Wie: Lean Vermeulen (79)
Beroep: Administratie, moeder
Vrijwilligerswerk: Koor Bondeko en veel andere activiteiten
Sinds: 2012
Uren per week: Verschilt per week. Gemiddeld ca. vier uur per week
Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
“Bondeko betekent in het Congolees verbondenheid en daar gaat het bij ons koor ook om; iedereen kan meedoen, ook als je niet van bladmuziek kunt zingen. Er is absoluut geen drempel en dat is een van mijn drijfveren om me in te zetten.
Bij Bondeko zorg ik voor nieuwe liedjes. Ik neem deel aan zangworkshops in Breda en let daar altijd goed op of ik iets tegen kom dat ik passend vind voor het koor. Vaak zijn dat gospelachtige nummers, canons of muziek van Taizé. Ook zoek ik veel op internet. Als ik een liedje heb, werk ik dat uit. Ik zoek een versie die goed door ons koor te zingen is en ik zorg voor de verschillende partijen. Ik zorg voor de tekst, in grote letters voor een aantal koorleden en print die op de Bieb Hoge Vucht.
Ik ben invaldirigent voor onze vaste dirigent Erna Smeekens, bijvoorbeeld toen ze drie maanden op Sri Lanka was. Ik doe niet alles alleen hoor, we doen het met z’n allen.
De financiën van het koor zijn niet ingewikkeld, ik treed ook op als penningmeester. Verder onderhoud ik het contact met de Franciscuskerk waar we op zaterdagavonden in een viering zingen. Zij moeten natuurlijk tijdig weten welke liedjes worden gezongen. Ik zing ook in het andere kerkkoor, het Goede Herderkoor, dat op zondagen zingt.
Bij Bondeko onderhoud ik de contacten met de koorleden. We kennen elkaar goed, het zijn actieve leden en inmiddels vrienden. We delen lief en leed. Als er iemand van ons ziek is, zoeken we een passend lied uit, zingen dat in en sturen het op.
De tijd die ik aan koor besteed verschilt. Als invaldirigent had ik het best druk, zeker ook nog met het kerstrepertoire. En de afgelopen periode was ik heel druk met een vriendin van wie de moeder vrij plotseling overleed. Kort voordat ze stierf vroeg ze mij of ik haar dochter wilde helpen. Daarna heb ik maandenlang helpen opruimen van haar huis. Dat was echt een heel karwei.
En ik pas regelmatig op mijn kleinzoon op die om de twee maanden drie nachten bij me logeert. Hij heeft vanaf zijn geboorte een behoorlijke vorm van autisme en kan echt niet alleen blijven. In de eerste jaren ging ik elke week naar Eindhoven, waar hij met z’n ouders woont, nu dus wat minder. Wel gaan we twee keer samen met z’n moeder op een speciale vakantie en zijn ze bij me met kerst en oud en nieuw. We houden veel van elkaar.”
Hoe ben je erin gerold?
“In 2012 las ik in het parochieblad dat er een gospelkoor werd opgericht en men leden zocht. Samen met mijn buurvrouw ben ik toen mee gaan doen. In de Inloop van de kerk waren vrouwen die dikwijls gospels zongen.
De pastor, Jan Hopman, stelde voor om voortaan ook in de kerk te zingen. Samen met Erna Smeekens richtte hij vervolgens het koor op. Bij ons koor is voor iedereen plek.
In januari 2013 begonnen we aan een Hebreeuws lied en ik wilde weten hoe dat precies goed gezongen moest worden. Ik heb dat uitgezocht en uitgewerkt. Ook schreef ik het fonetisch op. Daarna ben ik dat blijven doen en werd het steeds uitgebreid.”
Wat kost het je? Wat zijn de vervelende dingen die je onderweg tegenkomt?
“Na tien jaar huwelijk verliet mijn man me. Hij werkte altijd hard maar hij was niet de vader voor onze twee kinderen die ik had gehoopt dat hij was. We hadden nooit ruzie; het was een heel zwijgzame echtgenoot. Toen hij wegging stond ik er echt alleen voor en was ik heel verdrietig. Achteraf gezien heb Ik onderschat wat het missen van een vader voor onze kinderen betekende. Ik vond het moeilijk om daarover met ze te praten en heb dat toen te weinig gedaan. Gelukkig hebben allebei mijn kinderen zich tot fijne mensen ontwikkeld, met mooie hobby’s, en zijn ze allebei in Leiden afgestudeerd.
Ik wilde al een tijdje voorleesmoeder worden op school, maar mijn man zei altijd dat ik dat helemaal niet kon. Toen hij weg was ben ik gelijk als voorleesmoeder begonnen. Ook startte ik bij de bloemendienst in het oude Ignatius ziekenhuis. Elk nadeel heb zijn voordeel.
Als het met het werk bij het koor te veel leek te worden, heb ik wel eens getwijfeld of ik door moest gaan. Ik heb op een gegeven moment NLP gedaan en kom beter voor mezelf op. Toen ik een keer drie maanden uit de running was, werd duidelijk hoeveel ik eigenlijk deed. Een vriendin vroeg me of ik terug wilde komen en sindsdien ben ik niet meer weggegaan.
In 2011 kreeg ik borstkanker en werd ik geopereerd en lang bestraald. Dat is helemaal goed gekomen.
Ik heb in mijn leven best verdriet gehad, maar ook heel veel geluk. In mijn naaste omgeving zie ik dikwijls leed dat me bespaard is gebleven. Iedere avond als ik naar bed ga, bedank ik onze lieveheer daarvoor.”
Waarom vrijwilligerswerk, wat brengt het je?
“Dat komt vanzelf. Ik voel me van nature erg betrokken bij mensen en kan ook moeilijk nee zeggen. Of het nou om collecteren gaat voor KWF, de hartstichting of iets anders. Daar heb ik geen spijt van. Ik denk dat het mezelf ook goed doet om iets voor een ander te betekenen. Aan het eind wil iedereen toch een zinvol leven hebben gehad.
Misschien vind ik juist omdat ik dat ken, dat gevoelige en kwetsbare mensen zorg, aandacht en verbinding nodig hebben. Ik heb twee keer geprobeerd om beroepsmatig in verpleeghuizen aan de slag te gaan. Dat lukte niet omdat ik niet paste in een zorgsysteem waar geen tijd was voor echte aandacht; er moest productie worden gedraaid. Daarin kon ik niet mee.
Ik wilde wel iets met mijn behoefte om zorg te geven en ben kamers gaan schoonmaken in het Elisabeth verzorgingstehuis. Toen ik een auto erfde van mijn broer, heb ik vier jaar lang mensen naar de dagopvang gereden.
Via een vriend kreeg ik de kans om busbegeleidster bij de Paddenstoel te worden, een orthopedagogisch dagcentrum voor kinderen met een meervoudige beperking. Dat heb ik tien jaar gedaan.
Die laatste tien jaren zijn de mooiste van mijn leven.”
Welk advies heb je voor anderen?
“Zelf heb ik een Bredapas. In mijn omgeving zie ik ook veel mensen met een beperkt inkomen. Zij hebben veel rechten die hun leven plezieriger kunnen maken, maar kennen die vaak niet. Het zou goed zijn als de gemeente hen bijvoorbeeld actief zou wijzen op langdurigheids- en seniorentoeslag.
En verder: je bent oud voordat je het weet. Probeer op tijd iets van je leven te maken. Zodat je als je terugkijkt, in ieder geval kunt zeggen dat je je best hebt gedaan.”







