Maart: ‘Solidair zijn is onze leidraad’

Dick en Marianne de Lange. Tekst en fotografie: Joyce van Zijl-Lak.

In de maand maart staan Dick en Marianne de Lange in de spotlights. Ze willen absoluut geen helden genoemd worden want voor hen is alles wat ze doen en gedaan hebben volkomen normaal. In hun visie zou solidariteit en voor elkaar zorgen de leidraad moeten zijn in het leven.

Vanuit hun werkzame leven hebben ze veel ervaring opgedaan in organiseren. Naast hun werk hadden ze diverse bestuursfuncties en zetten zij zich in voor de oecumene in Breda. Dick kwam in contact met Jan Hopman. Toen Vluchtbed moest stoppen, zocht hij een nieuwe plek voor ongedocumenteerde vluchtelingen. Bovendien zag Jan toen al de problemen in Syrië en voorzag hij een grote stroom nieuwe vluchtelingen die hulp nodig zouden hebben. Samen stonden ze aan de wieg van het Mondiaal Centrum Breda (MCB), dat in april 5 jaar bestaat. Ook Marianne speelt een rol in het Mondiaal Centrum. Zij startte daar samen met Sazan Melko het Maatjesproject op, dat onlangs nog werd genomineerd voor een Appeltje van Oranje.

Marianne vertelt over het ontstaan daarvan. ‘Dick werd in 1999 ernstig ziek, ik was toen nog directeur van de opleiding tot verpleegkundige. Daar ben ik gestopt om voor hem te zorgen. Toen het beter ging, wilde ik iets doen want ik vond het zonde om mijn capaciteiten niet te gebruiken. Zo ben ik de coördinatie gaan doen van het taalproject “Taal aan Huis” in de Hoge Vucht. Vrouwen bezochten buitenlandse vrouwen die zelden uit huis kwamen om hen zo de taal te leren.
Daar ontmoette ik Sazan, een Koerdische vluchteling die aan de Sociale Academie studeerde en bij mij stage liep. Dat klikte enorm goed, zij is een hele slimme vrouw en een enorme doorzetter. Bovendien sprak zij Koerdisch en Arabisch en kende zij de cultuur goed. Dus toen het MCB opende, zijn wij daar samen het Maatjesproject begonnen. Hierin wordt een vluchteling gekoppeld aan een Nederlander om integratie te bevorderen.
Bestuurslid Bram Heringa kreeg voor elkaar dat de Protestants Kerk dit project lang heeft gefinancierd. Vanuit dit Maatjesproject volgden initiatieven als een kookclub en fiets- en conversatielessen. Later kwam er een Naald- en Draadgroep voor vrouwen van de vluchtelingen bij. Heel veel mensen gingen mee doen. Ik wil vooral ook Florentine Lockefeer noemen die enorm veel doet en heeft gedaan.’

Dick herinnert zich de aanloop naar de opening van het MCB als een hectische, maar mooie tijd. ‘Ik geloof dat geld goede bedoelingen volgt, je moet gewoon gaan doen en dan komt dat vanzelf. Zo hebben wij het zeker ervaren bij onze start. We mochten en mogen nog steeds het klooster gebruiken en de Broeders zorgen voor het onderhoud. Geweldig! We kregen in de aanloop een berichtje van een bejaardenhuis voor nonnen dat dicht ging en mochten de inventaris ophalen. En zo konden we van start.’

Dick en Marianne hebben naast het MCB heel veel andere waardevolle bijdragen aan de maatschappij geleverd, ‘Noblesse oblige’, zoals Dick dat noemt. ‘Als je bepaalde capaciteiten hebt en je bent in de positie om een ander te helpen, dan moet je dat gewoon doen. Vanuit je geweten en de overtuiging dat je dingen die op je pad komen niet moet ontlopen maar op moet rapen. Mensen die in een moeilijke fase van hun leven zitten help je gewoon, we kunnen niet anders.‘

Beiden hebben zich ook sterk ingezet voor de oecumene in Breda. ‘Wij zijn van het samenwerken, van het verbinden. Protestant of katholiek, het maakt niet uit, je doet gewoon wat goed is. Zo zijn we met “Dubbelop” gestart, een sociale maaltijd waarbij ook een verhaal werd verteld. Dat werd betaald door zowel de katholieke als de protestantse kerk. Bisschop Muskens en plebaan Anton Kamps waren daar ook heel enthousiast over, alles kon in die tijd. Iedereen was welkom, de Antoniuskathedraal werd letterlijk een huis voor velen. Toen de opvolger van ‘de Mus’ kwam werd het anders. Bisschop van de Hende vond die samenwerking niks, stopte de oecumenische samenwerking. Dat was echt een desillusie, zoveel vreugde en plezier voor de oecumenische gemeenschap was ineens allemaal weg.’

Nadat Dick een paar jaar geleden opnieuw ernstig ziek werd, moest hij met veel zaken stoppen, ook bij het MCB. Marianne is inmiddels eveneens aan het afbouwen. Maar zij blijven positief. ‘We zijn heel hoopvol als we zien hoe de jeugd weer de straat op gaat voor het klimaat, voor hun idealen. De zorgen omdat er iets fout dreigt te gaan met de wereld leiden weer tot activisme. We hebben maar één aarde, we moeten het samen redden. We moeten de hoop niet verliezen en naar de lange termijn kijken. Onze geschiedenis kennen en het overzicht houden. Er is zoveel bereikt! Kijk naar hoe we nu omgaan met homoseksualiteit, transgenders, er is zoveel meer geaccepteerd dan vijftig jaar geleden. Wij hebben een basis gelegd, we hopen dat jongeren het nu over gaan nemen!’