Korte verhalen

Meiden redden uit handen van mensenhandelaren

Bonnie Geus kwam als twaalfjarig meisje in aanraking met mensenhandel en misbruik. Toen Bonnie 21 was, belandde ze in een psychische crisis. Ze kreeg onder andere te maken met seksuele en criminele uitbuiting. Met veel vallen en opstaan is ze de Bonnie geworden die ze graag wil zijn. Ze gebruikt haar ervaringen nu om meisjes uit handen van loverboys te houden en sekswerkers te helpen.

Wie: Bonnie Geus (42 jaar), getrouwd met John. Samen hebben ze vier katten en een hond. In haar vrije tijd speelt Bonnie saxofoon in een blaaskapel of is ze op een golfbaan te vinden.
Beroep: als zzp’er geeft ze met haar bedrijf ‘Het Belevenishuis’ trainingen, coaching en begeleiding op cliënt-, organisatie en beleidsniveau (zie ook www.hetbelevenishuis.nl).
Vrijwilligerswerk: vrijwilliger bij Rups (een onderdeel van het IMW Breda), bestuurslid en penningmeester bij Vereniging van Ervaringsdeskundigen, trainer bij GGZ Vriendelijke Gemeente en lid klankbordgroep Seksworks. Ook zet Bonnie zich in voor inclusie en het VN-verdrag Handicap.
Uren per week: totaal gemiddeld ongeveer tien uur per week. Voor Rups in Breda is dat sinds 2021 en zo’n drie uur per week.

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘In mijn betaalde werk en mijn vrijwilligerswerk zit veel overlap. Door te putten uit allerlei persoonlijke ervaringen, hoop ik als professional én als vrijwilliger mensen te ondersteunen die in hetzelfde schuitje zijn beland als waar ik in heb gezeten.
Eén van mijn vrijwilligersbanen is bij Rups in Breda. Rups biedt gratis hulp aan sekswerkers en slachtoffers van mensenhandel. Ik ondersteun sekswerkers; meestal gebeurt dat via WhatsApp. Ik stel me voor met naam en foto en vraag hele simpele dingen, bijvoorbeeld of ze in geldnood zitten. Ze reageren omdat ik ervaringsdeskundige ben en op een laagdrempelige manier contact kan maken. Voor een hulpverlener is het vaak veel moeilijker om in contact te komen.

Als het kan helpen we bij allerlei praktische en financiële zaken. Maar we hebben het bijvoorbeeld ook over veilig werken of vragen over uit het vak stappen. Sekswerk is vaak een eenzaam beroep.
Omdat sekswerkers in de coronaperiode geen financiële steun van de overheid kregen, zijn veel sekswerkers toen behoorlijk uitgebuit. Ze moesten noodgedwongen doorwerken, maar onder druk werden nogal eens lagere bedragen door de klanten betaald.
Ook bezoek ik scholen en organiseer ik bijeenkomsten. Allerlei berichten op social media houden we in de gaten, ook om te voorkomen dat jongens of meiden in de handen van loverboys terecht komen.

Hoe ben je erin gerold?
Dat is een heel lang verhaal. Toen ik twaalf was en op de mavo zat, zei ik een keer ‘nee’ op een lift. Daarna werden deze jongens boos. Zij lieten mij onder dwang allerlei seksuele handelingen uitvoeren, maar ze pakten het slim aan. Brachten me bijvoorbeeld altijd op tijd terug, zodat het niet opviel. Ik durfde thuis niets te zeggen. Misschien mocht ik anders helemaal niks meer, niet weggaan ofzo, en ik dacht ook wel eens dat dit misschien normaal was. Het heeft anderhalf jaar geduurd voordat ik er iets over aan mijn ouders durfde te vertellen.

Om geld te kunnen verdienen, besloot ik om na mijn mavodiploma schilder te worden. Vier dagen per week werken, een dag naar school. Dat was een periode vol tegenslagen. Voor mijn gevoel paste ik niet meer bij leeftijdgenoten. Ik was nog aan het puberen, had ook een adoptietrauma, want ik ben geadopteerd. Met een fout vriendje, een loverboy, ging ik bovendien samenwonen toen ik achttien was. Toen ik een jaar of 24 was, kreeg ik een relatie met iemand die uit was op criminele en seksuele uitbuiting. Hij dwong me om seks met andere mannen te hebben, wat ook een vorm van mensenhandel is. Ik raakte steeds meer in de schulden omdat hij mij allerlei contracten liet ondertekenen. Op mijn eenentwintigste kreeg ik kortsluiting in mijn hoofd en kwam ik in een psychose terecht. Na een crisistraject van zeven jaar met veel medicatie bij de GGZ, kon ik dankzij hulp van mijn broers zelfstandig gaan wonen; in de schuldsanering, onder curatele, bij de Voedselbank en met veertig euro per week leefgeld.

Om wraak te nemen op alles en iedereen die mij had uitgebuit, ben ik rond de tijd dat ik klaar was bij de GGZ het sekswerk ingegaan. Maar wel met de regels van Bonnie, want nu zou ik de baas zijn. Dat was een heftige tijd, ook omdat ik schijnbaar een zware crimineel op bezoek had gekregen. Als je slachtoffer bent van seksuele uitbuiting, moet je iedere keer een knopje omzetten. Rond mijn 34e ben ik gestopt en heb ik John ontmoet.

In de periode bij de GGZ werd ik afgekeurd en kreeg ik een uitkering. Als ‘tegenprestatie’ deed ik heel veel vrijwilligerswerk, soms wel dertig uur per week. Zo gaf ik allerlei trainingen en ondersteunde ik andere vrijwilligers. Daarom vond ik dat ik eigenlijk net zo goed betaald werk kon gaan doen. Ik vroeg een reïntegratiekeuring aan bij het UWV. ‘Jij kan niet meer werken’, was na vijf minuten hun uitspraak, gebaseerd op informatie die vijftien jaar oud was. Zodoende ben ik voor mezelf begonnen. Want het liefst wil ik onafhankelijk zijn. Daarbij wil ik echt iets met mijn ervaring doen.
Via via heb ik Sanja van Rups ontmoet en heb ik besloten om me te gaan inzetten op het gebied van mensenhandel.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk/Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Omdat het in mijn werk vooral gaat om het delen van mijn ervaring, zie ik niet echt verschillen. Ik bied ondersteuning aan mensen. Soms door een spiegel voor te houden, maar vooral door een luisterend oor te hebben en begrip te tonen. Het gaat er om dat je er bent als het nodig is.

We willen laten weten dat, hoe diep iemand ook zit, er altijd wel een lichtpuntje is om naar uit te kijken en je ook op andere manieren een mooi en zinvol leven kan hebben. Dan is het fijn dat ik mijn verhaal met al die persoonlijke ellende maar wel met een happy end, aan anderen kan vertellen. En dat mijn ervaringen bijdragen om anderen hoop en ondersteuning te geven.

Ik hoop ook dat de meerwaarde van ervaringsdeskundigen steeds meer wordt gezien, want ik vind eigenlijk dat de hulp aan sekswerkers in Breda nog veel laagdrempeliger met ervaringsdeskundigen georganiseerd zou moeten worden.

Waarom onbetaald werk?
Het vrijwilligerswerk doe ik naast mijn betaalde werk. Zolang die combinatie mogelijk is en ik ook nog tijd voor John en mijn hobby’s over hou, blijf ik dat wel doen. We hebben katten en een hond, ik speel saxofoon in een blaaskapel en ik golf in een landelijke competitie.
Mijn ervaringen, hoe vervelend die ook zijn, zouden niet onbenut op de plank moeten blijven liggen. Als ik talenten en kracht bij anderen kan oprakelen en zie dat er stapjes in de goede richting worden gezet, geeft me dat veel voldoening. Zien dat iemand weer verder kan bouwen aan zijn leven, daar word ik gelukkig van.

Wat levert het op?
Het meeste vind ik leuk en het geeft me het gevoel op dat ik verschil kan maken. Helaas kom ik soms dingen tegen die me erg raken.
Zo heb ik op dit moment contact met twee jonge meiden die worden uitgebuit. Vreselijk vind ik dat, ook omdat de verhalen die zij vertellen zo herkenbaar voor me zijn. Wat erg vervelend is, is dat zij zo angstig zijn voor de politie. En de consequenties vanuit de daders zo groot is, dat zij de politie niet durven te vertrouwen. Dit is een lang en moeizaam proces voor de meiden. Daar baal ik zo van! Door uit ervaring te praten, te vertellen dat niet per se aangifte gedaan hoeft te worden en dat er nog een heel leven voor hen ligt, hou je het contact en kun je hoop geven.

Welke tips heb je voor anderen?
Ik vraag me vaak af waarom mensen zo op alles mopperen. Als iedereen zich nu eens een paar uurtjes per week zou inzetten voor een ander, dan zouden een hoop dingen veel beter gaan. Meld je aan en zet je ervaring in! Bijvoorbeeld bij het IMW Breda (www.imwbreda.nl/vrijwilligers), maar ik weet dat dit ook bij heel veel andere organisaties kan.’

Lia Sprangers – Gratis ophalen in Breda

Foto: Anton Verbeek

Lia Sprangers is beheerder van de Facebookgroep Gratis Ophalen in Breda. Dit is een uitwisselingsservice waar mensen spullen die ze niet meer gebruiken gratis kunnen aanbieden en bij elkaar kunnen ophalen. De groep telt maar liefst 11.538 leden.

Wie: Lia Sprangers
Beroep: receptie fitness
Vrijwilligerswerk: Facebookgroep Gratis Ophalen in Breda
Sinds: augustus 2013
Uren per week: gemiddeld acht uur per week, het hele jaar rond

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Ik ben meestal een regelaar op afstand. Ik blijf zoveel mogelijk op de achtergrond, houd de facebookpagina actief bij en kijk toe wat er geschreven en aangeboden wordt. De leden maken samen de groep, alleen als er problemen zijn, probeer ik deze op te lossen’. Als je bij de groep wilt aansluiten moet je je eerst als lid aanmelden. Lia checkt dan hoe het profiel van die persoon voordat ze iemand toelaat. ‘Ik wil bijvoorbeeld opkopers buiten de groep houden’, zegt Lia.

In de Facebookgroep Gratis Ophalen in Breda kunnen leden een advertentie plaatsen. Bijvoorbeeld vier keukenstoelen, tegeltjes, tuinmeubelen, van alles eigenlijk. Belangstellenden kunnen dit dan ophalen bij de aanbieder. Ze regelen dit onderling met elkaar. Bij de advertentie komt ook een foto en de naam van de wijk waar het opgehaald kan worden. ‘Het contact en de afspraak wordt verder onderling geregeld. In een beveiligde omgeving kunnen leden privételefoonnummers uitwisselen.’ Lia benadrukt dat het een gratis dienst is, dus voor de aangeboden spullen wordt nooit betaald.
‘Het is voor arm en rijk, iedereen kan meedoen. Er zitten ook veel studenten in de groep, die spullen zoeken voor het inrichten van hun studentenkamer. Er komen regelmatig hele inboedels op de pagina. Van mensen die zijn gescheiden, zijn overleden, of naar een verzorgingshuis verhuizen. Veelal via de kinderen wordt dan Gratis Ophalen ingeschakeld. Rond de feestdagen is het extra druk, ook in deze tijden helpen mensen elkaar met waardevolle artikelen en kadootjes.

Op dit moment is Oekraïne veel in het nieuws en dat ziet Lia nu al terug in de activiteiten in de groep. ‘Er zijn veel Initiatieven voor Oekraïne. Mensen die zelf actie ondernemen of vragen waar ze spullen kunnen brengen. Dat was ook al zo voor de watersnood in België vorig jaar.’

Lia zorgt dat de groep draait en onderhouden wordt. Als er problemen zijn dan komen ze wel bij haar en Lia probeert dan te bemiddelen, bijvoorbeeld in het geval dat een afspraak om de spullen op te halen niet wordt nagekomen. ‘Ik zoek dan contact met die persoon en vraag wat de reden is. Soms krijg ik een antwoord, maar vaak zijn ze het vergeten of hebben geen tijd gehad om het op te halen. Als ik geen reactie krijg worden ze uit de groep verwijderd.’

Hoe ben je erin gerold?
‘In augustus 2013 kreeg ik de vraag of ik erbij wilde komen als medebeheerder. Maar na een week gooide de hoofdbeheerder het bijltje erbij neer en moest ik alles zelf doen.’ Lia vond het niettemin een leuke uitdaging en heeft vanaf toen de groep alleen beheerd. ‘Het feit dat het om hergebruik van spullen ging trok me aan, dit was voor mij een belangrijke motivatie.
Ik ben misschien van de ‘oude stempel, maar ik vind het fijn als goede spullen nog een keer gebruikt worden. Hergebruik betekent dat het niet wordt weggegooid en dit is ook beter voor het milieu. En de leden helpen elkaar met bruikbare spullen.’

Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
‘Wat ik belangrijk vind is nieuwsgierigheid, juist in mensen. Als twee mensen een probleem hebben met elkaar vind ik het boeiend om het op te lossen, al lukt dat niet altijd, zo weet ik inmiddels uit ervaring.’
Bemiddeling doet Lia bijna altijd via de Facebookpagina. Wel kent ze een aantal deelnemers al wat langer en die bellen haar wel. Maar haar privénummer is afgesloten, anders krijgt ze iedereen aan de telefoon. ‘Ik maak ook schrijnende verhalen mee, zoals van iemand die door een scheiding alles was kwijtgeraakt. Via de groep heeft die persoon van allerlei spullen weer bij elkaar kunnen verzamelen. En zo maak je mensen ook weer blij.
Een andere ‘eigenschap’ die je nodig hebt is dat je er heel serieus en dagelijks mee bezig moet willen zijn. Dat is nodig om de pagina en de groep op orde te houden.’ Maar het is voor Lia vooral een leuke hobby met een doelstelling die haar aanspreekt. ‘Het gaat erom dat een product een tweede leven krijgt, dat is de hoofdzaak van deze groep.’

Naast het vrijwilligerswerk heeft Lia ook een baan als host bij een fitnessstudio. De overeenkomst met haar taak als beheerder van Gratis Ophalen is mensen helpen en mensen blij maken.

Wat kost het je?
Lia wil een ‘strenge’ beheerder zijn en dat maakt het wel tijdrovend. ‘Ik ben er per dag minimaal één uur aan kwijt. Ik wil het ook iedere dag bijhouden.’ Lia voelt zich er heel erg verantwoordelijk voor. Haar man is medebeheerder, zodat het door kan draaien voor het geval er iets gebeurt. ‘Maar ik doe het beheer het liefste zelf, zodat het op mijn manier gebeurt.’

Wat brengt het je?
Lia zegt dat dit werk redelijk anoniem is, achter de laptop op Facebook. ‘Maar soms kan ik uit de internetwereld stappen en ook mensen ontmoeten, zeker als ik die al wat langer ken. En dat contact met mensen vind ik leuk, om hun verhalen te horen, die soms oppervlakkig, maar ook emotioneel kunnen zijn.’

Welke tips heb je voor anderen?
‘Belangrijk is: stel je eigen grenzen’, zegt Lia. ‘In het begin was ik naïef. Ik kreeg van alles naar mijn hoofd geslingerd en ben ook één keer bedreigd. Ik wilde alles goed doen, maar dat gaat niet altijd. Ik ben nu harder geworden en duidelijker.’ Lia heeft acht basisregels opgesteld voor de groep en sindsdien is het rustiger geworden. Leden weten nu waaraan ze zich moeten houden.

Facebook staat behoorlijk onder druk en steeds minder mensen maken er gebruik van. Lia gaat geen ander medium zoeken voor Gratis Ophalen, maar zolang het kan blijft ze het beheer van de groep met veel plezier en inzet doen.

Marianne Stroot – vrijwilligster bij Zonnebloem

Marianne Stroot is vrijwilligster bij De Zonneberg, afdeling Zandberg. Aandacht voor haar vrijwilligerswerk laat Marianne het allerliefst aan zich voorbijgaan. ‘Er zijn zo veel andere mensen die mooie dingen doen. Op de voorgrond, da’s echt helemaal niks voor mij.’

Wie: Marianne Stroot (74 jaar), weduwe van Piet Stroot, die in 1990 is overleden
Beroep: Medewerkster Personeel en Organisatie bij Avans Hogeschool tot haar pensioen in 2006 en daarvoor bij Energie- en Waterbedrijf Breda (later PNEM)
Vrijwilligerswerk: Sinds 2007 vrijwilligster en bestuurslid bij De Zonnebloem afdeling Zandberg in Breda en vanaf 2016 Mentor bij Mentorschap West-Brabant
Uren per week: gemiddeld twee à drie dagdelen

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Luisteren, regelen, maar vooral er zijn. Als lid van het vrijwilligersteam heb ik de rol van bezoekster, chauffeur en gastvrouw bij de afdeling Zandberg van De Zonnebloem en bezoek ik een aantal mensen in Breda voor een praatje en een kopje koffie of thee. We hebben een warme club vrijwilligers en onze gasten zijn voornamelijk oudere mensen. De vrijwilligers bezoeken wijkbewoners die door ouderdom of een handicap aan huis gebonden zijn. Ikzelf heb een paar vaste adressen waar ik enkele keren per maand een bezoekje afleg, maar er is ook een gast waarbij ik inmiddels een of twee keer per week kom. Zij is echt mijn maatje geworden. Tijdens haar operaties en verhuizing heb ik veel voor haar kunnen betekenen. Ik moedigde haar aan, vergezelde haar als ze naar specialisten ging voor onderzoeken en uitslagen, verzorgde haar post, was als eerste bij haar na de operaties en lichtte haar familie en kennissen in over de voortgang. Zij kon niet meer terug naar haar woning (driehoog zonder lift). Gelukkig kwam er toen heel snel een flatje met lift vrij, zodat we een schilder en een verhuizer konden regelen en aan de slag konden gaan met de inrichting.

Elke eerste vrijdag van de maand is er een dienst in het gemeenschapshuis en na afloop drinken we een bakje koffie. Tijdens de coronaperiode hebben we regelmatig een verrassinkje verzorgd en bezorgd. Al wandelend ging ik dan met het presentje bij iemand langs. Vaak gaf ik het af aan de voordeur of mocht ik even binnenkomen (met mondkapje natuurlijk). Hun glimlach en dankbaarheid … onbetaalbaar!

Ik verzorg ook de gasten- en vrijwilligerslijsten en af en toe wat uitnodigingen, dus een klein deel van de administratie. Ik heb jarenlang kantoorwerk gedaan en die ervaring komt hier nu goed van pas.

Ieder jaar zijn we ook met een deel van onze Zonnebloemgasten aanwezig bij het ZiekenTriduüm in de Sacramentskerk. Helaas is het vanwege corona tijdelijk niet doorgegaan.
Het is een jaarlijks evenement voor ouderen. Drie dagen kunnen ze genieten van kerkdiensten, zang en voorstellingen, alles georganiseerd en verzorgd door vrijwilligers. Wij halen en brengen onze Zonnebloemgasten en vangen ze tussen de middag op in de gemeenschapsruimte achter de kerk. Daar krijgen ze een lunch aangeboden in een gezellig aangeklede ruimte. Het is erg intensief, maar zó geweldig om te doen!

Verder ben ik actief bij Mentorschap West-Brabant. Als mentor ben je de wettelijk vertegenwoordiger en belangenbehartiger van iemand die niet (volledig) in staat is om beslissingen te nemen. Eens per week bezoek ik mijn cliënt, die 97 jaar is. Hij is alleen en voelt zich eenzaam, maar hij wil per se thuis blijven wonen. Het zorgteam van Thebe en ik zoeken de juiste ondersteuning, verzorging en eventueel verpleging en hulp voor hem. Een bewindvoerder zorgt voor zijn financiële zaken. Hij heeft geen familieleden of naasten waarop hij kan terugvallen. Soms is het een heel geregel, maar met onze inspanning lukt het hem om zo lang mogelijk op zichzelf te blijven wonen. Ik ben blij dat ik daar een steentje aan kan bijdragen.

Hoe ben je erin gerold?
Iets voor een ander kunnen betekenen heb ik altijd erg belangrijk gevonden. Op een gegeven moment ging ik op zoek naar flexibel vrijwilligerswerk. Iets waarbij ik zelf mijn tijd kon indelen, want dat vind ik heel belangrijk. Tijdens die zoektocht kwam ik na een telefoontje met De Zonnebloem in onze regio terecht bij de afdeling Zandberg. Hun werk sprak me aan vijftien jaar geleden en het bevalt me nog steeds prima!

Toen ik mantelzorger voor mijn partner Jos was, kregen we steun van de wijkverpleging, team Buurtzorg. Hij kreeg persoonlijke verzorging en daarnaast werden ook mentale en praktische zaken met hem doorgesproken. Ook is er bijna een jaar lang een vrijwilligster van STIB een dagdeel per week langsgekomen om met Jos een praatje te maken of, als alles was gezegd, samen rustig een boek te lezen. In die tijd kon ik dan boodschappen doen of even tijd voor mezelf nemen.
Na Jos’ overlijden viel ik in een gat. De eerste maanden waren erg eenzaam. Je hoeft niks meer en alles lijkt doelloos, zelfs eten klaarmaken. Toen kwam ik op internet de vraag naar mentoren tegen. Een coördinator van het Mentorschap West-Brabant vroeg me of ik het mentorschap aandurfde. Ik kreeg een cliënt toegewezen en ik volgde de basiscursus met erg interessante onderwerpen. Op deze manier kan ik echt iets voor iemand betekenen.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk/Welke eigenschappen heb je hiervoor nodig?
Ik kan zelf mijn tijd indelen waardoor deze taak niet als verplichting voelt. Ik heb ook nog genoeg andere dingen te doen zoals mijn dochters, hun aanhang en de kleinkinderen zien. Verder wandel en fiets ik veel en ga ik graag op vakantie. Ik vind het leuk om televisie te kijken, met name naar praatprogramma’s als Beau en Jinek en verschillende series zoals Flikken Maastricht.

Laat anderen maar praten, ik ben meer een luisteraar en voel vaak goed aan wat er in de ander omgaat. Daar ga ik vervolgens mee aan de slag.

Wat kost het je/waarom onbetaald werk?
Iets voor iemand anders doen, voelt voor mij absoluut niet als werk. Sommige weken zijn wat drukker dan andere, maar zolang mijn hoofd niet overloopt blijf ik dit doen. Mijn dochters zijn allang de deur uit en oppassen is ook niet meer nodig. Vrijwilligerswerk kost tijd, maar dat heb ik gelukkig voldoende. Dat ik er niet voor betaald wordt, speelt geen enkele rol. Want daar was het me niet om te doen.

Wat brengt het je/Wat is je leukste ervaring?
Het vrijwilligerswerk bij De Zonnebloem en het Mentorschap West-Brabant levert me veel op. Het geeft me vooral voldoening. Dat er zoveel eenzaamheid is in Nederland vind ik echt verschrikkelijk! De dankbaarheid die ik tijdens mijn bezoekjes merk bij “mijn mensen” is voor mij goud. Absoluut!

Ik maak iedere keer opnieuw mooie dingen mee. Soms zijn ze klein of grappig, een andere keer indrukwekkend en moeilijk te beschrijven. Zo bezocht ik een 102-jarige, die elke week een hostie kreeg toegediend. Er werd dan in de kast een altaartje gemaakt met de benodigde spulletjes. Of bij een andere gast, 92 jaar en vol humor. Ze wilde in haar voortuin een bordje plaatsen: “Vriend gezocht”. Wat heb ik toen gelachen!

Wat heel veel indruk op me heeft gemaakt waren de laatste bezoekjes aan mijn eerste cliënt van het mentorschap. Deze mevrouw had door allerlei oorzaken een hele moeilijke jeugd en een zwaar leven gehad. Toch kon ze met veel humor over allerlei onderwerpen praten. Ik had haar vaak bezocht en ik had intussen ook een band met haar opgebouwd. Op haar sterfbed, ze was helemaal verkrampt, gaf ze aan dat ze toch wel tevreden was met haar leven. We hebben toen nog kunnen regelen dat een oude pastoor van 93, die in hetzelfde verpleeghuis woonde, haar de Ziekenzalving kon geven. Je zag aan haar dat dit haar rust bracht. Kort daarna is ze overleden. Haar werd met veel respect uitgeleide gedaan door een haag van enkele medewerkers van Vredenbergh. Dit was zo mooi en indrukwekkend!

Welke tips heb je voor anderen?
Vrijwilligerswerk is er in allerlei soorten en maten en kan gelukkig voor een heel groot deel ook achter de schermen. Dat vind ik persoonlijk heel belangrijk. Probeer eens te ontdekken hoe leuk vrijwilligerswerk kan zijn, ga op onderzoek uit! Dat kan bijvoorbeeld bij De Zonnebloem of Mentorschap West-Brabant, maar ook op heel veel andere plekken.’

Meke Oomens ‘vrijwilliger zijn zit in mijn bloed’

Tien jaar geleden viel Meke van de fiets, op haar hoofd. Meke wist zelf dat het ongeluk een gevolg was van een hersenbloeding. De artsen hielden lang vol dat haar klachten het gevolg waren van de val op haar hoofd. Het duurde nog een half jaar totdat ook artsen ervan overtuigd waren dat Meke’s eigen diagnose de juiste was.

Tekst en foto door Anton Verbeek

Wie: Meke Oomens
Beroep: Servicemedewerker ABNAMRO
Vrijwilligerswerk: Hersenstichting en Swim To Fight Cancer
Sinds: 2012
Uren per week: 10

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Na mijn operatie was ik na een maand of vijf revalideren alweer op de been. Ik wilde weer een nieuwe, betaalde baan. Ik ben in contact gekomen met MEE West-Brabant. Zij zetten zich in om mensen met een beperking aan werk te helpen. Kort daarna zag ik een vacature bij ABNAMRO en kwam ik, met behulp van een jobcoach, in dienst als servicemedewerker. Ik kreeg begeleiding vanuit B-Able, het interne netwerk van de bank voor mensen met een arbeidsbeperking. Al snel kwam ik ook in het bestuur van B-Able. We zorgen voor trainingen, zijn buddy-coach voor collega’s en regelen allerlei praktische zaken. We werken met wisselende collega’s en dat is ook de kracht. Zo leert iedereen wat het betekent om te leven en te werken met een beperking.

Mijn kracht is: iemand helpen en daarmee kom ik op mijn vrijwilligerstaak. Voor de Hersenstichting ondersteun ik, als NAH-ervaringsdeskundige (Niet Aangeboren Hersenletsel), lotgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt. Hersenletsel is soms moeilijk uit te leggen, mensen zien niet dat er ‘iets’ is. Ik deel mijn ervaringen in de blogs die ik schrijf op de website van de Hersenstichting.’

Wat is verschil tussen werk voor Hersenstichting en je baan bij de bank?
‘Vrijwilligerswerk is anders. Het is iets waar je passie ligt. Mensen ondersteunen vanuit vragen en herkenning. En je ervaringen delen met anderen, waardoor ook zij weer sterker kunnen worden en zien: het kan wel! Ervaringsverhalen helpen, juist omdat hersenletsel in negen van de tien gevallen niet zichtbaar is en er veel onbegrip is. Door artsen wordt de juiste diagnose nog weleens gemist. Ook daarom is er juist behoefte aan de ervaringsverhalen.’

Welke eigenschappen moet je hebben om dit vrijwilligerswerk te doen?
‘Dat is vooral inlevingsvermogen, anderen laten zien wat de gevolgen zijn van NAH en je inzetten om je ervaringen te delen. Ik probeer ook mensen warm te maken om te doneren voor de Hersenstichting. Het gaat om simpele dingen, zoals een activiteit organiseren of een kerstkaart maken en de opbrengst doneren. Ik doe dit ook voor Swim To Fight Cancer. Dit project is voortgekomen uit de Elfsteden zwemtocht van Maarten van der Weijden. De opbrengst gaat naar kankeronderzoek. Mijn rol is om mensen te stimuleren om mee te doen. Kanker raakt iedereen en dat gold voor mij des te meer nadat mijn moeder deze diagnose kreeg.’

Wat is voor jou de reden om, naast jouw baan, deze onbetaalde werkzaamheden te doen?
‘Het zit in mijn bloed, iets overhebben voor een ander. Dat deed ik ook al voor mijn ongeluk. Ik ben jarenlang leider geweest bij de Scouting en alles wat ik voor zwemverenigingen deed was ook puur vrijwillig. Activiteiten organiseren en plannen, uitnodigingen versturen, mail bijhouden, alle uitslagen en klassementen bijhouden. En er vooral voor zorgen dat je het niet alleen doet. Er moet altijd iemand zijn die het overneemt als je uitvalt. Ook vrijwilligerswerk moet doorgaan!’

Hoeveel tijd kost het je?
‘Daar heb je een ritme in. Bij de Hersenstichting schrijf ik eens in de zoveel tijd een blog. Het mag, maar het moet niet. En daarnaast spreek ik mensen online, een chatfunctie, waar ik inga op vragen en mensen probeer te helpen met advies en ondersteuning. Bij Swim to Fight Cancer is dat ongeveer hetzelfde.

Naar aanleiding van mijn blogs krijg ik verzoeken om interviews, zoals voor het magazine van zorgverzekeraar CZ. Bij de bank is ook een filmpje opgenomen voor UWV Perspectief. Op deze wijze kan ik mijn boodschap uitdragen: blijf positief en denk in wat je wel kunt in plaats van wat je niet kunt.’

Wat leveren deze het vrijwilligersbanen voor jou op?
‘Het geeft energie. Je ziet dat mensen die denken ‘ik kan niets meer en alles zit tegen’ toch groeien in hun kracht, ze kunnen meedoen met anderen.

Een leuke, positieve ervaring bij de Hersenstichting was een bericht van iemand die ik nog ken van de scouting. Ze schrok van wat ik had meegemaakt, maar las ook hoe positief ik mijn verhaal vertel en overbreng op anderen. Het is die positieve boost die ik door wil geven aan anderen. Al is het vlammetje aan mogelijkheden nog zo klein, ga van daaruit verder en laat je koppie niet hangen. Dat zag zij terug in mijn verhalen.’

Heb je tips voor andere vrijwilligers?
‘Doen waar je passie ligt. Vanuit die passie kun je anderen helpen en daar beleef je zelf ook weer plezier aan. Dat is het belangrijkste. Vanuit jouw gevoel anderen ondersteunen.’

Meke zal er altijd rekening mee moeten houden, zich altijd onbewust bewust van het hersenletsel. Haar energie is beperkt, ze kan bijvoorbeeld niet intensief sporten. Beschadigde hersencellen zijn niet te repareren, maar je kunt ze wel blijven activeren, wat ze ook dagelijks doet, van lezen en puzzelen tot een flinke wandeling. En blijven genieten van het leven.

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Meke in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Peter Lahousse stuwende cybercrime-kracht bij politie en gemeente

Peter Lahousse (51) is een stuwende kracht achter de bestrijding van cybercriminaliteit. Politie en andere overheidsdiensten maken dankbaar gebruik van zijn digitale kennis en kunde. Naast diefstal-, fraude- en oplichtingszaken die op het internet plaatsvinden, bestrijdt Peter ook criminele praktijken die zich op het darkweb afspelen. 

Door Henk Ketelaar.  Foto: archief Peter Lahousse

Naam: Peter Lahousse (51 jaar)
Vrijwilligerswerk: Afhankelijk van gezondheid 8 – 50 uur per week
Beroep: ex-logistiek manager

In 1991 slaagde ik in België voor mijn HTS-opleiding werktuigbouwkunde. Omdat computergestuurde informatica mij in die tijd erg interesseerde volgde ik daarna nog een éénjarige aanvullende opleiding: ‘computer numeriek control’. In België behoorde ik met zes andere studenten tot de eerste groep studenten die deze unieke opleiding met een diploma afsloot.

Daar vond ik werk dat het dichts aansloot op mijn opleiding en interesse. Ik hield mij bezig met het ontwikkelen en bedenken van computergestuurde logistieke programma’s en ik voelde mij als een vis in het water. In de loop van de jaren werkte ik mij op tot logistiek manager en functioneerde ik in die hoedanigheid bij verschillende grote bedrijven als C-1000 (10-jaar) en Leen Bakker (2 jaar).

Vrijwilligerswerk:
Omdat ‘boevenvangen’ van kinds af aan mijn wensdroom was, besloot ik in 2005 vrijwilliger te worden bij de politie. Tot verdriet van mijn moeder moest ik daarvoor wel mijn Belgische nationaliteit inruilen voor de Nederlandse. Na vijf jaar studie in eigen tijd aan de Nederlandse politieacademie, ging ik als vuurwapen dragend agent bij het politiedistrict ‘De Baronie’ aan de slag. Al gauw ging de politie mijn digitale kennis en kunde waarderen en mocht ik bij het cybercrimeteam Zeeland-West-Brabant in oprichting aan de slag. Een fantastische en leerzame tijd; voor mij maar ook voor de politie.

In 2015 werd ik ernstig ziek en moest ik per ambulance naar het ziekenhuis. Tien dagen lang lag ik op de Intensive Care. Voor mijn leven werd gevreesd. Met de mededeling dat ik nooit meer volledig zou herstellen, verliet ik in een rolstoel het ziekenhuis.

Gesteund door mijn vriendin Heidi, verwees ik die uitspraak naar het rijk der fabelen en vocht ik mij terug tot degene die ik nu ben. Namelijk: een sleutelfunctionaris cybercrimebestrijding niet alleen bij de politie, maar ook bij justitie en de gemeente Breda. Weliswaar op vrijwillige basis maar dat maakt het werk er niet minder leuk om. Door wettelijke regelgeving heb ik helaas wel mijn beroep als logistiek manager moeten opgeven.

Wat houdt jouw vrijwilligersbaan precies in?
Ik houd mij vooral bezig met het bestrijden en voorkomen van misdrijven die zich voordoen op het wereldwijde Internet. Voor de politie ben ik een actief onderzoeker naar illegale zaken die zich op het darkweb afspelen. Darkweb is een deel van Internet waar zich duistere zaken afspelen op het gebied van wapenhandel, drugshandel en kinderporno en is alleen met een specifieke browser te benaderen.

Hoe ben je erin gerold?
Omdat ik mijn droom wilde waarmaken ben ik als vrijwilliger bij de politie gaan werken. Ik onderscheidde mij daar zodanig dat ik na verloop van tijd zelfs een droombaan kreeg aangeboden die ik door de ziekte die mij overkwam niet heb kunnen krijgen. Wel stelde de politie mij in staat om op het niveau waarop ik zou worden aangenomen als vrijwilliger aan de slag te gaan. Het voordeel hiervan is, dat ik zelf mijn werktijden kan invullen, want ik ben niet elke dag even fit.

Op uitnodiging van de gemeente Breda ben ik als vrijwilliger bij het buurtpreventieteam aan de slag gegaan. In plaats van opsporen houd ik mij daar vooral bezig met het voorkomen van computermisdrijven. Hierbij moet je denken aan Internetfraude, Ransomware aanvallen, Hacking en Phishing. Vooral bedrijven zijn doelwit van deze vorm van criminaliteit.

Wat kost het je/Waarom onbetaald werk?
Omdat ik mij vanuit mijn interesse erg betrokken voel met mijn vrijwilligerswerk, kost het mij weinig moeite om me daarvoor in te zetten. Van de uren die ik inzetbaar ben, geniet ik elke minuut. Vanwege de beperkingen die mij vrijwel dagelijks parten spelen, is het hebben van betaald werk voor mij geen optie meer. Wettelijke regelingen verhinderen dat.

Wat brengt het je/Wat is je leukste ervaring?
Het geeft mij een fijn gevoel dat ik ondanks alle tegenslagen toch nog voor de gemeenschap van betekenis ben met werk dat ik nog wel kan doen. Het klinkt misschien gek, maar dat geeft mij zoveel voldoening dat ik daar energie van krijg. Mijn leukste ervaring is, dat mede door mijn speurwerk een grote internationale criminele organisatie is opgerold, eentje die frauduleus actief was op het darkweb. Tegelijkertijd werden de verdachten in verschillende landen van hun bed gelicht en opgesloten. Dat is gewoon kicken en ook daar doe ik het voor.

Welke tips heb je voor anderen?
Blijf altijd positief in je denken, doen en laten en probeer onder alle omstandigheden altijd alles uit je halen om je doelen te bereiken. Je zult zien dat het lukt.

Na als vrijwilliger zijn eed te hebben afgelegd ontvangt Peter Lahousse zijn rangonderscheidingen van collega’s. (FOTO: archief Peter Lahousse)

Ommekeer
In tegenstelling tot zijn managementfuncties kan Peter, zijn wensdroom en passie ‘boevenvangen’ wel op vrijwillige basis voortzetten. Daar zag het er in 2015 helemaal niet naar uit. Tien dagen lang vocht hij op de Intensive Care voor zijn leven. Met de mededeling dat hij nooit volledig zou herstellen, verliet hij in een rolstoel het ziekenhuis. Door positieve instelling vocht Peter zich, gesteund door zijn vriendin Heidi, terug tot wie hij nu is. Namelijk: een sleutelfunctionaris cybercrimebestrijding bij politie, justitie en de gemeente Breda. Weliswaar met pijnlijke motorieke beperkingen, maar wel eentje die naar vermogen meer voor de gemeenschap doet dan van hem mag worden verwacht. Reden om hem te eren als Held van Breda.

Website
Om ook als betrokken burger zijn passie uit te dragen heeft Peter een website cybercrimeinfo.nl opgericht. Het betreft een bibliotheek met alle belangrijke informatie over cybercrime. “Daar wordt veelvuldig gebruik van gemaakt,” laat Peter ter afsluiting blij en met een zekere trots weten.

Naschrift van de redacteur:
De politie en de gemeente Breda hadden Peter Lahousse het liefst betaald ingelijfd, maar door wettelijke regelingen m.b.t. het arbeidsongeschikt zijn, behoort dat tot spijt van alle partijen niet tot de mogelijkheden. Vlak voordat Peter ziek werd, had de politie Peter al een baan op hetzelfde hoge niveau aangeboden.

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Peter in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Aad van Diemen, natuurgids bij IVN Mark en Donge

FOTO: Eric Linssen

Aad van Diemen (74) is al vanaf zijn studententijd natuurgids bij het Instituut voor Natuureducatie (IVN). Inmiddels zijn daar zoveel aanverwante functies bijgekomen dat hij daar 30 uur per week mee bezig is. Zijn kinderen en kleinkinderen wonen in Groningen.

Wie: Aad van Diemen (74)
Beroep: sinds 11 jaar met VUT, voorheen beleidsmedewerker sociale zaken bij de gemeente Rotterdam
Vrijwilligerswerk: begon halverwege de jaren ’80 als natuurgids bij IVN Mark en Donge.
Sinds: halverwege de jaren ’80
Uren per week: aanvankelijk een halve dag in de week, momenteel 30 uur per week.

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Ik was altijd al geïnteresseerd in de natuur, was vogelaar en daardoor ook geïnteresseerd in planten, want daar vliegen die beestjes toch naartoe. Maar ik wist er te weinig van en zo kwam ik terecht bij een opleiding als natuurgids. Die duurt twee jaar.

Daarna neem je mensen mee op stap, vaak op zondagmiddag.  We hebben ongeveer vijftig gidsen en vijftig wandelingen uitstaan. Die wandelingen zijn educatief. In de herfst vertel je over herfstverschijnselen, in de lente over wat er dan te zien is. Ik weet niet waarom precies maar ik ben zelf enthousiast. Ik articuleer goed, ben op de juiste momenten stil, observeer mijn publiek. Als ze afhaken, pak ik dat op. Je moet nooit sneller gaan dan de langzaamste. Zijn er kinderen bij, dan gaat het altijd goed. De volwassenen staan er vervolgens ontspannen bij en nemen alles goed in zich op.

Ik ben nog altijd natuurgids en ben bovendien nu bestuurslid bij het IVN. Bestuurswerk doe ik ook bij natuurplein ‘De Baronie’, een samenwerkingsverband van een zevental groene organisaties van de Baronie (bijvoorbeeld de West-Brabantse Vogelwerkgroep en natuur- en landschapsvereniging Gilze Rijen).

Één dag per week werk ik bij het Natuurmuseum Brabant (in Tilburg) als conservator bijen en wespen. Er zijn ongeveer 360 soorten bijen en ook 360 soorten wespen. We zijn bezig alle vondsten vanuit het verleden in te voeren; er liggen nog duizenden vondsten te wachten.
Bijen en wespen worden als ze dood zijn op een speld geprikt. Om ze in een database te stoppen, moet de juiste naam, vindplaats en datum worden vermeld. Daarna kan die database landelijk, en via die stap ook Europees en wereldwijd worden geraadpleegd. Zo kunnen we bijvoorbeeld constateren of soorten toe- of afnemen.

Verder zit ik in een insectenwerkgroep. Op de vliegbasis Gilze Rijen was er nooit onderzoek gedaan, om begrijpelijke redenen. Ik heb er vijftien jaar rondgelopen om te inventariseren. Voor de begraafplaats Zuylen heb ik ook onderzoek gedaan. Er werden bloemen gezaaid tussen de graven. Of er ook bijen op afkwamen, vroeg directeur Roel Stapper zich af. Wij hebben dat onderzocht. Het hielp. Alleen de nabestaanden begonnen te klagen over de bijen, dus stopte dat. Als lid van de insectenwerkgroep doe ik in elk geval onderzoek, iets dat verwant is aan mijn opleiding als (sociaal) wetenschappelijk onderzoeker.

Als lid van de plantenwerkgroep inventariseren we de ‘kilometerhokken’. Heel Nederland is ingedeeld in kilometerhokken, een bestaande indeling door Floron, Floristisch Onderzoek Nederland. Iedere tien jaar worden al deze kilometerhokken nagelopen op welke planten zich erin bevinden. In de steden heb je veel meer planten, wel tot vijfhonderd verschillende soorten per vierkante kilometer.

Tenslotte ben ik nog eindredacteur van www.stadsplanten.nl. Ik schrijf en maak foto’s voor de site. Het is de opvolger van stadsplanten Breda, daar is een boekje over verschenen. Recent kwam daar een landelijke opvolger van: Stoepplanten (in samenwerking met de Hortus Botanicus in Leiden).
Iedere week wordt er op website Stadsplanten.nl een stukje geplaats door een van de twaalf schrijvers. Zij bepalen zelf waar ze over schrijven, iedere week een andere plant. Ik maan ze aan om de deadline te halen en kijk de teksten na.

Hoe ben je erin gerold?
Ik was klaar met mijn natuurgidsenopleiding, dat was vooral gericht op het educatieve aspect. Veldkennis kwam minder aan bod. Bij Wolfslaar was er in de tachtiger jaren een natuurtuin, dat moest nog ontwikkeld worden. Ik wilde wel eens weten wat daar allemaal speelde. Ik kocht veel boekjes om me in te lezen. Met name de insecten waren onderbelicht, terwijl dat 90 % van de biodiversiteit is. Via Loek Vingerhoeds, een biologiedocent die daar ook rondliep, ben ik in de bijen gerold. Hij was bereid om mij op te leiden.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
Het verschilt qua thematiek. Ik had te maken met mensen in sociale verbanden, organisaties enzo. Dit gaat over natuur, over leven dat zijn eigen gang gaat. Het heeft wel te maken met onderzoek, daarvoor was ik natuurlijk opgeleid. Je moet nieuwsgierig zijn, willen weten hoe dingen in elkaar zitten.

Maar het gaat niet alleen om de statistiek; ik wil ook dingen overbrengen, met name de schoonheid van de natuur. Ik wil mensen de waarde van de natuur laten ervaren. Misschien gaan ze dan anders kijken. Ik hoop natuurlijk dat de achteruitgang van ons milieu stopt.

Wat kost het je?
Het helpt dat mijn partner bijna net zo geïnteresseerd is als ik. Ze is ook natuurgids. We inventariseren samen terreinen. Zij de vlinders, ik de bijen. Zo conflicteert het niet en hebben we leuke dagen samen.

Wat me soms wel tegenstaat is het bestuurlijke werk. Natuurplein bestaat uit allerlei beleidsnota’s, de ene nog saaier dan de andere. Je krijgt te maken met bezwaarschriften waarop je moet reageren, alles in onbegrijpelijke, ambtelijke taal. Dat is wel eens zwaar. Je hebt dan van tijd tot tijd een succesje nodig, zoals een geplande varkensfokkerij aan de grens tegenhouden. Want die varkensfokkerijen stoten enorm veel CO2 uit. Als dat bij een kwetsbaar gebied gebeurt, is het een succes als dat kan worden tegengehouden.

Wat brengt het je en wat is je leukste ervaring?
Ik help mee de achteruitgang tegen te houden. Het is maar de vraag of dat lukt. Wat we in elk geval willen is dat er enclaves komen, waarin soorten kunnen overleven. De boel staat onder druk door CO2-uitstoot, herbiciden, pesticiden, maar ook door verkeer en recreanten.

De leukste ervaring was in de plantenwerkgroep. In Nederland hebben we maar een paar duizend wilde plantensoorten. Die staan allemaal in Heukels, de plantenbijbel zeg maar. Het inventariseren lukte me steeds beter. Op enig moment besefte ik dat ik iedere plant in Nederland kon benoemen. Het voelde alsof ik me daarmee alle flora in Nederland kende, alsof ik geslaagd was voor een examen. Maar dat was zelfopgelegd. Het was een diep, euforisch gevoel, dat ik zoiets onder de knie had gekregen. Ik hoorde vanaf dat moment bij de ‘kenners’.

Welke tips heb je voor anderen?
Als natuurbeschermer en -liefhebber is mijn tip: begin met te kijken dichtbij huis. Wat helpt is letten op de kleine dingen. Dus bekijk de dingen eens onder een vergrootglas. Dan zie je bijvoorbeeld dat stampers en meeldraden in bloemen enorm complex in elkaar zitten. Kleine beestjes zijn zeer gedetailleerd vormgegeven. Bij bijen zie je het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes.

Je ziet een ingenieuze wereld, net zo compleet als onze eigen wereld, maar vele malen ouder dan de onze. Insecten zijn negentig of honderd miljoen jaar terug ontstaan. Wij zijn daaruit ontstaan. Ze zullen ons waarschijnlijk overleven.

Als je dat beseft, komt je eigen bestaan in een heel ander perspectief te staan. Het relativeert enerzijds ons belang; anderzijds zijn we er onderdeel van. Wij zijn geen eindproduct, iets dat wij vaak denken, maar staan in een reeks. Waar halen we dat idee eigenlijk vandaan dat we eindpunt zijn? Goed kijken naar de natuur levert ons veel meer op dan alleen kennis. Met zo’n filosofische blik kunnen we samen de achteruitgang van de natuur stoppen.’

Loveness Anaman helpt vrouwen uit hun isolement

Foto: Henk Ketelaar

Loveness Anaman (62) zet zich al decennialang op vele fronten belangeloos in voor het welzijn van de hier in Breda verblijvende vrouwen uit Afrika en voor een school die zij in haar geboordeland Ghana achterliet.

Door Henk Ketelaar.  Foto: Henk Ketelaar

Wie: Loveness Anaman
Vrijwilligerswerk: Niet westerse vrouwen uit hun isolement helpen
Sinds: 1984
Uren per week: 40 uur en meer

Hoe ben jij hier in Nederland verzeild geraakt?
‘Met mijn ex-echtgenoot ben ik in 1984 vanuit mijn geboorteland Ghana naar Nederland gekomen en ging ik in Rotterdam wonen. Elf jaar later (1990) ben ik verhuisd naar Breda en heb ik hier drie van mijn vier kinderen en twee adoptiekinderen grootgebracht. Een oudste zoon is na onze echtscheiding bij mijn ex-echtgenoot opgegroeid. Hoewel Ghana mij nauw aan het hart ligt, voel ik mij erg gelukkig in Nederland en vind ik het fijn hier te leven en te wonen.

Hoe ben jij in het vrijwilligerswerk gerold?
Eigenlijk ben ik zonder het te beseffen al kort na mijn aankomst in Nederland als vrijwilliger aan het werk gegaan. In Ghana liet ik familie, vrienden en kennissen achter. Ik ben altijd met hen in contact gebleven. Omdat zij daar een tekort hebben aan schoolmiddelen, laptops, kleding, naaimachines, gereedschappen, rollators en andere gebruiksvoorwerpen, zamel ik die spullen voor hen in en stuur ze op. Als opslagplaats heb ik mijn garagebox leeggeruimd. Ik doe veel voor de Happy Home Academy in Accra. De gebruiksvoorwerpen die ik opstuur worden bij voorkeur aan vrouwen gegeven om een daar bedrijfje op te zetten. Zo heb ik intussen al heel wat mensen in Ghana en in andere Afrikaanse landen aan een zelfredzaam bestaan geholpen.    

Tot mijn verbazing maakte ik hier in Nederland kennis met het fenomeen dat veel vrouwen van niet westerse afkomst nauwelijks of niet meedoen aan de Nederlandse samenleving en veelal in armoede leven. Vooral Afrikaanse vrouwen houden zich met veel zelfbeklag schuil en zijn in een sociaal/maatschappelijk isolement geraakt. Om deze vrouwen weer in hun kracht te zetten coach ik ze naar een beter bestaan en daarmee ook tot een positiever zelfbeeld. Pas dan zijn ze in staat om in plaats van klagen en bij de pakken neer te zitten, mee te doen aan het maatschappelijk verkeer.

Een door mij begonnen Vrouwenstudio helpt mij daarbij. Zelfstandigheid en zelfvertrouwen zijn de sleutelwoorden waar ik naar toewerk. Ze moeten het zelf doen; daar stuur ik op. Al doende maakte ik kennis met tweedehands kledingwinkels en de voedselbanken in Rotterdam en Breda. Mede omdat ik snel het Nederlands wilde leren, ging ik als vrijwilliger eerst bij deze voedselbanken aan de slag en later bij het verzorgingscentrum Huize Raffy. Als intermediair help ik vanuit mijn expertise eveneens geheel belangeloos organisaties, instellingen en advocaatkantoren als ze hulp nodig hebben bij verzoeken en aanvragen van mensen die uit Afrika komen. Met het vorderen van de jaren werd mijn vrijwilligerswerk steeds omvangrijker en uiteenlopender van aard. Intussen heb ik al heel wat vrouwen van Afrikaanse afkomst uit hun geïsoleerde positie weten te halen.

Welke eigenschappen moet je hebben om dit vrijwilligerswerk te doen?
Als Ghanese ken ik de cultuur van mensen die in Afrika opgroeien. Vanuit die cultuur zien en beleven zij het als een vanzelfsprekendheid dat zwarte mensen sociaal en maatschappelijk minder privileges en vrijheden hebben dan witte mensen. Iets dat natuurlijk helemaal niet zo is. Zelf ben ik zo ook grootgebracht en weet ik dus hoe moeilijk het is om daarvan los te geraken en voor jezelf op te komen. Vooral als armoede je deel is. Luisteren, invoelen, erin geloven en levenservaring zijn de dingen die mij helpen dit vrijwilligerswerk te doen.

Wat kost het je? En waarom onbetaald werk?
Per week ben ik er toch zeker wel op de één of andere manier meer dan 40 uur mee bezig. Nu mijn kinderen groot zijn kan ik er gelukkig zoveel tijd insteken. Dat ik er niet voor word betaald is voor mij totaal onbelangrijk. Bovendien leven de mensen die ik help op bijstandsniveau en al zouden ze mij willen betalen dan zou ik het niet accepteren.

Wat brengt het je?
Het vrijwilligerswerk kost mij weliswaar veel tijd en energie maar het levert mij op ook veel energie op. De tijd en aandacht die ik ervoor over heb, krijg in ik levensvreugde dubbel en dwars terug. Ik heb al veel vrouwen in hun kracht gezet. Zelfredzaam en zelfbewust staan ze nu in het leven en daar word ik blij en vrolijk van. Ik wil er nog wel jaren en jaren mee doorgaan. Zolang mijn gezondheid dat toelaat blijf ik het dus ook doen.

Welke dromen heb je?
Mijn droom is dat er ooit nog eens een bevrijdingsmonument komt voor zwarte mensen. Een monument dat tot uitdrukking brengt dat wij, mensen van Afrikaanse afkomst, ons bevrijd voelen van de vernedering en verdrukking die wij bijna tweehonderd jaar lang hebben doorstaan en incidenteel nog ondergaan. Het moet wel een monument zijn dat betaald wordt met geld dat de samenleving opbrengt, dus niet met geld van overheden, bedrijven, instellingen of organisaties. Iedereen die achter deze gedachte staat zou er zijn steentje aan moeten bijdragen. Een groter draagvlak kan ik mij niet bedenken. Waar het monument moet komen maakt mij niet zoveel uit, maar in Ghana of een ander Afrikaans land zou wat mij betreft prachtig zijn. Dat is mijn droom die wellicht ooit nog eens uitkomt.

Welke boodschap heb je voor anderen?
Ongeacht van welke afkomst je ook bent, wees trots op jezelf, klaag niet en ben proactief.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Anaman in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Ed Fortuin, bijna-vergeten held van de Galderse Meren

Ed Fortuin is een bijna-vergeten Held. Hij zorgde er in de jaren ’70 onder andere voor dat het (naakt)strand aan de Galderse Meren ontstond. Ed is overleden op 7 juli jl. Hij heeft het uitroepen tot Held van Breda nog in volle bewustzijn meegemaakt.

Door Martha IJzerman.  Foto: Ad van Beckhoven

Wie: Eduard Fortuin
Beroep: Eigenaar en instructeur surfschool Little Feet, portier bij de suikerfabriek te Breda, jaren 70/80
Vrijwilligerswerk: Toezichthouder Galderse Meren, Initiatiefnemer Naaktstrand
Wanneer: 1976-1986
Uren per week: Wisselend

Wanneer deed je dit vrijwilligerswerk en hoe rolde je erin?
‘Begin jaren ‘70 ontstonden door de zandwinning voor de snelweg van Breda naar Antwerpen de huidige Galderse Meren. De met helder water gevulde afgravingen trokken al snel de aandacht van nieuwsgierige voorbijgangers. In korte tijd raakte het gebied bekend. Honderden mensen vonden op warme dagen hun weg naar dit aantrekkelijke oord.

‘In 1976 was er een snikhete zomer. Het duurde niet lang voordat mijn vrouw en ik er bleven kamperen en er ons potje kookten. Omdat het zo goed beviel besloten we er enkele maanden te blijven in een zelf gefabriceerd onderkomen. Vaak werd er tot diep in de nacht gefeest. Omstreeks 1977 behaalde ik mijn surfbrevet en in 1979 opende ik mijn eigen surfschool Little Feet, met een knipoog vernoemd naar mijn vrouw, Adriënne, bijgenaamd Zjietje, Voeten. Little verwees naar haar kleine postuur en Feet was de Engelse vertaling van haar achternaam. Tot mijn grote verdriet overleed Zjietje in 1986. Deze droevige gebeurtenis maakte een einde aan mijn inzet voor de Galderse Meren. Ik moest me vanaf die tijd richten op de opvoeding van mijn zoon Quinten.

Waaruit bestond je Vrijwilligerswerk?
Door de nachtelijke feesten en de vele bezoekers overdag dreigde het terrein te vervuilen. De mensen maakten er een puinhoop van. Bovendien werden er autowrakken, schroot en ander afval gedumpt. Ik realiseerde me dat er iets moest gebeuren om het gebied niet verloren te laten gaan als recreatieplek. Er moest duidelijkheid komen over de bestemming van het gebied en om te beginnen moest de rommel worden opgeruimd. We regelden containers voor het afval en lieten deze met toestemming van de ouders beschilderen door kinderen, die dat erg leuk vonden. Zo werd er op een speelse manier aandacht op gevestigd. Verder motiveerde ik de bezoekers om zoveel mogelijk hun troep op te ruimen, zodat dit geen aanleiding voor de plaatselijke overheden zou zijn om ons te verjagen.
In het water lagen een aantal autowrakken die een gevaar vormden voor de zwemmers. Naar aanleiding van een tragisch ongeval, waarbij een jonge jongen tijdens het duiken zijn nek brak en overleed, lieten we de wrakken met spoed verwijderen. Dat deden we via eigen contacten, waaronder een groep commando’s, en met eigen middelen. Wachten op adequaat handelen van de gemeenten duurde te lang. Gesteund door mederecreanten, voerden we met succes actie tegen de levensgevaarlijke rondvarende speedboten. Al met al was het resultaat dat de Galderse Meren in korte tijd een prettig en veilig recreatiegebied werd.

De officiële erkenning van het naaktstrand is een ander verhaal. Aan de noordoostelijke hoek van de oudste grote plas was er min of meer spontaan een strand voor naturisten ontstaan. Dit gedeelte van de plassen was het meest aan het oog onttrokken. Eerst was naturisme hier verboden en werden er boetes uitgedeeld, later werd het gedoogd. Ik wilde dat het naaktstrand officieel erkend zou worden. Met dit idee waren velen het eens en ook toenmalig PvdA raadslid Rein Welschen (later burgemeester van Eindhoven red.) stond achter mij. Na lang procederen en een aantal keren in hoger beroep te zijn gegaan is het vanaf 1979 tot op heden wettelijk toegestaan om op deze plek naakt te recreëren.

Welke eigenschappen had je ervoor nodig?
Om actie te voeren heb je een flinke dosis strijdlust en gezond verstand nodig. Verder was ik zeer gemotiveerd en gedreven om de Galderse Meren niet te laten verpauperen. Het is een unieke plek. Het water heeft een vrij hoge zuurtegraad waardoor er geen algen- of plantengroei mogelijk is en er ook geen vissen kunnen leven. Het water blijft helder en is haast tropisch blauw.

Naturisme lag me ook na aan het hart. Mijn motivatie gaf me de kracht en de energie om me voor de volle 100% in te zetten. Het ligt niet in mijn aard om snel op te geven en. Ik ben nogal een doordouwer als ik ergens in geloof.

Wat kostte het je/Waarom onbetaald werk?
Het heeft vooral veel tijd en inspanning gekost om te vechten tegen de onwil en onbekwaamheid van de betreffende ambtenaren en de bureaucratie van de drie gemeenten, Rijsbergen, Breda en Nieuw Ginneken, die zeggenschap over het gebied hadden. Ze vertoonden weinig bereidheid om mee te denken. Het idee van de gemeente Rijsbergen om er een afvalstort van te maken was gelukkig als eerste van de baan. Al snel kon men niet om de vele bezoekers heen. Dat mijn werk niet werd betaald maakte me niet zoveel uit. De passie, het plezier en de innerlijke motivatie waren groot. Ik verdiende mijn geld met mijn surfschool en de bewaakte opslag van surfplanken. In de winter was ik portier bij de suikerfabriek.

Wat bracht het je en wat was je leukste ervaring?
Ik kijk met veel plezier terug op de nachtelijke feesten en de maanden die ik er met mijn gezin bivakkeerde.

De periode die ik samen met mijn vrouw en mijn zoon bij de Galderse Meren doorbracht en het voor elkaar krijgen van de officiële erkenning van het naaktstrand zijn hoogtepunten van mijn leven.’

Welke tips heb je voor anderen?
Je passie volgen. Je niet tegen laten houden door regels en de overheid. Er is maar één weg en dat is je eigen weg. Als je die weg niet volgt dan doe je het verkeerd.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de
schijnwerpers die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Eduard in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Angela Bison helpt verslaafden in Breda

Angela Bison lijkt op het eerste gezicht misschien geen held, gezien haar vroegere drugsverslaving. Maar ze zet zich nu niet alleen structureel in, ze heeft eerst ook heel wat moeten overwinnen. Vooral herstellen van schade vroeg moed en doorzettingsvermogen. 

Wie: Angela Bison 
Vrijwilligerswerk: 
Coördineert zelfhulpgroepen voor verslaafden in Breda 
Sinds: 2012 
Uren per week: 6 uur 

Wat houdt je vrijwilligerswerk precies in? 
‘Als herstellende verslaafde help ik mee met het organiseren van zelfhulpbijeenkomsten voor verslaafden en zorg ik ervoor dat die blijven draaien. Bij die zelfhulpgroepen ben ik een mede lotgenoot, gewoon één van de groep. Ik probeer een voorbeeld te zijn en te delen vanuit eigen ervaring. Ook ben ik het eerste aanspreekpunt van mensen uit ontwenningsklinieken. Ik regel dat de mensen bij elkaar kunnen komen, zorg dat er geen klachten komen en dat er een penningmeester is. Ook hou ik de website bij. Al die dingen doe ik niet allemaal zelf, ik zet ook veel uit aan andere mensen in de groepen. Nu, met corona, is het een heel gedoe om ervoor te zorgen dat de groepen door kunnen gaan.

Ook zijn de groepen nu noodgedwongen kleiner. Terwijl er eerst vijftig mensen in een groep konden zijn dat er nu nog maar twintig.Voor een aantal groepen ben ik ook contactpersoon en 24/7 bereikbaar. In de praktijk valt het wel mee met het bellen, omdat verslaafden nu eenmaal niet graag om hulp vragen. 

Hoe ben je erin gerold? 
Vanaf mijn 15e tot mijn 31e was ik zelf verslaafd aan drugs en alcohol. Ik groeide op in een dorp bij Rotterdam, in een gewoon gezin. Thuis werd er niet gerookt of gedronken. Toen ik een jaar of tien, elf was ging mijn vader een tijdje apart wonen. Ik kon daar heel moeilijk mee omgaan. Mijn moeder was duidelijk erg verdrietig in die periode, maar emoties werden niet geuit. Ik hing steeds meer op het schoolplein en begon te roken en zo nu en dan alcohol te drinken. Dat verdoofde mijn nare gevoel. Als we naar de soos gingen deelden we samen een fles bessenjenever, en later kwamen daar de Bacardi Breezers en wodka bij. Mijn vriendinnen konden zich op tijd weer op school richten, maar ik kon geen maat houden. Op school ging het daardoor slechter. Van havo/vwo kwam ik op de mavo terecht. Toen ik 15 was had ik een paar keer geblowd. Ik zat in de gabber scene, waar drugs niet alleen gewoon, maar ook stoer waren. Op een gegeven moment probeerde ik ook een lijntje speed van een cd’tje dat rondging en ik nam ook paddo’s en pilletjes. Rond m’n 20e voelde ik me steeds slechter en werkten die middelen niet meer. Ik probeerde cocaïne en ik dat voelde direct als de oplossing. Op de een of andere manier lukte het mij wel om ondertussen via volwassenenonderwijs eerst mijn havo- en daarna mijn vwo-diploma te halen. De eerste studies die ik begon maakte ik niet af omdat mijn verslaving toen al heel krachtig aanwezig was. Eerst kon ik van mijn bijbaantjes de cocaïne betalen, maar op een gegeven moment stal ik daarvoor geld, van mijn ouders en uit de supermarkt waar ik werkte.

Ik kwam bij de NHTV terecht en was ook in contact met de hulpverlening. Gebruiken deed ik nog steeds, maar wel minder. Toch zag ik het belang van een toekomst en wist ik de NHTV-opleiding in drie jaar tijd af te maken. Toen ik een relatie kreeg met een man in het criminele circuit, ging het grondig mis. Ik hoefde niet te betalen voor de cocaïne en ging steeds meer gebruiken. Ik voelde heel goed dat ik mentaal en fysiek snel achteruitging, maar ik snoof dat gevoel weg. Zelf was ik toen ook crimineel actief. Ondertussen kwam ik wel thuis bij mijn moeder op verjaardagen en zo. Ik bleef nooit lang omdat ik daar veel te onrustig voor was. Zij zag wel dat het niet goed ging en weet dat aan de mensen met wie ik omging. Een van mijn zussen had wel door dat het ook met mijzelf echt mis was, maar ik liet haar niet tot mij doordringen. Ik wilde het verslaafde leven niet, maar durfde het alternatief nog veel minder aan. In die periode had ik me er al bij neergelegd dat ik er nooit meer van af zou komen.

Omdat ik toch voelde dat ik weg moest uit het milieu waar ik zat probeerde ik een nieuw begin in Costa Rica. Daar was ik voor een stage van de NHTV geweest en ik vond het daar geweldig. Ik werd verliefd en kreeg een relatie. Maar Midden-Amerika is geen goede plek om van je verslaving af te komen, en de relatie die ik had hielp daar ook niet bij. Na een jaar was ik terug in Nederland, teleurgesteld, midden in de financiële crisis, en nog steeds verslaafd. Met mijn dromen in stukken werd die verslaving steeds erger. Toch had ik steeds banen, bij een busbedrijf, bij een reisbureau en bij het UWV, waar ik besliste over uitkeringen. Direct na mijn werk kocht ik altijd alcohol en drugs, gebruikte en viel dan in een soort van coma. En iedere dag stond ik dan weer vroeg op om naar mijn werk te gaan. Ik kreeg last van ernstige lichamelijke klachten en ik wist dat het erop of eronder was; of rigoureus stoppen, of doodgaan.

Al die jaren was ik in contact gebleven met de reguliere verslavingszorg. Daar kon ik me vrij uiten, maar ik kon nooit de stap zetten om te stoppen. Ze stopten me altijd foldertjes van klinieken toe en bleven heel geduldig. Toen het zo slecht met me ging kon ik dankzij die opstelling de moed opbrengen om me te melden voor opname. Op mijn werk durfde ik dat pas de vrijdag voor mijn vertrek naar de kliniek te vertellen. Gelukkig reageerde mijn baas heel begripvol, en gaf ze me alle ruimte. Mijn collega’s bleken nooit iets van mijn verslaving te hebben gemerkt.

In de kliniek, waar gewerkt werd met de zogenaamde twaalf stappenmethode, zou ik zes weken blijven, maar dat werden drie maanden. Daarna heb ik nooit meer gebruikt. Als een van de twaalf stappen in de therapie moest ik in kaart brengen welke schade ik had aangericht en aan wie, zowel personen als bedrijven. Daar ben ik naartoe gegaan, om mijn excuses aan te bieden en vooral ook om de schade op een of andere manier te herstellen. Ik was daar hartstikke bang voor, maar over het algemeen reageerde men heel positief. Ik was nog niet zo lang clean, en sommige mensen wilden nog niet met me in gesprek. Die wilden eerst zien of ik het volhield en het wel echt meende. Dat is later gelukkig ook goed gekomen. En om de ‘karmische’ rekening te vereffenen, iets voor de maatschappij terug te doen, heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan, bijvoorbeeld bij de dierenbescherming.

In het kader van mijn herstel was het volgen van een zelfhulpgroep belangrijk. Om terugval te voorkomen ben ik in Breda gaan deelnemen aan zo’n groep. Lotgenoten helpen elkaar, je staat er niet alleen voor. Na een jaar kon ik ook dingen voor anderen gaan doen. Dat is ook heel belangrijk voor je gevoel van eigenwaarde, iets dat je als verslaafde vaak niet echt hebt. Het begon klein, met koffie schenken, boekjes verkopen en zo nu en dan optreden als gastspreker. Dat is steeds verder uitgebreid. Zo ben ik er dus ingerold.

Hoewel ik na mijn opname weer bij het UWV zou hebben kunnen re-integreren, heb ik daar niet voor gekozen. Bij pril herstel van een verslaving is het omgaan met agressieve cliënten niet echt handig. En ze zeggen: “Om van verslaving af te komen hoef je maar een ding te veranderen. En dat is alles.” Ik bleef in de ziektewet en daarna in de WW. In 2012 begon ik met de opleiding mbo4 persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, om ergens goed opgeleid als ervaringsdeskundige te kunnen werken. Via die opleiding kwam ik terecht bij RIBW Brabant in Tilburg, het Regionale Instituut voor Beschermd Wonen. Na een sollicitatie kon ik daar aan de slag als ervaringsdeskundig coach. Op basis van mijn ervaringen, en als specialist in allerlei herstelprocessen probeer ik mensen deskundig bij te staan. Ik werk daar met veel plezier.

Het verlangen naar drugs en alcohol is helemaal weg. Het kost me geen enkele moeite meer en ik ben ook gestopt met roken. Ik noem mezelf nog steeds verslaafd omdat het nog steeds in me zit om ergens in door te slaan. Dat kan ook zitten in online shoppen of chocola eten. Ik moet mezelf bewust inkaderen, en dat lukt gelukkig. Ik heb een grenzeloos leven gehad en dat hoef ik niet terug.

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig? 
Wat je absoluut nodig hebt is geduld en toewijding. Verslaafden willen vaak misschien wel, maar kunnen niet. En ze kunnen ook gewoon erg lastig zijn. Verslaving is gewoon een rotziekte, voortschrijdend, progressief en fataal. Je moet er tegen kunnen dat het veel investeren is met weinig opbrengst. Iedere maand komen er hier tientallen nieuwe mensen voor zelfhulpgroepen, die je moet opvangen en wegwijs maken. Uiteindelijk blijven er daar maar vijf of iets meer van over. De rest haakt af of verdwijnt gewoon uit zicht. En er gaan er ook best veel dood. Het is voor mij dus volhouden en positief blijven. Maar voor die vijf die het volhouden doe ik het.

Wat kost het je? En waarom onbetaald werk? 
Het kost natuurlijk tijd en energie. Ik doe dit werk naast m’n betaalde baan omdat ik graag iets wil teruggeven van wat ikzelf heb gekregen. Dit is mijn manier om iets goeds terug te doen. En natuurlijk heb ik schade veroorzaakt en heb ik mensen verdriet gedaan. Ik doe mijn best om daarvan iets te herstellen.

Wat brengt het je? 
Het geeft me het geluksgevoel om betekenisvol te zijn. Dat is voor iemand die verslaafd is geweest niet bepaald vanzelfsprekend. Ik ben er trots op dat ik mensen soms weer op weg kan helpen. En hoewel er natuurlijk richtlijnen en regels zijn, geniet ik van de vrijheid die ik heb om mezelf te zijn in het werk met deze mensen.

Welke dromen heb je? 
Ik zou wel iets in het buitenland willen opzetten waar verslaafden even kunnen resetten, bijvoorbeeld na te zijn afgekickt in een kliniek. Om mensen dan ook in hun diepere laag te kunnen aanspreken ben ik begonnen met een NLP-opleiding.  

Welke boodschap heb je voor anderen? 
12-stappengroepen hebben mijn leven gered, je bent altijd welkom om eens langs te komen om te kijken of het iets voor je is.Ook al lijkt er geen hoop meer, geef nooit op! Er is altijd ergens hulp, er zijn altijd opties.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Angela in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Met hart en ziel zet Freek zich in voor de Kapeltuin

Wie: Fred van Ommeren
Beroep: Hovenier
Vrijwilligerswerk: Aanleg, onderhoud en beheer buurttuin De Kapeltuin Breda.
Sinds: 2005
Uren per week: 40 tot 45 uur

Waarom is het tuinieren jouw passie?
‘Op mijn twintigste ontdekte ik dat tuinieren voor mij een ontspannende, boeiende en een erg interessante bezigheid was, eentje waarin ik al mijn creativiteit kwijt kon. Het mooiste van tuinieren is dat je heel bewust de jaargetijden beleeft. Het boeide mij zo erg, dat het mijn beroep werd. Om het goed onder de knie te krijgen volgde ik talloze cursussen en bezocht ik zelfs seminars van de universiteit van Wageningen. Het ecologisch verantwoord tuinieren heb ik mij op deze wijze eigen gemaakt.

Waar ben je tuinman geweest?
In Groningen vond ik mijn eerste werkgever voor wie ik met een aantal vrijwilligers een groot park heb onderhouden. Helaas was het parkonderhoud een sluitpost op de begroting. Daarom hield het onderhoud op een gegeven moment op en eindigde ook mijn aanstelling als hovenier. Gelukkig vond ik soortgelijk werk bij het Historisch Openlucht Museum in Eindhoven waarvan het Prehistorisch Dorp een themapark is. Als ik op die periode terugkijk, heb ik daar de baan van mijn leven gehad.

Sinds wanneer doe je dit vrijwilligerswerk en hoe rolde je erin?
Eigenlijk al vanaf 2005, want toen kwam ik op het idee om het nog braakliggende stuk grond rondom de Kapel van Gageldonk – ter grootte van een half voetbalveld – onder mijn hoede te nemen. Omdat ik met pensioen was en de kapel niet ver van mijn woning staat, kwam ik er nogal eens. Toen al jeukten mijn handen om er een moes- en siertuin te beginnen. Een openbare tuin die ook nog eens ontmoetingsplek voor de buurt zou dienen.

Helaas was dat niet zo eenvoudig als ik dacht. De beheerder van Stichting Hendrik de Keyser, eigenaar van de grond en van de kapel, dacht daar heel anders over. Keer op keer als ik toestemming vroeg om er een buurttuin aan te leggen, ving ik bot. Pas nadat ik enkele keren eigenzinnig het kniehoge gras had gemaaid en de meer dan drie meter hoge heg had gesnoeid kreeg ik toestemming. Daarmee ging mijn lang gekoesterde wens in vervulling en maakte ik een op basis van een kloostertuin.

Na een oproep in de wijkkrant van de Haagse Beemden meldde zich een twaalftal vrijwilligers om mij te helpen bij de aanleg. Kort daarna, in 2012, hebben we de vereniging De Kapeltuin Breda opgericht.

Wat doe jij precies als vrijwilliger en hoeveel tijd steek je erin?
Elke dag van de week ben ik in de tuin te vinden, dus ook op zaterdag en zondag. Door de jaargetijden heen ben ik gemiddeld zo’n veertig tot vijfenveertig uur per week in de tuin bezig. Vakanties neem ik als de tuin daar geen nadeel van ondervindt. Naast het zaaien en planten zoek ik aan het begin van het seizoen naar ontkiemde zaailingen en kies ik welke ik wil gebruiken. Ik bemest, snoei, geleid de planten en bij droogte geef ik ze water. De paden wied ik eerst handmatig en later met de schoffel. Ik zorg ervoor, dat de paden en planten duidelijk afgebakend zijn, zodat de bezoekers niet tussen de planten doorlopen. De hekjes en tuinafscheidingen maak ik bij voorkeur van wilgentakken. Naast deze natuurlijke materialen gebruik ik als bestrijdingsmiddel uitsluitend natuurlijke stoffen, zoals brandnetelgier.  

Zijn er verschillen met het werk uit je werkzame leven en die van nu?
Vakmatig niet, inhoudelijk wel. Het is namelijk een buurttuin waar jaarlijks activiteiten worden gehouden. Ze maken een bezoek aan de tuin extra aantrekkelijk. Met de organisatie daarvan heb ik namelijk ook bemoeienis. Zo hebben we ieder jaar een optreden van een Artist in Residence. Dan treedt een kunstenaar op die zich erg bij de tuin betrokken voelt. Sinds vorig jaar doen we mee met Struinen in de tuinen. Dan wordt er een klein muziekfestijn gehouden op het grasveld achter de kapel. Voor muziekliefhebbers is er jaarlijks een Open Podium. Ook de Kunstroute Haagse Beemden doet onze tuin jaarlijks aan.

Voor kinderen zijn er allerlei praktische activiteiten, zoals het poten van aardappels en later het rooien. Op verzoek geef ik kleine groepen kinderen tekst en uitleg over de tuin in relatie tot de natuur. Dat vind ik wel het leukste van mijn werk. Dus ja, inhoudelijk is dit vrijwilligerswerk voor mij wezenlijk anders dan toen ik er als professional hovenier mee bezig was.               

Heb jij nog een tip?
Bijna dagelijks komen er mensen in de tuin die er rust zoeken, om raad verlegen zitten of hun verhaal kwijt moeten. Dat is gezellig, maar dat vraagt ook het nodige van mij als gastheer. Hoewel, ik heb het er graag voor over. Voor de wijkbewoners heb ik de tip om onze tuin eens te komen bezoeken, het is echt de moeite waard. Je vindt er rust, en als je wilt steek je er ook nog wat van op.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Freek in de digitale krant op BredaVandaag.nl