Emine Bala verbindt met hart en ziel

Wie: Emine Bala (43)
Beroep: Onderwijskundig onderzoeker, docent Engels
Vrijwilligerswerk: Projectleider Prisma West-Brabant, Stichting samen Tilburg, Prisma Oost-Brabant
Sinds: 2023
Uren per week: Twee dagen per week


Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
“Prisma is een cultureel ontmoetingscentrum en organiseert allerlei maatschappelijke activiteiten om mensen met verschillende achtergronden samen te brengen. Iedereen komt dan samen op hetzelfde niveau, zonder dat achtergrond en vooroordelen een rol spelen. Dat past precies bij waarin ik geloof: mensen verbinden zich het beste met elkaar door samen iets te doen. Zo is er bijvoorbeeld het project eenzaamheid. Met onze vrijwilligers komen we samen om extra aandacht aan dat probleem te besteden; we praten er niet alleen over, maar bezoeken ook mensen thuis of in zorginstellingen, brengen iets mee en maken een praatje. We doen ons best om die mensen te betrekken, uit hun eenzaamheid te halen. We willen ze wat gezelligheid bieden.

We zijn bij Prisma vooral een vrijwilligersorganisatie. En onze vrijwilligers zijn voor 95% nieuwkomers in Nederland, sommigen zijn hier net een paar maanden, anderen al een aantal jaren. Allemaal mensen die hier iets willen betekenen voor de maatschappij. Er zijn veel Turkse vrijwilligers, maar ook uit andere landen, maar ook mensen die hier zijn geboren. Meestal zijn het goed opgeleide mensen, docenten, artsen, advocaten, journalisten en rechters bijvoorbeeld. De vrijwilligers doneren zelf vaak om de activiteiten te kunnen organiseren, soms is er een kleine subsidie.
Bij Prisma begeleid ik als vrijwilliger coördinatoren van de verschillende projecten. Ieder project heeft een eigen coördinator. De projecten zijn heel verschillend, maar hebben altijd tot doel om verbinding tussen mensen tot stand te brengen. Zo hebben we een Wereldkeuken, organiseren we dialoogwandelingen, een vrouwendag, een weekendschool voor kinderen, soepavonden en culturele programma’s. Prisma opereert landelijk, met als centraal thema ‘De Kunst van het Samenleven”.
Ik doe dat in Breda, maar ik begeleid ook coördinatoren bij Prisma Oost-Brabant in Eindhoven en Stichting Samen in Tilburg. Naast mijn betaalde werk als docent bij Curio besteed ik daar bij elkaar zo’n twee dagen per week aan. Ook ben ik ambassadeur voor het gemeentelijke programma voor diversiteit en inclusiviteit. Het motto daar is: ‘Zo doen we dat in Breda’.”

Hoe ben je erin gerold?
“Mijn man en ik woonden en studeerden uit Turkije. Ik studeerde Engelse Taal en Literatuur, taalwetenschap en onderwijskunde. Toen de universiteit van Erbil in Irak ons vroeg om daar te werken, verhuisden we naar Irak en gingen we aan de slag. Ik werkte als docent Engels aan de lerarenopleiding, waarbij ik ook actief was als onderzoeker. Toen we daar twaalf jaar werkten, was het politieke klimaat in Turkije erg veranderd. Vanwege onze politieke overtuiging konden we niet veilig terug naar ons land. En in het grensgebied waar we woonden werden regelmatig mensen ontvoerd en onder dwang naar Turkije gebracht. Daarom was In Irak blijven voor ons gezin ook geen optie. Zo kwamen we uiteindelijk in Nederland terecht.

We wonen nu iets meer dan drie jaar in Breda. Aanvankelijk kende ik bijna niemand. Ik zit niet graag thuis; eigenlijk ben ik een workaholic. Ik miste contact en wilde meer verbinding maken met mijn buurtgenoten. Ik ben toen eren burendag gaan organiseren. Ik diende toen bij het Oranjefonds een aanvraag in en ging naar mijn buurvrouw om samen mensen in de wijk te benaderen. Uiteindelijk richtten we een kleine commissie op om er werk van te maken. We belden bij iedereen en vroegen om mee te doen. Sommige mensen aarzelden, maar uiteindelijk waren er bij de eerste burendag toch zo’n veertig mensen. Anderen zag ik van achter hun gordijntjes toekijken. De tweede keer was het een stuk drukker. We hebben inmiddels in tweeënhalf jaar drie grote feesten georganiseerd, met steeds meer mensen. Ook konden we hier en daar kleine subsidies regelen.
Ik voel me hier allang niet meer eenzaam; de meer dan zestig gezinnen uit mijn omgeving zijn mijn familie. Het zijn mensen die uit Syrië komen, Turkije, Somalië en Marokko, of al hun hele leven in Nederland wonen. De verbondenheid is ondertussen echt gegroeid.
Ongeveer in dezelfde periode dat ik de burendag begon, kwamen er vrienden uit Irak bij ons thuis die als vrijwilliger bij Prisma werkten. Zo ben ik daar ook begonnen. Ik vraag mezelf voortdurend af hoe ik iets kan betekenen voor de maatschappij.”

Wat kost het je?
“Natuurlijk kost het tijd. Maar dat gaat eigenlijk spelenderwijs en met veel plezier. Als ik de zoon van een buurvrouw help met de voorbereiding op zijn examen Engels, heb ik echt niet het gevoel dat dat mij tijd kost. Dat gaat vanzelf, ik voel ook geen verschil of ik dat nou voor haar of voor mijn zoon doe. Deze mensen zijn mijn mensen, dit is mijn stad, dit land is mijn land.
Toen mijn man en ik met onze drie zonen in Nederland aankwamen, hebben we dertien maanden in drie AZC’s gewoond. Je hebt dan een kleine kamer voor je gezin en deelt de douches en toiletten met vijftig anderen. Er is geen privacy en niet iedereen is natuurlijk altijd aardig. Dat begin was lastig.
In het AZC ben ik begonnen met het leren van Nederlands. Ook schreef ik het laatste deel van mijn dissertatie voor mijn PhD, waaraan ik in Irak was begonnen. De verdediging van mijn dissertatie deed ik via een wankele videolink vanuit een kamertje in het AZC.

In de vier jaar dat ik in Nederland ben heb ik meer dan honderd keer gesolliciteerd. Het was frustrerend en ik voelde me niet gezien.
Ik heb bij de Radboud universiteit een tweede master gevolgd om mijn kansen hier te vergroten. Gelukkig heb ik nu een baan bij Curio.

Natuurlijk mis ik mijn oude land; ik ben daar geboren en mijn familie is daar. Ik kan al tien jaar niet terug en mis hen. Gelukkig voel ik me hier als nieuwe Nederlander ook echt Nederlander.”

Waarom vrijwilligerswerk, wat brengt het je?
“Ik wil van betekenis zijn voor anderen, voor de maatschappij in mijn nieuwe land. Ik wil in verbinding zijn met anderen, ongeacht hun achtergrond of eventuele vooroordelen. Met mijn vrijwilligerswerk vind ik die verbinding.
Een buurvrouw van bijna negentig klopt gewoon zonder afspraak bij me aan voor een kopje koffie. Toen ik haar pas een zelfgemaakt toetje gaf, glunderde en zei ze dat dat precies smaakte zoals haar moeder dat maakte. Ik heb dan tranen van blijdschap.”

Welk advies heb je voor anderen?
“Iedereen is van betekenis. Door de taalbarrière is het voor nieuwkomers lastig om contact te maken. Ze willen dat wel, maar weten vaak niet hoe. Soms blijven ze dan thuis en raken gedeprimeerd. Daar heeft niemand iets aan. En het leven is natuurlijk ook niet alleen maar leuk.
Als je dat accepteert kun je kijken wat je voor een ander kunt betekenen, met hulp van je omgeving. Die is daarbij echt nodig. Voor mij is integratie een two way street.. Als we samen stappen zetten, als we als buurt contact zoeken en verbinding maken, komt er beweging die we allemaal nodig hebben. Dat is goed voor onze stad en voor ons land.”