Wie: Stella Cornelissen (65)
Beroep: Coupeuse, verzorgende indiv. Gezondheidszorg (niet meer actief)
Vrijwilligerswerk: Soepbus en inloop bij de Herberg Breda
Sinds: april 2026
Uren per week: acht tot negen uur
Wat houdt je vrijwilligerwerk in?
Vier keer per week is er inloop voor dak- en thuislozen in de Herberg. Samen met andere vrijwilligers smeer ik vroeg boterhammen zodat iedereen bij binnenkomst gelijk iets te eten heeft. De meesten hebben helemaal niks, driekwart leeft op straat. Sommige bezoekers hebben wel een huis, maar komen langs omdat ze alleen zijn.
We hebben hier een weggeefwinkel met gratis schone kleding, schoenen en bijvoorbeeld winterjassen. Als de gasten binnenkomen , kunnen ze hier douchen en zich omkleden met kleren uit een locker die ze hier hebben of uit de weggeefwinkel. Hun kleding wordt hier gewassen. Ik help met het maken van het middageten, vaak is dat soep. Soms is er ook via Ons Label een warme maaltijd, en ook is er een keer in de maand een maaltijd die hotel Nassau doneert.
Met de gasten maak ik graag een praatje. Sommige mensen sluit je echt in je hart; hun verhaal is vaak aangrijpend en dan geef ik graag wat extra aandacht. Allemaal zijn ze kwetsbaar.
Op dinsdag en donderdag staat de Soepbus aan de Nijverheidsingel in Breda en delen we soep en brood uit. Ook dan maak ik graag een praatje met onze ‘klanten’, het is heel belangrijk dat ze gewoon gezien worden. In de bus ligt ook schoon ondergoed voor wie dat nodig heeft.
Hoe ben je erin gerold?
Vorig jaar kwam ik vanuit Duitsland, waar ik woonde, terug naar Nederland om mijn zoon en schoondochter te helpen. Zij heeft een ernstige vorm van MS. Hoewel we dat maandenlang hadden voorbereid, liep het snel mis. Een extra persoon in huis met eigen gewoontes leverde botsingen op, en samen besloten we dat het beter was dat ik daar niet langer zou wonen, in goed overleg. Omdat ik niet bij hun was ingeschreven raakte ik daarmee eigenlijk dak- en thuisloos. Via Centraal Onthaal van de gemeente, waar ik lief en goed werd geholpen, kwam ik bij maatschappelijk werk terecht. Daar maakte ik kennis met Onder de Pannen van stichting de Herberg. Zij hielpen met het huren van een kamer bij een vriendin, zonder dat die daar nadelige gevolgen van ondervindt, bijvoorbeeld met toeslagen of zo. Ik betaalde huur aan de Herberg en die betaalde aan mijn vriendin. De maximale duur van deze constructie is een jaar, zodat ik in juli 2026 weer thuis- en dakloos zou raken.
Gelukkig kwam ik via de Herberg in aanmerking voor een briefadres. Dat krijg je als je vier adressen hebt waar je steeds twee nachten kunt slapen. Na een aantal afwijzingen omdat ik niet genoeg slaapadressen had, kon ik me met behulp van straatteam SMO inschrijven bij mijn zoon en schoondochter. Omdat dat alleen een briefadres is, ondervonden zij daar geen nadelen van. Ik slaap dus op vier adressen, maar woon nergens. Op deze manier ben ik nog wel thuisloos, maar niet meer dakloos.
Op ieder van die vier adressen liggen wat toiletspullen en kleding. Ik heb wel favoriete plekken, maar deze regeling laat niet toe dat je er langer dan twee nachten slaapt. Dat wordt ook gecontroleerd. Ik verkas dus steeds na twee dagen. Het is best ingewikkeld, onrustig en soms verwarrend. En altijd vermoeiend. De twee poezen die ik had toen ik uit Duitsland kwam, logeren bij mijn zoon in Roosendaal, een van mijn vier slaapadressen. Verder slaap ik twee dagen bij mijn andere zoon en twee dagen bij mijn broer in Breda. Het vierde adres is bij een goede vriendin in Breda noord.
Van mijn broer heb ik een auto te leen, waarvoor ik de verzekering en belasting betaal. Daarmee verplaats ik me tussen die adressen, ook al doe ik vanwege de brandstofprijzen veel op de fiets. Ik heb een bijstandsuitkering en betaal daarvan natuurlijk de kosten voor eten en drinken op die adressen. Verder heb ik ook reguliere uitgaven voor bijvoorbeeld de ziektekostenverzekering. Omdat ik een kunstgebit heb, nam ik geen tandartsverzekering.
Toen een van mijn drie resterende kiezen scheurde en ontstoken raakte, kon ik via SMO gelukkig terecht bij de straattandarts.
Vanaf morgen krijg ik voor twee jaar een noodwoning in de Haagse Beemden, via Klik voor Wonen. Het is klein en ik betaal dan een normale huur. Ik vind het spannend, maar vooral erg fijn om een eigen plek te hebben. Ik teken en brei graag en dan zijn al mijn spullen straks ook op een plek. Wat het wel extra spannend maakt, is dat het voor maximaal twee jaar is.
Binnen die tijd moet ik iets anders vinden als ik niet weer thuis- en dakloos wil worden. Omdat mijn inschrijvingsduur kort is, moet ik het hebben van lotingen.
Toen ik bij Onder de Pannen kwam, bezocht ik voor het eerst de Herberg. Ik vroeg wat er allemaal werd gedaan en wilde zelf ook graag wat doen. Ik kom uit de zorg en hou van koken en dat paste uitstekend. Zo ben ik erin gerold. Ik blijf dit doen zo lang als ik kan.
Je kwam hier vanuit Duitsland, hoe kwam je daar terecht?
Ik ben geboren in Nijmegen. Mijn vader was kok en had daar een nachtclub en een restaurant. Hij had acht zonen, uit twee huwelijken. Ik was het enige meisje. Mijn vader deed zijn best voor ons, maar was erg druk en vaak afwezig. Hij deelde wel eens klappen uit, maar dat was vooral richting mijn broers. Mijn moeder zag ik ook nauwelijks; een moeder dochter band heb ik nooit gevoeld.
Tussen mijn achtste en elfde ben ik misbruikt door familieleden. Dat heeft littekens achtergelaten. Ik ben vaak onzeker en heb altijd een negatief zelfbeeld gehad, nog steeds. Ik vind het lastig om mensen te vertrouwen en het duurt even voordat ik iemand dichterbij laat. Tegelijk kan ik nauwelijks nee zeggen; als iemand me iets vraagt doe ik het vaak, ook al komt het me niet uit. Ook ben ik onrustig. In de loop van mijn leven is dat allemaal eigenlijk niet verbeterd.
Mijn vader was vrij impulsief. Toen hij zag dat er een restaurant bij Koblenz te verpachten was, vertrokken we opeens met ons hele hebben en houden naar Duitsland. Na twee jaar ging mijn moeder er met een van de klanten vandoor om niet meer terug te komen. Mijn vader vertrok naar Nederland en ik kwam in een internaat in Twenthe terecht. Mijn vader overleed niet lang daarna en mijn moeder haalde mijn broer en mij naar haar nieuwe gezin in Duitsland.
Toen ik veertien was werd ik door mijn stiefvader misbruikt. Mijn moeder ontdekte dat, gaf mij de schuld en zette me op straat, midden in de nacht.
Via schoolvrienden vond ik een kamer. Ik heb mijn eigen weg toen gezocht, eerst via een opleiding tot coupeuse en later een omscholing tot verzorgende. In 1979 trouwde ik met een van de schoolvrienden die me had geholpen, en we kregen samen een dochter. Na onze scheiding in 1991 ging ik in Nederland aan het werk in de zorg.
In Nederland ontmoette ik mijn tweede man, een Duitser. Samen kregen we twee zoons. Later bleek hij drugs te gebruiken en crimineel actief te zijn. Hij werd in Duitsland opgepakt en zat daar zes jaar in de gevangenis. Ik heb op hem gewacht en voedde ik de kinderen op. Toen hij vrijkwam, bleef hij vaak ’s nachts weg en bracht hij zelfs vriendinnen mee naar ons huis. Ook mishandelde hij mij fysiek. Ik vluchtte met mijn zoons naar een Blijf van Mijn Lijf Huis en scheidde. We vonden voor ons drieën een huis in Breda noord.
In 2016 ging ik op bezoek bij mijn dochter die nog in Duitsland woonde. Ik heb me laten verleiden om op weg daarheen wiet mee te nemen voor iemand die dat aan me vroeg. Toen ik dat zou afgeven werd ik gearresteerd. De man aan wie ik de wiet zou hebben moeten geven bleek een zware crimineel. Ik kreeg twee jaar gevangenisstraf. Mijn zoons, begin twintig, moesten het huis uit. Dat heeft hun getekend.
Na mijn gevangenisstraf bleef ik daar onder een soort van toezicht en moest ik in Duitsland blijven. De Nederlandse reclassering kon niets voor mij betekenen. Ik kon slapen bij mijn dochter en deed vrijwilligerswerk. Toen ik aanklopte bij een verzorgingstehuis om daar als vrijwilliger aan de slag te gaan, kon ik daar gelijk betaald aan het werk.
Van daaruit kwam ik naar Nederland om mijn zoon en schoondochter te helpen.
Wat krijg je terug van je vrijwilligerswerk?
Het geeft me veel genoegen als anderen blij zijn, bijvoorbeeld als ik een praatje met ze maak. Het is prettig dat ik van betekenis kan zijn. Ook besef ik hier in de Herberg dat ik zelf niet zo diep ben gevallen, ik heb altijd ergens kunnen slapen. Het zijn kwetsbare mensen die liefde en aandacht erg nodig hebben.
Ik werk in een team waar we echt op; elkaar kunnen bouwen. Ik voel me gezien.
Tenslotte?
Eens in de twee weken dans ik bij de Leeuwerik in Galder. Ik kleed me dan mooi aan en verzorg me goed. Dat dansen is voor mij een uitlaatklep. Op de momenten dat ik dans voel ik me fijn.
Mijn advies aan iedereen is om te proberen van jezelf te houden; iedereen is de moeite waard.







