Shirin Ali, vrijwilligster bij de voedselbank

Shirin Ali, vrijwilligster bij de voedselbank

Na een lange weg komt Shirin als vrijwilligster terecht bij de Voedselbank. Drie dagen per week is ze daar verantwoordelijk voor de afdeling groente en fruit. Dat was enkele jaren geleden onvoorstelbaar: Shirin kookte niet zelf en van groente en fruit wist ze weinig af. Hoe anders is dat nu!

Wie: Shirin Ali (45), getrouwd, drie zonen (10, 11, 14)
Vrijwilligerswerk: Verantwoordelijk voor de groente en fruit bij de voedselbank Breda
Sinds: 2017
Uren per week: 24

Wat houdt je vrijwilligerswerk precies in?

‘Ik zorg er met een team vrijwilligers voor dat alle groente en fruit bij binnenkomst wordt gecontroleerd, gesorteerd en geteld. Daarna slaan we het op, binnen of buiten de koeling, en maken we er pakketten van voor de mensen die naar de voedselbank komen. Het werk is ook behoorlijk fysiek, we sjouwen en tillen hier heel wat af met zware kratten. We zetten bij de voedselbank echt in op goed en gezond eten. Juist voor de deelnemers aan de voedselbank is groente en fruit heel belangrijk, want het is gezond, maar tegelijk ook duur.
Het uitdelen aan de deelnemers, zo noemen we onze klanten, doe ik zelf. Omdat ik verschillende talen spreek, treed ik hier ook zo nu en dan op als tolk.

Hoe ben je erin gerold?

Mijn man kwam 23 jaar gelden als politieke vluchteling naar Nederland. We waren net getrouwd en we misten elkaar verschrikkelijk. Het leven is niet altijd eerlijk. In december 2004 kon ik naar hem toekomen, via Jordanië. Ik heb geluk gehad dat ik bij de Nederlandse ambassade in Amman snel werd geholpen. De reis heb ik zelf betaald. Op Schiphol wachtte hij op mij met een hele grote bos bloemen. Hij was na de jaren dat we elkaar niet hadden gezien alleen maar leuker geworden.
Het was natuurlijk goed om bij mijn man te zijn, maar het was moeilijk om alles, echt alles, achter te laten. Je begint hier met niets. Ik kom uit een groot gezin en vond het heel zwaar om hier bijna helemaal alleen te zijn. Daarbij komt dat ik mijn verhaal niet gemakkelijk met anderen kan delen. Inmiddels zie ik Nederland als mijn tweede vaderland, een mooi land, en de meeste mensen zijn aardig.

Mijn man werkt hier fulltime. In Irak heb ik altijd gestudeerd en gewerkt. Met mijn universitaire studie chemie kon ik in Nederland niet aan de slag. Het taalniveau dat nodig is voor een eventuele vervolgstudie hier is voor mij niet bereikbaar, ondanks de taallessen die ik daarvoor heb gevolgd. Dat is jammer, maar het is niet anders. Ik vond het belangrijk om naast de opvoeding van onze drie zoons en het huishouden een zinvolle invulling van mijn tijd te hebben. En als je alleen thuis zit gaat je Nederlandse taalniveau ook maar achteruit. En, niet in de laatste plaats, Nederand is heel goed voor ons  geweest. En daar wil ik graag iets voor terugdoen.
Daarom ben ik op internet op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk dat een beetje in de buurt van ons huis en de school van de kinderen was. Zo kwam ik de voedselbank tegen, waar ik na een gesprek direct aan de slag kon.

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig?

Voor het werk dat ik nu doe heb je kennis van groente en fruit nodig. Bij aankomst in Nederland wist ik niets van koken; toen ik studeerde en werkte in Irak had ik daar nooit tijd voor en deed mijn moeder dat. In Nederland heb ik dat mezelf geleerd, via televisie en internet. Zo heb ik ook de verschillende producten leren kennen. Inmiddels weet ik er aardig wat van. En nu ben ik verantwoordelijk voor alle groente en fruit bij de voedselbank.

Als er hier iemand groente komt halen die hij of zij niet kent geef ik er een recept bij dat ik heb gemaakt. De keer daarna vertellen ze dan vaak dat ze het lekker vonden.

Verder moet je het natuurlijk ook leuk vinden om dit werk te doen en interesse in mensen hebben. Ik probeer bijvoorbeeld rekening te houden met de gezinssamenstelling en achtergrond van de deelnemers bij het samenstellen van de pakketten.

Wat kost het je?

Het kost me niets. Er is hier buiten mijn gezin geen familie waar ik naartoe kan of hoef, en als ik vakantiedagen wil, dan kan dat ook gewoon. Ik heb er hart voor en zet me niet anders in dan wanneer het betaald werk zou zijn.

Wat brengt het je?

Door mijn werk hier heb ik veel contact met mensen en dat heb ik ook nodig. Verder heb ik de taal beter leren spreken.

Ik vind het fijn om mensen te kunnen helpen en dat kan hier. Het raakt me erg als iemand zich schaamt om bij de voedselbank te moeten aankloppen. Als ik zo iemand zie huilen, moet ik ook huilen.

Soms treed ik op als tolk; ik vind het vreselijk om een slechte boodschap te helpen overbrengen. Bijvoorbeeld als iemand geen recht meer heeft op voedselbankhulp. Dat vind ik verschrikkelijk, ook al begrijp ik de regels. Gelukkig help ik ook wel eens bij goed nieuws: als iemand te laat is en eigenlijk niet meer naar binnen mag en ik mag zeggen dat het toch mag. Dat vind ik leuk.
Als ik me ergens aan verbind, ga ik er ook echt met heel mijn hart voor. Dat geldt niet alleen voor mijn werk, maar bijvoorbeeld ook voor de opvoeding van de kinderen. Ik werk hier hard, en gelukkig is er flexibiliteit. Als ik bijvoorbeeld onverwacht naar de school van mijn kinderen moet dan kan dat. Natuurlijk kan dat in theorie ook bij een betaalde baan. Maar ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik daar dan geen gebruik van zou maken.

Ik vind het heel belangrijk dat onze zoons hun kansen hier benutten en allemaal en goede opleiding volgen. Als ik vandaag klaar ben bij de voedselbank, doe ik nog de krantenwijk van een van mijn zoons. Die heeft tentamens en moet zijn tijd daarvoor gebruiken.

Welke boodschap of adviezen heb je voor anderen?

Verspil je tijd niet, doe iets voor een ander. Waar dan ook. Zo heb ik dat ook van mijn ouders en vanuit mijn geloof geleerd. En wees gelukkig met wat je hebt, wees niet ongelukkig om wat je niet hebt.’

De voedselbank geeft in Breda iedere week 570 gezinnen, met in totaal 1600 mensen, te eten. Op drie plekken in Breda verwerken en distribueren daarvoor ongeveer honderd vrijwilligers een miljoen kilo aan eten per jaar. Tijdens de coronacrisis is het aantal deelnemers met zo’n zeven procent gegroeid. Door investeren in goede relaties met winkels en bedrijven kan de voedselbank de toegenomen vraag aan.