Korte verhalen

‘Wat er ook gebeurt, we doen dit samen’

Op 21 september ontving het duo André en Soufiane uit handen van burgemeester Paul Depla de Bredase Vredesprijs. Hoewel Soufiane al eerder tot Held van Breda werd uitgeroepen, is zijn verhaal nooit in de rubriek Held van de Maand (van BredaVandaag) verschenen. Reden om André deze maand aan het woord te laten over de laatste zes jaar, waarin zij samen optrekken.

Door: Anita van der Helm

Wie: André Boersma (51) en Soufiane Elazizi (24), Held van mei 2021
Beroep: supermarktmanager en medewerker kassa; vanaf dit jaar volledig afgekeurd
Vrijwilligerswerk: stichting DoesSouf, daarvoor fondsbeheer van binnengekomen gelden. André: ambassadeur van Het Nationaal Ouderenfonds en Ronald McDonald vakantiepark Valkenburg
Sinds: stichting sinds 2021
Uren per week: André vijf á zes uur per week; Soufiane ongeveer een uur

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘We hebben enorm veel donaties ontvangen. In 2019 hebben we dertigduizend euro gedoneerd aan de universiteit Nijmegen voor onderzoek naar de zenuwziekte SCA-type 2, een ziekte die erfelijk is en waaraan Soufiane lijdt. Daarnaast realiseerden we enkele bucketlistwensen als een parachutesprong. Vrienden maakten mogelijk dat Soufiane op Hadj naar Mekka is geweest, samen met zijn moeder.
In 2020 hebben we de actie DoesSouf opnieuw leven ingeblazen nadat Soufiane in het programma ‘Je zult het maar hebben’ verscheen. Doordat er ruim 2 ton gedoneerd werd, besloten we een stichting op te zetten. Mensen kunnen voor een ander ‘klein geluk’ aanvragen tot een bedrag van €250,-. Denk aan ouders in de bijstand die naar MonkeyTown mogen met de kinderen, een gehandicapt stel dat een wasdroger kreeg of een basketbalpaal voor jongeren met achterstand. “Ik heb niks nodig”, zei Soufiane. “Ik heb alles al, een goed thuis, de liefde van mijn leven. Het liefst geef ik alles weg.” En dat is de doelstelling van de stichting geworden.
Op dit moment zijn we bezig met een veel groter en duurzamer project: een inclusieve speeltuin. We willen dat Souf’s gedachtengoed blijft voortleven – zijn levensverwachting is erg laag. Gemiddeld blijven patiënten nog vijf jaar leven na de diagnose van hun ziekte. Bij Soufiane is dat gelukkig al zes jaar geleden!
De speeltuin komt in de Hoge Vucht, waar veel gezinnen wonen met een minder sterke maatschappelijke achtergrond. Nadat de gemeente Breda de speeltuin heeft vernieuwd, zal DoesSouf toestellen plaatsen die speciaal voor kinderen met een beperking zijn. Er komt een soort wijkgerichte sociale controle qua leefbaarheid, uitgevoerd door Grote Broer en Zus.
Zo kunnen kinderen met en zonder beperking samen in een tuin spelen en mengen. En tegelijkertijd komt er bij de buurt een sociale plek, waarbij het niet uitmaakt of je vitaal of niet bent.

Hoe ben je erin gerold?
In 2016 werkte Soufiane bij de Albert Heijn op het Valkeniersplein, waar ik toen manager was. Hij kwam bij ons terecht via een werk-leertraject en vulde voor vier dagen per week de schappen van de supermarkt, met daarnaast een dag naar school. Een keer ging hij door zijn rug, en later werd hij vaker ziek. Na diepgaand onderzoek bleek dat hij SCA-type 2 had, iets waaraan zijn vader, zus en ooms al waren overleden. Dat hakte erin, een jongen van achttien die gaat overlijden. Hij kwam bij me en zei: “ Ik kan beter stoppen hier, want je hebt niets meer aan mij”, waarop ik reageerde “Wat wil je nog doen?” Souf wilde zijn moeder trots maken, een diploma halen, en had ook een bucketlist. “Jij blijft bij mij, we gaan dit samen doen”, heb ik direct gezegd. Hij had rond die tijd al een beetje verkering met Veerle, die inmiddels zijn vrouw is. Ik heb hem een vast contract gegeven zodat hij en zijn thuisfront in een later stadium geen financiële zorgen zouden hebben. Nog later heb ik mijn netwerk ingezet. Zodoende heeft een woningcorporatie ze een geüpgrade woning aangeboden.
In eerste instantie kreeg Soufiane veel bekendheid via het TV-programma ‘Je zal het maar hebben’, waardoor er veel donaties werden gedaan. Daarna kwam het programma TV Avondklok van Defano Holwijn op Soufs pad. Humberto Tan heeft er daarna aandacht aan besteed in zijn avondshow – toen is het écht gaan lopen. Dat was allemaal vorig jaar, in februari 2021.
Op zondag zaten we bij Humberto waar Souf in de uitzending al werd gebeld door zijn idool Hakim Ziyech, en op woensdag hadden we al een stichting opgericht dankzij veel belangeloze hulp vanuit het netwerk.
Direct al hebben we ook waarden en normen opgesteld over binnengekomen donaties. Soufiane wordt niet rijker van wat er aan donaties binnenkomt. En we kijken ook van wie we geld aannemen. Commerciële bedrijven mogen geen gewin hebben bij Souf; hij is geen ‘verkooppraatje’. Gebeurt dat toch, dan stuur ik zó een advocaat op ze af. Bedrijven mogen wel altijd schenkingen doen natuurlijk. Als er gratis kleding of schoenen voor Souf ter beschikking werd gesteld, vond hij dat hartstikke leuk!
Een belangrijke taak die ik en passant op me heb genomen, is het bewaken van zijn agenda, zeker nu zijn gezondheid achteruit gaat. We spreken elkaar heel vaak, appen veel. Ik bescherm hem qua tijd en ik houd ook zijn privacy in de gaten.
Van lieverlee groeiden we naar elkaar toe. Soufiane noemt me inmiddels zijn tweede vader. En eigenlijk voelt het voor mij ook zo. Ik heb twee dochters van 27 en 21 jaar; Souf zit daartussen en is de bonus zoon!
Een paar maanden geleden kwamen Veerle en Souf bij me. “Je wordt opa”, vertelden ze me het grote nieuws. En zo voelt het ook. Dat ik veel tijd met hen spendeer, is alleen maar leuk. En daarbij: wat is mijn tijd in relatie tot welke tijd hij (nog) heeft? De dood is voor achterblijvers heel naar. Maar het doet je ook beseffen dat je maximaal moet genieten van wat er nu is.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
Normaal gesproken voldoe ik aan de verwachtingen: klanten tevreden houden, een bedrijf runnen, medewerkers aansturen. Met vrijwilligerswerk ben ik meer ‘mezelf’. Dat wil zeggen: ik doe wat ik belangrijk vind.
Ik ben opgevoed met het idee dat je deelt. Als ik op straat loop en ik zie iemand in nood, dan vraag ik ook of ik kan helpen. Voorheen ben ik ambassadeur geweest van Het Nationaal Ouderenfonds en Het Ronald McDonald vakantiepark. Daar heb ik ook dagen meegeholpen. In die zin vind ik het ook wel weer vanzelfsprekend om onbetaald werk te doen.
Op dit moment zitten we in een crisis. Veel mensen kijken naar hoe ze hun rekeningen betaald krijgen. Dan is er minder aandacht voor vrijwilligswerk. Terwijl er velen zijn die er precies zo over denken als ik. Het is jammer dat de balans zoekraakt.

Wat kost het je?
Ergens kost het me niks. Andere mensen zeggen dat het bijzonder is wat ik doe, zelf vind ik het normaal. Het kost me ook nooit te veel, niks mooiers dan delen! Of anders gezegd: het levert me meer op dan het kost.
Toch heb ik ook wel eens momenten dat ik denk: nu even niet. Dan bel ik Souf. We kletsen wat, over wat hij meemaakt, gezien heeft. Hij vraagt hoe het met mij gaat. Door zijn ontwapenende gedrag relativeert hij weer veel voor mij. En zo’n gesprek geeft me dan weer energie.
Verder zijn er de terugslagen van Souf. Dat is bijna iedere maand wel hoor. Je schrikt, accepteert het en we vinden wel weer een manier om er iets leuks van te maken. In feite ben ik constant bezig mijn verwachtingen bij te stellen.

Wat brengt het je?
Mijn eigen kinderen voelen zich geïnspireerd door wat ik doe. Wat is er leuker dan hun voorbeeld te zijn? En het geeft me bevrediging. Waarom zijn we op aarde? vraagt iedereen zichzelf wel eens af. Je wilt dan terugkijken op een goed leven.
De leukste momenten vind ik vooral als we iets voor Souf doen wat hem mobieler maakt, waardoor hij uit zijn isolement komt. Eerst was dat een fiets, later een bakfiets en ondertussen kan hij zich alleen verplaatsen in een scootmobiel, de SoufMobiel.
Ook zijn de momenten zoals vorige week, toe we de Bredase Vredesprijs kregen, onbetaalbaar. Het geeft waardering voor wat we doen.

Welke tips heb je voor anderen?
Blijf niet hangen in wat er niet kan, maar kijk wat er wél kan. Souf vond zo’n scootmobiel eigenlijk helemaal niks. Het is een jonge vent, dan wíl je dat niet. Met een beetje creativiteit zorgen we ervoor dat het leuk wordt.
Die scootmobiel hebben we vol stickers geplakt met zijn eigen logo; het is nu de Soufmobiel. Soufiane is dan herkenbaar en dat vindt hij dan wél weer leuk. Op die manier blijft het leven toch vol positieve kanten, zelfs bij een achteruitgang!

Doneren
Wil jij doneren of ‘klein geluk’ aanvragen? Kijk op doessouf.nl

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de
schijnwerpers die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over de Held van de Maand
in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Ken jij ook held?
Meld deze aan via onderstaande knop

‘Nooit Opgeven Altijd Doorzetten!’

Ad van den Bemt zet zich al jaren in bij NAC Breda. Hij is onder andere voorzitter van de supportersvereniging en gids bij het NAC Museum. ‘Geel-Zwart is de rode draad in mijn leven. En NOAD, het motto van de club, is mij op het lijf geschreven. Nooit Opgeven Altijd Doorzetten!’

Door: Albert Bienefelt

Wie: Ad van den Bemt (71 jaar), getrouwd met Ria, vader van Dennis en Wendy en ‘Opa NAC’ van drie kleinkinderen
Beroep: Timmerman bij Dura Vermeer. De laatste tien jaar voor zijn pensioen in 2014 was Ad bouwplaatsmedewerker en actief voor de OR en Centrale Ondernemingsraad
Vrijwilligerswerk: Bestuurslid van de supportersvereniging van NAC Breda (vanaf 1994 en sinds 2004 als voorzitter), bestuurslid, beheerder en gids van het NAC Museum (vanaf 2002) en sinds drie jaar voorzitter van de sponsorcommissie bij voetbalvereniging Unitas ’30 in Etten-Leur
Uren per week: Minimaal dertig uur per week

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Heb je even? NAC is voor heel veel mensen in Breda en omgeving en ook voor mij enorm belangrijk. Dat zie je bijvoorbeeld aan de euforie na een doelpunt en de uitbundige sfeer op de volle tribunes tijdens een avondje NAC. Je merkt het ook aan het gevoel van saamhorigheid, de band die veel supporters met elkaar hebben. Sinds mijn geboorte in de Oosterstraat, onder de rook van het oude stadion in de Beatrixstraat, is het NAC wat de klok slaat. Mijn opa en vader namen me als jong ventje al mee en vanaf 1958 heb ik een seizoenkaart. Als supporter heb ik ontelbaar veel mooie herinneringen. De bekerwinst in 1973 springt eruit. In een volle Kuip tegen NEC, waar na een half uur al het bier op was. En niet te vergeten de uitwedstrijden tegen Newcastle United en Villareal. Onvergetelijk en onbeschrijfelijk! We verloren, maar het was goud!

Mijn vrouw Ria was toen ik ze leerde kennen ook al een fervent supporter en samen hebben we heel wat wedstrijden bezocht. Ria heeft me gelukkig altijd de ruimte gegeven om me in te zetten voor de club. Daar ben ik haar ook dankbaar voor. Veel familie en vrienden zijn NAC-fan en die weten ook dat ze geen feestje moeten geven als er gevoetbald wordt. Want dan kom ik dus niet.

Vrijwilligerswerk doe je eigenlijk nooit alleen, je bent onderdeel van een ploeg, het is teamwork. Ik vind het prettig dat ik daar ook een steentje aan kan bijdragen. In mijn geval varieert dat van het vergaderen met de clubraad en overleg met de redactie van ons glossy supportersmagazine Geel-Zwart tot het organiseren van activiteiten en het uitvoeren van allerlei klusjes. En ik ben beheerder en gids van het NAC Museum. We verzorgen rondleidingen en voor leerlingen van basisscholen zetten we speurtochten met opdrachten uit. Soms neem ik jongeren die stagelopen of een taakstraf hebben onder mijn hoede. Of help ik met technische klusjes in het stadion zodat ze niet voor ieder wissewasje een dure aannemer hoeven in te schakelen. 

Na iedere thuiswedstrijd zit het supporterscafé afgeladen vol. Ik help mee met de boodschappen, zorg dat er een paar selectiespelers langs komen tijdens de verloting en help mee om alles in goede banen te leiden. Dat lukt aardig, want eigenlijk zijn er nooit ongeregeldheden.

Tijdens de coronaperiode werd een deel van de wedstrijden zonder publiek gevoetbald. Met de supportersvereniging hebben we toen de actie ‘Smoel op een stoel’ bedacht. Supporters konden een donatie doen en kregen dan hun foto op een stoeltje in het stadion. Dit was onder andere bedoeld als stille steun voor de spelers en het leverde daarnaast een mooi bedrag op voor Swim to Fight Cancer Breda.

Toen bij Ria zeven jaar geleden kanker werd geconstateerd, volgde er een periode van chemo en bestralingen. Dat was een heftige en zware tijd binnen ons gezin. We hebben geprobeerd om altijd positief te blijven en gelukkig gaat het nu weer redelijk goed met haar. De ziekte is nu stabiel. Ik merkte wel bij mezelf dat ik me steeds meer begon te storen aan de verruwing op en om het veld. Het vandalisme, de rellen, de spreekkoren. En het viel me op dat steeds vaker het ‘K-woord’ werd gebruikt. De uitwedstrijd tegen ADO Den Haag in mei was voor mij de druppel. Een paar dagen daarvoor was bij Ralf Seuntjens, de populaire goaltjesdief die enkele maanden eerder bij NAC was vertrokken om in Japan te gaan spelen, een tumor ontdekt. In het stadion was een groot spandoek opgehangen om Ralf een hart onder de riem te steken. Maar er was ook een groepje die zich misdroeg omdat ze “Kanker Den Haag” riepen. Die supporters hadden ook een deel van het stadion met deze tekst beklad. Heel confronterend, want ik denk dat iedereen wel iemand kent die kanker heeft of daaraan is overleden. Ik schaamde me kapot en besloot in actie te komen. Samen met andere supporters, waaronder Thijs Kroezen die negen keer kanker kreeg, zijn we nu druk in de weer om geld in te zamelen voor onderzoek naar kanker. Intussen zijn er al meer dan 250 NAC-supporters die op 11 september voor dit goede doel de Bredase singels induiken tijdens de tweede Swim to Fight Cancer.’

Hoe ben je erin gerold?
‘Jaren terug was ik voorzitter van een modelbouwvereniging. Dat heb ik een jaar of vijf gedaan. In die periode, rond 1994, vroeg iemand of ik bij het bestuur van de supportersvereniging wilde aansluiten. Want bij NAC is altijd wel wat te doen en daar konden ze mij wel bij gebruiken. Zo heb ik ruim twintig jaar geleden met een groep vrijwilligers het NAC Museum opgebouwd. Want de rijke geschiedenis van NAC mag natuurlijk nooit verloren gaan. Na tien jaar werd ik voorzitter. Inmiddels alweer achttien jaar dus.’

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
‘Voor mijn werk bij Dura Vermeer heb ik ruim 25 jaar vanuit Etten-Leur naar de Randstad gependeld. Van maandag tot vrijdag, altijd met een vast groepje. Als timmerman moest ik vooral met mijn handen werken. Op een gegeven moment kwam ik in de OR en later ook in de Centrale Ondernemingsraad en daar lag de nadruk meer op vergaderen.

Bij NAC werk en praat ik met de meest uiteenlopende mensen. Bouwvakkers, directeuren, verpleegsters, commissarissen, de burgemeester, klusjesmannen et cetera. Een ding hebben ze gemeen: de onvoorwaardelijke liefde voor NAC. Ik hou van organiseren en meedenken. Intussen heb ik een breed netwerk. Het is belangrijk om geduldig, tactisch en diplomatiek te zijn, ook omdat je met heel verschillende karakters te maken hebt. Maar het allerbelangrijkste is NOAD. Nooit Opgeven Altijd Doorzetten.’

Wat kost het je?
‘Er gaat behoorlijk wat tijd zitten in het vrijwilligerswerk bij NAC en Unitas ‘30, waar ik sinds een jaar of drie voorzitter van de sponsorcommissie ben. Mijn telefoon staat vaak roodgloeiend en het is soms behoorlijk aanpoten om alles geregeld te krijgen. Maar ik heb tijd, zeker nu ik gepensioneerd ben. En daarnaast, in een week zitten 168 uren, dus blijft er nog genoeg tijd voor andere zaken over.’

Wat brengt het je?
‘Mijn vrijwilligerswerk geeft me veel voldoening en ik beleef er ook een hoop plezier aan. NAC laat ook merken dat ze hun vrijwilligers waarderen. Als supporter én als vrijwilliger heb ik mooie momenten gekend. Het is leuk om bij een BVO (Betaald Voetbalorganisatie) achter de schermen bezig te zijn en op die manier verschillende mensen te leren kennen. Vorig jaar heb ik voor mijn vrijwilligerswerk een koninklijke onderscheiding ontvangen. Het was leuk om even in het zonnetje te worden gezet en ik voelde me toen best wel vereerd! Misschien is dat ook wel de mooiste ervaring…de optelsom van alle mooie momenten dankzij mijn vrijwilligerswerk.’

Welke tips heb je voor anderen?
‘Zoek vrijwilligerswerk waar je lol in hebt. Vrijwilligerswerk kost tijd, maar je kunt er veel voor terug krijgen. Probeer altijd door te zetten, ook als het eventjes tegen zit. Er zijn allerlei plekken waar ze nog handjes kunnen gebruiken. Ook bij NAC. Interesse? Kijk dan eens op nac.nl.’ 

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Ad van den Bemt in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Ken jij ook held?
Meld deze aan via onderstaande knop

‘Iedereen staat erachter anders werkt het niet’

Ton Vermeulen (links) en Chris Roelants (rechts) hebben er samen zestig jaren aan vrijwilligerswerk voor ETV opzitten. De vaste kern van het team is een vriendenclub geworden.

Door: Anita van der Helm

Wie: Ton Vermeulen (61)
Beroep: tekstredacteur bij uitgever voor toeristenbranche
Vrijwilligerswerk: televisieteam Elisabeth Televisie (ETV)
Sinds: ongeveer twintig jaar
Uren per week: ongeveer zes uur per week

Wie: Chris Roelants (67)
Beroep: m.i.v. 31 juli 2022 pensioen, daarvoor 40 jaar verpleegkundige bij Surplus
Vrijwilligerswerk: televisieteam ETV; diverse functies bij buurtcentrum Nieuwe Meidoorn
Sinds: veertig jaar ETV en sinds 2017 Nieuwe Meidoorn
Uren per week: twee dagen per week ETV en vijftien uur Nieuwe Meidoorn

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
Ton en Chris werken in een team van zestien mensen aan een wekelijks televisieprogramma voor de verschillende woon-en verzorgingshuizen van de stichting Surplus. Ton: ‘Wij doen met z’n zestienen alles om een programma te kunnen uitzenden. Om het eenvoudig uit te leggen doen wij wat Endemol, RTL en Ziggo bij elkaar doen. Het gaat om programmering, opnemen en techniek, maar we schaffen ook apparatuur aan, onderhouden die en beheren een magazijn. Niet alle content maken we zelf, we krijgen ook wel items aangereikt van bijvoorbeeld BredaNu. Onze cliënten kunnen die zender niet ontvangen, dus wij selecteren uit hun aanbod wat er in onze uitzending past.’ Chris: ‘Iedere dinsdagavond komen we een uur paar uur bij elkaar. We bespreken waar wat interessant is voor bewoners. De beslissingen nemen we als team; al onze vrijwilligers moeten het naar hun zin hebben anders ga je dat merken bij het eindproduct. We kennen elkaar goed, misschien ook doordat we bij nacht en ontij met elkaar optrekken. Eigenlijk zijn we een grote vriendengroep, die lief en leed met elkaar deelt. Veel dingen lopen gewoon vanzelf, hoor.’ Ton: ‘Niks moet, alles wat we doen, doen we graag. Zelfs onze partners zijn mee gaan doen, posten dingen op Facebook, sommigen editten.’
Chris: ‘Op die dinsdag maken we ook opnames. Daarna zit ik nog wel enkele uren om een compilatie te maken. Een keer in de maand hebben we ‘Gast aan tafel’ en nemen we in het verzorgingshuis aan de Leuvenaarstraat een aantal interviews op. Soms filmen we op locatie, zoals bij het Jazzfestival, de Monumentendag, Breda Drijft en natuurlijk tijdens carnaval. Veel cliënten kunnen de deur niet meer uit. Dit is de enige manier voor hen om Breda naar binnen te halen en betrokken te blijven.
Verder ben ik vrijwel dagelijks in het buurtcentrum aanwezig. Soms doe ik open of verricht ik hand- en spandiensten, en altijd maak ik een praatje met mensen en verbind ik ze met elkaar. Ik ben ook voorzitter van de stichting.’

Hoe ben je erin gerold?
Ton: ‘Ik werkte destijds als freelancer bij Radio Continu, een Belgische zender. De directeur was een carnavalsvierder en wilde dat ook wel graag op de tv uitzenden. Daarvoor bracht Chris, die toen al twintig jaar met ETV bezig was, iedere dag opnamebandjes. Ik dacht bij mezelf: ik wil wel meer doen met tv. Op die manier ben ik bij ETV betrokken geraakt.’
Chris: ‘Ergens begin jaren tachtig was ik verpleegkundige bij zorghotel Melinde. Het was een andere tijd, mensen lagen nog met vijftien personen op een zaal. Er was een eigen omroep. De directeur zei eens tegen mij: “Is het niks voor jou om eens wat plaatsjes te draaien?” Later werden van de activiteiten opnames gemaakt. Dat waren de eerste stappen op weg naar ETV.’

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
Chris: ‘In mijn betaalde werk is luisteren naar mensen het belangrijkste; de helft van een klacht wordt al opgelost als je goed luistert wat er aan de hand is. Ook tijdens het maken van een programma luister ik. “Hoe vind je het gaan, wat is leuk, wat niet?” Ik stel continu vragen en ik hoor wat er beter kan.’ Ton: ‘Ook bij mij wijkt mijn dagelijkse werk niet echt af van mijn vrijwilligerswerk. Je moet mensen vertrouwen. Als iemand van het team zegt dat we dit of dat nodig hebben, moeten we dat maar aanschaffen. Daarvoor moeten we wel extra uren maken, want de exploitatiekosten dragen we zelf. Dat doen we door bijvoorbeeld apparatuur te verhuren of betaalde opnames te maken. Alles bij elkaar voor zo’n tienduizend euro per jaar. Onze apparatuur wordt daardoor wel steeds beter.
We gaan daardoor ook met nóg meer enthousiasme aan het werk. De passie en energie die je ergens instopt, straalt ook een beetje van het eindresultaat af.’

Wat kost het je?
‘Die uren die we maken voor de exploitatie komen dus nog eens bij die twee dagen per week’, pakt Chris het onderwerp op. ‘Surplus zorgt dat we kunnen draaien, maar onderhoud of extra’s betalen wij. Zo hebben we aan het Stedelijk Gymnasium onze apparatuur verhuurd voor de diploma-uitreiking. Op donderdag bouwen we op van zes tot negen uur. De dag erop staan we af te breken en in de bus te laden; we beginnen dan om elf uur ’s avonds. Maar ik weet niet beter dan dat dit erbij hoort. Eigenlijk is dit altijd in mijn leven geweest dus ik heb niet het gevoel dat ik iets moet opgeven. Integendeel, als ik programma’s terugkijk, word ik altijd enthousiast!
Maar natuurlijk zijn er wel eens minder leuke kanten. Zo was er eens een vrijwilliger die heel graag op de voorgrond trad. Terwijl alle anderen elkaar kunnen en wíllen vervangen, was hij degene die alleen maar wilde presenteren. Zoiets werkt niet voor het team. Dan voer ik als voorzitter het slecht-nieuwsgesprek.’ Ton: ‘Corona was wel een dingetje. Om te zorgen dat we zo min mogelijk kans hadden om besmettingen te verspreiden onder de kwetsbare groep waarvoor we werken, deed ik in het begin alles alleen. Dat was ingewikkeld: beeld, geluid, regie en dan ook nog eens op inhoud sturen. Gelukkig komt voor alles een oplossing. We maakten feelgood-tv, met meer muziek en tips en we kregen filmpjes van activiteitenbegeleiders die we mochten uitzenden.
Ook buiten de coronatijd ben ik op sommige avonden moe en denk ik wel eens: zal ik afzeggen? Ik weet alleen wel dat als ik op de bank blijf hangen, er niks gebeurt. Zo stonden we een keer bij de Petrus en Pauluskerk te filmen voordat die werd gesloopt. Het liefst wilden we naar binnen, maar we hadden geen afspraak gemaakt. Opeens zag ik vanuit mijn ooghoeken iemand lopen waarvan ik dacht: die zou wel eens een sleutel kunnen hebben. Dat klopte ook. We mochten binnen filmen en hij vertelde van alles. Was ik thuisgebleven, dan had ik niemand ontmoet. Omdat ik dat vooraf al weet, kost het me niet zoveel moeite om de knop om te zetten na een drukke werkdag.’

Wat brengt het je?
Chris: ‘Niet alles is vanzelfsprekend. Daar moet je voor openstaan. Doe je dat, voor mensen, voor het onverwachte, dan brengt dat je heel veel energie.’ Ton: ‘We geven iedereen van het ETV-team de gelegenheid om dingen te proberen. Dan gaat het wel eens minder goed dan gehoopt. Dat pakken we dan met de groep op. Natuurlijk kost dan hermonteren soms extra tijd. Maar die groep, de mensen die je interviewt en die je soms als Sinterklaas binnenhalen, de mensen voor wie en uitzending bedoeld is … dat is onvoorstelbaar leuk!’

Welke tips heb je voor anderen?
Ton: ‘Doe vooral de dingen die je leuk vindt en waar je energie van krijgt. Anders werkt het natuurlijk niet!’ Chris: ‘Ik ben het eens met Ton. Maar ik heb ook nog een ander levensles. Persoonlijk heb ik te weinig naar mijn lijf geluisterd. Daarom ben ik begin dit jaar al gestopt met werken. Maar ook al doe ik het zelf niet of niet voldoende, mijn belangrijkste tip is: luister naar je lichaam. Stop dus wel bijtijds.’

Het team van ETV kan altijd nieuwe vrijwliigers gebruiken. Kijk voor informatie op kijk-etv.nl

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Ton en Chris in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Ken jij ook held?
Meld deze aan via onderstaande knop

Margriet geeft kinderen geluksmomenten

Margriet Oostrom-Huibers (43) bezorgt met haar stichting Happy Hippo kinderen van de voedselbank een fijne verjaardag, een goede start op school en zorgt ze voor een warm welkom in de crisisopvang. 

Wie: Margriet Oostrom-Huibers
Beroep: Pensioenadviseur (voorheen)
Vrijwilligerswerk: Voorzitter Stichting Happy Hippo
Sinds: 2012
Uren per week: Gemiddeld vijftien uur

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Ik zorg ervoor dat er verjaardagspakketten worden gemaakt voor kinderen van de Voedselbank Breda, zodat zij een leuke verjaardag kunnen vieren. Dat doe ik samen met Saskia Hardeman, Inge Stoof, Natasja van Gogh, Yotta Bourdakis en Annemieke Vissers. Ik ben reuzetrots op ons vrijwilligersteam.
We zorgen ervoor dat er dozen zijn die door basisschoolleerlingen worden beschilderd. Vaak doe ze dat in combinatie met bijvoorbeeld een sponsorloop. De spullen die erin zitten regelen we via sponsoren; de een zorgt voor pannenkoekenmeel, de ander voor stroop. En we kopen zelf dingen van sponsorgelden. De vlaggetjesslingers worden gemaakt door vrijwilligers.
Iedere twee maanden krijgen we een lijst van de voedselbank, zonder namen, met leeftijden en geslacht. Daar houden we rekening mee bij het samenstellen van de dozen. We zijn nu ook begonnen met verjaardagsdozen voor iets oudere kinderen, tot zestien jaar. Die krijgen dan ook bijvoorbeeld douchegel en een drinkfles om mee naar school te nemen.

Er gaat veel tijd zitten in het leggen en onderhouden van contacten. Natuurlijk met de voedselbank, maar ook met de scholen, sponsoren en vrijwilligers. Alles moet iedere keer wel compleet en op tijd zijn.
Ik geef ook presentaties op scholen. Daar word ik voor gevraagd. Ik doe dat in alle klassen en dat is erg leuk. In de lagere klassen willen de kinderen weten wat er in zo’n box zit, de oudere kinderen vragen hoeveel zoiets kost en hoe we dat regelen. Ik maak bij een presentatie wel eens mee dat een kind zegt dat ie ook wel eens een verjaardagspakket heeft ontvangen. Dat raakt me en doet ook wel wat met de awareness in die klas.

Naast de verjaardagspakketten zorgen we, ook via de voedselbank, voor een startpakket voor brugklassers. Een kind dat naar de brugklas gaat krijgt van school een hele lijst van spullen die moeten worden aangeschaft, van tas en schriften tot een etui met pennen en zo. Bij elkaar gaat dat snel om honderd euro en dat is niet voor iedereen op te brengen. Daarom verzorgen wij dat, ongeveer twintig pakketten per jaar.
Verder verzorgen we ook een pakket voor kinderen die in de crisisopvang voor huiselijk geweld terechtkomen. Dat gebeurt vaak opeens, ze komen op een vreemde plek, ze hebben dan niks van zichzelf en zijn ook bang. Wij zorgen dan voor een mooi nachtlampje, wat spelletjes en wat knutselspullen. En er zit een ‘zorgenvriendje’ bij, een poppetje met een rits erin waarin je je zorgen even weg kunt stoppen. De poppetjes worden gehaakt door vrijwilligers. Ook maken zij ‘troostdekentjes’; een mooi gekleurd dekentje waarvan de kinderen er zelf een mogen uitzoeken.
Naast het werk voor Happy Hippo ben ik vrijwilliger bij het Gasthuis in Etten-Leur waar ik bijvoorbeeld help bij het gezamenlijk ontbijt voor de dementerende ouderen die er wonen.

Hoe ben je erin gerold?
Toen we in 2011 terugkwamen uit Parijs, waar we een tijd hadden gewoond voor het werk van mijn man, zocht ik iets zinvols om mijn dag aan te besteden. Ik las toen een artikel over een vrouw in Zeeland, die via de voedselbank voor verjaardagspakketten zorgde. Ik heb toen contact opgenomen met de voedselbank in Breda en daar waren ze direct enthousiast. Zo ben ik met Happy Hippo begonnen. Happy Hippo is in ons gezin een uitdrukking dat het aan het einde van de dag nog best mee kan vallen. Het pakket voor de brugklassers heet Busy Bee en het welkomstpakketje voor in de crisisopvang heet Dreamy Dolphin.

Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Je moet zelfstandig kunnen werken en het is handig als je enigszins empathisch bent. Verder is netwerken heel belangrijk omdat je steeds met allerlei partijen contacten moet leggen en onderhouden. En je moet wel een beetje kunnen doorzetten. Na de zomervakantie, als alles weer begint, denk ik ook wel eens ‘Daar gaan we weer’, maar dan pak je jezelf op. En ook als er een keer iets is met je eigen kinderen komt Happy Hippo niet altijd goed uit, en ga je tóch door.
Soms is dat heel erg druk.
Toen mijn moeder in 2013 opeens erg ziek werd en kort daarop overleed, moest ik de begrafenis regelen. Tegelijkertijd moesten de pakketten ook worden geregeld, want je wilt die kinderen natuurlijk niet teleurstellen. Gelukkig is Saskia Hardeman toen bijgesprongen.

Wat kost het je?
Het kost tijd. Maar ik vind het belangrijk om iets te doen waarvan ik denk dat het zin heeft. Het kan toch niet zo zijn dat kinderen niet naar school gaan op hun verjaardag omdat ze niet kunnen trakteren en zich schamen? En het is toch belangrijk om kinderen in de crisisopvang een beetje op weg te kunnen helpen?

Wat brengt het je?
Het geeft me heel veel energie. Het is fijn om je in te zetten en het geeft mij ook structuur. En ik vind het leuk om te netwerken.
Direct contact met de kinderen die van ons iets ontvangen heb ik nooit. Dat is wel jammer, want het liefst zou ik natuurlijk zien hoe ze reageren als ze zo’n doos uitpakken. Gelukkig hoor ik van de voedselbank wel dat het zeer wordt gewaardeerd en dat de kinderen echt blij verrast zijn. Een moeder had gezegd: ‘Je had het gezicht moeten zien, zo blij!’. Dat vind ik heel mooi.
Bij een presentatie op een school vertelde ik over Dreamy Dolphin, het pakketje bij de crisisopvang. Een kindje begon te huilen en een ander kindje vertelde toen dat het bij hem thuis ook soms heel vervelend was. Allebei bleken ze met huiselijk geweld te maken te hebben. Dat is heel triest, maar ik vind het mooi dat er zo een podium was om dat te vertellen.

Welke tips heb je voor anderen?
Er is echt te weinig besef van stille armoede in Nederland. Kleine dingen die voor veel mensen vanzelfsprekend zijn, zijn voor andere mensen echt een struggle. Iedereen zou moeten proberen om een ander mens blij te maken, een fijn moment te bezorgen. Dat hoeft niet veel werk te zijn want een kleine bijdrage is ook al snel waardevol. De krant voorlezen voor mensen die dat zelf niet meer kunnen bijvoorbeeld.’

Op Held Albert Bugaj kun je altijd rekenen

Albert (72) is zoon van een Poolse bevrijder en een van de drijvende krachten achter het Maczek Memorial. Als zelfbenoemde manus-van-alles beheert hij o.a. de winkel, de webshop en treedt hij op als conciërge. Albert: ‘Als er iets wordt gevraagd dan pak ik dat op. Ik vind het belangrijk om iets voor anderen te doen, en door dit vrijwilligerswerk kan dat. Ik vind het, net als iedereen, prettig om gewaardeerd te worden voor wat ik doe.’

Foto: Ria Bugaj

Wie: Albert Bugaj (72)
Beroep: Meubelmaker en interieurbouwer (gepensioneerd)
Vrijwilligerswerk: Maczek Memorial Breda
Sinds: 2000
Uren per week: 10

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Eigenlijk doe ik allerlei werk, zowel in het memorial als thuis op de computer. In het memorial ben ik een soort manus van alles; als er iets wordt gevraagd dan pak ik dat op. Ik beheer de webshop en de winkel en ik treed op als conciërge, ik doe het gebouw open en dicht en ben er als dat nodig is. Verder ben ik gastheer waarbij ik mensen ontvang en ook help ik bij het conserveren van de uitgebreide collectie. En zo’n twaalf jaar geleden heb ik de website maczekpantsersoldaten.nl opgezet. Daarop vind je foto’s en gegevens van veel van onze Poolse bevrijders. Dat blijkt voor veel familieleden en nazaten van Poolse soldaten een belangrijke bron van informatie over hun vader, opa of oom. En de belangstelling ervoor komt echt uit de hele wereld.’

Hoe ben je erin gerold?
‘Mijn vader was sergeant bij de genie in de divisie van Maczek. Na de oorlog had hij misschien wel terug kunnen gaan naar Polen, maar dat wilde hij niet, net als heel veel van zijn maten. Polen had een communistisch bewind en dat was voor voormalig geallieerde militairen niet echt aantrekkelijk. Hij begon in Breda met helemaal niets en bouwde in korte tijd een zaak op in woninginrichting, met eigen personeel. Toen hij 38 was overleed hij aan leukemie, ik was toen acht.’

‘Ik wist dat mijn vader ook in Afrika had gevochten. Toen ik een keer met mijn vrouw op vakantie was in Italië bezochten we Monte Cassino. De gids vertelde toen dat het Poolse soldaten waren die daar uiteindelijk de overwinning behaalden. Dat wekte mijn interesse; misschien had mijn vader er wel gevochten. Ik heb toen contact gezocht met het Maczek museum in Breda om dat uit te zoeken. Kort daarna werd ik er vrijwilliger en ik ben er gebleven. Over mijn vader kon ik overigens uiteindelijk via het museum nog heel wat informatie vinden.’

Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
‘Je moet wel wat doorzettingsvermogen hebben. In het oude museum was er heel veel vrijheid. Als je iets bedacht kon je dat uitvoeren. Mijn ervaring als meubelmaker/interieurbouwer heb ik daar vaak ingezet, met veel plezier. In het nieuwe memorial zijn er meer beperkingen. Daar kun je niet zomaar losgaan, er zijn strakke regels voor wat er wel en niet mag. Daar heb ik ongeveer een jaar aan moeten wennen. Nu voel ik me daar wel op mijn gemak. Als ik iets nieuws bedenk leg ik mijn plan voor en hoor ik het wel.
En natuurlijk moet je wel interesse hebben in de geschiedenis, specifiek die van de Polen.’

Wat kost het je?
‘Het kost vanzelfsprekend vrije tijd. En het komt niet altijd uit als er iets wordt gevraagd. Maar ik doe dat dan toch, want je moet het van de vrijwilligers hebben. Voor Ria, met wie ik achtenveertig jaar ben getrouwd, is dat niet altijd leuk. Maar zij steunt mij gelukkig door dik en dun.’

Wat brengt het je/Wat is je leukste ervaring?
‘Ik vind het belangrijk om iets voor anderen te doen, en door dit vrijwilligerswerk kan dat. Ik vind het, net als iedereen, prettig om gewaardeerd te worden voor wat ik doe. Mijn vader kreeg die erkenning eigenlijk te weinig. Net als asielzoekers was hij in een vreemd land en sprak hij de taal niet. En ook hij werd daarom gediscrimineerd. Ik vind het knap dat hij desondanks heeft doorgezet. En dat wil ik overnemen.’

‘Ik vind het geweldig dat het Maczek Memorail er is gekomen. Toen het oude museum moest stoppen was er een tijd niets en dreigde de nagedachtenis verloren te gaan. Het memorial is nu een plek voor erkenning en waardering van de Poolse bevrijders die dat zo verdienen. De zichtbaarheid mag nog wel worden versterkt.’

Welke tips heb je voor anderen?
‘Je moet nastreven wat je echt wilt doen, wat dan ook. Je moet je daarbij nooit aan de kant laten zetten door negatieve mensen of ervaringen. En ik vind dat mensen elkaar beter moeten leren kennen, begrijpen en waarderen. Zelf probeer ik dat altijd te doen. Waardering is voor iedereen belangrijk.’

Meiden redden uit handen van mensenhandelaren

Bonnie Geus kwam als twaalfjarig meisje in aanraking met mensenhandel en misbruik. Toen Bonnie 21 was, belandde ze in een psychische crisis. Ze kreeg onder andere te maken met seksuele en criminele uitbuiting. Met veel vallen en opstaan is ze de Bonnie geworden die ze graag wil zijn. Ze gebruikt haar ervaringen nu om meisjes uit handen van loverboys te houden en sekswerkers te helpen.

Wie: Bonnie Geus (42 jaar), getrouwd met John. Samen hebben ze vier katten en een hond. In haar vrije tijd speelt Bonnie saxofoon in een blaaskapel of is ze op een golfbaan te vinden.
Beroep: als zzp’er geeft ze met haar bedrijf ‘Het Belevenishuis’ trainingen, coaching en begeleiding op cliënt-, organisatie en beleidsniveau (zie ook www.hetbelevenishuis.nl).
Vrijwilligerswerk: vrijwilliger bij Rups (een onderdeel van het IMW Breda), bestuurslid en penningmeester bij Vereniging van Ervaringsdeskundigen, trainer bij GGZ Vriendelijke Gemeente en lid klankbordgroep Seksworks. Ook zet Bonnie zich in voor inclusie en het VN-verdrag Handicap.
Uren per week: totaal gemiddeld ongeveer tien uur per week. Voor Rups in Breda is dat sinds 2021 en zo’n drie uur per week.

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘In mijn betaalde werk en mijn vrijwilligerswerk zit veel overlap. Door te putten uit allerlei persoonlijke ervaringen, hoop ik als professional én als vrijwilliger mensen te ondersteunen die in hetzelfde schuitje zijn beland als waar ik in heb gezeten.
Eén van mijn vrijwilligersbanen is bij Rups in Breda. Rups biedt gratis hulp aan sekswerkers en slachtoffers van mensenhandel. Ik ondersteun sekswerkers; meestal gebeurt dat via WhatsApp. Ik stel me voor met naam en foto en vraag hele simpele dingen, bijvoorbeeld of ze in geldnood zitten. Ze reageren omdat ik ervaringsdeskundige ben en op een laagdrempelige manier contact kan maken. Voor een hulpverlener is het vaak veel moeilijker om in contact te komen.

Als het kan helpen we bij allerlei praktische en financiële zaken. Maar we hebben het bijvoorbeeld ook over veilig werken of vragen over uit het vak stappen. Sekswerk is vaak een eenzaam beroep.
Omdat sekswerkers in de coronaperiode geen financiële steun van de overheid kregen, zijn veel sekswerkers toen behoorlijk uitgebuit. Ze moesten noodgedwongen doorwerken, maar onder druk werden nogal eens lagere bedragen door de klanten betaald.
Ook bezoek ik scholen en organiseer ik bijeenkomsten. Allerlei berichten op social media houden we in de gaten, ook om te voorkomen dat jongens of meiden in de handen van loverboys terecht komen.

Hoe ben je erin gerold?
Dat is een heel lang verhaal. Toen ik twaalf was en op de mavo zat, zei ik een keer ‘nee’ op een lift. Daarna werden deze jongens boos. Zij lieten mij onder dwang allerlei seksuele handelingen uitvoeren, maar ze pakten het slim aan. Brachten me bijvoorbeeld altijd op tijd terug, zodat het niet opviel. Ik durfde thuis niets te zeggen. Misschien mocht ik anders helemaal niks meer, niet weggaan ofzo, en ik dacht ook wel eens dat dit misschien normaal was. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat ik er iets over aan mijn ouders durfde te vertellen.

Om geld te kunnen verdienen, besloot ik om na mijn mavodiploma schilder te worden. Vier dagen per week werken, een dag naar school. Dat was een periode vol tegenslagen. Voor mijn gevoel paste ik niet meer bij leeftijdgenoten. Ik was nog aan het puberen, had ook een adoptietrauma, want ik ben geadopteerd. Met een fout vriendje, een loverboy, ging ik bovendien samenwonen toen ik achttien was. Toen ik een jaar of 24 was, kreeg ik een relatie met iemand die uit was op criminele en seksuele uitbuiting. Hij dwong me om seks met andere mannen te hebben, wat ook een vorm van mensenhandel is. Ik raakte steeds meer in de schulden omdat hij mij allerlei contracten liet ondertekenen. Op mijn eenentwintigste kreeg ik kortsluiting in mijn hoofd en kwam ik in een psychose terecht. Na een crisistraject van zeven jaar met veel medicatie bij de GGZ, kon ik dankzij hulp van mijn broers zelfstandig gaan wonen; in de schuldsanering, onder curatele, bij de Voedselbank en met veertig euro per week leefgeld.

Om wraak te nemen op alles en iedereen die mij had uitgebuit, ben ik rond de tijd dat ik klaar was bij de GGZ het sekswerk ingegaan. Maar wel met de regels van Bonnie, want nu zou ik de baas zijn. Dat was een heftige tijd, ook omdat ik schijnbaar een zware crimineel op bezoek had gekregen. Als je slachtoffer bent van seksuele uitbuiting, moet je iedere keer een knopje omzetten. Rond mijn 34e ben ik gestopt en heb ik John ontmoet.

In de periode bij de GGZ werd ik afgekeurd en kreeg ik een uitkering. Als ‘tegenprestatie’ deed ik heel veel vrijwilligerswerk, soms wel dertig uur per week. Zo gaf ik allerlei trainingen en ondersteunde ik andere vrijwilligers. Daarom vond ik dat ik eigenlijk net zo goed betaald werk kon gaan doen. Ik vroeg een reïntegratiekeuring aan bij het UWV. ‘Jij kan niet meer werken’, was na vijf minuten hun uitspraak, gebaseerd op informatie die vijftien jaar oud was. Zodoende ben ik voor mezelf begonnen. Want het liefst wil ik onafhankelijk zijn. Daarbij wil ik echt iets met mijn ervaring doen.
Via via heb ik Sanja van Rups ontmoet en heb ik besloten om me te gaan inzetten op het gebied van mensenhandel.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk/Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Omdat het in mijn werk vooral gaat om het delen van mijn ervaring, zie ik niet echt verschillen. Ik bied ondersteuning aan mensen. Soms door een spiegel voor te houden, maar vooral door een luisterend oor te hebben en begrip te tonen. Het gaat er om dat je er bent als het nodig is.

We willen laten weten dat, hoe diep iemand ook zit, er altijd wel een lichtpuntje is om naar uit te kijken en je ook op andere manieren een mooi en zinvol leven kan hebben. Dan is het fijn dat ik mijn verhaal met al die persoonlijke ellende maar wel met een happy end, aan anderen kan vertellen. En dat mijn ervaringen bijdragen om anderen hoop en ondersteuning te geven.

Ik hoop ook dat de meerwaarde van ervaringsdeskundigen steeds meer wordt gezien, want ik vind eigenlijk dat de hulp aan sekswerkers in Breda nog veel laagdrempeliger met ervaringsdeskundigen georganiseerd zou moeten worden.

Waarom onbetaald werk?
Het vrijwilligerswerk doe ik naast mijn betaalde werk. Zolang die combinatie mogelijk is en ik ook nog tijd voor John en mijn hobby’s over hou, blijf ik dat wel doen. We hebben katten en een hond, ik speel saxofoon in een blaaskapel en ik golf in een landelijke competitie.
Mijn ervaringen, hoe vervelend die ook zijn, zouden niet onbenut op de plank moeten blijven liggen. Als ik talenten en kracht bij anderen kan oprakelen en zie dat er stapjes in de goede richting worden gezet, geeft me dat veel voldoening. Zien dat iemand weer verder kan bouwen aan zijn leven, daar word ik gelukkig van.

Wat levert het op?
Het meeste vind ik leuk en het geeft me het gevoel op dat ik verschil kan maken. Helaas kom ik soms dingen tegen die me erg raken.
Zo heb ik op dit moment contact met twee jonge meiden die worden uitgebuit. Vreselijk vind ik dat, ook omdat de verhalen die zij vertellen zo herkenbaar voor me zijn. Wat erg vervelend is, is dat zij zo angstig zijn voor de politie. En de consequenties vanuit de daders zo groot is, dat zij de politie niet durven te vertrouwen. Dit is een lang en moeizaam proces voor de meiden. Daar baal ik zo van! Door uit ervaring te praten, te vertellen dat niet per se aangifte gedaan hoeft te worden en dat er nog een heel leven voor hen ligt, hou je het contact en kun je hoop geven.

Welke tips heb je voor anderen?
Ik vraag me vaak af waarom mensen zo op alles mopperen. Als iedereen zich nu eens een paar uurtjes per week zou inzetten voor een ander, dan zouden een hoop dingen veel beter gaan. Meld je aan en zet je ervaring in! Bijvoorbeeld bij het IMW Breda (www.imwbreda.nl/vrijwilligers), maar ik weet dat dit ook bij heel veel andere organisaties kan.’

Lia Sprangers – Gratis ophalen in Breda

Foto: Anton Verbeek

Lia Sprangers is beheerder van de Facebookgroep Gratis Ophalen in Breda. Dit is een uitwisselingsservice waar mensen spullen die ze niet meer gebruiken gratis kunnen aanbieden en bij elkaar kunnen ophalen. De groep telt maar liefst 11.538 leden.

Wie: Lia Sprangers
Beroep: receptie fitness
Vrijwilligerswerk: Facebookgroep Gratis Ophalen in Breda
Sinds: augustus 2013
Uren per week: gemiddeld acht uur per week, het hele jaar rond

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Ik ben meestal een regelaar op afstand. Ik blijf zoveel mogelijk op de achtergrond, houd de facebookpagina actief bij en kijk toe wat er geschreven en aangeboden wordt. De leden maken samen de groep, alleen als er problemen zijn, probeer ik deze op te lossen’. Als je bij de groep wilt aansluiten moet je je eerst als lid aanmelden. Lia checkt dan hoe het profiel van die persoon voordat ze iemand toelaat. ‘Ik wil bijvoorbeeld opkopers buiten de groep houden’, zegt Lia.

In de Facebookgroep Gratis Ophalen in Breda kunnen leden een advertentie plaatsen. Bijvoorbeeld vier keukenstoelen, tegeltjes, tuinmeubelen, van alles eigenlijk. Belangstellenden kunnen dit dan ophalen bij de aanbieder. Ze regelen dit onderling met elkaar. Bij de advertentie komt ook een foto en de naam van de wijk waar het opgehaald kan worden. ‘Het contact en de afspraak wordt verder onderling geregeld. In een beveiligde omgeving kunnen leden privételefoonnummers uitwisselen.’ Lia benadrukt dat het een gratis dienst is, dus voor de aangeboden spullen wordt nooit betaald.
‘Het is voor arm en rijk, iedereen kan meedoen. Er zitten ook veel studenten in de groep, die spullen zoeken voor het inrichten van hun studentenkamer. Er komen regelmatig hele inboedels op de pagina. Van mensen die zijn gescheiden, zijn overleden, of naar een verzorgingshuis verhuizen. Veelal via de kinderen wordt dan Gratis Ophalen ingeschakeld. Rond de feestdagen is het extra druk, ook in deze tijden helpen mensen elkaar met waardevolle artikelen en kadootjes.

Op dit moment is Oekraïne veel in het nieuws en dat ziet Lia nu al terug in de activiteiten in de groep. ‘Er zijn veel Initiatieven voor Oekraïne. Mensen die zelf actie ondernemen of vragen waar ze spullen kunnen brengen. Dat was ook al zo voor de watersnood in België vorig jaar.’

Lia zorgt dat de groep draait en onderhouden wordt. Als er problemen zijn dan komen ze wel bij haar en Lia probeert dan te bemiddelen, bijvoorbeeld in het geval dat een afspraak om de spullen op te halen niet wordt nagekomen. ‘Ik zoek dan contact met die persoon en vraag wat de reden is. Soms krijg ik een antwoord, maar vaak zijn ze het vergeten of hebben geen tijd gehad om het op te halen. Als ik geen reactie krijg worden ze uit de groep verwijderd.’

Hoe ben je erin gerold?
‘In augustus 2013 kreeg ik de vraag of ik erbij wilde komen als medebeheerder. Maar na een week gooide de hoofdbeheerder het bijltje erbij neer en moest ik alles zelf doen.’ Lia vond het niettemin een leuke uitdaging en heeft vanaf toen de groep alleen beheerd. ‘Het feit dat het om hergebruik van spullen ging trok me aan, dit was voor mij een belangrijke motivatie.
Ik ben misschien van de ‘oude stempel, maar ik vind het fijn als goede spullen nog een keer gebruikt worden. Hergebruik betekent dat het niet wordt weggegooid en dit is ook beter voor het milieu. En de leden helpen elkaar met bruikbare spullen.’

Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
‘Wat ik belangrijk vind is nieuwsgierigheid, juist in mensen. Als twee mensen een probleem hebben met elkaar vind ik het boeiend om het op te lossen, al lukt dat niet altijd, zo weet ik inmiddels uit ervaring.’
Bemiddeling doet Lia bijna altijd via de Facebookpagina. Wel kent ze een aantal deelnemers al wat langer en die bellen haar wel. Maar haar privénummer is afgesloten, anders krijgt ze iedereen aan de telefoon. ‘Ik maak ook schrijnende verhalen mee, zoals van iemand die door een scheiding alles was kwijtgeraakt. Via de groep heeft die persoon van allerlei spullen weer bij elkaar kunnen verzamelen. En zo maak je mensen ook weer blij.
Een andere ‘eigenschap’ die je nodig hebt is dat je er heel serieus en dagelijks mee bezig moet willen zijn. Dat is nodig om de pagina en de groep op orde te houden.’ Maar het is voor Lia vooral een leuke hobby met een doelstelling die haar aanspreekt. ‘Het gaat erom dat een product een tweede leven krijgt, dat is de hoofdzaak van deze groep.’

Naast het vrijwilligerswerk heeft Lia ook een baan als host bij een fitnessstudio. De overeenkomst met haar taak als beheerder van Gratis Ophalen is mensen helpen en mensen blij maken.

Wat kost het je?
Lia wil een ‘strenge’ beheerder zijn en dat maakt het wel tijdrovend. ‘Ik ben er per dag minimaal één uur aan kwijt. Ik wil het ook iedere dag bijhouden.’ Lia voelt zich er heel erg verantwoordelijk voor. Haar man is medebeheerder, zodat het door kan draaien voor het geval er iets gebeurt. ‘Maar ik doe het beheer het liefste zelf, zodat het op mijn manier gebeurt.’

Wat brengt het je?
Lia zegt dat dit werk redelijk anoniem is, achter de laptop op Facebook. ‘Maar soms kan ik uit de internetwereld stappen en ook mensen ontmoeten, zeker als ik die al wat langer ken. En dat contact met mensen vind ik leuk, om hun verhalen te horen, die soms oppervlakkig, maar ook emotioneel kunnen zijn.’

Welke tips heb je voor anderen?
‘Belangrijk is: stel je eigen grenzen’, zegt Lia. ‘In het begin was ik naïef. Ik kreeg van alles naar mijn hoofd geslingerd en ben ook één keer bedreigd. Ik wilde alles goed doen, maar dat gaat niet altijd. Ik ben nu harder geworden en duidelijker.’ Lia heeft acht basisregels opgesteld voor de groep en sindsdien is het rustiger geworden. Leden weten nu waaraan ze zich moeten houden.

Facebook staat behoorlijk onder druk en steeds minder mensen maken er gebruik van. Lia gaat geen ander medium zoeken voor Gratis Ophalen, maar zolang het kan blijft ze het beheer van de groep met veel plezier en inzet doen.

Marianne Stroot – vrijwilligster bij Zonnebloem

Marianne Stroot is vrijwilligster bij De Zonneberg, afdeling Zandberg. Aandacht voor haar vrijwilligerswerk laat Marianne het allerliefst aan zich voorbijgaan. ‘Er zijn zo veel andere mensen die mooie dingen doen. Op de voorgrond, da’s echt helemaal niks voor mij.’

Wie: Marianne Stroot (74 jaar), weduwe van Piet Stroot, die in 1990 is overleden
Beroep: Medewerkster Personeel en Organisatie bij Avans Hogeschool tot haar pensioen in 2006 en daarvoor bij Energie- en Waterbedrijf Breda (later PNEM)
Vrijwilligerswerk: Sinds 2007 vrijwilligster en bestuurslid bij De Zonnebloem afdeling Zandberg in Breda en vanaf 2016 Mentor bij Mentorschap West-Brabant
Uren per week: gemiddeld twee à drie dagdelen

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Luisteren, regelen, maar vooral er zijn. Als lid van het vrijwilligersteam heb ik de rol van bezoekster, chauffeur en gastvrouw bij de afdeling Zandberg van De Zonnebloem en bezoek ik een aantal mensen in Breda voor een praatje en een kopje koffie of thee. We hebben een warme club vrijwilligers en onze gasten zijn voornamelijk oudere mensen. De vrijwilligers bezoeken wijkbewoners die door ouderdom of een handicap aan huis gebonden zijn. Ikzelf heb een paar vaste adressen waar ik enkele keren per maand een bezoekje afleg, maar er is ook een gast waarbij ik inmiddels een of twee keer per week kom. Zij is echt mijn maatje geworden. Tijdens haar operaties en verhuizing heb ik veel voor haar kunnen betekenen. Ik moedigde haar aan, vergezelde haar als ze naar specialisten ging voor onderzoeken en uitslagen, verzorgde haar post, was als eerste bij haar na de operaties en lichtte haar familie en kennissen in over de voortgang. Zij kon niet meer terug naar haar woning (driehoog zonder lift). Gelukkig kwam er toen heel snel een flatje met lift vrij, zodat we een schilder en een verhuizer konden regelen en aan de slag konden gaan met de inrichting.

Elke eerste vrijdag van de maand is er een dienst in het gemeenschapshuis en na afloop drinken we een bakje koffie. Tijdens de coronaperiode hebben we regelmatig een verrassinkje verzorgd en bezorgd. Al wandelend ging ik dan met het presentje bij iemand langs. Vaak gaf ik het af aan de voordeur of mocht ik even binnenkomen (met mondkapje natuurlijk). Hun glimlach en dankbaarheid … onbetaalbaar!

Ik verzorg ook de gasten- en vrijwilligerslijsten en af en toe wat uitnodigingen, dus een klein deel van de administratie. Ik heb jarenlang kantoorwerk gedaan en die ervaring komt hier nu goed van pas.

Ieder jaar zijn we ook met een deel van onze Zonnebloemgasten aanwezig bij het ZiekenTriduüm in de Sacramentskerk. Helaas is het vanwege corona tijdelijk niet doorgegaan.
Het is een jaarlijks evenement voor ouderen. Drie dagen kunnen ze genieten van kerkdiensten, zang en voorstellingen, alles georganiseerd en verzorgd door vrijwilligers. Wij halen en brengen onze Zonnebloemgasten en vangen ze tussen de middag op in de gemeenschapsruimte achter de kerk. Daar krijgen ze een lunch aangeboden in een gezellig aangeklede ruimte. Het is erg intensief, maar zó geweldig om te doen!

Verder ben ik actief bij Mentorschap West-Brabant. Als mentor ben je de wettelijk vertegenwoordiger en belangenbehartiger van iemand die niet (volledig) in staat is om beslissingen te nemen. Eens per week bezoek ik mijn cliënt, die 97 jaar is. Hij is alleen en voelt zich eenzaam, maar hij wil per se thuis blijven wonen. Het zorgteam van Thebe en ik zoeken de juiste ondersteuning, verzorging en eventueel verpleging en hulp voor hem. Een bewindvoerder zorgt voor zijn financiële zaken. Hij heeft geen familieleden of naasten waarop hij kan terugvallen. Soms is het een heel geregel, maar met onze inspanning lukt het hem om zo lang mogelijk op zichzelf te blijven wonen. Ik ben blij dat ik daar een steentje aan kan bijdragen.

Hoe ben je erin gerold?
Iets voor een ander kunnen betekenen heb ik altijd erg belangrijk gevonden. Op een gegeven moment ging ik op zoek naar flexibel vrijwilligerswerk. Iets waarbij ik zelf mijn tijd kon indelen, want dat vind ik heel belangrijk. Tijdens die zoektocht kwam ik na een telefoontje met De Zonnebloem in onze regio terecht bij de afdeling Zandberg. Hun werk sprak me aan vijftien jaar geleden en het bevalt me nog steeds prima!

Toen ik mantelzorger voor mijn partner Jos was, kregen we steun van de wijkverpleging, team Buurtzorg. Hij kreeg persoonlijke verzorging en daarnaast werden ook mentale en praktische zaken met hem doorgesproken. Ook is er bijna een jaar lang een vrijwilligster van STIB een dagdeel per week langsgekomen om met Jos een praatje te maken of, als alles was gezegd, samen rustig een boek te lezen. In die tijd kon ik dan boodschappen doen of even tijd voor mezelf nemen.
Na Jos’ overlijden viel ik in een gat. De eerste maanden waren erg eenzaam. Je hoeft niks meer en alles lijkt doelloos, zelfs eten klaarmaken. Toen kwam ik op internet de vraag naar mentoren tegen. Een coördinator van het Mentorschap West-Brabant vroeg me of ik het mentorschap aandurfde. Ik kreeg een cliënt toegewezen en ik volgde de basiscursus met erg interessante onderwerpen. Op deze manier kan ik echt iets voor iemand betekenen.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk/Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Ik kan zelf mijn tijd indelen waardoor deze taak niet als verplichting voelt. Ik heb ook nog genoeg andere dingen te doen zoals mijn dochters, hun aanhang en de kleinkinderen zien. Verder wandel en fiets ik veel en ga ik graag op vakantie. Ik vind het leuk om televisie te kijken, met name naar praatprogramma’s als Beau en Jinek en verschillende series zoals Flikken Maastricht.

Laat anderen maar praten, ik ben meer een luisteraar en voel vaak goed aan wat er in de ander omgaat. Daar ga ik vervolgens mee aan de slag.

Wat kost het je/waarom onbetaald werk?
Iets voor iemand anders doen, voelt voor mij absoluut niet als werk. Sommige weken zijn wat drukker dan andere, maar zolang mijn hoofd niet overloopt blijf ik dit doen. Mijn dochters zijn allang de deur uit en oppassen is ook niet meer nodig. Vrijwilligerswerk kost tijd, maar dat heb ik gelukkig voldoende. Dat ik er niet voor betaald wordt, speelt geen enkele rol. Want daar was het me niet om te doen.

Wat brengt het je/Wat is je leukste ervaring?
Het vrijwilligerswerk bij De Zonnebloem en het Mentorschap West-Brabant levert me veel op. Het geeft me vooral voldoening. Dat er zoveel eenzaamheid is in Nederland vind ik echt verschrikkelijk! De dankbaarheid die ik tijdens mijn bezoekjes merk bij “mijn mensen” is voor mij goud. Absoluut!

Ik maak iedere keer opnieuw mooie dingen mee. Soms zijn ze klein of grappig, een andere keer indrukwekkend en moeilijk te beschrijven. Zo bezocht ik een 102-jarige, die elke week een hostie kreeg toegediend. Er werd dan in de kast een altaartje gemaakt met de benodigde spulletjes. Of bij een andere gast, 92 jaar en vol humor. Ze wilde in haar voortuin een bordje plaatsen: “Vriend gezocht”. Wat heb ik toen gelachen!

Wat heel veel indruk op me heeft gemaakt waren de laatste bezoekjes aan mijn eerste cliënt van het mentorschap. Deze mevrouw had door allerlei oorzaken een hele moeilijke jeugd en een zwaar leven gehad. Toch kon ze met veel humor over allerlei onderwerpen praten. Ik had haar vaak bezocht en ik had intussen ook een band met haar opgebouwd. Op haar sterfbed, ze was helemaal verkrampt, gaf ze aan dat ze toch wel tevreden was met haar leven. We hebben toen nog kunnen regelen dat een oude pastoor van 93, die in hetzelfde verpleeghuis woonde, haar de Ziekenzalving kon geven. Je zag aan haar dat dit haar rust bracht. Kort daarna is ze overleden. Haar werd met veel respect uitgeleide gedaan door een haag van enkele medewerkers van Vredenbergh. Dit was zo mooi en indrukwekkend!

Welke tips heb je voor anderen?
Vrijwilligerswerk is er in allerlei soorten en maten en kan gelukkig voor een heel groot deel ook achter de schermen. Dat vind ik persoonlijk heel belangrijk. Probeer eens te ontdekken hoe leuk vrijwilligerswerk kan zijn, ga op onderzoek uit! Dat kan bijvoorbeeld bij De Zonnebloem of Mentorschap West-Brabant, maar ook op heel veel andere plekken.’

Meke Oomens ‘vrijwilliger zijn zit in mijn bloed’

Tien jaar geleden viel Meke van de fiets, op haar hoofd. Meke wist zelf dat het ongeluk een gevolg was van een hersenbloeding. De artsen hielden lang vol dat haar klachten het gevolg waren van de val op haar hoofd. Het duurde nog een half jaar totdat ook artsen ervan overtuigd waren dat Meke’s eigen diagnose de juiste was.

Tekst en foto door Anton Verbeek

Wie: Meke Oomens
Beroep: Servicemedewerker ABNAMRO
Vrijwilligerswerk: Hersenstichting en Swim To Fight Cancer
Sinds: 2012
Uren per week: 10

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Na mijn operatie was ik na een maand of vijf revalideren alweer op de been. Ik wilde weer een nieuwe, betaalde baan. Ik ben in contact gekomen met MEE West-Brabant. Zij zetten zich in om mensen met een beperking aan werk te helpen. Kort daarna zag ik een vacature bij ABNAMRO en kwam ik, met behulp van een jobcoach, in dienst als servicemedewerker. Ik kreeg begeleiding vanuit B-Able, het interne netwerk van de bank voor mensen met een arbeidsbeperking. Al snel kwam ik ook in het bestuur van B-Able. We zorgen voor trainingen, zijn buddy-coach voor collega’s en regelen allerlei praktische zaken. We werken met wisselende collega’s en dat is ook de kracht. Zo leert iedereen wat het betekent om te leven en te werken met een beperking.

Mijn kracht is: iemand helpen en daarmee kom ik op mijn vrijwilligerstaak. Voor de Hersenstichting ondersteun ik, als NAH-ervaringsdeskundige (Niet Aangeboren Hersenletsel), lotgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt. Hersenletsel is soms moeilijk uit te leggen, mensen zien niet dat er ‘iets’ is. Ik deel mijn ervaringen in de blogs die ik schrijf op de website van de Hersenstichting.’

Wat is verschil tussen werk voor Hersenstichting en je baan bij de bank?
‘Vrijwilligerswerk is anders. Het is iets waar je passie ligt. Mensen ondersteunen vanuit vragen en herkenning. En je ervaringen delen met anderen, waardoor ook zij weer sterker kunnen worden en zien: het kan wel! Ervaringsverhalen helpen, juist omdat hersenletsel in negen van de tien gevallen niet zichtbaar is en er veel onbegrip is. Door artsen wordt de juiste diagnose nog weleens gemist. Ook daarom is er juist behoefte aan de ervaringsverhalen.’

Welke eigenschappen moet je hebben om dit vrijwilligerswerk te doen?
‘Dat is vooral inlevingsvermogen, anderen laten zien wat de gevolgen zijn van NAH en je inzetten om je ervaringen te delen. Ik probeer ook mensen warm te maken om te doneren voor de Hersenstichting. Het gaat om simpele dingen, zoals een activiteit organiseren of een kerstkaart maken en de opbrengst doneren. Ik doe dit ook voor Swim To Fight Cancer. Dit project is voortgekomen uit de Elfsteden zwemtocht van Maarten van der Weijden. De opbrengst gaat naar kankeronderzoek. Mijn rol is om mensen te stimuleren om mee te doen. Kanker raakt iedereen en dat gold voor mij des te meer nadat mijn moeder deze diagnose kreeg.’

Wat is voor jou de reden om, naast jouw baan, deze onbetaalde werkzaamheden te doen?
‘Het zit in mijn bloed, iets overhebben voor een ander. Dat deed ik ook al voor mijn ongeluk. Ik ben jarenlang leider geweest bij de Scouting en alles wat ik voor zwemverenigingen deed was ook puur vrijwillig. Activiteiten organiseren en plannen, uitnodigingen versturen, mail bijhouden, alle uitslagen en klassementen bijhouden. En er vooral voor zorgen dat je het niet alleen doet. Er moet altijd iemand zijn die het overneemt als je uitvalt. Ook vrijwilligerswerk moet doorgaan!’

Hoeveel tijd kost het je?
‘Daar heb je een ritme in. Bij de Hersenstichting schrijf ik eens in de zoveel tijd een blog. Het mag, maar het moet niet. En daarnaast spreek ik mensen online, een chatfunctie, waar ik inga op vragen en mensen probeer te helpen met advies en ondersteuning. Bij Swim to Fight Cancer is dat ongeveer hetzelfde.

Naar aanleiding van mijn blogs krijg ik verzoeken om interviews, zoals voor het magazine van zorgverzekeraar CZ. Bij de bank is ook een filmpje opgenomen voor UWV Perspectief. Op deze wijze kan ik mijn boodschap uitdragen: blijf positief en denk in wat je wel kunt in plaats van wat je niet kunt.’

Wat leveren deze het vrijwilligersbanen voor jou op?
‘Het geeft energie. Je ziet dat mensen die denken ‘ik kan niets meer en alles zit tegen’ toch groeien in hun kracht, ze kunnen meedoen met anderen.

Een leuke, positieve ervaring bij de Hersenstichting was een bericht van iemand die ik nog ken van de scouting. Ze schrok van wat ik had meegemaakt, maar las ook hoe positief ik mijn verhaal vertel en overbreng op anderen. Het is die positieve boost die ik door wil geven aan anderen. Al is het vlammetje aan mogelijkheden nog zo klein, ga van daaruit verder en laat je koppie niet hangen. Dat zag zij terug in mijn verhalen.’

Heb je tips voor andere vrijwilligers?
‘Doen waar je passie ligt. Vanuit die passie kun je anderen helpen en daar beleef je zelf ook weer plezier aan. Dat is het belangrijkste. Vanuit jouw gevoel anderen ondersteunen.’

Meke zal er altijd rekening mee moeten houden, zich altijd onbewust bewust van het hersenletsel. Haar energie is beperkt, ze kan bijvoorbeeld niet intensief sporten. Beschadigde hersencellen zijn niet te repareren, maar je kunt ze wel blijven activeren, wat ze ook dagelijks doet, van lezen en puzzelen tot een flinke wandeling. En blijven genieten van het leven.

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Meke in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Peter Lahousse stuwende cybercrime-kracht bij politie en gemeente

Peter Lahousse (51) is een stuwende kracht achter de bestrijding van cybercriminaliteit. Politie en andere overheidsdiensten maken dankbaar gebruik van zijn digitale kennis en kunde. Naast diefstal-, fraude- en oplichtingszaken die op het internet plaatsvinden, bestrijdt Peter ook criminele praktijken die zich op het darkweb afspelen. 

Door Henk Ketelaar.  Foto: archief Peter Lahousse

Naam: Peter Lahousse (51 jaar)
Vrijwilligerswerk: Afhankelijk van gezondheid 8 – 50 uur per week
Beroep: ex-logistiek manager

In 1991 slaagde ik in België voor mijn HTS-opleiding werktuigbouwkunde. Omdat computergestuurde informatica mij in die tijd erg interesseerde volgde ik daarna nog een éénjarige aanvullende opleiding: ‘computer numeriek control’. In België behoorde ik met zes andere studenten tot de eerste groep studenten die deze unieke opleiding met een diploma afsloot.

Daar vond ik werk dat het dichts aansloot op mijn opleiding en interesse. Ik hield mij bezig met het ontwikkelen en bedenken van computergestuurde logistieke programma’s en ik voelde mij als een vis in het water. In de loop van de jaren werkte ik mij op tot logistiek manager en functioneerde ik in die hoedanigheid bij verschillende grote bedrijven als C-1000 (10-jaar) en Leen Bakker (2 jaar).

Vrijwilligerswerk:
Omdat ‘boevenvangen’ van kinds af aan mijn wensdroom was, besloot ik in 2005 vrijwilliger te worden bij de politie. Tot verdriet van mijn moeder moest ik daarvoor wel mijn Belgische nationaliteit inruilen voor de Nederlandse. Na vijf jaar studie in eigen tijd aan de Nederlandse politieacademie, ging ik als vuurwapen dragend agent bij het politiedistrict ‘De Baronie’ aan de slag. Al gauw ging de politie mijn digitale kennis en kunde waarderen en mocht ik bij het cybercrimeteam Zeeland-West-Brabant in oprichting aan de slag. Een fantastische en leerzame tijd; voor mij maar ook voor de politie.

In 2015 werd ik ernstig ziek en moest ik per ambulance naar het ziekenhuis. Tien dagen lang lag ik op de Intensive Care. Voor mijn leven werd gevreesd. Met de mededeling dat ik nooit meer volledig zou herstellen, verliet ik in een rolstoel het ziekenhuis.

Gesteund door mijn vriendin Heidi, verwees ik die uitspraak naar het rijk der fabelen en vocht ik mij terug tot degene die ik nu ben. Namelijk: een sleutelfunctionaris cybercrimebestrijding niet alleen bij de politie, maar ook bij justitie en de gemeente Breda. Weliswaar op vrijwillige basis maar dat maakt het werk er niet minder leuk om. Door wettelijke regelgeving heb ik helaas wel mijn beroep als logistiek manager moeten opgeven.

Wat houdt jouw vrijwilligersbaan precies in?
Ik houd mij vooral bezig met het bestrijden en voorkomen van misdrijven die zich voordoen op het wereldwijde Internet. Voor de politie ben ik een actief onderzoeker naar illegale zaken die zich op het darkweb afspelen. Darkweb is een deel van Internet waar zich duistere zaken afspelen op het gebied van wapenhandel, drugshandel en kinderporno en is alleen met een specifieke browser te benaderen.

Hoe ben je erin gerold?
Omdat ik mijn droom wilde waarmaken ben ik als vrijwilliger bij de politie gaan werken. Ik onderscheidde mij daar zodanig dat ik na verloop van tijd zelfs een droombaan kreeg aangeboden die ik door de ziekte die mij overkwam niet heb kunnen krijgen. Wel stelde de politie mij in staat om op het niveau waarop ik zou worden aangenomen als vrijwilliger aan de slag te gaan. Het voordeel hiervan is, dat ik zelf mijn werktijden kan invullen, want ik ben niet elke dag even fit.

Op uitnodiging van de gemeente Breda ben ik als vrijwilliger bij het buurtpreventieteam aan de slag gegaan. In plaats van opsporen houd ik mij daar vooral bezig met het voorkomen van computermisdrijven. Hierbij moet je denken aan Internetfraude, Ransomware aanvallen, Hacking en Phishing. Vooral bedrijven zijn doelwit van deze vorm van criminaliteit.

Wat kost het je/Waarom onbetaald werk?
Omdat ik mij vanuit mijn interesse erg betrokken voel met mijn vrijwilligerswerk, kost het mij weinig moeite om me daarvoor in te zetten. Van de uren die ik inzetbaar ben, geniet ik elke minuut. Vanwege de beperkingen die mij vrijwel dagelijks parten spelen, is het hebben van betaald werk voor mij geen optie meer. Wettelijke regelingen verhinderen dat.

Wat brengt het je/Wat is je leukste ervaring?
Het geeft mij een fijn gevoel dat ik ondanks alle tegenslagen toch nog voor de gemeenschap van betekenis ben met werk dat ik nog wel kan doen. Het klinkt misschien gek, maar dat geeft mij zoveel voldoening dat ik daar energie van krijg. Mijn leukste ervaring is, dat mede door mijn speurwerk een grote internationale criminele organisatie is opgerold, eentje die frauduleus actief was op het darkweb. Tegelijkertijd werden de verdachten in verschillende landen van hun bed gelicht en opgesloten. Dat is gewoon kicken en ook daar doe ik het voor.

Welke tips heb je voor anderen?
Blijf altijd positief in je denken, doen en laten en probeer onder alle omstandigheden altijd alles uit je halen om je doelen te bereiken. Je zult zien dat het lukt.

Na als vrijwilliger zijn eed te hebben afgelegd ontvangt Peter Lahousse zijn rangonderscheidingen van collega’s. (FOTO: archief Peter Lahousse)

Ommekeer
In tegenstelling tot zijn managementfuncties kan Peter, zijn wensdroom en passie ‘boevenvangen’ wel op vrijwillige basis voortzetten. Daar zag het er in 2015 helemaal niet naar uit. Tien dagen lang vocht hij op de Intensive Care voor zijn leven. Met de mededeling dat hij nooit volledig zou herstellen, verliet hij in een rolstoel het ziekenhuis. Door positieve instelling vocht Peter zich, gesteund door zijn vriendin Heidi, terug tot wie hij nu is. Namelijk: een sleutelfunctionaris cybercrimebestrijding bij politie, justitie en de gemeente Breda. Weliswaar met pijnlijke motorieke beperkingen, maar wel eentje die naar vermogen meer voor de gemeenschap doet dan van hem mag worden verwacht. Reden om hem te eren als Held van Breda.

Website
Om ook als betrokken burger zijn passie uit te dragen heeft Peter een website cybercrimeinfo.nl opgericht. Het betreft een bibliotheek met alle belangrijke informatie over cybercrime. “Daar wordt veelvuldig gebruik van gemaakt,” laat Peter ter afsluiting blij en met een zekere trots weten.

Naschrift van de redacteur:
De politie en de gemeente Breda hadden Peter Lahousse het liefst betaald ingelijfd, maar door wettelijke regelingen m.b.t. het arbeidsongeschikt zijn, behoort dat tot spijt van alle partijen niet tot de mogelijkheden. Vlak voordat Peter ziek werd, had de politie Peter al een baan op hetzelfde hoge niveau aangeboden.

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Peter in de digitale krant op BredaVandaag.nl