Meke Oomens ‘vrijwilliger zijn zit in mijn bloed’

Tien jaar geleden viel Meke van de fiets, op haar hoofd. Meke wist zelf dat het ongeluk een gevolg was van een hersenbloeding. De artsen hielden lang vol dat haar klachten het gevolg waren van de val op haar hoofd. Het duurde nog een half jaar totdat ook artsen ervan overtuigd waren dat Meke’s eigen diagnose de juiste was.

Tekst en foto door Anton Verbeek

Wie: Meke Oomens
Beroep: Servicemedewerker ABNAMRO
Vrijwilligerswerk: Hersenstichting en Swim To Fight Cancer
Sinds: 2012
Uren per week: 10

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Na mijn operatie was ik na een maand of vijf revalideren alweer op de been. Ik wilde weer een nieuwe, betaalde baan. Ik ben in contact gekomen met MEE West-Brabant. Zij zetten zich in om mensen met een beperking aan werk te helpen. Kort daarna zag ik een vacature bij ABNAMRO en kwam ik, met behulp van een jobcoach, in dienst als servicemedewerker. Ik kreeg begeleiding vanuit B-Able, het interne netwerk van de bank voor mensen met een arbeidsbeperking. Al snel kwam ik ook in het bestuur van B-Able. We zorgen voor trainingen, zijn buddy-coach voor collega’s en regelen allerlei praktische zaken. We werken met wisselende collega’s en dat is ook de kracht. Zo leert iedereen wat het betekent om te leven en te werken met een beperking.

Mijn kracht is: iemand helpen en daarmee kom ik op mijn vrijwilligerstaak. Voor de Hersenstichting ondersteun ik, als NAH-ervaringsdeskundige (Niet Aangeboren Hersenletsel), lotgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt. Hersenletsel is soms moeilijk uit te leggen, mensen zien niet dat er ‘iets’ is. Ik deel mijn ervaringen in de blogs die ik schrijf op de website van de Hersenstichting.’

Wat is verschil tussen werk voor Hersenstichting en je baan bij de bank?
‘Vrijwilligerswerk is anders. Het is iets waar je passie ligt. Mensen ondersteunen vanuit vragen en herkenning. En je ervaringen delen met anderen, waardoor ook zij weer sterker kunnen worden en zien: het kan wel! Ervaringsverhalen helpen, juist omdat hersenletsel in negen van de tien gevallen niet zichtbaar is en er veel onbegrip is. Door artsen wordt de juiste diagnose nog weleens gemist. Ook daarom is er juist behoefte aan de ervaringsverhalen.’

Welke eigenschappen moet je hebben om dit vrijwilligerswerk te doen?
‘Dat is vooral inlevingsvermogen, anderen laten zien wat de gevolgen zijn van NAH en je inzetten om je ervaringen te delen. Ik probeer ook mensen warm te maken om te doneren voor de Hersenstichting. Het gaat om simpele dingen, zoals een activiteit organiseren of een kerstkaart maken en de opbrengst doneren. Ik doe dit ook voor Swim To Fight Cancer. Dit project is voortgekomen uit de Elfsteden zwemtocht van Maarten van der Weijden. De opbrengst gaat naar kankeronderzoek. Mijn rol is om mensen te stimuleren om mee te doen. Kanker raakt iedereen en dat gold voor mij des te meer nadat mijn moeder deze diagnose kreeg.’

Wat is voor jou de reden om, naast jouw baan, deze onbetaalde werkzaamheden te doen?
‘Het zit in mijn bloed, iets overhebben voor een ander. Dat deed ik ook al voor mijn ongeluk. Ik ben jarenlang leider geweest bij de Scouting en alles wat ik voor zwemverenigingen deed was ook puur vrijwillig. Activiteiten organiseren en plannen, uitnodigingen versturen, mail bijhouden, alle uitslagen en klassementen bijhouden. En er vooral voor zorgen dat je het niet alleen doet. Er moet altijd iemand zijn die het overneemt als je uitvalt. Ook vrijwilligerswerk moet doorgaan!’

Hoeveel tijd kost het je?
‘Daar heb je een ritme in. Bij de Hersenstichting schrijf ik eens in de zoveel tijd een blog. Het mag, maar het moet niet. En daarnaast spreek ik mensen online, een chatfunctie, waar ik inga op vragen en mensen probeer te helpen met advies en ondersteuning. Bij Swim to Fight Cancer is dat ongeveer hetzelfde.

Naar aanleiding van mijn blogs krijg ik verzoeken om interviews, zoals voor het magazine van zorgverzekeraar CZ. Bij de bank is ook een filmpje opgenomen voor UWV Perspectief. Op deze wijze kan ik mijn boodschap uitdragen: blijf positief en denk in wat je wel kunt in plaats van wat je niet kunt.’

Wat leveren deze het vrijwilligersbanen voor jou op?
‘Het geeft energie. Je ziet dat mensen die denken ‘ik kan niets meer en alles zit tegen’ toch groeien in hun kracht, ze kunnen meedoen met anderen.

Een leuke, positieve ervaring bij de Hersenstichting was een bericht van iemand die ik nog ken van de scouting. Ze schrok van wat ik had meegemaakt, maar las ook hoe positief ik mijn verhaal vertel en overbreng op anderen. Het is die positieve boost die ik door wil geven aan anderen. Al is het vlammetje aan mogelijkheden nog zo klein, ga van daaruit verder en laat je koppie niet hangen. Dat zag zij terug in mijn verhalen.’

Heb je tips voor andere vrijwilligers?
‘Doen waar je passie ligt. Vanuit die passie kun je anderen helpen en daar beleef je zelf ook weer plezier aan. Dat is het belangrijkste. Vanuit jouw gevoel anderen ondersteunen.’

Meke zal er altijd rekening mee moeten houden, zich altijd onbewust bewust van het hersenletsel. Haar energie is beperkt, ze kan bijvoorbeeld niet intensief sporten. Beschadigde hersencellen zijn niet te repareren, maar je kunt ze wel blijven activeren, wat ze ook dagelijks doet, van lezen en puzzelen tot een flinke wandeling. En blijven genieten van het leven.

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Meke in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Peter Lahousse stuwende cybercrime-kracht bij politie en gemeente

Peter Lahousse (51) is een stuwende kracht achter de bestrijding van cybercriminaliteit. Politie en andere overheidsdiensten maken dankbaar gebruik van zijn digitale kennis en kunde. Naast diefstal-, fraude- en oplichtingszaken die op het internet plaatsvinden, bestrijdt Peter ook criminele praktijken die zich op het darkweb afspelen. 

Door Henk Ketelaar.  Foto: archief Peter Lahousse

Naam: Peter Lahousse (51 jaar)
Vrijwilligerswerk: Afhankelijk van gezondheid 8 – 50 uur per week
Beroep: ex-logistiek manager

In 1991 slaagde ik in België voor mijn HTS-opleiding werktuigbouwkunde. Omdat computergestuurde informatica mij in die tijd erg interesseerde volgde ik daarna nog een éénjarige aanvullende opleiding: ‘computer numeriek control’. In België behoorde ik met zes andere studenten tot de eerste groep studenten die deze unieke opleiding met een diploma afsloot.

Daar vond ik werk dat het dichts aansloot op mijn opleiding en interesse. Ik hield mij bezig met het ontwikkelen en bedenken van computergestuurde logistieke programma’s en ik voelde mij als een vis in het water. In de loop van de jaren werkte ik mij op tot logistiek manager en functioneerde ik in die hoedanigheid bij verschillende grote bedrijven als C-1000 (10-jaar) en Leen Bakker (2 jaar).

Vrijwilligerswerk:
Omdat ‘boevenvangen’ van kinds af aan mijn wensdroom was, besloot ik in 2005 vrijwilliger te worden bij de politie. Tot verdriet van mijn moeder moest ik daarvoor wel mijn Belgische nationaliteit inruilen voor de Nederlandse. Na vijf jaar studie in eigen tijd aan de Nederlandse politieacademie, ging ik als vuurwapen dragend agent bij het politiedistrict ‘De Baronie’ aan de slag. Al gauw ging de politie mijn digitale kennis en kunde waarderen en mocht ik bij het cybercrimeteam Zeeland-West-Brabant in oprichting aan de slag. Een fantastische en leerzame tijd; voor mij maar ook voor de politie.

In 2015 werd ik ernstig ziek en moest ik per ambulance naar het ziekenhuis. Tien dagen lang lag ik op de Intensive Care. Voor mijn leven werd gevreesd. Met de mededeling dat ik nooit meer volledig zou herstellen, verliet ik in een rolstoel het ziekenhuis.

Gesteund door mijn vriendin Heidi, verwees ik die uitspraak naar het rijk der fabelen en vocht ik mij terug tot degene die ik nu ben. Namelijk: een sleutelfunctionaris cybercrimebestrijding niet alleen bij de politie, maar ook bij justitie en de gemeente Breda. Weliswaar op vrijwillige basis maar dat maakt het werk er niet minder leuk om. Door wettelijke regelgeving heb ik helaas wel mijn beroep als logistiek manager moeten opgeven.

Wat houdt jouw vrijwilligersbaan precies in?
Ik houd mij vooral bezig met het bestrijden en voorkomen van misdrijven die zich voordoen op het wereldwijde Internet. Voor de politie ben ik een actief onderzoeker naar illegale zaken die zich op het darkweb afspelen. Darkweb is een deel van Internet waar zich duistere zaken afspelen op het gebied van wapenhandel, drugshandel en kinderporno en is alleen met een specifieke browser te benaderen.

Hoe ben je erin gerold?
Omdat ik mijn droom wilde waarmaken ben ik als vrijwilliger bij de politie gaan werken. Ik onderscheidde mij daar zodanig dat ik na verloop van tijd zelfs een droombaan kreeg aangeboden die ik door de ziekte die mij overkwam niet heb kunnen krijgen. Wel stelde de politie mij in staat om op het niveau waarop ik zou worden aangenomen als vrijwilliger aan de slag te gaan. Het voordeel hiervan is, dat ik zelf mijn werktijden kan invullen, want ik ben niet elke dag even fit.

Op uitnodiging van de gemeente Breda ben ik als vrijwilliger bij het buurtpreventieteam aan de slag gegaan. In plaats van opsporen houd ik mij daar vooral bezig met het voorkomen van computermisdrijven. Hierbij moet je denken aan Internetfraude, Ransomware aanvallen, Hacking en Phishing. Vooral bedrijven zijn doelwit van deze vorm van criminaliteit.

Wat kost het je/Waarom onbetaald werk?
Omdat ik mij vanuit mijn interesse erg betrokken voel met mijn vrijwilligerswerk, kost het mij weinig moeite om me daarvoor in te zetten. Van de uren die ik inzetbaar ben, geniet ik elke minuut. Vanwege de beperkingen die mij vrijwel dagelijks parten spelen, is het hebben van betaald werk voor mij geen optie meer. Wettelijke regelingen verhinderen dat.

Wat brengt het je/Wat is je leukste ervaring?
Het geeft mij een fijn gevoel dat ik ondanks alle tegenslagen toch nog voor de gemeenschap van betekenis ben met werk dat ik nog wel kan doen. Het klinkt misschien gek, maar dat geeft mij zoveel voldoening dat ik daar energie van krijg. Mijn leukste ervaring is, dat mede door mijn speurwerk een grote internationale criminele organisatie is opgerold, eentje die frauduleus actief was op het darkweb. Tegelijkertijd werden de verdachten in verschillende landen van hun bed gelicht en opgesloten. Dat is gewoon kicken en ook daar doe ik het voor.

Welke tips heb je voor anderen?
Blijf altijd positief in je denken, doen en laten en probeer onder alle omstandigheden altijd alles uit je halen om je doelen te bereiken. Je zult zien dat het lukt.

Na als vrijwilliger zijn eed te hebben afgelegd ontvangt Peter Lahousse zijn rangonderscheidingen van collega’s. (FOTO: archief Peter Lahousse)

Ommekeer
In tegenstelling tot zijn managementfuncties kan Peter, zijn wensdroom en passie ‘boevenvangen’ wel op vrijwillige basis voortzetten. Daar zag het er in 2015 helemaal niet naar uit. Tien dagen lang vocht hij op de Intensive Care voor zijn leven. Met de mededeling dat hij nooit volledig zou herstellen, verliet hij in een rolstoel het ziekenhuis. Door positieve instelling vocht Peter zich, gesteund door zijn vriendin Heidi, terug tot wie hij nu is. Namelijk: een sleutelfunctionaris cybercrimebestrijding bij politie, justitie en de gemeente Breda. Weliswaar met pijnlijke motorieke beperkingen, maar wel eentje die naar vermogen meer voor de gemeenschap doet dan van hem mag worden verwacht. Reden om hem te eren als Held van Breda.

Website
Om ook als betrokken burger zijn passie uit te dragen heeft Peter een website cybercrimeinfo.nl opgericht. Het betreft een bibliotheek met alle belangrijke informatie over cybercrime. “Daar wordt veelvuldig gebruik van gemaakt,” laat Peter ter afsluiting blij en met een zekere trots weten.

Naschrift van de redacteur:
De politie en de gemeente Breda hadden Peter Lahousse het liefst betaald ingelijfd, maar door wettelijke regelingen m.b.t. het arbeidsongeschikt zijn, behoort dat tot spijt van alle partijen niet tot de mogelijkheden. Vlak voordat Peter ziek werd, had de politie Peter al een baan op hetzelfde hoge niveau aangeboden.

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Peter in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Aad van Diemen, natuurgids bij IVN Mark en Donge

FOTO: Eric Linssen

Aad van Diemen (74) is al vanaf zijn studententijd natuurgids bij het Instituut voor Natuureducatie (IVN). Inmiddels zijn daar zoveel aanverwante functies bijgekomen dat hij daar 30 uur per week mee bezig is. Zijn kinderen en kleinkinderen wonen in Groningen.

Wie: Aad van Diemen (74)
Beroep: sinds 11 jaar met VUT, voorheen beleidsmedewerker sociale zaken bij de gemeente Rotterdam
Vrijwilligerswerk: begon halverwege de jaren ’80 als natuurgids bij IVN Mark en Donge.
Sinds: halverwege de jaren ’80
Uren per week: aanvankelijk een halve dag in de week, momenteel 30 uur per week.

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
‘Ik was altijd al geïnteresseerd in de natuur, was vogelaar en daardoor ook geïnteresseerd in planten, want daar vliegen die beestjes toch naartoe. Maar ik wist er te weinig van en zo kwam ik terecht bij een opleiding als natuurgids. Die duurt twee jaar.

Daarna neem je mensen mee op stap, vaak op zondagmiddag.  We hebben ongeveer vijftig gidsen en vijftig wandelingen uitstaan. Die wandelingen zijn educatief. In de herfst vertel je over herfstverschijnselen, in de lente over wat er dan te zien is. Ik weet niet waarom precies maar ik ben zelf enthousiast. Ik articuleer goed, ben op de juiste momenten stil, observeer mijn publiek. Als ze afhaken, pak ik dat op. Je moet nooit sneller gaan dan de langzaamste. Zijn er kinderen bij, dan gaat het altijd goed. De volwassenen staan er vervolgens ontspannen bij en nemen alles goed in zich op.

Ik ben nog altijd natuurgids en ben bovendien nu bestuurslid bij het IVN. Bestuurswerk doe ik ook bij natuurplein ‘De Baronie’, een samenwerkingsverband van een zevental groene organisaties van de Baronie (bijvoorbeeld de West-Brabantse Vogelwerkgroep en natuur- en landschapsvereniging Gilze Rijen).

Één dag per week werk ik bij het Natuurmuseum Brabant (in Tilburg) als conservator bijen en wespen. Er zijn ongeveer 360 soorten bijen en ook 360 soorten wespen. We zijn bezig alle vondsten vanuit het verleden in te voeren; er liggen nog duizenden vondsten te wachten.
Bijen en wespen worden als ze dood zijn op een speld geprikt. Om ze in een database te stoppen, moet de juiste naam, vindplaats en datum worden vermeld. Daarna kan die database landelijk, en via die stap ook Europees en wereldwijd worden geraadpleegd. Zo kunnen we bijvoorbeeld constateren of soorten toe- of afnemen.

Verder zit ik in een insectenwerkgroep. Op de vliegbasis Gilze Rijen was er nooit onderzoek gedaan, om begrijpelijke redenen. Ik heb er vijftien jaar rondgelopen om te inventariseren. Voor de begraafplaats Zuylen heb ik ook onderzoek gedaan. Er werden bloemen gezaaid tussen de graven. Of er ook bijen op afkwamen, vroeg directeur Roel Stapper zich af. Wij hebben dat onderzocht. Het hielp. Alleen de nabestaanden begonnen te klagen over de bijen, dus stopte dat. Als lid van de insectenwerkgroep doe ik in elk geval onderzoek, iets dat verwant is aan mijn opleiding als (sociaal) wetenschappelijk onderzoeker.

Als lid van de plantenwerkgroep inventariseren we de ‘kilometerhokken’. Heel Nederland is ingedeeld in kilometerhokken, een bestaande indeling door Floron, Floristisch Onderzoek Nederland. Iedere tien jaar worden al deze kilometerhokken nagelopen op welke planten zich erin bevinden. In de steden heb je veel meer planten, wel tot vijfhonderd verschillende soorten per vierkante kilometer.

Tenslotte ben ik nog eindredacteur van www.stadsplanten.nl. Ik schrijf en maak foto’s voor de site. Het is de opvolger van stadsplanten Breda, daar is een boekje over verschenen. Recent kwam daar een landelijke opvolger van: Stoepplanten (in samenwerking met de Hortus Botanicus in Leiden).
Iedere week wordt er op website Stadsplanten.nl een stukje geplaats door een van de twaalf schrijvers. Zij bepalen zelf waar ze over schrijven, iedere week een andere plant. Ik maan ze aan om de deadline te halen en kijk de teksten na.

Hoe ben je erin gerold?
Ik was klaar met mijn natuurgidsenopleiding, dat was vooral gericht op het educatieve aspect. Veldkennis kwam minder aan bod. Bij Wolfslaar was er in de tachtiger jaren een natuurtuin, dat moest nog ontwikkeld worden. Ik wilde wel eens weten wat daar allemaal speelde. Ik kocht veel boekjes om me in te lezen. Met name de insecten waren onderbelicht, terwijl dat 90 % van de biodiversiteit is. Via Loek Vingerhoeds, een biologiedocent die daar ook rondliep, ben ik in de bijen gerold. Hij was bereid om mij op te leiden.

Waarin verschilt het van je ‘gewone’ werk?
Het verschilt qua thematiek. Ik had te maken met mensen in sociale verbanden, organisaties enzo. Dit gaat over natuur, over leven dat zijn eigen gang gaat. Het heeft wel te maken met onderzoek, daarvoor was ik natuurlijk opgeleid. Je moet nieuwsgierig zijn, willen weten hoe dingen in elkaar zitten.

Maar het gaat niet alleen om de statistiek; ik wil ook dingen overbrengen, met name de schoonheid van de natuur. Ik wil mensen de waarde van de natuur laten ervaren. Misschien gaan ze dan anders kijken. Ik hoop natuurlijk dat de achteruitgang van ons milieu stopt.

Wat kost het je?
Het helpt dat mijn partner bijna net zo geïnteresseerd is als ik. Ze is ook natuurgids. We inventariseren samen terreinen. Zij de vlinders, ik de bijen. Zo conflicteert het niet en hebben we leuke dagen samen.

Wat me soms wel tegenstaat is het bestuurlijke werk. Natuurplein bestaat uit allerlei beleidsnota’s, de ene nog saaier dan de andere. Je krijgt te maken met bezwaarschriften waarop je moet reageren, alles in onbegrijpelijke, ambtelijke taal. Dat is wel eens zwaar. Je hebt dan van tijd tot tijd een succesje nodig, zoals een geplande varkensfokkerij aan de grens tegenhouden. Want die varkensfokkerijen stoten enorm veel CO2 uit. Als dat bij een kwetsbaar gebied gebeurt, is het een succes als dat kan worden tegengehouden.

Wat brengt het je en wat is je leukste ervaring?
Ik help mee de achteruitgang tegen te houden. Het is maar de vraag of dat lukt. Wat we in elk geval willen is dat er enclaves komen, waarin soorten kunnen overleven. De boel staat onder druk door CO2-uitstoot, herbiciden, pesticiden, maar ook door verkeer en recreanten.

De leukste ervaring was in de plantenwerkgroep. In Nederland hebben we maar een paar duizend wilde plantensoorten. Die staan allemaal in Heukels, de plantenbijbel zeg maar. Het inventariseren lukte me steeds beter. Op enig moment besefte ik dat ik iedere plant in Nederland kon benoemen. Het voelde alsof ik me daarmee alle flora in Nederland kende, alsof ik geslaagd was voor een examen. Maar dat was zelfopgelegd. Het was een diep, euforisch gevoel, dat ik zoiets onder de knie had gekregen. Ik hoorde vanaf dat moment bij de ‘kenners’.

Welke tips heb je voor anderen?
Als natuurbeschermer en -liefhebber is mijn tip: begin met te kijken dichtbij huis. Wat helpt is letten op de kleine dingen. Dus bekijk de dingen eens onder een vergrootglas. Dan zie je bijvoorbeeld dat stampers en meeldraden in bloemen enorm complex in elkaar zitten. Kleine beestjes zijn zeer gedetailleerd vormgegeven. Bij bijen zie je het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes.

Je ziet een ingenieuze wereld, net zo compleet als onze eigen wereld, maar vele malen ouder dan de onze. Insecten zijn negentig of honderd miljoen jaar terug ontstaan. Wij zijn daaruit ontstaan. Ze zullen ons waarschijnlijk overleven.

Als je dat beseft, komt je eigen bestaan in een heel ander perspectief te staan. Het relativeert enerzijds ons belang; anderzijds zijn we er onderdeel van. Wij zijn geen eindproduct, iets dat wij vaak denken, maar staan in een reeks. Waar halen we dat idee eigenlijk vandaan dat we eindpunt zijn? Goed kijken naar de natuur levert ons veel meer op dan alleen kennis. Met zo’n filosofische blik kunnen we samen de achteruitgang van de natuur stoppen.’

Loveness Anaman helpt vrouwen uit hun isolement

Foto: Henk Ketelaar

Loveness Anaman (62) zet zich al decennialang op vele fronten belangeloos in voor het welzijn van de hier in Breda verblijvende vrouwen uit Afrika en voor een school die zij in haar geboordeland Ghana achterliet.

Door Henk Ketelaar.  Foto: Henk Ketelaar

Wie: Loveness Anaman
Vrijwilligerswerk: Niet westerse vrouwen uit hun isolement helpen
Sinds: 1984
Uren per week: 40 uur en meer

Hoe ben jij hier in Nederland verzeild geraakt?
‘Met mijn ex-echtgenoot ben ik in 1984 vanuit mijn geboorteland Ghana naar Nederland gekomen en ging ik in Rotterdam wonen. Elf jaar later (1990) ben ik verhuisd naar Breda en heb ik hier drie van mijn vier kinderen en twee adoptiekinderen grootgebracht. Een oudste zoon is na onze echtscheiding bij mijn ex-echtgenoot opgegroeid. Hoewel Ghana mij nauw aan het hart ligt, voel ik mij erg gelukkig in Nederland en vind ik het fijn hier te leven en te wonen.

Hoe ben jij in het vrijwilligerswerk gerold?
Eigenlijk ben ik zonder het te beseffen al kort na mijn aankomst in Nederland als vrijwilliger aan het werk gegaan. In Ghana liet ik familie, vrienden en kennissen achter. Ik ben altijd met hen in contact gebleven. Omdat zij daar een tekort hebben aan schoolmiddelen, laptops, kleding, naaimachines, gereedschappen, rollators en andere gebruiksvoorwerpen, zamel ik die spullen voor hen in en stuur ze op. Als opslagplaats heb ik mijn garagebox leeggeruimd. Ik doe veel voor de Happy Home Academy in Accra. De gebruiksvoorwerpen die ik opstuur worden bij voorkeur aan vrouwen gegeven om een daar bedrijfje op te zetten. Zo heb ik intussen al heel wat mensen in Ghana en in andere Afrikaanse landen aan een zelfredzaam bestaan geholpen.    

Tot mijn verbazing maakte ik hier in Nederland kennis met het fenomeen dat veel vrouwen van niet westerse afkomst nauwelijks of niet meedoen aan de Nederlandse samenleving en veelal in armoede leven. Vooral Afrikaanse vrouwen houden zich met veel zelfbeklag schuil en zijn in een sociaal/maatschappelijk isolement geraakt. Om deze vrouwen weer in hun kracht te zetten coach ik ze naar een beter bestaan en daarmee ook tot een positiever zelfbeeld. Pas dan zijn ze in staat om in plaats van klagen en bij de pakken neer te zitten, mee te doen aan het maatschappelijk verkeer.

Een door mij begonnen Vrouwenstudio helpt mij daarbij. Zelfstandigheid en zelfvertrouwen zijn de sleutelwoorden waar ik naar toewerk. Ze moeten het zelf doen; daar stuur ik op. Al doende maakte ik kennis met tweedehands kledingwinkels en de voedselbanken in Rotterdam en Breda. Mede omdat ik snel het Nederlands wilde leren, ging ik als vrijwilliger eerst bij deze voedselbanken aan de slag en later bij het verzorgingscentrum Huize Raffy. Als intermediair help ik vanuit mijn expertise eveneens geheel belangeloos organisaties, instellingen en advocaatkantoren als ze hulp nodig hebben bij verzoeken en aanvragen van mensen die uit Afrika komen. Met het vorderen van de jaren werd mijn vrijwilligerswerk steeds omvangrijker en uiteenlopender van aard. Intussen heb ik al heel wat vrouwen van Afrikaanse afkomst uit hun geïsoleerde positie weten te halen.

Welke eigenschappen moet je hebben om dit vrijwilligerswerk te doen?
Als Ghanese ken ik de cultuur van mensen die in Afrika opgroeien. Vanuit die cultuur zien en beleven zij het als een vanzelfsprekendheid dat zwarte mensen sociaal en maatschappelijk minder privileges en vrijheden hebben dan witte mensen. Iets dat natuurlijk helemaal niet zo is. Zelf ben ik zo ook grootgebracht en weet ik dus hoe moeilijk het is om daarvan los te geraken en voor jezelf op te komen. Vooral als armoede je deel is. Luisteren, invoelen, erin geloven en levenservaring zijn de dingen die mij helpen dit vrijwilligerswerk te doen.

Wat kost het je? En waarom onbetaald werk?
Per week ben ik er toch zeker wel op de één of andere manier meer dan 40 uur mee bezig. Nu mijn kinderen groot zijn kan ik er gelukkig zoveel tijd insteken. Dat ik er niet voor word betaald is voor mij totaal onbelangrijk. Bovendien leven de mensen die ik help op bijstandsniveau en al zouden ze mij willen betalen dan zou ik het niet accepteren.

Wat brengt het je?
Het vrijwilligerswerk kost mij weliswaar veel tijd en energie maar het levert mij op ook veel energie op. De tijd en aandacht die ik ervoor over heb, krijg in ik levensvreugde dubbel en dwars terug. Ik heb al veel vrouwen in hun kracht gezet. Zelfredzaam en zelfbewust staan ze nu in het leven en daar word ik blij en vrolijk van. Ik wil er nog wel jaren en jaren mee doorgaan. Zolang mijn gezondheid dat toelaat blijf ik het dus ook doen.

Welke dromen heb je?
Mijn droom is dat er ooit nog eens een bevrijdingsmonument komt voor zwarte mensen. Een monument dat tot uitdrukking brengt dat wij, mensen van Afrikaanse afkomst, ons bevrijd voelen van de vernedering en verdrukking die wij bijna tweehonderd jaar lang hebben doorstaan en incidenteel nog ondergaan. Het moet wel een monument zijn dat betaald wordt met geld dat de samenleving opbrengt, dus niet met geld van overheden, bedrijven, instellingen of organisaties. Iedereen die achter deze gedachte staat zou er zijn steentje aan moeten bijdragen. Een groter draagvlak kan ik mij niet bedenken. Waar het monument moet komen maakt mij niet zoveel uit, maar in Ghana of een ander Afrikaans land zou wat mij betreft prachtig zijn. Dat is mijn droom die wellicht ooit nog eens uitkomt.

Welke boodschap heb je voor anderen?
Ongeacht van welke afkomst je ook bent, wees trots op jezelf, klaag niet en ben proactief.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Anaman in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Ed Fortuin, bijna-vergeten held van de Galderse Meren

Ed Fortuin is een bijna-vergeten Held. Hij zorgde er in de jaren ’70 onder andere voor dat het (naakt)strand aan de Galderse Meren ontstond. Ed is overleden op 7 juli jl. Hij heeft het uitroepen tot Held van Breda nog in volle bewustzijn meegemaakt.

Door Martha IJzerman.  Foto: Ad van Beckhoven

Wie: Eduard Fortuin
Beroep: Eigenaar en instructeur surfschool Little Feet, portier bij de suikerfabriek te Breda, jaren 70/80
Vrijwilligerswerk: Toezichthouder Galderse Meren, Initiatiefnemer Naaktstrand
Wanneer: 1976-1986
Uren per week: Wisselend

Wanneer deed je dit vrijwilligerswerk en hoe rolde je erin?
‘Begin jaren ‘70 ontstonden door de zandwinning voor de snelweg van Breda naar Antwerpen de huidige Galderse Meren. De met helder water gevulde afgravingen trokken al snel de aandacht van nieuwsgierige voorbijgangers. In korte tijd raakte het gebied bekend. Honderden mensen vonden op warme dagen hun weg naar dit aantrekkelijke oord.

‘In 1976 was er een snikhete zomer. Het duurde niet lang voordat mijn vrouw en ik er bleven kamperen en er ons potje kookten. Omdat het zo goed beviel besloten we er enkele maanden te blijven in een zelf gefabriceerd onderkomen. Vaak werd er tot diep in de nacht gefeest. Omstreeks 1977 behaalde ik mijn surfbrevet en in 1979 opende ik mijn eigen surfschool Little Feet, met een knipoog vernoemd naar mijn vrouw, Adriënne, bijgenaamd Zjietje, Voeten. Little verwees naar haar kleine postuur en Feet was de Engelse vertaling van haar achternaam. Tot mijn grote verdriet overleed Zjietje in 1986. Deze droevige gebeurtenis maakte een einde aan mijn inzet voor de Galderse Meren. Ik moest me vanaf die tijd richten op de opvoeding van mijn zoon Quinten.

Waaruit bestond je Vrijwilligerswerk?
Door de nachtelijke feesten en de vele bezoekers overdag dreigde het terrein te vervuilen. De mensen maakten er een puinhoop van. Bovendien werden er autowrakken, schroot en ander afval gedumpt. Ik realiseerde me dat er iets moest gebeuren om het gebied niet verloren te laten gaan als recreatieplek. Er moest duidelijkheid komen over de bestemming van het gebied en om te beginnen moest de rommel worden opgeruimd. We regelden containers voor het afval en lieten deze met toestemming van de ouders beschilderen door kinderen, die dat erg leuk vonden. Zo werd er op een speelse manier aandacht op gevestigd. Verder motiveerde ik de bezoekers om zoveel mogelijk hun troep op te ruimen, zodat dit geen aanleiding voor de plaatselijke overheden zou zijn om ons te verjagen.
In het water lagen een aantal autowrakken die een gevaar vormden voor de zwemmers. Naar aanleiding van een tragisch ongeval, waarbij een jonge jongen tijdens het duiken zijn nek brak en overleed, lieten we de wrakken met spoed verwijderen. Dat deden we via eigen contacten, waaronder een groep commando’s, en met eigen middelen. Wachten op adequaat handelen van de gemeenten duurde te lang. Gesteund door mederecreanten, voerden we met succes actie tegen de levensgevaarlijke rondvarende speedboten. Al met al was het resultaat dat de Galderse Meren in korte tijd een prettig en veilig recreatiegebied werd.

De officiële erkenning van het naaktstrand is een ander verhaal. Aan de noordoostelijke hoek van de oudste grote plas was er min of meer spontaan een strand voor naturisten ontstaan. Dit gedeelte van de plassen was het meest aan het oog onttrokken. Eerst was naturisme hier verboden en werden er boetes uitgedeeld, later werd het gedoogd. Ik wilde dat het naaktstrand officieel erkend zou worden. Met dit idee waren velen het eens en ook toenmalig PvdA raadslid Rein Welschen (later burgemeester van Eindhoven red.) stond achter mij. Na lang procederen en een aantal keren in hoger beroep te zijn gegaan is het vanaf 1979 tot op heden wettelijk toegestaan om op deze plek naakt te recreëren.

Welke eigenschappen had je ervoor nodig?
Om actie te voeren heb je een flinke dosis strijdlust en gezond verstand nodig. Verder was ik zeer gemotiveerd en gedreven om de Galderse Meren niet te laten verpauperen. Het is een unieke plek. Het water heeft een vrij hoge zuurtegraad waardoor er geen algen- of plantengroei mogelijk is en er ook geen vissen kunnen leven. Het water blijft helder en is haast tropisch blauw.

Naturisme lag me ook na aan het hart. Mijn motivatie gaf me de kracht en de energie om me voor de volle 100% in te zetten. Het ligt niet in mijn aard om snel op te geven en. Ik ben nogal een doordouwer als ik ergens in geloof.

Wat kostte het je/Waarom onbetaald werk?
Het heeft vooral veel tijd en inspanning gekost om te vechten tegen de onwil en onbekwaamheid van de betreffende ambtenaren en de bureaucratie van de drie gemeenten, Rijsbergen, Breda en Nieuw Ginneken, die zeggenschap over het gebied hadden. Ze vertoonden weinig bereidheid om mee te denken. Het idee van de gemeente Rijsbergen om er een afvalstort van te maken was gelukkig als eerste van de baan. Al snel kon men niet om de vele bezoekers heen. Dat mijn werk niet werd betaald maakte me niet zoveel uit. De passie, het plezier en de innerlijke motivatie waren groot. Ik verdiende mijn geld met mijn surfschool en de bewaakte opslag van surfplanken. In de winter was ik portier bij de suikerfabriek.

Wat bracht het je en wat was je leukste ervaring?
Ik kijk met veel plezier terug op de nachtelijke feesten en de maanden die ik er met mijn gezin bivakkeerde.

De periode die ik samen met mijn vrouw en mijn zoon bij de Galderse Meren doorbracht en het voor elkaar krijgen van de officiële erkenning van het naaktstrand zijn hoogtepunten van mijn leven.’

Welke tips heb je voor anderen?
Je passie volgen. Je niet tegen laten houden door regels en de overheid. Er is maar één weg en dat is je eigen weg. Als je die weg niet volgt dan doe je het verkeerd.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de
schijnwerpers die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Eduard in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Angela Bison helpt verslaafden in Breda

Angela Bison lijkt op het eerste gezicht misschien geen held, gezien haar vroegere drugsverslaving. Maar ze zet zich nu niet alleen structureel in, ze heeft eerst ook heel wat moeten overwinnen. Vooral herstellen van schade vroeg moed en doorzettingsvermogen. 

Wie: Angela Bison 
Vrijwilligerswerk: 
Coördineert zelfhulpgroepen voor verslaafden in Breda 
Sinds: 2012 
Uren per week: 6 uur 

Wat houdt je vrijwilligerswerk precies in? 
‘Als herstellende verslaafde help ik mee met het organiseren van zelfhulpbijeenkomsten voor verslaafden en zorg ik ervoor dat die blijven draaien. Bij die zelfhulpgroepen ben ik een mede lotgenoot, gewoon één van de groep. Ik probeer een voorbeeld te zijn en te delen vanuit eigen ervaring. Ook ben ik het eerste aanspreekpunt van mensen uit ontwenningsklinieken. Ik regel dat de mensen bij elkaar kunnen komen, zorg dat er geen klachten komen en dat er een penningmeester is. Ook hou ik de website bij. Al die dingen doe ik niet allemaal zelf, ik zet ook veel uit aan andere mensen in de groepen. Nu, met corona, is het een heel gedoe om ervoor te zorgen dat de groepen door kunnen gaan.

Ook zijn de groepen nu noodgedwongen kleiner. Terwijl er eerst vijftig mensen in een groep konden zijn dat er nu nog maar twintig.Voor een aantal groepen ben ik ook contactpersoon en 24/7 bereikbaar. In de praktijk valt het wel mee met het bellen, omdat verslaafden nu eenmaal niet graag om hulp vragen. 

Hoe ben je erin gerold? 
Vanaf mijn 15e tot mijn 31e was ik zelf verslaafd aan drugs en alcohol. Ik groeide op in een dorp bij Rotterdam, in een gewoon gezin. Thuis werd er niet gerookt of gedronken. Toen ik een jaar of tien, elf was ging mijn vader een tijdje apart wonen. Ik kon daar heel moeilijk mee omgaan. Mijn moeder was duidelijk erg verdrietig in die periode, maar emoties werden niet geuit. Ik hing steeds meer op het schoolplein en begon te roken en zo nu en dan alcohol te drinken. Dat verdoofde mijn nare gevoel. Als we naar de soos gingen deelden we samen een fles bessenjenever, en later kwamen daar de Bacardi Breezers en wodka bij. Mijn vriendinnen konden zich op tijd weer op school richten, maar ik kon geen maat houden. Op school ging het daardoor slechter. Van havo/vwo kwam ik op de mavo terecht. Toen ik 15 was had ik een paar keer geblowd. Ik zat in de gabber scene, waar drugs niet alleen gewoon, maar ook stoer waren. Op een gegeven moment probeerde ik ook een lijntje speed van een cd’tje dat rondging en ik nam ook paddo’s en pilletjes. Rond m’n 20e voelde ik me steeds slechter en werkten die middelen niet meer. Ik probeerde cocaïne en ik dat voelde direct als de oplossing. Op de een of andere manier lukte het mij wel om ondertussen via volwassenenonderwijs eerst mijn havo- en daarna mijn vwo-diploma te halen. De eerste studies die ik begon maakte ik niet af omdat mijn verslaving toen al heel krachtig aanwezig was. Eerst kon ik van mijn bijbaantjes de cocaïne betalen, maar op een gegeven moment stal ik daarvoor geld, van mijn ouders en uit de supermarkt waar ik werkte.

Ik kwam bij de NHTV terecht en was ook in contact met de hulpverlening. Gebruiken deed ik nog steeds, maar wel minder. Toch zag ik het belang van een toekomst en wist ik de NHTV-opleiding in drie jaar tijd af te maken. Toen ik een relatie kreeg met een man in het criminele circuit, ging het grondig mis. Ik hoefde niet te betalen voor de cocaïne en ging steeds meer gebruiken. Ik voelde heel goed dat ik mentaal en fysiek snel achteruitging, maar ik snoof dat gevoel weg. Zelf was ik toen ook crimineel actief. Ondertussen kwam ik wel thuis bij mijn moeder op verjaardagen en zo. Ik bleef nooit lang omdat ik daar veel te onrustig voor was. Zij zag wel dat het niet goed ging en weet dat aan de mensen met wie ik omging. Een van mijn zussen had wel door dat het ook met mijzelf echt mis was, maar ik liet haar niet tot mij doordringen. Ik wilde het verslaafde leven niet, maar durfde het alternatief nog veel minder aan. In die periode had ik me er al bij neergelegd dat ik er nooit meer van af zou komen.

Omdat ik toch voelde dat ik weg moest uit het milieu waar ik zat probeerde ik een nieuw begin in Costa Rica. Daar was ik voor een stage van de NHTV geweest en ik vond het daar geweldig. Ik werd verliefd en kreeg een relatie. Maar Midden-Amerika is geen goede plek om van je verslaving af te komen, en de relatie die ik had hielp daar ook niet bij. Na een jaar was ik terug in Nederland, teleurgesteld, midden in de financiële crisis, en nog steeds verslaafd. Met mijn dromen in stukken werd die verslaving steeds erger. Toch had ik steeds banen, bij een busbedrijf, bij een reisbureau en bij het UWV, waar ik besliste over uitkeringen. Direct na mijn werk kocht ik altijd alcohol en drugs, gebruikte en viel dan in een soort van coma. En iedere dag stond ik dan weer vroeg op om naar mijn werk te gaan. Ik kreeg last van ernstige lichamelijke klachten en ik wist dat het erop of eronder was; of rigoureus stoppen, of doodgaan.

Al die jaren was ik in contact gebleven met de reguliere verslavingszorg. Daar kon ik me vrij uiten, maar ik kon nooit de stap zetten om te stoppen. Ze stopten me altijd foldertjes van klinieken toe en bleven heel geduldig. Toen het zo slecht met me ging kon ik dankzij die opstelling de moed opbrengen om me te melden voor opname. Op mijn werk durfde ik dat pas de vrijdag voor mijn vertrek naar de kliniek te vertellen. Gelukkig reageerde mijn baas heel begripvol, en gaf ze me alle ruimte. Mijn collega’s bleken nooit iets van mijn verslaving te hebben gemerkt.

In de kliniek, waar gewerkt werd met de zogenaamde twaalf stappenmethode, zou ik zes weken blijven, maar dat werden drie maanden. Daarna heb ik nooit meer gebruikt. Als een van de twaalf stappen in de therapie moest ik in kaart brengen welke schade ik had aangericht en aan wie, zowel personen als bedrijven. Daar ben ik naartoe gegaan, om mijn excuses aan te bieden en vooral ook om de schade op een of andere manier te herstellen. Ik was daar hartstikke bang voor, maar over het algemeen reageerde men heel positief. Ik was nog niet zo lang clean, en sommige mensen wilden nog niet met me in gesprek. Die wilden eerst zien of ik het volhield en het wel echt meende. Dat is later gelukkig ook goed gekomen. En om de ‘karmische’ rekening te vereffenen, iets voor de maatschappij terug te doen, heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan, bijvoorbeeld bij de dierenbescherming.

In het kader van mijn herstel was het volgen van een zelfhulpgroep belangrijk. Om terugval te voorkomen ben ik in Breda gaan deelnemen aan zo’n groep. Lotgenoten helpen elkaar, je staat er niet alleen voor. Na een jaar kon ik ook dingen voor anderen gaan doen. Dat is ook heel belangrijk voor je gevoel van eigenwaarde, iets dat je als verslaafde vaak niet echt hebt. Het begon klein, met koffie schenken, boekjes verkopen en zo nu en dan optreden als gastspreker. Dat is steeds verder uitgebreid. Zo ben ik er dus ingerold.

Hoewel ik na mijn opname weer bij het UWV zou hebben kunnen re-integreren, heb ik daar niet voor gekozen. Bij pril herstel van een verslaving is het omgaan met agressieve cliënten niet echt handig. En ze zeggen: “Om van verslaving af te komen hoef je maar een ding te veranderen. En dat is alles.” Ik bleef in de ziektewet en daarna in de WW. In 2012 begon ik met de opleiding mbo4 persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, om ergens goed opgeleid als ervaringsdeskundige te kunnen werken. Via die opleiding kwam ik terecht bij RIBW Brabant in Tilburg, het Regionale Instituut voor Beschermd Wonen. Na een sollicitatie kon ik daar aan de slag als ervaringsdeskundig coach. Op basis van mijn ervaringen, en als specialist in allerlei herstelprocessen probeer ik mensen deskundig bij te staan. Ik werk daar met veel plezier.

Het verlangen naar drugs en alcohol is helemaal weg. Het kost me geen enkele moeite meer en ik ben ook gestopt met roken. Ik noem mezelf nog steeds verslaafd omdat het nog steeds in me zit om ergens in door te slaan. Dat kan ook zitten in online shoppen of chocola eten. Ik moet mezelf bewust inkaderen, en dat lukt gelukkig. Ik heb een grenzeloos leven gehad en dat hoef ik niet terug.

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig? 
Wat je absoluut nodig hebt is geduld en toewijding. Verslaafden willen vaak misschien wel, maar kunnen niet. En ze kunnen ook gewoon erg lastig zijn. Verslaving is gewoon een rotziekte, voortschrijdend, progressief en fataal. Je moet er tegen kunnen dat het veel investeren is met weinig opbrengst. Iedere maand komen er hier tientallen nieuwe mensen voor zelfhulpgroepen, die je moet opvangen en wegwijs maken. Uiteindelijk blijven er daar maar vijf of iets meer van over. De rest haakt af of verdwijnt gewoon uit zicht. En er gaan er ook best veel dood. Het is voor mij dus volhouden en positief blijven. Maar voor die vijf die het volhouden doe ik het.

Wat kost het je? En waarom onbetaald werk? 
Het kost natuurlijk tijd en energie. Ik doe dit werk naast m’n betaalde baan omdat ik graag iets wil teruggeven van wat ikzelf heb gekregen. Dit is mijn manier om iets goeds terug te doen. En natuurlijk heb ik schade veroorzaakt en heb ik mensen verdriet gedaan. Ik doe mijn best om daarvan iets te herstellen.

Wat brengt het je? 
Het geeft me het geluksgevoel om betekenisvol te zijn. Dat is voor iemand die verslaafd is geweest niet bepaald vanzelfsprekend. Ik ben er trots op dat ik mensen soms weer op weg kan helpen. En hoewel er natuurlijk richtlijnen en regels zijn, geniet ik van de vrijheid die ik heb om mezelf te zijn in het werk met deze mensen.

Welke dromen heb je? 
Ik zou wel iets in het buitenland willen opzetten waar verslaafden even kunnen resetten, bijvoorbeeld na te zijn afgekickt in een kliniek. Om mensen dan ook in hun diepere laag te kunnen aanspreken ben ik begonnen met een NLP-opleiding.  

Welke boodschap heb je voor anderen? 
12-stappengroepen hebben mijn leven gered, je bent altijd welkom om eens langs te komen om te kijken of het iets voor je is.Ook al lijkt er geen hoop meer, geef nooit op! Er is altijd ergens hulp, er zijn altijd opties.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Angela in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Met hart en ziel zet Freek zich in voor de Kapeltuin

Wie: Fred van Ommeren
Beroep: Hovenier
Vrijwilligerswerk: Aanleg, onderhoud en beheer buurttuin De Kapeltuin Breda.
Sinds: 2005
Uren per week: 40 tot 45 uur

Waarom is het tuinieren jouw passie?
‘Op mijn twintigste ontdekte ik dat tuinieren voor mij een ontspannende, boeiende en een erg interessante bezigheid was, eentje waarin ik al mijn creativiteit kwijt kon. Het mooiste van tuinieren is dat je heel bewust de jaargetijden beleeft. Het boeide mij zo erg, dat het mijn beroep werd. Om het goed onder de knie te krijgen volgde ik talloze cursussen en bezocht ik zelfs seminars van de universiteit van Wageningen. Het ecologisch verantwoord tuinieren heb ik mij op deze wijze eigen gemaakt.

Waar ben je tuinman geweest?
In Groningen vond ik mijn eerste werkgever voor wie ik met een aantal vrijwilligers een groot park heb onderhouden. Helaas was het parkonderhoud een sluitpost op de begroting. Daarom hield het onderhoud op een gegeven moment op en eindigde ook mijn aanstelling als hovenier. Gelukkig vond ik soortgelijk werk bij het Historisch Openlucht Museum in Eindhoven waarvan het Prehistorisch Dorp een themapark is. Als ik op die periode terugkijk, heb ik daar de baan van mijn leven gehad.

Sinds wanneer doe je dit vrijwilligerswerk en hoe rolde je erin?
Eigenlijk al vanaf 2005, want toen kwam ik op het idee om het nog braakliggende stuk grond rondom de Kapel van Gageldonk – ter grootte van een half voetbalveld – onder mijn hoede te nemen. Omdat ik met pensioen was en de kapel niet ver van mijn woning staat, kwam ik er nogal eens. Toen al jeukten mijn handen om er een moes- en siertuin te beginnen. Een openbare tuin die ook nog eens ontmoetingsplek voor de buurt zou dienen.

Helaas was dat niet zo eenvoudig als ik dacht. De beheerder van Stichting Hendrik de Keyser, eigenaar van de grond en van de kapel, dacht daar heel anders over. Keer op keer als ik toestemming vroeg om er een buurttuin aan te leggen, ving ik bot. Pas nadat ik enkele keren eigenzinnig het kniehoge gras had gemaaid en de meer dan drie meter hoge heg had gesnoeid kreeg ik toestemming. Daarmee ging mijn lang gekoesterde wens in vervulling en maakte ik een op basis van een kloostertuin.

Na een oproep in de wijkkrant van de Haagse Beemden meldde zich een twaalftal vrijwilligers om mij te helpen bij de aanleg. Kort daarna, in 2012, hebben we de vereniging De Kapeltuin Breda opgericht.

Wat doe jij precies als vrijwilliger en hoeveel tijd steek je erin?
Elke dag van de week ben ik in de tuin te vinden, dus ook op zaterdag en zondag. Door de jaargetijden heen ben ik gemiddeld zo’n veertig tot vijfenveertig uur per week in de tuin bezig. Vakanties neem ik als de tuin daar geen nadeel van ondervindt. Naast het zaaien en planten zoek ik aan het begin van het seizoen naar ontkiemde zaailingen en kies ik welke ik wil gebruiken. Ik bemest, snoei, geleid de planten en bij droogte geef ik ze water. De paden wied ik eerst handmatig en later met de schoffel. Ik zorg ervoor, dat de paden en planten duidelijk afgebakend zijn, zodat de bezoekers niet tussen de planten doorlopen. De hekjes en tuinafscheidingen maak ik bij voorkeur van wilgentakken. Naast deze natuurlijke materialen gebruik ik als bestrijdingsmiddel uitsluitend natuurlijke stoffen, zoals brandnetelgier.  

Zijn er verschillen met het werk uit je werkzame leven en die van nu?
Vakmatig niet, inhoudelijk wel. Het is namelijk een buurttuin waar jaarlijks activiteiten worden gehouden. Ze maken een bezoek aan de tuin extra aantrekkelijk. Met de organisatie daarvan heb ik namelijk ook bemoeienis. Zo hebben we ieder jaar een optreden van een Artist in Residence. Dan treedt een kunstenaar op die zich erg bij de tuin betrokken voelt. Sinds vorig jaar doen we mee met Struinen in de tuinen. Dan wordt er een klein muziekfestijn gehouden op het grasveld achter de kapel. Voor muziekliefhebbers is er jaarlijks een Open Podium. Ook de Kunstroute Haagse Beemden doet onze tuin jaarlijks aan.

Voor kinderen zijn er allerlei praktische activiteiten, zoals het poten van aardappels en later het rooien. Op verzoek geef ik kleine groepen kinderen tekst en uitleg over de tuin in relatie tot de natuur. Dat vind ik wel het leukste van mijn werk. Dus ja, inhoudelijk is dit vrijwilligerswerk voor mij wezenlijk anders dan toen ik er als professional hovenier mee bezig was.               

Heb jij nog een tip?
Bijna dagelijks komen er mensen in de tuin die er rust zoeken, om raad verlegen zitten of hun verhaal kwijt moeten. Dat is gezellig, maar dat vraagt ook het nodige van mij als gastheer. Hoewel, ik heb het er graag voor over. Voor de wijkbewoners heb ik de tip om onze tuin eens te komen bezoeken, het is echt de moeite waard. Je vindt er rust, en als je wilt steek je er ook nog wat van op.’

In de rubriek Held van de Maand zetten we mensen in de schijnwerpers
die zich langdurig onbetaald hebben ingezet.

De ‘Held van de Maand’ vind je ook op BredaVandaag.nl
en in de huis-aan-huiskrant van BredaVandaag.

Lees het artikel over Freek in de digitale krant op BredaVandaag.nl

Shirin Ali, vrijwilligster bij de voedselbank

Na een lange weg komt Shirin als vrijwilligster terecht bij de Voedselbank. Drie dagen per week is ze daar verantwoordelijk voor de afdeling groente en fruit. Dat was enkele jaren geleden onvoorstelbaar: Shirin kookte niet zelf en van groente en fruit wist ze weinig af. Hoe anders is dat nu!

Wie: Shirin Ali (45), getrouwd, drie zonen (10, 11, 14)
Vrijwilligerswerk: Verantwoordelijk voor de groente en fruit bij de voedselbank Breda
Sinds: 2017
Uren per week: 24

Wat houdt je vrijwilligerswerk precies in?

‘Ik zorg er met een team vrijwilligers voor dat alle groente en fruit bij binnenkomst wordt gecontroleerd, gesorteerd en geteld. Daarna slaan we het op, binnen of buiten de koeling, en maken we er pakketten van voor de mensen die naar de voedselbank komen. Het werk is ook behoorlijk fysiek, we sjouwen en tillen hier heel wat af met zware kratten. We zetten bij de voedselbank echt in op goed en gezond eten. Juist voor de deelnemers aan de voedselbank is groente en fruit heel belangrijk, want het is gezond, maar tegelijk ook duur.
Het uitdelen aan de deelnemers, zo noemen we onze klanten, doe ik zelf. Omdat ik verschillende talen spreek, treed ik hier ook zo nu en dan op als tolk.

Hoe ben je erin gerold?

Mijn man kwam 23 jaar gelden als politieke vluchteling naar Nederland. We waren net getrouwd en we misten elkaar verschrikkelijk. Het leven is niet altijd eerlijk. In december 2004 kon ik naar hem toekomen, via Jordanië. Ik heb geluk gehad dat ik bij de Nederlandse ambassade in Amman snel werd geholpen. De reis heb ik zelf betaald. Op Schiphol wachtte hij op mij met een hele grote bos bloemen. Hij was na de jaren dat we elkaar niet hadden gezien alleen maar leuker geworden.
Het was natuurlijk goed om bij mijn man te zijn, maar het was moeilijk om alles, echt alles, achter te laten. Je begint hier met niets. Ik kom uit een groot gezin en vond het heel zwaar om hier bijna helemaal alleen te zijn. Daarbij komt dat ik mijn verhaal niet gemakkelijk met anderen kan delen. Inmiddels zie ik Nederland als mijn tweede vaderland, een mooi land, en de meeste mensen zijn aardig.

Mijn man werkt hier fulltime. In Irak heb ik altijd gestudeerd en gewerkt. Met mijn universitaire studie chemie kon ik in Nederland niet aan de slag. Het taalniveau dat nodig is voor een eventuele vervolgstudie hier is voor mij niet bereikbaar, ondanks de taallessen die ik daarvoor heb gevolgd. Dat is jammer, maar het is niet anders. Ik vond het belangrijk om naast de opvoeding van onze drie zoons en het huishouden een zinvolle invulling van mijn tijd te hebben. En als je alleen thuis zit gaat je Nederlandse taalniveau ook maar achteruit. En, niet in de laatste plaats, Nederand is heel goed voor ons  geweest. En daar wil ik graag iets voor terugdoen.
Daarom ben ik op internet op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk dat een beetje in de buurt van ons huis en de school van de kinderen was. Zo kwam ik de voedselbank tegen, waar ik na een gesprek direct aan de slag kon.

Welke eigenschappen heb je ervoor nodig?

Voor het werk dat ik nu doe heb je kennis van groente en fruit nodig. Bij aankomst in Nederland wist ik niets van koken; toen ik studeerde en werkte in Irak had ik daar nooit tijd voor en deed mijn moeder dat. In Nederland heb ik dat mezelf geleerd, via televisie en internet. Zo heb ik ook de verschillende producten leren kennen. Inmiddels weet ik er aardig wat van. En nu ben ik verantwoordelijk voor alle groente en fruit bij de voedselbank.

Als er hier iemand groente komt halen die hij of zij niet kent geef ik er een recept bij dat ik heb gemaakt. De keer daarna vertellen ze dan vaak dat ze het lekker vonden.

Verder moet je het natuurlijk ook leuk vinden om dit werk te doen en interesse in mensen hebben. Ik probeer bijvoorbeeld rekening te houden met de gezinssamenstelling en achtergrond van de deelnemers bij het samenstellen van de pakketten.

Wat kost het je?

Het kost me niets. Er is hier buiten mijn gezin geen familie waar ik naartoe kan of hoef, en als ik vakantiedagen wil, dan kan dat ook gewoon. Ik heb er hart voor en zet me niet anders in dan wanneer het betaald werk zou zijn.

Wat brengt het je?

Door mijn werk hier heb ik veel contact met mensen en dat heb ik ook nodig. Verder heb ik de taal beter leren spreken.

Ik vind het fijn om mensen te kunnen helpen en dat kan hier. Het raakt me erg als iemand zich schaamt om bij de voedselbank te moeten aankloppen. Als ik zo iemand zie huilen, moet ik ook huilen.

Soms treed ik op als tolk; ik vind het vreselijk om een slechte boodschap te helpen overbrengen. Bijvoorbeeld als iemand geen recht meer heeft op voedselbankhulp. Dat vind ik verschrikkelijk, ook al begrijp ik de regels. Gelukkig help ik ook wel eens bij goed nieuws: als iemand te laat is en eigenlijk niet meer naar binnen mag en ik mag zeggen dat het toch mag. Dat vind ik leuk.
Als ik me ergens aan verbind, ga ik er ook echt met heel mijn hart voor. Dat geldt niet alleen voor mijn werk, maar bijvoorbeeld ook voor de opvoeding van de kinderen. Ik werk hier hard, en gelukkig is er flexibiliteit. Als ik bijvoorbeeld onverwacht naar de school van mijn kinderen moet dan kan dat. Natuurlijk kan dat in theorie ook bij een betaalde baan. Maar ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik daar dan geen gebruik van zou maken.

Ik vind het heel belangrijk dat onze zoons hun kansen hier benutten en allemaal en goede opleiding volgen. Als ik vandaag klaar ben bij de voedselbank, doe ik nog de krantenwijk van een van mijn zoons. Die heeft tentamens en moet zijn tijd daarvoor gebruiken.

Welke boodschap of adviezen heb je voor anderen?

Verspil je tijd niet, doe iets voor een ander. Waar dan ook. Zo heb ik dat ook van mijn ouders en vanuit mijn geloof geleerd. En wees gelukkig met wat je hebt, wees niet ongelukkig om wat je niet hebt.’

De voedselbank geeft in Breda iedere week 570 gezinnen, met in totaal 1600 mensen, te eten. Op drie plekken in Breda verwerken en distribueren daarvoor ongeveer honderd vrijwilligers een miljoen kilo aan eten per jaar. Tijdens de coronacrisis is het aantal deelnemers met zo’n zeven procent gegroeid. Door investeren in goede relaties met winkels en bedrijven kan de voedselbank de toegenomen vraag aan.

Transgenders Eva en Emma redden mensenlevens door luisteren en advies

Het echtpaar Eva en Emma Laurijssens van Engelenhoven hebben een forum voor transgenders opgericht en organiseren het transgendercafé in SAMSAM. Eva is ook Coördinator Suïcidepreventie bij het COC Tilburg Breda. Hun eigen coming out speelt daarbij een grote rol.

Wie: Eva (74) en Emma Laurijssens (50) van Engelenhoven
Beroep: beide in IT-sector; Eva is met pensioen
Vrijwilligerswerk: forum T-Nederland, besloten en openbaar transgendercafé (in SAMSAM te Breda); Coördinator Suïcidepreventie COC Breda Tilburg
Sinds: ongeveer 2012
Uren per week: ongeveer 15 uur

Wat houdt je vrijwilligersbaan precies in?
Emma: ‘Dagelijks lezen we alle vragen die op ons forum worden gesteld, een of twee dozijn. Onze ervaringenzijn handig bij het beantwoorden van vragen. Zoeken leden informatie, dan weten we dat vaak omdat we dit al zo lang doen.’
Eva: ‘We kwamen als bezoekers in een COC-transgendercafé in het oosten van het land. Liesbeth, mijn eerste vrouw, was biseksueel en was erg betrokken bij mijn zoektocht. Ze vond dat we zo’n bijeenkomst zelf konden organiseren, maar dan zónder de inmenging van andere belangengroepen. Dus hielden we eerst T-Amersfoort en na onze verhuizing naar Etten Leur T- Breda in een gewoon café. Dagelijkse gasten zijn daar gewoon welkom. Het coördinatorschap van suïcidepreventie sloot perfect aan op alle vragen en de bijeenkomsten.’

Hoe ben je erin gerold?
Emma: ‘Van jongs af aan voelde ik me anders. Maar ik had geen broertjes en geen neefjes. Dus ik had geen vergelijking en ik werd sowieso anders behandeld als oudste en enige jongen. Je loopt met een gevoel van ‘het past niet’ maar je weet niet waarom. Er was nog geen internet, er waren geen tv-programma’s over transgenders en boeken waren er nauwelijks. Toch had ik wel ideeën over wat er aan de hand was. Toen ik de moed had dat tegen mezelf te zeggen, was ik 26. Dat deelde ik in een kleine groep. Met iemand uit die groep ben ik twee jaar later getrouwd. Zij wilde er niet aan dat ik er iets mee deed, dus stopte ik dat weg.

Beiden hadden we behoefte aan een gezin. Omdat dat niet lukte, werd de seks een verplichting. Ik vond seks niet leuk, maar dat was logisch als er zoveel druk op ligt. In 2005 kregen we een tweeling, Charlotte en Benjamin. Het was opnieuw een stressvolle periode. Het was gemakkelijk om verdere gedachten over mezelf weg te stoppen. Uiteindelijk ging het tussen ons niet meer; in 2012 gingen we uit elkaar.’

Eva: ‘Ik ontmoette een vriendin die van zichzelf dacht dat ze eerder lesbisch was dan heteroseksueel. Maar mij wilde ze wel. Ook wij wilden kinderen, maar het lukte ons niet. De dokter schreef haar DES voor. Misschien wel daardoor heeft ze in 2002 baarmoederhalskanker gekregen. Het duurde gelukkig tot 2014 voor ze stierf. Wij waren bijna 45 jaar getrouwd.
Kort na ons trouwen stonden we een keer voor haar kledingkast. Ze gaf me wat van haar kleding. Ik trok dat in een opwelling aan. Het gaf me zó’n raar gevoel! Ik schrok er enorm van, en heb dat vervolgens jarenlang weggestopt.

Misschien wel dertig jaar later vertelde ik haar op een dag dat ik heel raar had gedroomd: ik kocht pumps voor mezelf. Dat hebben we daarna gedaan; zij rekende ze af. Ze vond het leuk staan als ik in huis, gewoon onder mijn broek, op die pumps liep. Liesbeth aanvaardde me zoals ik ben en stiekem was ze er trots op dat ze was getrouwd met een vrouw.
Samen bezochten we bijeenkomsten van het COC, waar ze ook voor transgenders een avond hadden. Dat associeerden veel mensen toch met gay. “Waarom zetten we zelf niets op”, vroeg Liesbeth mij in 2012. Dat gedaan in Amersfoort, waar we destijds woonden. Toen ik later naar Breda verhuisde, deed ik hier hetzelfde. Inmiddels had ik Emma ontmoet op het forum, dat ik ondertussen ook had opgericht.

Emma is op het forum T-Nederland terecht gekomen met vragen. Hoewel het platform geen datingsite is, kregen wij toch een relatie. We hebben beiden een geslachtaanpassende operatie gedaan, ik in Nederland, Emma in Thailand. Na die operatie heb ik twee dagen continu met een big smile in bed gelegen. Het was wel een van de hoogtepunten.’

Emma: ‘De meeste impact heeft het op je sociale leven. Zelf heb ik dat heel geleidelijk gedaan, dat hoort misschien wel bij die zoektocht. Ik experimenteerde met make up, droeg blanco nagellak. Tijdens een bedrijfsuitje waren we een heel weekend weg. “Waarom draag jij eigenlijk geen gekleurde nagellak?” vroeg een collega me. De volgende dag droeg ik bijpassende nagellak bij mijn blauwe polo. Op die manier wende mijn omgeving eraan.

Charlotte en Benjamin, mijn kinderen, kregen ook van alles mee. Ik vertelde hen dat ik een verwijzing had voor het ziekenhuis. Charlotte reageerde heel laconiek: “Mag ik even je Ipad?” Daar zocht ze op YouTube een filmpje op: van een jongen naar een meisje. “Zo, nu weet ik wat dat is.” 

Benjamin woont inmiddels bij ons. Hij vindt het de gewoonste zaak van de wereld. Sterker nog, hij accepteert veel meer dan zijn leeftijdgenoten, weet ook meer. Bij de moeilijke telefoongesprekken die we voeren, zit hij er soms gewoon bij.

Voor ons beiden zijn al onze ervaringen en de informatie dingen waarmee we anderen kunnen ondersteunen en adviseren. Dat drijft ons wel om door te gaan met dit vrijwilligerswerk. Al is het vrijwillig, het is niet vrijblijvend. We zeggen wel eens dat er ook een café is als wij er niet zijn. Maar in de praktijk werkt het niet zo. Als ze ons niet zien, gaan mensen gewoon weer weg.

Waarin verschilt dit van je ‘gewone’ werk?
Emma: ‘Het scheelt veel minder dan dat je zou denken. In de IT, waar ik werk, lijkt het te gaan om iets technisch. Maar ik ben generalist. Ik knoop specialisten aan de vraag die er ligt. Het komt erop neer dat ik goed moet luisteren en naar het juiste antwoord moet zoeken.”

Eva: ‘Ik bezocht vroeger klanten in de IT. Ook daar had ik heel veel gesprekken. Dat kon ook over bijvoorbeeld rouw gaan. Maar als transgender ben je ook veel bezig met rouw en afscheid nemen. Ik ben zelf altijd een prater geweest. Dus ook bij mij is er niet zoveel verschil en gebruik ik de karaktereigenschappen die ik toch al had.’

Wat kost het je?
Eva: ‘Het kost niet alleen tijd. Voor het deel van suïcidepreventie heb je ook opleidingen nodig. Een deel daarvan vergoedt het COC. Maar als ik naar een duur congres ga, betaalt Emma de vierhonderd euro die dat kost. Zij is degene van ons twee die nu nog geld verdient’, lacht Eva.
Emma: ‘Het kost natuurlijk ook tijd. We lezen iedere dag de vragen op het forum door en geven antwoord. Daarnaast zijn we drie van de vier vrijdagen van vijf uur ’s middags tot een uur ’s nachts aanwezig in een transgendercafé. Dat kost soms eens energie. Enige nazorg is ook wel eens nodig, maar we moeten ervoor waken dat we ze intensief begeleiden – we hebben nog een eigen leven!’

Wat brengt het je?
Eva: ‘Ik heb periodes dat ik redelijk depri ben. Praat ik dan met iemand die suïcidaal is, dan lucht mij dat ook op. Ik relativeer ook meer. En het is wel heel mooi dat het door het forum en zo mogelijk is anderen te helpen.’
‘Het mooiste is dat dit ons bij elkaar heeft gebracht’, zegt Emma met een grote lach op haar gezicht.

Welke tips heb je voor anderen?
Emma gaat door: ‘Wees niet bang om jezelf te zijn. Eerlijk zijn is niet alleen goed voor jezelf, maar ook, voor de mensen om je heen.’
‘Misschien raak je mensen kwijt’, voegt Eva toe, ‘maar als je niet jezelf kunt zijn, wegen zij daar dan tegen op?’

Voor meer info zie www.t-nederland.nl  

Rinus Thijs zet door voor veilige buurt

Rinus Thijs (77) woont al 45 jaar in De Wisselaar, een Bredase wijk die hem nauw aan het hart ligt. In de loop van de tijd zag hij hoe de cohesie van de buurt langzaam maar zeker afkalfde. De snel veranderende populatie van een monoculturele naar een multiculturele buurt is daar volgens hem medeschuldig aan.

Los zand
‘De buurt hangt als los zand aan elkaar’, laat Rinus stellig weten. ‘Voor de mensen die zijn vertrokken kwamen gezinnen uit verschillende culturen terug. Ze spreken hun eigen voertaal en amper Nederlands. Daarom wordt er nauwelijks of niet met elkaar gepraat. Het letten op elkaars spulletjes en lief en leed delen is er bijvoorbeeld niet meer bij. Iedereen volgt zijn eigen pad, er is eigenlijk geen interesse voor elkaar. Dat vind ik erg’, zegt Rinus die er buurtpreventievrijwilliger is.

Overgehaald
Mijn achterbuurman hoefde niet veel te doen om mij over te halen om ook vrijwilliger te worden bij buurtpreventie. Dat is bijna vijf jaar geleden. Mijn laatste vrijwilligerswerk was in de tijd dat mijn kinderen opgroeiden. Twee zoontjes voetbalden toen bij voetbalvereniging B.S.V. Boeimeer. Als vanzelf nam ik daar ook het vrijwilligerswerk op mij en was er onder andere jeugdtrainer. In die tijd heb ik Jean-Paul van Gastel, ex-profvoetballer bij NAC en Feyenoord, nog als pupil onder mijn hoede gehad. Nu ben ik opnieuw vrijwilliger, maar dan eentje van een orde die stukken minder gewaardeerd wordt.

Afgehaakt
Eerst liepen we met z’n tweeën onze preventierondjes door de wijk. Maar al gauw haakte mijn achterbuurman af. Ik sta er nu al meer dan drie jaar alleen voor. Mijn taak is een actieve bijdrage leveren aan het bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid van de buurt. Dat wil zeggen: ik moet mijn buurtgenoten zover krijgen, dat zij zich medeverantwoordelijk gaan voelen voor het algemeen welzijn van de buurt. Dat doe ik gelukkig niet alleen, maar samen met de wijkagent, buren, woningbouwcorporatie en de gemeentelijke handhavers. Met z’n allen zetten wij ons in voor een buurt waar het goed leven, wonen en werken is.

Melding doen
Als dat nodig is vraag ik buurtbewoners om alert te zijn op verdachte situaties. Bijvoorbeeld een kliko die niet op z’n plek staat en juist daarom kan worden gebruikt voor inklimming. Verder let ik ook op overlast, zwerfvuil, verkeersgevaarlijke situaties, kapotte straatverlichting en andere gebreken in de openbare ruimte. Klopt er iets niet, dan maak ik daarvan melding bij de gemeente.

Huis- en zwerfvuil
Elke dag loop ik een uurtje of twee mijn preventieronde en bezoek daarbij regelmatig de speeltuin die nog schoon en veilig voor gebruik moet zijn. Zwerfvuil vind ik erg, erger is nog het huisvuil dat naast de ondergrondse vuilcontainers wordt gezet. Het kan natuurlijk wel eens voorkomen dat de vuilcontainer vol is, maar dan geeft het nog geen pas om het huisvuil daar achter te laten. De bewoners rondom deze vuilcontainers klagen daar terecht over. Het schept niet alleen een verpauperend indruk, het brengt ook nog eens ratten, muizen en stankoverlast met zich mee, vooral in de zomermaanden. Meldingen die ik daarover doe worden vaak opgevolgd door handhavers. Soms weten zij de herkomst van het vuil weten te traceren en volgt er een boete.

Bedreigd en gepest
Fysiek kan ik het allemaal wel aan, maar het kost mij eerlijk gezegd mentaal meer inspanning dan al het vrijwilligerswerk dat ik eerder heb gedaan. Ik ben nogal eens bedreigd en ik word af en toe ook weleens gepest. Een paar keer zijn er al eens appels tegen de voorgevel van mijn huis gegooid, kapot gegooid. Ik hoor en zie veel wat er zich zoal in de buurt afspeelt. Dat wordt door sommige buurtbewoners niet erg gewaardeerd, zeker niet als ik hen erop aanspreek. Eind vorig jaar overkwam mij dat nog met een man die huisvuil bij de grondcontainer wegzette. Dat beviel meneer niet en hij nam mij daarom plotsklaps is een wurggreep en werkte mij vervolgens tegen de grond. Gelukkig namen wat jeugdigen het voor mij op, anders was het vermoedelijk heel anders afgelopen.

Trots
Nu bleef het gelukkig bij wat schrammen en kneuzingen, maar ik ben wel erg geschrokken. Eigenlijk wilde ik ermee stoppen. De vele steunbetuigingen die ik na dat voorval kreeg, brachten mij ertoe om tegen de zin van mijn vrouw en kinderen in, toch door te gaan. Daarbij is het ook zo dat de wijk veel voor mij betekent en ben ik er stiekem best trots op dat ik er woon. Het was vooral het bezoek van wethouder Greetje Bos dat mij er mentaal weer bovenop heeft geholpen. Eind december grepen buurtgenoten mijn gouden bruiloft aan om ook hun waardering voor mij uit te spreken.

Waardering
Marianne en ik kregen bonbons, bloemen, een fruitmand en een lieve brief met de tekst: “We kennen jullie in de buurt als trouwe buren, die goed letten op onze veiligheid en veel doen voor een schone en leefbare buurt.” Een echte opsteker. Dat zijn zo van die complimentjes waarop ik lang kan teren. Of ik een held ben weet ik niet, ik blijf gewoon de buurt trouw want die is voor ons allemaal. Dus: join me.’