me aan het hart en ik vind ook dat die moet worden bewaard. Ik hoefde daarom niet lang na te denken toen ik voor als bestuurslid van het Princenhaags museum werd gevraagd.

In 1942 werd Princenhage als dorp gesplitst; een deel werd Beek, later Prinsenbeek. Het zuidelijke gedeelte kwam bij Breda. Een clubje mannen dat vond dat de dorpsgeschiedenis moest worden vastgelegd en behouden, richtte in 1993 een museum op. Zonder pand, met exposities op verschillende plaatsen. Later werd de aula van de protestantse begraafplaats gehuurd als expositieruimte. Toen ik bestuurslid werd bij het museum, was ik de jongste tussen oudere mannen. Zij waren vooral zeer geïnteresseerd in het erfgoed en organiseerden vier tentoonstellingen per jaar, dat was ook al veel werk.

Rond 2015 ging het financieel niet goed met de stichting die de protestantse begraafplaats Haaghveld beheerde. Arie Roobol heeft toen stichting financieel geholpen en werd eigenaar van de aula en de portierswoning. Hij was daarmee huisbaas van ons museum. Toen die zou worden verbouwd tot stiltecentrum bood hij de portierswoning aan als alternatief. Hij liet een expositieruimte aan het woonhuis bouwen die nu ook in beheer is bij het museum.

Dit gebeurde allemaal kort voor mijn pensionering, en ik had me voorgenomen om dan met het museumwerk te stoppen. Maar op vakantie kreeg ik het idee om naast het erfgoed, ook kunst in het museum ten toon te stellen. Ik was ervan overtuigd dat dat iets moois zou toevoegen en meer bezoekers zou trekken. Arie Roobol was ook enthousiast en maakte mij direct pandbeheerder.
Ik wilde verder met mijn idee en mijn plan om te stoppen als bestuurslid ging de ijskast in. De voorwaarde was voor mij wel dat ik alleen als voorzitter verder zou gaan; de rest van het bestuur zat er echt voor het behoud van het erfgoed. Dat vonden ze prima, maar ik moest dat kunstplan wel zelf uitvoeren.
Bij de eerste kunsttentoonstelling was er weinig belangstelling van de rest van het bestuur. Die gaven er weinig om. Ik heb toen enthousiaste mensen uit de cultuursector om me heen verzameld die verstand hadden van exposities.

We stelden in het wijkblad bekend dat er geëxposeerd kon worden, en daar kregen we veel respons op. Maar niet iedereen die reageerde maakte de kunst zoals we die wilden exposeren. En dat moest ik dan vriendelijk duidelijk maken.
Iedere expositie betekende heel veel praktisch regelwerk. Ook werd soms een expositie op het laatste moment afgezegd. Het begin was best lastig.
Uiteindelijk hebben we goede afspraken opgesteld voor exposerende kunstenaars. Omdat we een wachtlijst van gegadigden hadden konden we ook goed selecteren; alleen mensen met enige vorm van kunstopleiding exposeren in het museum. Anderen kunnen we doorverwijzen naar het Gele Huis, een kunstenaarscollectief in Princenhage.
Nu hebben we kunstexposities die een maand duren, die we afwisselen met erfgoed exposities van drie maanden. We hebben een wachtlijst tot 2030 voor de kunstexposities.”

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig?
“Netwerken moet je liggen, ik ben een mensenmens, investeer veel in contacten, en vind dat ook leuk. Soms moet je ook stevige besluiten kunnen nemen, bijvoorbeeld als iemand niet in het team past of de koers niet wil of kan volgen. En je moet soms een kunstenaar die zich aanbiedt afwijzen. Gelukkig gebeurt dat weinig. Ik probeer goed voor onze vrijwilligersteam te zorgen, zodat ze terecht trots zijn op wat ze doen.
Je moet kunnen doorzetten. Goede ideeën zijn mooi en beginnen is niet moeilijk. Maar je moet echt volhouden om iets gedaan te krijgen. Dat geldt in de contacten met allerlei instanties en zekerwaar steeds minder mensen tijd en energie aan de gemeenschap besteden.”

Waarom onbetaald werk?
“Daar heb ik eigenlijk nooit over nagedacht. Wie goed doet, goed ontmoet, zoals mijn vader altijd zei. Het geeft me veel plezier en voldoening als ik partijen aan elkaar verbindt, als we samen iets moois neerzetten. Alle energie die ik daarin stop krijg ik dan helemaal terug.”

Wat kost het je, en wat brengt het je?
“Natuurlijk kost het tijd en energie. Het plan was om bij het museum te stoppen toen ik met pensioen ging, maar dat is dus anders gelopen. Mijn vrouw kent me goed, weet dat ik graag actief ben en staat achter me. Maar we stopten tegelijk met werk, ook met het idee meer samen te doen. Na anderhalf jaar intensieve inzet voor het museum was dat er nog niet echt van gekomen. Mijn vrouw grapte dat ik ook wel een bed in het museum kon neerzetten. Ze had gelijk, ik besteedde toen heel veel tijd aan het museum. Dat had ik natuurlijk anders moeten doen. Nu is donderdag onze vaste ‘vrije dag’, dan doe we samen leuke dingen samen. Ook andere bezigheden stem ik nu beter af. Ik heb een geweldige vrouw en ben een gelukkig mens.

Ik had niet altijd een gemakkelijke relatie met mijn vader. Maar soms denk ik nog wel eens: ’Wat zou hij ervan hebben gevonden?’”

Wat zijn leuke ervaringen?
“Als je partijen bij elkaar brengt en alles klopt, word ik daar blij van en ben ik trots. Studenten van Fontys hadden voor ons onderzocht hoe we meer jonge kunst zouden kunnen exposeren. Daar kwam onder andere uit dat we ons als oude mannen vooral niet met de inhoud moesten bemoeien. Uiteindelijk zijn we met een groep jonge kunstenaars in contact gekomen. Ze hebben vijf jaar lang de vrije hand met exposities. Dat biedt hen de mogelijkheid om gratis te exposeren en te experimenteren, wij verjongen het museum en bereiken nieuwe doelgroepen.
Ik bedacht toen dat het ook een mooie impuls voor ze zou zijn als ze er wat geld voor zouden kunnen krijgen. Via Arie Roobol kwam er voor vijf jaar budget. Toen we de samenwerking met ze beklonken, kon ik ze daarmee verrassen. Dat was echt zo’n hoogtepunt, waar alles samenkomt en waar iedereen blij van wordt. Daar ben ik trots op.

Welk advies heb je voor anderen?
“Zet je in voor de gemeenschap. Blijf daarbij rekening houden met je thuisfront”.